Hanaan as-Sjaikh, Ik veeg de zon (bespreking)

Hanaan as-Sjaikh, Ik veeg de zon van de daken. Uit het Arabisch vertaald door Djûke Poppinga. De Geus, 2000. حنان الشيخ، أكنس الشمس عن السطوح

Van de Libanese schrijfster Hanaan as-Sjaikh (1945) zijn al twee romans in het Nederlands vertaald, en nu is daar deze verhalenbundel uit 1994 bijgekomen, verrijkt met twee verhalen die eerst in het Engels waren verschenen. Ook deze bundel is weer een vrouwenboek, waarin mannen ondergeschikte rollen spelen. Van de zestien verhalen hebben er slechts twee een mannelijke hoofdpersoon, en dat zijn niet de beste. In de meeste verhalen zoekt de heldin haar eigen weg, tegen de verdrukking en de haar opgedrongen tradities in.
Veel van haar vrouwen zijn op het eerste gezicht een beetje gek. Bij nader inzien zijn zij eerder slachtoffer van hun omgeving, of is hun gekte maar schijn. Het protoype van de waanzinnige vrouw bij as-Sjaikh is de hoofdpersoon uit haar bekendste roman, Het verhaal van Zahra. Die nog heel jonge vrouw, die in Afrika haar oom bezoekt en daar ook trouwt, wordt werkelijk gek onder de massieve druk van mannen die haar in het nauw drijven. In deze verhalen wordt de waanzin of de ziekte eerder gespeeld, als een overlevingsstrategie die broodnodig is in de benadeelde situatie waaruit de vrouw zich meestal bevindt.
De vrouw in Zo oud als de waanzin is ook in Afrika, is goed bij haar verstand, maar gedraagt zich alleen gestoord omdat zij van haar man af wil. Zij is met hem getrouwd omdat haar ouders dat zo bedisseld hadden; zelf is zij intussen verliefd op een ander. In een islamitische omgeving is het voor vrouwen veelal onmogelijk het initiatief tot een echtscheiding te nemen. Ze moeten dus hun man zo grondig pesten, of zo lang doen alsof ze gek zijn dat híj tenslotte wil scheiden. Almaza, in De huwelijksmarkt, wil niet afzien van haar enige verzetje: haar bezoek aan de jaarlijkse huwelijksmarkt, waar zij telkens van de sensuele sfeer geniet. Voor geen geld zou zij echter willen trouwen, en ook zij moet haar toevlucht nemen tot een voorgewende ziekte om zich een opdringerige huwelijkskandidaat van het lijf te houden. Het aardige is dat in beide gevallen de mannen geen rotzakken zijn, maar juist met onwaarschijnlijk grote liefde en toewijding bereid zijn, offers te brengen en alle doktersrekeningen te betalen, zodat de list geen succes heeft. Dit zijn boosaardige variaties op het klassieke thema ‘de listen der vrouwen’, uitgewerkt in de beste Arabische verhaaltraditie.
Als zij geen gestoord gedrag vertonen bevinden de vrouwen van as-Sjaikh zich vaak in den vreemde. Een Libanese vrouw in Marokko of in Jemen, een Marokkaanse in Londen of, één van de hoogtepunten in de bundel, de Deense zendelinge Ingrid in Jemen, die tenslotte haar liefdewerk opgeeft om zich aan haar liefde voor een stuurse Jemeniet te wijden, nog steeds in de hoop dat deze met zijn hele dorp de leer van Jezus zal omarmen. Hier vormt de botsing der culturen het hoofdthema.
De Marokkaanse vrouw uit het titelverhaal heeft de vrijheid gezocht en gevonden in Londen. Ze maakt daar andermans huizen schoon, vergaapt zich aan het moois bij Marx & Spencer en laat zich en passant ontmaagden door een punk die zij uit medelijden in huis heeft genomen, een verlopen type dat nooit in bad gaat en ook nog met een jongen slaapt. Het machtige Engeland valt tegen, wat haar tot grote voldoening stemt. In dit verhaal gaat het om superioriteitsgevoel: de vrouw heeft wel te lijden, maar zij helpt medemensen, zij eet niet uit blik zoals die rare Engelsen, zij geeft aan bedelaars en kan zich daardoor zich eindelijk ook eens groter voelen dan anderen.
Ook superieur is, maar op pijnlijke wijze, is een Libanese vrouw die na jaren met haar westerse man in diens land gewoond te hebben, Marokko bezoekt. Zij raakt in extase over haar herontdekte Arabische cultuur, die onder andere wordt belichaamd door enkele interessante jongemannen, met één van wie zij een beetje vrijt. Met een klap komt zij weer terug op aarde als de Marokkaanse jongen, na haar omhelsd en gekust te hebben, om geld vraagt voor zijn studie.
Behalve door de geslaagde karaktertekening charmeren deze verhalen door een interessant mengsel van realisme, dat de lezer duidelijk de sfeer van het vreemde land laat proeven, en de moedwillige onwaarschijnlijkheid van traditionele Arabische verhalen.
Het werk van as-Sjaikh is zeker feministisch te noemen, maar haar feminisme is niet van de hinderlijke soort, en omdat zij voortreffelijk schrijft is deze bundel genietbaar voor alle geslachten.

Was gepubliceerd in NRC-Handelsblad, 26.1.2001           Terug naar Inhoud