Arabieren

Wat zijn Arabieren? Er zijn verschillende soorten definities:
– Naar taal: Arabieren zijn mensen, die het Arabisch als moedertaal hebben. (Bestaan die? Nee! Beter meteen corrigeren: … die een Arabische taal als moedertaal hebben. De geschreven Arabische eenheidstaal is niemands moedertaal.)
– Naar afstamming: ze stammen oorspronkelijk af van een bepaald volk op het Arabisch Schiereiland.  Fijn hoor, maar so what?
– Naar godsdienst: ‘Arabieren zijn moslims.’ Fout: er zijn ook enkele miljoenen Arabieren christen. Bovendien moet iedere Arabier maar voor zich zelf weten of hij moslim is. Soms hoor je ook: ‘Moslims zijn Arabieren.’ Nog fouter. Slechts ongeveer een vijfde van alle moslims is Arabier.
– Geografisch/politiek: ‘Het zijn mensen die in een land wonen dat tot het Arabische vaderland behoort,’ of: ‘… tot de Arabische Liga behoort’. Klopt niet: er wonen ook niet-Arabieren in de Arabische wereld en er zijn ook landen waar geen Arabisch gesproken wordt lid van de Liga. En hoe is het met arabischtalige migranten, die nu bij voorbeeld in Zuid-Amerika wonen?

Er bestaan ook mengdefinities, zoals deze:

  • Afstamming+godsdienst: ‘De Arabieren zijn afstammelingen van Abraham (Ibrāhīm), evenals de joden. Diens zoon Ismael (Ismāʿīl) wordt door hem de woestijn in gestuurd, trekt dan naar Mekka en wordt de oervader van de Arabieren.’
  • Taal+ideologie: ‘Een Arabier is iemand wiens taal Arabisch is, die in een Arabisch land woont en die sympathie heeft voor de aspiraties van de Arabisch sprekende volkeren.’ (Arabische Liga; 1946)

Jammer dus voor de vele Arabischtalige migranten. Wat waren dat voor aspiraties? Het zal wel gegaan zijn om de nagestreefde vereniging van de Arabische staten.

  • Godsdienst+geschiedenis+taal: ‘All those are Arabs for whom the central fact of history is the mission of Muhammad and the memory of the Arab Empire and who in addition cherish the Arab tongue and its cultural heritage as their common possession.’ (H.A.R. Gibb, The Arabs, Oxford 1940, blz. 3)

Deze laatste mengdefinitie lijkt Arabische christenen en joden uit te sluiten, evenals analfabeten. Hoewel veel Arabische christenen best inzien dat de zending van Mohammed het belangrijkste is dat de Arabieren ooit is overkomen.

Het meest zinvol lijkt te zijn, Arabieren te definiëren als mensen die een Arabische taal als moedertaal hebben.

Politiek­ correct zou het zijn, helemaal niet van Arabieren te spreken, maar van ‘arabisch sprekende volkeren,’ ‘mensen met een Arabische moedertaal,’ ‘mensen met een arabische achtergrond’ o.i.d.. In de praktijk is dat een te grote mondvol en zegt met voor het gemak toch ‘Arabier’. Dit is echter niet zonder risico. Veel mensen met een Arabische moedertaal zijn er trots op, Arabier te zijn; anderen zijn juist beledigd als ze zo worden aangeduid. Egyptenaren spreken graag van ‘Egypte en de Arabische landen’; Libanezen voelen zich soms de nakomelingen van de oude Phoeniciërs; in Marokko zijn er mensen, die zich Berber voelen, ook al spreken zij van huis uit Arabisch. Het omgekeerde komt ook voor.

Terug naar Inhoud

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s