Nagieb Mahfoez, In een roes op de Nijl (bespreking)

Nagieb Mahfoez (ook gespeld als: Najib Mahfuz, Naguib Mahfouz), In een roes op de Nijl (ثرثرة فوق النيل, Tharthara fawq al-Nīl). Roman. Uit het Arabisch vertaald door Richard van Leeuwen. Uitgeverij De Geus, 1994.

De godgeleerden zijn op Nagieb Mahfoez gebeten sinds 1959, toen hij in de allegorische roman Kinderen van Gabalawi alle gevestigde religies, inclusief de islam, vaarwel zei en, alsof dat nog niet genoeg was, God in de gedaante van een zwarte bediende liet vermoorden.
Ook in In een roes op de Nijl (1966) komt een god-achtige zwarte knecht voor. Deze roman verplaatst ons in een tijd dat Egypte er beroerd aan toe was: Nassers bewind had geresulteerd in een economische ramp en repressie voor intellectuelen, en er hing een spanning in de lucht die pas opgelost werd door de juni-oorlog met Israël in het jaar daarop.
Plaats van handeling is een plezierboot in de Nijl, waarop een groep intellectuelen en kunstenaars de wereld ontvlucht. Veel handeling is er echter niet, en veel tijd evenmin: in tafereel na tafereel geeft het stel zich zachtjes wiegelend over aan hasj, sex en eindeloos geouwehoer. Nieuwe personen die van buiten komen, zoals een journaliste die de zaak wil ‘bestuderen’, worden weldra ingekapseld in de indolente sfeer. Temidden van al dat geklets zit Anies, de hoofdpersoon, die nauwelijks iets zegt, maar gehuld is in een vrijwel permanente roes. Zijn ogen ‘kijken naar binnen, niet naar buiten, zoals bij de andere schepselen Gods.’ Een knappe monologue intérieur-techniek voert de lezer rechtstreeks zijn hallucinaties binnen.
De woonboot is een microkosmos, die gedreven wordt en letterlijk drijvend gehouden wordt door een reusachtige oude, zwarte Nubiër. Deze onbewogen beweger treedt op als leverancier van hasj en vrouwen, maar ook als imam en is, zoals het een god betaamt, het enige personage dat stevig op zijn benen staat.
In het midden van In een roes komt de handeling helemaal tot stilstand. We krijgen daar een opzetje voor een toneelstuk te lezen, zoals Anies dat aantrof in de agenda van de nieuwste gast, de journaliste, die de bezoekers van de boot voor haar doel wil gebruiken en hen scherp analyseert.
In de tweede helft van het boek vindt er een omslag plaats. Niet toevallig op het feest waarop het opbreken van de Profeet uit Mekka wordt gevierd besluit het gezelschap eveneens op te breken. In een opwelling gaan ze een autotochtje maken in de woestijn en komen daar met een klap tot de werkelijkheid terug: ze overrijden een man en rijden door. Het is deze klap, tesamen met een tijdelijk gebrek aan hasj, die hen weer even doet beseffen dat er een buitenwereld bestaat, dat er dingen zijn als schuld en verantwoordelijkheid. De personages in dit boek zijn echter niet meer te redden: zelfs Anies, die het meeste inzicht heeft, zakt tenslotte toch terug in zijn roes.
Maar bij Mahfoez loont het altijd de moeite een roman (er zijn er meer dan dertig!) te bezien in het kader van het hele oeuvre. De breuk in In een roes op de Nijl valt samen met een breuk bij Mahfoez zelf. Na een mystieke ervaring was hij voor jaren van slag geraakt. Een onproductieve periode was gevolgd door een reeks van sterk introspectieve, individualistische romans (De dief en de honden; De dwaaltocht) waarin het zoeken centraal staat. In een roes is het laatste uit deze reeks, en hier heeft het introspectieve iets hangerigs gekregen. Er wordt niet meer gezocht, want het is al lang duidelijk dat er toch niets te vinden is. In zijn volgende boeken kijken de schrijver en zijn personages alweer naar buiten: daar is de mysticus afgedaald naar de aarde om zich critisch met het gedoe te bemoeien.
De zwakke plek van dit boek zit helaas in het geklets dat dient om de leegte te onderstrepen en dat veel plaats inneemt. Bij Mahfoez wordt dat geklets niet levensecht. Hij had namelijk ooit besloten te schrijven in de onnatuurlijke Arabische schrijftaal, wat tot stroeve dialogen heeft geleid. Welk zinnig mens zegt bij voorbeeld na een dodelijke aanrijding: ‘Wat een ongeluksnacht!  ’? Mahfoez’ personages zeggen zoiets, en de vertaler heeft het niet wegvertaald. Hier is dat wel terecht, want wat had het anders moeten worden? ‘Wat een rotnacht!’ zou evenmin op zijn plaats zijn. De fout ligt hier niet bij de vertaler, maar bij de auteur. Elders treft de vertaler wel enige blaam: ‘Ik heb waarlijk verbijsterend nieuws gehoord,’ of ‘Trek je van niets iets aan!’ hadden zonder schade vlotter vertaald kunnen worden.
Zoals dikwijls verlangt Mahfoez nogal wat inspanning van zijn lezers. Deze roman gaat erop vooruit wanneer men hem leest tesamen met ander werk van hem. Dan wordt het fascinerend om een zo wezenlijke omslag in het leven van de schrijver mee te kunnen beleven. Daarvoor moeten dan wel zijn eerdere en latere werken bij de hand zijn. Van het oudere werk van Mahfoez is gelukkig al heel wat in het Nederlands vertaald; van de latere romans zijn Pension Miramar in het Nederlands en Respected Sir in het Engels verkrijgbaar.

Verschenen in NRC-Handelsblad 20.1.1995

Terug naar Inhoud

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s