Paradijsvogels

De christelijke hemel moet wel stomvervelend zijn, als de engelen daar de hele dag alleen maar Palestrina zingen. Er is daar vooral veel niet: geen honger en geen dorst, geen hitte, geen tranen; geen dood, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn.1 Daarom hebben de christenen, buiten hun geloofsleer om, nog een Luilekkerland moeten verzinnen.2
In het islamitische paradijs is dat volledig geïntegreerd. Behalve mooie tuinen, weelderige zalen en aantrekkelijke vrouwen is er overvloedig te eten. Als voedsel noemt de Koran fruit en gevogelte—gezonde, lichte kost dus. Te drinken is er uit rivieren van water, wijn, melk en honing; verder gaan er altijd jong blijvende jongelingen rond met ‘bekers en kruiken en een drinkbeker uit een bron, waarvan zij geen hoofdpijn krijgen en niet beneveld raken’.3 De vraag van een enkele moslim, of er in het Paradijs ook kamelen zijn wordt in een zwak overgeleverde Traditie (hadith) door de profeet wat ontwijkend beantwoord: ‘Als God je in het paradijs laat binnengaan, vind je daar wat je hart begeert.’4
ولحم طير مما يشتهون  En gevogelte, waar zij maar zin in hebben, heet het in Koran 56:21. Wat voor gevogelte is dat? Dit is het soort vraag dat ook de vroegste koranuitleggers gewoon waren te stellen, én te beantwoorden. Vreemd genoeg hebben zij dat in dit geval niet gedaan, en ook de hadith zwijgt erover. De vogels waarin de zielen der martelaren zich bevinden kunnen niet bedoeld zijn, want die vliegen alleen naar het paradijs om daar zelf voedsel te zoeken; nestelen doen ze onder Gods troon. In de reusachtige boom die in het midden van het paradijs staat en waarin volgens een late Traditie gouden vlinders zitten, kan men zich goed reusachtige vogels voorstellen, maar beschreven worden die pas in het late korancommentaar van Ibn Kathīr (1300–1373): vogels ‘met nekken als slachtkamelen’, of ‘vogels zo groot als tweebultige kamelen, die voedsel zoeken in de bomen van het paradijs’.5
Bij Ibn Kathīr wordt ook de keuzemogelijkheid die het koranvers aanduidt (‘waar zij maar zin in hebben’) uitgewerkt: de vogels, die zeventigduizend veren hebben, elk van een verschillende kleur, staan op een rij; dan hoeft de gelovige er maar een uit te kiezen en hij valt al gebraden voor hem neer. ‘Op zijn bord’, voegt een tekstvariant eraan toe. Niemand hoeft zich dus voor te stellen hoe dieren in het paradijs geslacht worden, en het ongemak van gebraden duiven die in je mond vliegen blijft de moslims ook bespaard. Na te zijn opgegeten vliegt de vogel overigens ongeschonden weer weg. In Koran 2:260 wordt in een andere context over het herstellen en opwekken van dode vogels gesproken; dat op de vogels in het paradijs te betrekken was geen grote stap.
Ibn Kathīrs commentaar is een aaneenschakeling van korte teksten die formeel ook hadithen zijn, al gelden ze als zwak overgeleverd. Een vroege, samenhangende tekst over het paradijs die niet aan de profeet wordt toegeschreven staat in een boek getiteld al-‘Azama, een anoniem werk over de kosmos, de hemel en de hel:

  • Telkens als er een vrucht is geplukt komt er dadelijk een andere voor in de plaats, die meteen net zo rijp is als die andere aan de tak. Ook als er tien vruchten geplukt zouden worden, zouden er meteen andere aangroeien […].
    Op de bomen zitten vogels die zo groot zijn als tweebultige kamelen, en de vriend Gods eet van hun vlees. Als hij trek krijgt valt het voor hem neer, zodat hij ervan kan eten, geroosterd of gekookt zoals hij maar wil. Het valt voor hem neer door de almacht van God, die tegen iets zegt: ‘Word!’ en dan wordt het.’ 6 Als de dienaar Gods er naar hartelust van gegeten heeft en wil opstaan, dan is de vogel meteen weer levend, vet en gaar. Hij vliegt op en verheerlijkt God met de woorden: ‘Lof zij Hem, die mij geschapen heeft en gaar gemaakt heeft, en mijn vlees tot voedsel van zijn godvruchtige dienaren heeft gemaakt!’7

Ook dit is een soort koranuitleg, maar niet van de (naar toenmalige maatstaven) wetenschappelijke soort. De keuze tussen geroosterd of gekookt is nieuw, evenals de lofprijzing door de weer levend geworden vogels. De vier woorden die de koran besteedt aan het gevogelte in het paradijs hebben dus wel degelijk de fantasie van de mensen geprikkeld, hoewel de ‘canonieke’ Traditie en de vroegste Koranexegese die met succes buiten de deur hadden gehouden. Toch zullen de motieven zeker ouder zijn dan de veertiende eeuw, toen Ibn Kathīr zijn commentaar schreef, en dan het boek al-‘Aẓama, dat helaas niet kan worden gedateerd. De vogel werkt op onze lachlust als hij toebereid en wel op het bord valt en als hij na consumptie levend weer opvliegt en vliegend nog de Heer looft. Maar de auteurs hebben dit vast niet grappig bedoeld, en hun publiek zal er niet om hebben gelachen.

Beslist wél gelachen heeft de spotlustige Arabische dichter al-Ma‘arrī (973–1058), die over een reis door paradijs en hel heeft geschreven, zoals Dante dat later in Europa zou doen. Door het motief uit te vergroten probeert hij ook zijn publiek aan het lachen te brengen. Eerst laat hij een paradijsbewoner een gemarineerde pauw verorberen, die geserveerd wordt op een bord van goud.8 Het dier wordt na consumptie weer zijn oude zelf, wat de aanwezigen bewonderend doet uitroepen:

  • Geloofd zij Hij, die de botten weer tot leven brengt nadat ze al uit elkaar gevallen zijn. Dat is precies zoals de Schrift het zegt: ‘En toen Ibrāhīm zei: “Mijn Heer, laat mij zien hoe U de doden weer levend maakt”. […] Hij zei: “Neem dan vier stuks gevogelte en snijd ze naar jou toe in stukken. Leg er dan op elke rots een stuk van. Roep ze dan en ze zullen op je toe komen rennen”.’9
    Nu komt er een gans langs, zo groot als een tweebultige kameel. Sommige mensen willen hem gebraden hebben, en daar staat hij al, op een tafeltje van smaragd! Als de mensen er naar hartelust van genomen hebben, neemt hij met Gods toestemming zijn vroegere gevleugelde gedaante weer aan. Daarna willen sommigen van de aanwezigen hem liever aan het spit hebben, en weer anderen toebereid met sumak, of gemarineerd in melk en azijn, of nog weer anders. Steeds wordt de gans meteen zoals ze hem willen hebben en daarna wordt hij weer net als vroeger.’10

Zijn effect bereikt al-Ma‘arrī door concretisering en herhaling: de vogel is nu een pauw of een gans geworden, de receptuur wordt gepreciseerd en de gans gaat als een duikelaartje op en af.
Hoe langer over het gevogelte uit de koran wordt doorgedacht, des te grappiger wordt het. Misschien hadden de vroegste moslims wel aangevoeld dat de lach bij dit onderwerp op de loer ligt en het daarom niet willen becommentariëren?

NOTEN
1. Openbaring 7:16–17; 21:4
2. Herman Pleij, Dromen van Cocagne. Middeleeuwse fantasieën over het volmaakte leven, Amsterdam 2000.
3. De paradijswijn; Koran 56:18–19.
4. Al-Tirmidhī, Ṣifat al-Djanna 11; Aḥmad ibn Ḥanbal, Musnad v, 352.
5. Waar zouden zij anders voedsel zoeken; ze wonen daar immers? De bijzin past beter bij de vogels die de zielen van de martelaren bevatten. Zulke ‘zwerfzinnen’ komen vaak voor in de Traditieliteratuur.
6. Koran 2:117, 3:59.
7. Al-ʿAẓama is zoals vele oude Arabische boeken niet uitgegeven en bestaat alleen in een tiental handschrifen, o. a. hs. Parijs 4605, Vatikaan 1480.
8. Eten van gouden borden is in onze wereld niet toegestaan, maar in het paradijs is alles anders.
9. Koran 2:260.
10. Abū al-ʿAlā’ al-Maʿarrī, Risālat al-ghufrān, Cairo 1957, blz. 281–283.

Naar Inhoud

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s