Sahar Khalifa, Memoires eigenzinnige vrouw (bespreking)

Sahar Khalifa, Memoires van een eigenzinnige vrouw (سحر خليفة، مذكرات امرأة غير واقعية). Uit het Arabisch vertaald door Djûke Poppinga en Richard van Leeuwen, Breda (De Geus), 190 blz.

Mocht er binnenkort een Palestijnse staat ontstaan, dan zal deze reeds dadelijk beschikken over een literatuur. Wel bestaat die tot nu toe vooral uit verzetspoëzie en treurend of revolutionair proza. Nuttig en nodig als deze geschriften geweest mogen zijn voor het overleven van de direct betrokkenen, voor buitenstaanders zijn zij vaak niet erg aantrekkelijk. Toch heeft deze strijdbare literatuur wel enkele duurzame werken voortgebracht. Bekend is de roman Mannen in de zon, door Ghassan Kanafani, die al in 1977 werd vertaald, en ook het vroegere werk van Sahar Khalifa mag er wezen. Een in Israël levende schrijver met humor is Emile Habiebi, wiens meesterwerk Sa’ied de pessoptimist onlangs is vertaald.
Ons taalgebied wordt nu opgezadeld met een werk van Khalifa uit 1986. Ik heb het niet met plezier gelezen, maar wel met toenemende waardering. Mijn eerste indruk was dat ik een deeltje uit een Arabische Boeket-reeks in handen had. Hoe kan deze voorheen zo pittige schrijfster nu zo’n truttige damesroman produceren, vol sentiment, overvloeiers, herhalingen en clichés? Als je niet beter wist zou je denken dat Sahar Khalifa een mevrouw is met te veel tijd en te weinig talent, die zich door haar “romantische” natuur geroepen waant tot artistiek tijdverdrijf.
Maar Memoires is misleidend, en in de Boeketreeks past het beslist niet. Bij nadere beschouwing is het allesbehalve zoet, en het ondermijnt zelfs het traditionele Arabische gezinsleven.
Als levenslustig, en dus “schaamteloos” meisje had de heldin Afaaf haar neiging tot schilderen tenslotte laten onderdrukken (kind, wees toch reëel!) en zich geschikt in een gearrangeerd huwelijk. Haar weerzinwekkende echtgenoot voert haar mee naar een oliestaat en sluit haar op in een dure woning, waar ze tegen het plafond vliegt van ellende. Zelfs de buren kent ze niet; ze fantaseert over hen aan de hand van het wasgoed dat ze aan de lijn ziet hangen. Roerend is, hoe zij haar krolse poes na enige aarzeling toch aanmoedigt zich in de tuin te laten verwennen door een kater. Poesje kan wél naar buiten. Als ze op familiebezoek naar Palestina mag ontmoet ze onderweg in Amman een alleenstaande, werkende jeugdvriendin, wier revolutionaire praat zij ontmaskert, maar die haar toch tot steun is. Thuisgekomen ziet zij het artistieke manspersoon terug op wie ze ooit verliefd geweest was. Ze hebben een korte affaire maar ze begrijpt goed dat hij te hypocriet is om haar serieus te nemen. Nee, zij staat er alleen voor: ze besluit niet meer terug te gaan en werk te zoeken. Afaaf knapt het op! en ditmaal met instemming van haar oude moeder, die haar mede had onderdrukt, maar die nu milder en wijzer geworden is.
Dat Afaaf de ogen verder geopend worden naarmate zij haar geboortegrond nadert is vast geen toeval, maar verder speelt Palestina nauwelijks een rol.
Khalifa had eerst De cactus geschreven, voor en over mannen, en De zonnebloem, waarin drie ploeterende vrouwen centraal staan. Op de Westoever en in Beiroet waren de vrouwen door de opstand en de oorlog al flink geëmancipeerd. Nu wilde zij blijkbaar ook iets doen voor de keurige mevrouwen in de villa’s en luxe-apartementen van Amman, Kuweit en Riyaad. Voor hen was De zonnebloem veel te ruig. De revolutie kwam daarin voor, en zelfs een hoer; zoiets past niet op een boudoirtafeltje. De auteur moet zich met opzet aan het schrijven van deze pseudo-damesroman hebben gezet en via de literaire conventies en het taalgebruik van het genre toegang hebben gezocht tot de harten van haar lezeressen. Daar eenmaal binnengelaten lanceerde zij haar boodschap – verpakt als een bonbon, maar onmiskenbaar. Impliciet worden de dames opgeroepen, hun kerel te laten barsten en hun leven voortaan zelf in te richten. Als dat geen revolutie is!
Alleen door bij Khalifa deze listige strategie te veronderstellen kan ik verklaren dat zij dit boek zó geschreven heeft, en ook dat het zo veel succes heeft in de Arabische wereld. Het heeft daar inderdaad een schok teweeg gebracht: vrouwen herkennen opgelucht hun situatie, mannen worden razend of voelen zich ineens toch een beetje schuldig. Khalifa heeft uitstekend de toon getroffen van de lectuur die in de vergulde gevangenissen van Arabië geconsumeerd wordt. Ze is zelf van bourgeoise komaf en heeft bovendien literatuurwetenschap gestudeerd in North Carolina, waar vast ook de triviale literatuur op het lesrooster stond.
Dit subversieve boek levert dus een aanzienlijke bijdrage tot de vrouwenemancipatie, rekent en passant af met wat ideologische flauwekul, berooft een nog jonge literatuur van haar onschuld en weet Palestijns provincialisme te vermijden. Dat alles is een felicitatie waard.
De vraag is echter waarom het in het Nederlands vertaald moest worden, want voor ons blijft het een draak. Wie gaan het lezen? Een aantal immigrantenvrouwen misschien, of eerder nog hun dochters. Enkele literatuurwetenschappers, die afkomen op de constructie van een nep-triviale roman. Voor de vrij grote groep die van verre meeleeft met de emancipatie van buitenlandse vrouwen is Memoires natuurlijk een verplicht studieboek. Maar de gewone Nederlander die verlangt naar indringend proza, een spannend verhaal of een brok in de keel kan het beter ongelezen laten.

Was gepubliceerd in NRC-Handelsblad, 1 oktober 1993

Terug naar Inhoud

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s