Wie heeft de koran geschreven?

Sommige moslims zullen de bovenstaande vraag misschien beantwoorden met: ‘God’. Theologisch meer geschoolde moslims zullen het benoemen van God als auteur van de koran willen vermijden en iets zeggen als: ‘De koran is Gods boek; de koran komt van God.’
Dat de koran van God komt is een overtuiging die vrijwel alle moslims met elkaar delen. Zelfs een moderne tekstwetenschapper als Nasr Hamid Abu Zaid, die inzag dat de taal en de vormgeving ervan zeer menselijk zijn, twijfelde er niet aan dat de inhoud goddelijk is. Alleen heel moderne, zeg maar ‘vrijzinnige’ moslims hebben misschien iets anders in hun hoofd. Ik heb de Marokkaanse schrijfster Fatima Mernissi wel eens betrapt op de uitspraak: ‘Mohammed heeft gezegd … ,’ en dan volgde een koranvers. Als ik de plek terugvind zal ik hem hier neerschrijven.
De voorstelling echter dat God de schrijver van de koran zou zijn, dus dat hij als het ware zou zijn gaan zitten om een boek te schrijven, past niet bij de islamitische godsopvatting. Schrijven is een veel te menselijke bezigheid.
In de negende eeuw zijn er heftige discussies geweest over de vraag of de koran geschapen was of niet. De opvatting dat hij ongeschapen is heeft gewonnen. De schrift was van eeuwigheid bij God, heet het sindsdien, en men denkt daarbij aan koran 85:21–22: بل هو قرآن مجيد في لوح محفوظ , het is een prijzenswaardige koran, op een welbewaarde plaat. God heeft daaruit openbaringen in het Arabisch neergezonden aan zijn profeet Mohammed, vanaf diens roeping tot zijn dood. Tevoren had hij dat al aan andere profeten gedaan, in de taal en vorm en met de inhoud die de omstandigheden in dat tijdsgewricht vereisten.
(Hier lijkt even het gevaar van meergodendom (shirk) op te doemen. Wanneer er naast God nog iets bestaat dat eeuwig is, is God dan nog wel de enige? Ligt hier geen boekverering op de loer? Ik vertrouw dat islamitische theologen dit gevaar al duizend jaar geleden hebben onderkend en bezworen, al weet ik op het ogenblik niet hoe.)

In Europa heerste tot voor kort ook eenstemmigheid. De auteur van de koran was Mohammed, daar twijfelde niemand aan. God kon het volgens de middeleeuwse christenheid in geen geval zijn: die was immers de God van de Latijnse bijbel en had niets te maken met de vervalste schrift van de muzelmannen. Vroeger was de voorstelling namelijk dat de pseudo-profeet Mohammed met boos opzet een valse schrift heeft vervaardigd.
Volgens de opvatting van de imiddels ontkerstende oriëntalisten uit de 19e en 20e eeuw kon de auteur of de bron niet God zijn, omdat die domweg niet bestaat. ‘Dus’ moest Mohammed de auteur zijn, want die zat het dichtst bij de totstandkoming van de tekst. Hij heeft de koran zelf verzonnen, daarbij echter zwaar leunend op de joodse en christelijke traditie.
Een vriendelijke en late oriëntalist als W. Montgomery Watt zag in 1953 Mohammed nog steeds als de auteur van de koran, maar hij had er wel over nagedacht hoe openbaring functioneert. Van boos opzet en kwade trouw is bij hem geen sprake meer: Watt ging ervan uit dat Mohammed subjectief het gevoel moet hebben gehad dat de woorden die hij doorkreeg van God stamden.
In Nederland gaat Marcel Hulspas in zijn boek Mohammed en het ontstaan van de islam (2015) er nog/weer van uit dat Mohammed de koran geschreven heeft.

Als het God niet was, dan was het Mohammed: dat is een logica die heden ten dage velen niet meer overtuigt. Op twee fronten worden de oude standpunten ondergraven.
Ten eerste bij de bestudering van de koran zelf. Wetenschappers hebben er meer oog voor gekregen dat de koran geen eenvormig boek is, maar uit verschillende tekstsoorten bestaat. Om er maar enkele te noemen: er zijn teksten waarin een ‘wij’ spreekt, of een ‘ik’; er zijn teksten waarin een ‘jij’ wordt toegesproken, die soms als de profeet kan worden opgevat, maar soms blijkbaar iemand anders is. Er zijn ook veel verhalen over oudere profeten, met behulp waarvan een nieuw opgestane profeet wordt opgebouwd, maar moet deze dan ook al die teksten zelf geschreven hebben? De naam Mohammed wordt vier maal genoemd in de koran; veel meer is er niet. En er zijn teksten die kennelijk een ritueel doel gehad hebben en niets met een profeet van doen hebben. Al die verschillende teksten zouden zeer wel een verschillende bron gehad kunnen hebben.
Ten tweede bij de studie van de profetenbiografie (sira). Die behandelt ook de ontstaansgeschiedenis van de koran. Maar wanneer nu onderzoekers niet veel waarde meer hechten aan het historisch gehalte van die biografie en eerder aannemen dat deze juist afhankelijk is van de koran, komt ook die ontstaansgeschiedenis op losse schroeven te staan.

De modernste wetenschappers neigen ertoe de koran te houden voor een niet homogeen en anoniem werk uit de zevende eeuw. In Berlijn houdt een groep onderzoekers zich bezig met modern koranonderzoek: Corpus coranicum. Ze werken tekstkritisch en hebben ook oog voor de verworteling van de schrift in de late Oudheid. Veel Syrische parallellen hebben zij daar al toegankelijk gemaakt. Een inkijk in het zeer rijke moderne koranonderzoek biedt ook de International Qur’anic Studies Association (IQSA)

Terug naar Inhoud

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s