Umars bekering (vertaalde tekst)

‘Abdallāh ibn Mas‘ūd placht te zeggen: Voordat ‘Umar moslim werd konden wij het gebed niet bij de Ka‘ba verrichten. Toen hij tot de islam overgegaan was bestreed hij Quraysh zo lang tot hij daar wel het gebed kon verrichten, en wij ook. ‘Umar werd moslim nadat die gezellen van de Profeet naar Ethiopië waren vertrokken.
Naar ik verneem ging de bekering van ‘Umar als volgt: Zijn zuster Fātima en haar man, Sa‘īd ibn Zayd, waren al moslim geworden, maar zij hielden het stil voor ‘Umar. Zijn stamgenoot Nu‘aym ibn ‘Abdallāh was ook moslim geworden en ook hij hield het stil, uit vrees voor zijn familie. Khabbāb ibn Aratt kwam dikwijls bij Fātima om voor haar de koran te reciteren.
Op een dag deed ‘Umar zijn zwaard om en ging op weg naar de Profeet; ze hadden hem namelijk verteld dat deze met een aantal gezellen een bijeenkomst hield in een huis bij Safā. Ze waren met ongeveer veertig personen, mannen zowel als vrouwen, onder wie Mohammeds oom Hamza, Abū Bakr, ‘Alī en nog andere moslims die met de Profeet in Mekka gebleven waren en niet naar Ethiopië waren getrokken. Onderweg kwam ‘Umar Nu‘aym ibn ‘Abdallāh tegen, die hem vroeg waar hij heen ging.
‘Naar Mohammed,’ zei hij, ‘die Sabiër, die verdeeldheid zaait onder Quraysh, hun beste deugden dwaasheid noemt, hun godsdienst belastert en hun goden vervloekt. Ik ga hem doden!’
‘Je bedriegt jezelf, ‘Umar,’ zei Nu‘aym toen, ‘denk je dat de stam ‘Abd Manāf je hier vrij zal laten rondlopen als je Mohammed hebt gedood? Kun je niet beter eens orde op zaken gaan stellen in je eigen familie?’
‘Wat is er met mijn familie?’
‘Je zwager en neef Sa‘īd en je zuster Fātima zijn ook moslim geworden en hangen Mohammeds geloof aan. Doe daar eerst maar iets aan!’
ʿUmar keerde om en ging naar zijn zuster en zwager. Op dat ogenblik was Khabbāb ibn Aratt bij hen; hij had een blad bij zich met soera Tāhā erop, die hij hun reciteerde. Toen ze ‘Umar hoorden aankomen verstopte Khabbāb zich in een kamertje of ergens in huis, en Fatima nam het blad en ging erop zitten. Maar ‘Umar had, toen hij het huis naderde, Khabbāb al horen reciteren en vroeg zodra hij binnenkwam:
‘Wat was dat voor gebrabbel?’ vroeg hij.
‘O, dat was niets.’
‘Ja zeker wel, en mij is ook verteld dat jullie de godsdienst van Mohammed aanhangen!’ Met deze woorden ging hij zijn zwager te lijf, en toen Fātima tussenbeide wilde komen gaf hij haar ook een klap op haar hoofd.
‘Ja,’ zeiden ze toen, ‘wij zijn moslim geworden en wij geloven in God en Zijn gezant. Doe met ons wat je wilt!’
Toen ‘Umar zag hoe zijn zuster bloedde kreeg hij spijt, hij deed een stap achteruit en zei tegen zijn zuster: ‘Geef mij dat blad eens dat ik jullie zoëven hoorde voorlezen, dan kan ik eens zien wat Mohammed verkondigt.’ ‘Umar kon namelijk lezen en schrijven. Maar zij wilde het hem niet toevertrouwen. ‘Wees maar niet bang,’ zei hij, en hij zwoer bij zijn goden dat hij het haar terug zou geven als hij het gelezen had. Nu begon Fatima te hopen dat hij moslim zou worden, en ze zei: ‘‘Umar, je bent onrein, omdat je heiden bent, en alleen wie rein is mag hem aanraken.’ ‘Umar ging zich wassen en toen gaf ze hem het blad met soera Tāhā erop. Nadat hij er een stuk van gelezen had riep hij uit: ‘Wat een prachtige, nobele woorden!’ Toen Khabbāb dat hoorde kwam hij te voorschijn en zei: ‘‘Umar, ik hoop dat God je heeft uitverkoren door de bede van Zijn profeet, want die heb ik gisteren horen bidden: “O God, versterk de islam door de bekering van Abū Hakam ibn Hishām of van ‘Umar!” Kom tot God, ‘Umar, kom tot God!’ Toen zei ‘Umar: ‘Zeg mij waar ik Mohammed kan vinden, Khabbāb; dan word ik moslim.’ Khabbāb antwoordde dat hij met een aantal gezellen in een huis bij Safā was. ‘Umar deed zijn zwaard om en ging op weg. Hij klopte op de deur van het huis waar zij waren. Toen ze hem hoorden liep een van de gezellen naar de deur om door een spleet te kijken wie er was. Angstig ging hij terug naar de Profeet en zei: ‘Profeet, het is ʿUmar, en hij heeft zijn zwaard om.’ Maar Hamza ibn ‘Abd al-Muttalib zei: ‘Laat hem maar binnen; als hij goede bedoelingen heeft behandelen wij hem goed, en als hij kwaad wil, doden we hem met zijn eigen zwaard.’ De Profeet stemde toe, en de man ging ‘Umar opendoen. De Profeet liep op hem af en greep hem stevig bij zijn gordel en trok hem naar zich toe. ‘Wat kom je doen, Ibn al-Khattāb?’ zei hij, ‘want jij gaat geloof ik net zo lang door tot God een ramp over jou neerzendt!’ ‘Umar zei: ‘Profeet, ik ben gekomen om te geloven in God en Zijn gezant en Zijn goddelijke boodschap.’ ‘God is groot!’ riep de Profeet uit, en zo wisten alle gezellen in het huis dat ‘Umar moslim was geworden.
Daarop gingen de gezellen uiteen, vol goede moed, nu zowel Hamza als ʿUmar moslim waren geworden, omdat ze wisten dat deze beide mannen de Profeet zouden beschermen, en dat ze met hun hulp zichzelf recht zouden kunnen verschaffen bij hun vijand.
Dit is het verhaal van de overleveraars uit Medina over hoe ‘Umar moslim werd.

Diacritische tekens: ʿAbdallāh ibn Masʿūd, ʿUmar, Kaʿba, Fāṭima, Saʿīd ibn Zayd, Nuʿaym ibn ʿAbdallāh, Ṣafā, ʿAlī, Abū Ḥakam, Ḥamza ibn ʿAbd al-Muṭṭalib

Bron: Ibn Ishāq: Das Leben Muhammed’s nach Muhammed Ibn Ishâk bearbeitet von Abd el-Malik Ibn Hischâm, uitg. F. Wüstenfeld, Göttingen 1858–60, 225–227; Ibn Ishaak, Het leven van Mohammed, vert. Wim Raven, Amsterdam 2000, 68–70.

Naar mijn eigen tekst over de bekering van ‘Umar               Terug naar Inhoud

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s