Ibn Ishaq en zijn uitgevers

De beroemde historicus en profetenbiograaf Muhammad ibn Ishāq,1 geboren Medina 704, gestorven 767 in Baghdād, is lang niet de enige auteur van siraliteratuur, maar wel de bekendste. Hij specialiseerde zich al vroeg in verhalen en geschiedschrijving, maar ook in hadith. Zijn belangrijkste leermeester was al-Zuhrī, en verscheidene verwanten van ‘Urwa ibn al-Zubayr waren zijn informanten. Niet alle geleerden in Medina wisten zijn werk te waarderen. Hij leefde in een tijd waarin vertellingen uit de gratie geraakten en hadithen met behoorlijke overleveringsketens werden verlangd. Na een hoog opgelopen conflict met Mālik ibn Anas, de grootste rechtsgeleerde van Medina, verliet hij zijn vaderstad en vestigde zich in Irak, waar de Abbasidische kalief al-Mansūr (reg. 754-75) hem vroeg een alomvattend geschiedwerk te schrijven, dat zou lopen van de schepping tot zijn eigen tijd. Het materiaal dat Ibn Ishāq tevoren had verzameld zou in dit werk een centrale plaats innemen. Zijn magnum opus bestond uit drie delen. Het eerste, al-Mubtada’ (‘In den beginne’) behandelde de schepping van de wereld, de profeten van Adam tot Jezus en de Arabieren in de voorislamitische tijd. In het tweede deel, al-Mab‘ath (‘De zending’), werd het leven van de profeet beschreven tot diens emigratie naar Medina. Deel drie, al-Maghāzī (‘Krijgstochten’), ging over Mohammeds activiteiten in Medina. Een toegevoegd vierde deel handelde over diens opvolgers, de kaliefen. Anders dan zijn voorgangers verzamelde Ibn Ishāq niet alleen materiaal. Hij schreef een werk met een structuur, soms chronologisch, soms naar onderwerp geordend. Blijkbaar was er maar één exemplaar van het reusachtige werk, in de hofbibliotheek in het nieuw gestichte Baghdad. Ibn Ishāq ‘publiceerde’ eruit door delen aan zijn leerlingen te dicteren, die zijn dictaten woordelijk opschreven.
.
Het boek zelf bestaat niet meer, maar grote delen ervan, vooral van de eerste drie delen, zijn bewaard gebleven in afschriften en uittreksels van die leerlingen, of liever gezegd van latere compilatoren die deze uitgaven.2 Drie uitgevers van Ibn Ishāqs werk zijn hier vermeldenswaard.
.
1. De bekendste is ‘Abd al-Malik ibn Hishām (gest. ± 830 in Egypte),3 wiens keuze uit het werk van Ibn Ishāq’s werk de eerste sīra-tekst was die in een vastomlijnde vorm verder werd overgeleverd. Veel mensen beschouwen Ibn Hishāms bewerking als ‘de’ biografie van de profeet; ten onrechte, want het gaat om de aanzienlijk oudere tekst van Ibn Ishāq. Ibn Hishām gaf slechts een keuze uit deel twee en drie van het oorspronkelijke werk uit, zodat alleen het oude Arabië en de het leven van de profeet aan de orde kwamen: hij behandelt de Ka‘ba en de christenen en joden van Arabië, maar niet de vroegere profeten. In uitvoerige noten van eigen hand legt hij moeilijke woorden en uitdrukkingen uit en voegt hij verhalen, poëzie en genealogisch materiaal toe. Ibn Hishām keurde de teksten ook op theologische ‘zuiverheid’ en liet passages weg die hij aanstootgevend vond.
.
2. De Pers al-Tabarī (gest. 923)4 heeft in zijn omvangrijke geschiedwerk Ta’rīkh al-rusul wal-mulūk aanzienlijke delen van Ibn Ishāq’s werk overgeleverd. Voor het eerste deel, het Kitāb al-Mubtada’, is al-Tabarī zelfs de belangrijkste bron.5 Het deel over Mohammed is een versie die verwant is aan die van Ibn Hishām, maar korter.6 Twee opvallende teksten van Ibn Ishāq, die Ibn Hishām niet had opgenomen, zijn hier bewaard: een over Mohammeds voornemen zelfmoord te plegen7 en het verhaal van de Duivelsverzen”.8 De Ta’rīkh is ontworpen als een wereldgeschiedenis; het leven van Mohammed vormt hier het centrale deel tussen de vroegste geschiedenis (hier inclusief de oude Perzische koningen) en de periode van de kaliefen. Veel van Ibn Ishāqs sira-materiaal is ook te vinden in al-Tabarī’s Tafsīr, maar daar moet het van vele verschillende plaatsen bijeen worden gesprokkeld.9
.
3. De minst bekende uitgave van een deel van Ibn Isḥāqs werk is die door Ahmad ibn ‘Abd al-Djabbār al-‘Utāridī (794-886).10 Zij is gebaseerd op de overlevering van Ibn Ishāqs leerling Yūnus ibn Bukayr (gest. 815).11 Wat er bewaard is van de tekst heeft ongeveer de omvang van een vijfde van Ibn Hishāms versie. Het werd pas in 1976 gedrukt en is niet vertaald. Al-‘Utāridī geeft soms verhaalstof van Ibn Ishāq die Ibn Hishām niet heeft en zeker zou hebben afgekeurd. Bovendien voegt hij teksten toe die in het geheel niet op Ibn Ishāq teruggaan.12

NOTEN
1. Over hem: Schoeler, Charakter, 37–51; Newby, Making, 1–31; Duri, Rise, 32–7; Jones, Ibn Isḥāḳ.
2. Een overzicht in A. Guillaume, Life, xxx–xxxi.
3. Watt, Ibn Hishām; Schoeler, Charakter, 50–3.
4. C.E. Bosworth, ‘al-Ṭabarī,’ in EI2.
5. Al-Tabarī, Ta’rīkh, i, 9–872, fragmenten. De profetenverhalen staan ook in Newby, Making.
6. Al-Tabarī, Ta’rīkh, i, 1073–1837.
7. ibid., i, 1147.
8. ibid., i, 1192–6.
9. Nuttige verwijzingen echter in Newby, Making.
10. Sezgin, GAS, i, 146.
11. ibid., i, 289.
12. Zie Muranyi, Riwāya. Beschrijving van de inhoud in Guillaume, New light.Vertaalde fragmenten  in Rubin, Eye, index s.v. Yūnus b. Bukayr en in Schoeler, Character, index s.v. Yūnus en al-‘Utāridī.

Bibliografie
Primair:
Ibn Ishāq: Das Leben Muhammed’s nach Muhammed Ibn Ishâk bearbeitet von Abd el-Malik Ibn Hischâm, ed. F. Wüstenfeld, Göttingen, 2 dln., 1858–60 [editio princeps van de Arabische tekst].
idem: de redactie van Ibn Hishām online hier.
idem: A. Guillaume, The Life of Muhammad. A translation of Isḥāq’s (sic!) Sīrat Rasūl Allāh, Oxford 1955 [ook belangwekkende inleiding].
idem: Ibn Ishaak, Het leven van Mohammed. De vroegste Arabische verhalen, vert. Wim Raven, Amsterdam 2000. (een keuze uit de teksten)
idem, de versie van al-‘Utāridī: Sīrat Ibn Ishāq al-musammā bi-Kitāb al-mubtada’ wal-mab‘ath wal-maghāzī, uitg. M. Hamīd Allāh, Rabat 1976, herdrukt Konya 1981 (een mindere uitgave: Ibn Ishāq, Kitāb al-Siyar wa-l-maghāzī, ed. S. Zakkār, Beirut 1978).
Al-Tabarī, [Ta’rīkh al-rusul wal-mulūk] Annales, uitg. M.J. de Goeje et al., 14 dln., Leiden 1879–1901. In deze editie hier online (volledig?); in een no name editie hier.
idem, idem, Engelse vertaling: E. Yarshater (uitg.), The history of al-Tabarī. An annotated translation, 39 dln., Albany 1985–1999.
idem, Djāmi‘ al-bayān fī tafsīr al-Qur’ān, versch. uitgaven.
.
Secundair:
A.A. Duri, The rise of historical writing among the Arabs, uitg. en vert. L.I. Conrad, inl. F.M. Donner, Princeton 1983 (= updated vert. van Baḥth fī nashʾat ʿilm al-taʾrīkh ʿinda al-ʿarab, Beirut 1960).
A. Guillaume, New light on the life of Muhammad, Manchester z.j. (JSS Monograph 1).
J.M.B. Jones, ‘Ibn Isḥāḳ,’ in EI2.
M. Muranyi, ‘Ibn Isḥāq’s Kitāb al-Maġāzī in der riwāya von Yūnus b. Bukair. Bemerkungen zur frühen Überlieferungsgeschichte,’ in JSAI 14 (1991), 214–75.
G.D. Newby, The making of the last prophet. A reconstruction of the earliest biography of Muhammad, Columbia, SC 1989.
A. Noth and L.I. Conrad, The early Arabic historical tradition. A source-critical study, Princeton 1994.
W. Raven, ‘Sīra and the Qurʾān,’ in EQ.
U. Rubin, The Eye of the Beholder. The life of Muḥammad as viewed by the early Muslims. A textual analysis, Princeton 1995.
G. Schoeler, Charakter und Authentie der muslimischen Überlieferung über das Leben Mohammeds, Berlin 1996.
F. Sezgin, Geschichte des arabischen Schrifttums, 9 vols., Leiden 1967–84.
W.M. Watt, ‘Ibn Hishām,’ in EI2.

Diakritische tekens: Ibn Isḥāq, al-Manṣūr, al-Ṭabarī, Aḥmad ibn ʿAbd al-Djabbār al-ʿUṭāridī

Terug naar Inhoud

One thought on “Ibn Ishaq en zijn uitgevers

  1. Pingback: Sira in Oud-Engeland? – Leeswerk Arabisch en Islam

Reacties zijn gesloten.