‘Aanleidingen tot de openbaring’

Tussen aanhalingstekens gezet duidt ‘Aanleiding tot de openbaring’ een bepaald type vertelling aan, die voorkomt bij koranuitleg (Arabisch: sabab al-­nuzūl, mv. asbāb al-­nuzūl, Engels: Occasion(s) of the revelation, Duits: Anlass/Anlässe der Offenbarung) .
Zo’n meestal kort verhaal vertelt naar welke aanleiding een koranvers of –passage geopenbaard werd. Eerst gebeurt er iets; dan reageert God daarop met een openbaring.

Een volledige ‘aanleiding’­-vertelling heeft de volgende delen (niet noodzakelijk in deze volgorde):
– een verwijzing naar een gebeurtenis of stand van zaken,
– dikwijls gecombineerd met de vermelding van personen- en/of plaatsnamen en een tijdsaanduiding;
– enkele woorden uit de koran, of woorden die daar sterk aan herinneren, die anticiperen op het te openbaren vers;
– een formule als: ‘Daarop/Daarover openbaarde God…’ of: ‘Dit vers werd geopenbaard over …’1
– en tenslotte het geopenbaarde vers zelf.

Een voorbeeld:

  • ‘Zij vragen je naar de wijn en het kansspel. Zeg: In beide is grote zonde en nut voor de mensen, maar hun zonde is groter dan het nut’ (k. 2:219). Dit vers werd geopenbaard over ‘Umar ibn al­-Khattāb en Mu‘ādh ibn Djabal en een groepje uit de Helpers, die bij de profeet kwamen en vroegen: ‘Geef ons uw oordeel over de wijn en het kansspel, want dat zijn verwoesters van het verstand en plunderaars van het bezit.’ Daarop openbaarde God het vers.2

Traditionele gelovigen vatten zo’n kleine vertelling op als bericht, als geschiedsschrijving. Moderne lezers zien haar eerder als koranexegese, als tafsīr. In de vertelling is de gebeurtenis er eerder dan het koranvers. In werkelijkheid zal er eerst het koranvers geweest zijn en zal de vertelling eromheen geweven zijn, met gebruikmaking van de woorden uit de koran. In het zojuist geciteerde vers roepen alleen al de woorden: ‘zij vragen je naar de wijn en het kansspel’ vragen op: wie was het die dat vroeg, en waarom? De vertellers ‘weten’ wie dat waren, en ook dat de genoemde personen al skeptisch stonden tegenover wijn en kansspel. Vertellers hebben altijd een antwoord paraat—en soms ook twee of meer, want er zijn verzen die meer dan één ‘aanleiding’-verhaal hebben veroorzaakt .
Dit wordt nog duidelijker als de gebruikte koranwoorden onalledaags zijn:

  • Op een dag, terwijl hij bezig was met zijn voorbereidingen, vroeg hij aan Djadd ibn Qays uit de stam Salima: ‘Heb je zin om dit jaar tegen de geelhuiden te gaan vechten, Djadd?’ Deze antwoordde echter: ‘Ach, Profeet, geef mij verlof en breng mij niet in verzoeking, want het is bekend dat niemand zo gek is op vrouwen als ik, en ik ben bang dat ik me niet kan inhouden als ik de vrouwen van de geelhuiden zie.’ De Profeet zei dat het goed was en wendde zich van hem af. Het was over Djadd ibn Qays dat dit koranvers werd geopenbaard: ‘En onder hen zijn er die zeggen: ‘Geef mij verlof en breng mij niet in verzoeking.’ Maar zij zijn al voor de verzoeking gevallen! De hel zal de ongelovigen omsluiten.’ (k. 9:49)—dat wil zeggen: het was niet zo zeer de verleiding van de vrouwen der geelhuiden die hij te duchten had; nee, de verleiding waarvoor hij viel was groter, namelijk dat hij achterbleef en niet meeging met de Profeet, en dat hij, in plaats van te doen wat deze wilde, liever deed waar hij zelf zin in had.3

Het is onwaarschijnlijk dat God in zijn openbaring de woordkeus van Djadd ibn Qays heeft overgenomen. Het koranvers was er eerst en daarna het verhaaltje, waarin de verteller kans zag bij het woord ‘verzoeking’ een pikant detail te plaatsen.

Ook wanneer de beschreven gebeurtenis onwaarschijnlijk is, zoals in:

  • De profeet heeft gezegd: Toen jullie broeders in Uhud gesneuveld waren deed God hun zielen in de buiken van groene vogels, die drinken uit de rivieren van het paradijs, eten van de vruchten daarvan en nestelen in gouden lampen die opgehangen zijn in de schaduw van Gods troon. Toen zij de geur van hun spijs en drank en de plek van hun middagrust roken zeiden zij: ‘Wie zal onze broeders berichten dat wij leven en dat wij levensonderhoud krijgen in het paradijs, zodat zij de djihād niet opgeven en niet terugschrikken voor de oorlog?’ Toen zei God: ‘Ik zal hun over jullie berichten,’ en daarop openbaarde hij: ‘Denk niet dat degenen die sneuvelden voor Gods zaak dood zijn! Nee, zij zijn in leven, en bij hun Heer wordt in hun levensonderhoud voorzien. Zij verheugen zich over wat God hen geeft vanuit zijn goedheid en zijn blij dat er voor degenen die zich nog niet bij hen gevoegd hebben niets te vrezen is en dat zij niet bedroefd zullen zijn’

is het duidelijk dat het koranvers aan de vertelling voorafging.

‘Aanleiding’-verhalen komen voor in korancommentaren (tafsīr), maar ook in de sira en in gespecialiseerde werken over het genre, zoals dat van al­-Wāhidī (gest. 1076). Zie voor verdere voorbeelden: Duivelsverzen, Afzondering van de vrouw,

Waarom een ‘aanleiding tot de openbaring’?
– Om een vers te verklaren: wie was dat, hoezo, waarom? Het is een vorm van koranexegese (tafsīr).
– Uit een algemeen-menselijk verlangen naar historiseren werden bepaalde koranverzen aan gebeurtenissen uit het leven van de profeet gekoppeld.
– Om een Koranvers te dateren. De chronologie van de koran was van belang voor de rechtswetenschap, omdat een jonger vers een ouder vers kan afschaffen (naskh). Daarom wilde men weten welk verzen vroeger en welke later zijn. → Burton, Abrogation).

Noten:
1. Het zou aanmatigend zijn, Gods beweeggronden te willen weten. De koranexegeet Muqātil ibn Sulaymān (Tafsīr i, 458, bij k. 5:11) zegt weliswaar nog naïef: ‘Dit vers werd geopenbaard omdat … (li-anna), maar meestal staat er alleen: ‘… werd geopenbaard over.’ Ook dan ontstaat echter de indruk dat men weet waarom.
2. Al­-Wāhidī, Asbāb al-nuzūl, geciteerd bij Rippin, Occasions 570.
3. Ibn Ishāq, Sīra: Das Leben Muhammed’s nach Muhammed Ibn Ishâk bearbeitet von Abd el-Malik Ibn Hischâm, uitg. F. Wüstenfeld, Göttingen 1858–60, 894.
4. Abū Dāwūd, Djihād 25, maar reeds in Ibn Ishāq, o.c., 604–5 en bij Muqātil ibn Sulaymān (gest. 767), Tafsīr, uitg. A.M. Shahāta, Cairo 1979, i, 314, en in al-Ṭabarī, Tafsīr op de betreffende koranpassage, 3:169.

Meer lezen:
– Andrew Rippin, ‘Occasions of revelation,’ in EQ.
– Andrew Rippin, ‘The function of asbāb al-nuzūl in qurʾānic exegesis,’ in BSOAS 51 (1988), 1–20.
– Hans-Thomas Tillschneider, Typen historisch-exegetischer Überlieferung. Formen, Funktionen und Genese des asbāb an-nuzūl-Materials, Würzburg (Ergon), 2011. (580 blz.) Dit moeilijke boek heb ik nog maar pas; als ik het uitheb moet ik het bovenstaande herzien, dat is me wel duidelijk.
– John Burton, ‘Abrogation,’ in EQ.
– Marco Schöller, Exegetisches Denken und Prophetenbiographie. Eine quellenkritische Analyse der Sīra-Überlieferung zu Muḥammads Konflikt mit den Juden, Wiesbaden 1998, 128–33.

Diakritische tekens: ʿUmar ibn al­-Khaṭṭāb, Uḥud, al­-Wāḥidī, Ibn Isḥāq, A.M. Shaḥāta

Terug naar Inhoud

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s