Michael Roes, Leeg kwartier (boekbespreking)

Michael Roes, Leeg kwartier. Rub’ al-Khali. Inventie over het spel. Roman. Vertaald uit het Duits door Nelleke van Maaren. Arbeiderspers, 2001

Hoe te reizen? Beschaafde toeristen kunnen dat nalezen in reisgidsen, bij voorbeeld uit de Duitse reeks Richtig Reisen. Maar edeltoerisme kan de Duitse schrijver en cutureel antropoloog Michael Roes niet bevredigen. Met Leeg kwartier, dat zich in het Midden-Oosten en vooral in Jemen afspeelt, heeft hij een alternatief deel Richtig Reisen geschreven, en wel in de vorm van een kloeke roman. Al noemt het boek zich op de titelpagina van het origineel geen roman, maar alleen een ‘inventie’, naar analogie van de onconventionele, vaak tweestemmige muziekstukken die zo heten.
Leeg kwartier introduceert eerst kort de ik-verteller, een moderne antropoloog, die als onderzoeker naar Jemen reist. Onmiddellijk daarop volgen honderd bladzijden van een tekst die hij in zijn bagage heeft: het reisverslag van de fictieve ontdekkingsreiziger Alois Schnittke, die omstreeks 1803 naar Jemen is gereisd. Na honderd bladzijden wisselen de notities van Schnittke en die van de verteller elkaar steeds vaker af, waarbij hun lotgevallen en waarnemingen geleidelijk parallel of door elkaar gaan lopen. De verhalende gedeelten worden afgewisseld met essai-achtige bladzijden, maar ook met Arabische woordenlijsten van bij voorbeeld paarden- of kamelentermen, en met antropologische notities. De moderne teksten zijn in normale taal geschreven, die van Schnittke in een soort pseudo-archaïsch Duits. De vertaalster heeft ze gelukkig niet in soortgelijk Nederlands overgebracht. Zij is er echter in geslaagd, een register te scheppen dat die oude tijd overtuigend oproept.
Reizen volgens het recept van Roes duurt lang en is avontuurlijk. Vandaar dat zijn reizigers veel tegenslag, gevaar en lichamelijk ongerief ondervinden en beiden door een bedoeïenenstam worden gevangen genomen worden. Maar reizen moet ook een doel hebben: het verwerven van kennis. De ik-verteller voert een onderzoek uit naar kinderspelen in Jemen; zijn alter ego Schnittke maakt deel uit van een nogal zotte vierkoppige expeditie, die vlijtig Oud-Zuidarabische inscripties afschrijft en uiteindelijk op zoek is naar niets minder dan de lost ark, waarin zich de Stenen Tafelen der Wet bevinden.
Volgens hardnekkige, niet eensluidende geruchten heeft de auteur deze roman als dissertatie ingediend, of zelfs als Habilitationsschrift, een soort tweede proefschrift. Hij kent de Duitse universitaire wereld goed en kan niet werkelijk geloofd hebben dat zijn werk aanvaard zou worden. Maar hij moet er hartelijk om gegrinnikt hebben dat er een commissie over heeft gediscussieerd en sommige leden het niet wilden afwijzen. Leeg kwartier bevat inderdaad enkele teksten die op wetenschap lijken. Gelukkig voor de lezer: ze zijn het niet. Het Arabisch in de negentiende-eeuws aandoende woordenlijsten deugt van geen kant. En hoewel de antropologische beschouwingen interessant zijn, ontberen zij iedere systematiek. Maar zoals een krant die is afgebeeld op een schilderij of in een stripverhaal niet werkelijk gelezen kan worden, zo hoeft de hier geschilderde wetenschap niet echt te deugen.
Roes’ poging, het boek door de universiteit erkend te krijgen is meer dan een goede grap. Hij wilde niet alleen reis-kritiek bieden, maar ook wetenschapskritiek. Antropologisch veldwerk gaat het best wanneer de onderzoeker het vreemde volk niet met koele blik van buiten af gadeslaat, maar zich eronder mengt en het ‘participerend observeert’. Roes’ moderne held gaat veel verder: hij studeert niet langer, maar gaat óp in het volk, door met de spelers mee te spelen. Geen vieze steeg, geen erotisch avontuur gaat hij uit de weg, en hij bereikt een eenheid die soms groezelig-seksueel, maar op glansmomenten mystiek van aard is. Menig wetenschapper zal jaloers zijn op de aldus verworven kennis.
Het boeiendst in Leeg Kwartier zijn de reisbelevenissen zelf, die de lezer meevoeren tot aan de rand van de gelijknamige woestijn. Dat het boek, evenals de beide reizen zelf, letterlijk verzandt doet daar niets aan af. Veel plaats nemen de beschrijvingen van en beschouwingen over kinderspelen in. De spelen zijn wreed, als overal, maar anders dan bij ons zijn ze nog niet virtueel geworden. Het spel ligt in Jemen nog dicht bij de oorlog en is veel bloederiger dan een potje Mortal Kombat. De kinderen gooien daar nog met echte stenen.
Nog interessanter dan de spelen vind ik de homoseksualiteit, waarvan het hele boek doortrokken is. De verteller gaat mee met iedere vent die hem wenkt, maar beschrijft zijn contacten als vreugdeloze nummertjes veldwerk. Zijn waarnemingen en bespiegelingen over dit onderwerp boeien meer dan zijn verrichtingen. De vraag komt bij hem op, of homoseksualiteit wel bestaat in traditionele Arabische landen, waar lichamelijke handelingen tussen mannen alleen maar als vanzelf voorkomen, niet op grond van een afspraak tussen gelijken, hoe stilzwijgend ook, en nimmer het voorwerp van bewustzijn of gesprek zijn. Schnittkes verslag wemelt eveneens van de intimiteiten tussen mannen. Roes weet deze dikwijls heel knap te suggereren zonder ze te benoemen. Dat was nodig, want voor Schnittke waren dergelijke handelingen nog even ‘onzegbaar’ als voor de huidige Jemenieten.
De verteller heeft geen lekkere seks en is ook verder nogal een chagrijn, wat het leesplezier soms drukt. Om hem lachen wil ook al niet lukken. Hij wordt steeds wanhopiger en zieker, maar is ook vaak koppig, stom en onpraktisch. Uitgerekend tijdens een burgeroorlog begeeft hij zich naar de rand van het Lege Kwartier en jawel hoor, daar wordt hij ontvoerd. Schnittke daarentegen, gewezen directeur van een marionettentheater, is de ideale reiziger. Roes heeft van hem een modelburger van Weimar anno 1800 gemaakt: verlicht, leergierig, moedig, speels en zelfs humoristisch. Schnittke leert goed Arabisch, bestrijdt de vooroordelen van zijn medereizigers, gaat als enige diepgaande contacten met ‘inheemsen’ aan en is voor zijn tijd onwaarschijnlijk politiek correct. Zó zijn, zo reizen, dat lijkt Roes’ ideaal. Maar dat kan niet meer, en was het twee eeuwen geleden werkelijk mogelijk?
Leeg kwartier is een rijk tweestemmig experiment, maar helemaal geslaagd is het niet. Het wordt op den duur een opgave om verder te lezen, de spanning verslapt. En alle geweldige vragen die worden opgeworpen worden niet beantwoord, zelfs niet in aanzet. Tenslotte voelt de lezer zich ongeveer zoals Schnittke toen hij de Stenen Tafelen eindelijk ontdekte: ze waren leeg! Dat neemt niet weg dat dit boek prachtige verhalen bevat, heel veel over Jemen, en waardevolle essai-fragmenten over spel, oorlog, dans en sex.

Was gepubliceerd in NRC-Handelsblad op 21.9.2001.

Terug naar Inhoud