Ammar Abdulhamid, Een verborgen leven (bespreking)

Ammar Abdulhamid, Een verborgen leven, vertaald door Wim Scherpenisse. Uitg. De Geus, 2002.

Menstruation heet deze bijna-roman in het oorspronkelijke Engels . Op religie en politiek na is geen onderwerp in de Arabische wereld zo taboe als seks, en daarbinnen behoort menstruatie tot het onzegbaarste. Vandaar dat de auteur het er uitdrukkelijk over wil hebben. In Nederland is dat niet meer zo nodig, maar voor de Syriër Abdulhamid (1966) is het doorbreken van dit taboe een dringende behoefte, en voor zijn beoogde publiek nog meer. Hij heeft een poosje als fundamentalistische imam gewerkt, maar is naar aanleiding van de affaire omtrent Rushdie’s Duivelsverzen afvallig geworden en heeft zich daarna tot het atheïsme bekeerd.

In het verleden zijn vele islamitische wetsgeleerden, met hun obsessie voor reinheid en angst voor vrouwen, door menstruatie gefascineerd geweest, en andere geleerden en geletterden eveneens. Hasan, één van de personages in dit boek, kan een ongestelde vrouw op een uur afstand ruiken, en dat komt naar hij meent omdat hij als foetus was gevoed met menstruatiebloed. Dat lijkt geënt op de beschouwing van de 13e-eeuwse kosmograaf al-Qazwini over de ongeboren vrucht.

Een verborgen leven gaat niet alleen over ongesteldheid, maar over alles wat met seks te maken heeft: de veelal troosteloze seks binnen het gearrangeerde huwelijk, en verder al wat daarvoor soelaas moet bieden maar officieel niet bestaat: vreemdgaan, vrijgezellenclubs, homoseksualiteit, incest en verkrachting. Het is een pamflet in romangedaante, met een duidelijke boodschap: seks is niet verboden, je mag erover praten en het doen, en als je niet in God en zijn wetten wil geloven kan dat ook. Waarom zou je immers in een opperwezen geloven dat maagdelijkheid en kuisheid voorschrijft en daardoor voornamelijk huichelarij en ontucht veroorzaakt? Al heeft de schrijver enig begrip voor het standpunt van een van zijn gelovig blijvende personages, dat God barmhartig is en bij een slippertje dus wel een oogje toeknijpt.

Er zijn twee conservatieve hoofdpersonen, een man en een vrouw, die elk een ontwikkeling doormaken op de weg naar seksuele bevrijding. De auteur kan goed vertellen en maakt knap gebruik van romantechnieken zoals innerlijke monoloog, maar vult daarnaast vele bladzijden met essayachtige gedeelten. Zo’n halve roman, die bovendien uitdrukkelijk een boodschap wil uitdragen, zou misschien onleesbaar moeten zijn, maar blijkt dat niet te zijn; integendeel. Dank zij de uitstekende, luchtige stijl, de overal aanwezige sardonische humor, de genadeloze analyse van de huichelarij en natuurlijk de frivole thematiek leest het boek vlot weg.

De vertaler heeft ook precies de juiste toon gevonden. Het kijkje in de binnenkamers van de andere cultuur is spannend, en we kunnen goed meeleven met de reële nood van de personages. De auteur laat onder meer zien hoe vrouwen, maar ook mannen zuchten onder de terreur van de familie die de huwelijken regelt. Hoe een vrouw de koranstudieclub bezoekt, omdat dat de ideale omgeving is om lekker te roddelen, een vriendinnetje op te doen en een ontmoeting met een vent te regelen voor een andere vriendin. Hoe een man gaat klagen bij zijn moeder, omdat zijn vrouw niet enthousiast genoeg kijkt bij het vreugdeloze nummertje dat hij haar telkens aandoet. En hoe vrouwen lesbisch worden, omdat het met hun fantasieloze, egomane macho-man toch nooit wat wordt. Een hoogtepunt is, hoe een gesluierde vrouw haar eveneens gesluierde vriendin al in de hal van haar flat ‘dat kloteding’ van het hoofd rukt en het als een stierenvechterslap voor haar heen en weer zwaait: toro, toro!, totdat zij beiden schaterend en dollend op het echtelijk bed belanden.

Omdat de andere twee hoofdpersonen kritische intellectuelen zijn, kon de auteur essay-fragmenten afdrukken in de vorm van citaten uit hun fictieve werken. Alleen al de titels daarvan bezorgen mij de slappe lach, maar zouden, in hun laconieke blasfemie, menig vrome het schuim op de baard brengen, zoals bij voorbeeld Bronnen van de koran: de geletterde profeet. Alsof de koran bronnen buiten God heeft, alsof de analfabete profeet deze had kunnen lezen!

Zowel in het origineel als in deze vertaling ontbreekt overigens het ongemeen godslasterlijke slothoofdstuk, waarin de profeet wordt beledigd. De uitgevers wilden het blijkbaar niet te dol maken. Het is nog heel lang elders in het Internet te lezen geweest in het Engels, maar nu staat het hier: Abdulhamid, The Conference.

Roman of niet, Abdulhamid heeft een voor ons onderhoudend, voor zijn doelgroep leerzaam boek geschreven, dat een scherp wapen kan zijn in de strijd om de moderniteit in conservatief-islamitische omgevingen. Maar vermetel is het ook: Gods aanhangers zijn vaak minder barmhartig dan deze zelf.

Gepubliceerd in NRC-Handelsblad, 24.1.2003

Terug naar Inhoud

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s