Het document van Medina (vertaling)

Inleiding
De overeenkomst tussen de Emigranten en de stammen van Medina, die ten onrechte wel de ‘grondwet’ (constitution) en Gemeindeordnung van Medina is genoemd, wordt meestal als zeer oud beschouwd. Geen latere verteller zou immers op het idee gekomen zijn, joden en andere niet-moslims in te sluiten in de umma, de ‘gemeenschap’, waartoe zij volgens de latere definitie van dat begrip beslist niet behoorden. De stijl is archaïsch, zo zeer zelfs, dat het geven van een geheel bevredigende vertaling niet mogelijk is. Het document is kennelijk samengesteld uit heterogeen materiaal, misschien zelfs uit verscheidene andere documenten. Bevreemdend is dat de drie grote joodse stammen van Medina er niet in worden genoemd.
Zie ook het artikel Mohammed en de joden.

Vertaalde tekst1
Betreffende de verhouding tussen de Emigranten en de Helpers stelde de profeet een document op, waarin hij met de joden een verbond sloot en hen bevestigde in hun godsdienst en hun bezittingen en hun rechten en plichten vastlegde:
In naam van God, de barmhartige, de genaderijke.
Dit is een document van de profeet Mohammed aangaande de betrekkingen tussen de gelovigen en moslims van Quraysh en Yathrib en degenen die hen volgen, zich bij hen hebben aangesloten en zich tesamen met hen inspannen.
Zij zijn één gemeenschap, met uitsluiting van andere mensen.
De Emigranten uit Quraysh doen zoals zij gewoon waren: zij brengen onder elkaar het bloedgeld op en kopen hun gevangenen los, naar recht en billijkheid onder de gelovigen.
De stam ‘Awf doet zoals hij gewoon was: zij betalen gezamenlijk hun vroegere bloedschulden; iedere groep ervan koopt haar gevangenen los, naar recht en billijkheid onder de gelovigen.
De stam Sā‘ida evenzo.
De stam Hārith evenzo.
De stam Djusham evenzo.
De stam Nadjdjār evenzo.
De stam ‘Amr ibn ‘Awf evenzo.
De stam Nābit evenzo.
De stam Aws evenzo.
De gelovigen laten een moslim zonder verwanten onder hen niet in de steek, maar helpen hem naar billijkheid, een loskoopsom of bloedgeld te betalen.
Een gelovige sluit geen verbond met de cliënt van een andere gelovige buiten deze om.
De godvrezende gelovigen treden op tegen ieder die in overtreding is of die onderdrukking, onrecht, verrraad, vijandschap of verdorvenheid tracht te verspreiden onder de gelovigen.
Zij treden gezamenlijk tegen hem op, al was het de zoon van een hunner.
Een gelovige doodt geen gelovige om een ongelovige en helpt geen ongelovige tegen een gelovige.
De bescherming van God is één: de geringste onder hen kan een vreemde bescherming verlenen.
De gelovigen zijn elkaars beschermheren en cliënten, met uitsluiting van andere mensen.
De joden die ons volgen genieten dezelfde hulp en ondersteuning als de gelovigen. Hun mag geen onrecht aangedaan worden en [geen vijand] mag tegen hen geholpen worden.
De vrede van de gelovigen is één. In een strijd voor Gods zaak sluit een gelovige geen vrede buiten een andere gelovige om, tenzij op basis van billijkheid en rechtvaardigheid.
Bij iedere expeditie die met ons uittrekt wisselt men elkaar af.
De gelovigen wreken het bloed van andere gelovigen dat is vergoten voor de zaak Gods.
De godvrezende gelovigen staan onder de beste en meest juiste leiding.
Een heiden verleent geen bescherming aan een bezitting of persoon van Quraysh en neemt geen Qurayshiet in bescherming tegen een gelovige.
Als iemand een gelovige onrechtmatig doodt, en dat is bewezen, dan is hij onderworpen aan de bloedwraak, tenzij de bloedwreker genoegen neemt met bloedgeld. De gelovigen staan als één man tegenover hem; zij zijn verplicht, tegen hem op te treden.
Als een gelovige heeft ingestemd met hetgeen in dit geschrift is neergelegd en gelooft in God en aan de jongste dag, is het hem niet geoorloofd, iemand die er inbreuk op maakt te helpen of toevlucht te verschaffen. Op wie dat doet rusten de vloek en de toorn Gods op de dag der opstanding. Geen berouw of zoengave zal van hem worden aangenomen.
Al hetgeen waarover u onenigheid hebt wordt voor God en voor Mohammed gebracht.
De joden delen in de uitgaven der gelovigen zolang zij in oorlog zijn.
De joden van de stam ‘Awf zijn één gemeenschap met de gelovigen. De joden hebben hun godsdienst en de moslims de hunne. Dit geldt zowel voor hun cliënten als voor hen zelf, met uitzondering van degene die onrechtvaardig of verraderlijk handelt, want hij brengt slechts verderf over zich en zijn familie.
De joden van de stam Nadjdjār: als die van de stam ‘Awf.
De joden van de stam Hārith: evenzo.
De joden van de stam Sā‘ida: evenzo.
De joden van de stam Djusham: evenzo.
De joden van de stam Aws: evenzo.
De joden van de stam Tha‘laba: evenzo.
Djafna, een clan van de stam Tha‘laba: als dezen.
De stam Shutayba: als de joden van de stam ‘Awf.
Plichtsvervulling beschermt tegen trouwbreuk.
De cliënten van de stam Tha‘laba: als dezen zelf.
De met de joden verbonden sibben: als dezen zelf.
Niemand treedt uit zonder toestemming van Mohammed.
Een verwonding wordt niet beperkt tot weerwraak.
Wie onverhoeds iemand doodt, doodt zich zelf en zijn familie, behalve als het een onrechtdoener is.
God [staat garant?] voor wie dit trouw vervult.
De joden en de moslims dragen elk hun eigen uitgaven.
Zij helpen elkaar tegen ieder die oorlog voert met de partijen van dit geschrift.
Tussen hen heersen goede wil en oprechte bedoelingen.
Plichtsvervulling beschermt tegen trouwbreuk.
Niemand is aansprakelijk voor een misdaad van zijn bondgenoot.
Wie onrecht wordt aangedaan, krijgt hulp.
De joden delen in de uitgaven der gelovigen zolang zij in oorlog zijn.
De kom van Yathrib is gewijde grond voor de partijen van dit document.
De beschermeling is als zijn beschermer, behalve als hij schade toebrengt of verraderlijk handelt.
Aan een vrouw wordt slechts bescherming verleend met toestemming van haar familie.
Wanneer tussen de partijen van dit geschrift iets voorvalt of een twist ontstaat waarvan onheil is te vrezen, dan wordt het voor God en Zijn gezant Mohammed gebracht.
God [staat garant?] voor de meest godvruchtige en trouwe vervuller van dit geschrift[?].
Geen bescherming wordt verleend aan Quraysh of wie hen helpt.
De partijen helpen elkaar tegen ieder die in Yathrib een inval doet.
Wanneer zij tot vrede worden opgeroepen, dan sluiten zij die en houden zich eraan.
Wanneer zij oproepen tot hetzelfde, dan moeten de gelovigen zich daaraan houden, behalve wanneer zij strijden voor de godsdienst.
Iedere groep is verantwoordelijk voor hun deel aan de kant die zij voor zich hebben.2
De joden van de stam Aws, zowel hun cliënten als zij zelf, hebben dezelfde rechten en plichten als de partijen van dit document, bij volkomen plichtsvervulling van de kant van de partijen van dit document.
Plichtsvervulling beschermt tegen trouwbreuk.
Ieder die zich iets op de hals haalt[?], brengt dat over zichzelf.
God [staat garant?] voor de meest oprechte en trouwe vervuller van dit geschrift[?].
Dit document beschermt niet wie onrecht doet of een misdaad begaat.
Zowel degenen die uittrekken als degenen die thuis blijven zijn veilig in de stad, behalve wie onrecht doet of een misdaad begaat.
God is de beschermer van degene die zijn plichten vervult en godvrezend is, en Mohammed is de gezant van God.

NOTEN
1. Ibn Ishāq: Das Leben Muhammed’s nach Muhammed Ibn Ishâk bearbeitet von Abd el-Malik Ibn Hischâm, uitg. F. Wüstenfeld, Göttingen 1858–60, 341–44; vert. A. Guillaume, The Life of Muhammad, Oxford 1955, 231–33; Ibn Ishaak, Het leven van Mohammed, vert. Wim Raven, Amsterdam 2000, 109–113.
2. De tekst is onduidelijk. Misschien is de verdedigingsgracht bij Medina bedoeld.

Diakritische tekens: Ḥārith, Shuṭayba, Isḥāq

Terug naar Inhoud