Kalief (korte definitie)

Kalief, Arabisch khalīfa, mv. khulafā’ خليفة، خلفاء = ‘plaatsvervanger’ of ‘opvolger’. ‘Plaatsvervanger van God op aarde’ namelijk, khalīfat allāh; soms ook genoemd: ‘plaatsvervanger van de profeet,’ khalīfat rasūl allāh. In de koran komt het kalifaat niet voor. De kalief is idealiter het staatshoofd van de islamitische staat. Ondanks het eenheidsideaal hebben er soms verscheidene islamitische staten naast elkaar bestaan, met meer dan één kalief. De islamitische geschiedenis wordt meestal naar dynastieën van kaliefen ingedeeld:

  • De eerste vier gekozen Kaliefen    632–661    Medina
  • Umayyadenkaliefen    660–750    Damascus
  • Abbasidenkaliefen    750–1258    Baghdad
  • Umayyadenkalifaat in Spanje    756–1031    Córdoba
  • Fāṭimiden (sjiietisch)    909–1171    Mahdīya, Cairo
  • en er zijn er nog meer

De soennitische kaliefen hebben na 945 nog slechts een ceremoniële functie vervuld, terwijl de werkelijke macht bij grootviziers of militaire leiders lag. In 1258 werd het kalifaat der Abbasiden in Baghdad ten gevolge van de Mongolenstorm beëindigd. Het week uit naar Cairo, waar het op de achtergrond een decoratief leven leidde tot in 1517 de Turken kwamen. Daarna werd ‘kalief’ één van de titels van de Ottomaanse sultan in İstanbul. In 1924 schafte Atatürk bij zijn modernisering van Turkije het kalifaat af, wat in een aantal islamitische landen een storm van verontrusting veroorzaakte. 

De vrees van mevrouw Bat Ye’or en haar islamofobe volgelingen dat er binnenkort in Europa een kalifaat de macht zal overnemen is te onzinnig om tijd aan te besteden.

Meer over kalief en kalifaat hier.        

Terug naar Inhoud

One thought on “Kalief (korte definitie)

  1. Pingback: Een nieuwe kalief | Emigrant

Reacties zijn gesloten.