Hadithen opzoeken, naslaan en citeren

(Bedoeld voor een beperkte doelgroep: Arabisten en islamologen die hadithen in het Arabisch lezen)

Het opzoeken van hadithen gaat tegenwoordig snel: naar onderwerp in →Wensinck, Handbook1 en volgens Arabische tekst in →Wensinck, Concordance.2
Nog sneller gaat het in het internet. De beste website met de Arabische bronnen lijkt me deze.

Maar het citeren van hadithen of het naslaan van de plaatsen die anderen in hun voetnoten vermelden, is een tijdrovend en moeizaam karwei, wat misschien ten dele verklaart waarom er zo weinig systematisch onderzoek over hadith gedaan wordt. Op drie na zijn de uitgaven slecht en chaotisch; vreemd eigenlijk voor een soort literatuur die iedereen erg belangrijk zegt te vinden. De rommeligheid van de manier van citeren in vele publicaties maakt ook het gebruiken en controleren van vakliteratuur moeizaam. Citeert u alstublieft nooit zoiets als: Bukhārī, Ṣaḥīḥ, Beirut 1981, Dl. ii, p. 135. Van de vele Bukhārī-uitgaven heeft uw lezer waarschijnlijk net niet die uit het oorlogsjaar 1981 bij de hand. Nooit terug te vinden, nooit te controleren dus. Bij fantastische hadithnummers uit het internet of op een (misschien onder de nieuwste Windows niet eens meer te openen) CD-ROM is het even erg.

Er bestaat een systeem van Wensinck en ‘Abd al-Bāqī, dat helaas niet wereldwijd is geaccepteerd, maar beter is dan al het andere. Negen hadithcollecties (ook hadith.al-islam.com spreekt van al-kutub at-tis‘a) zijn in de hierboven genoemde werken →Wensinck, Handbook 1 en →Wensinck, Concordance2 ontsloten.
Bij de Musannaf-werken gaat het citeren zo: eerst de naam van de verzamelaar (evt. afgekort), dan de titel of het nummer van het ‘boek,’ dan het nummer van het hoofdstuk (alleen bij Muslim: het hadithnummer; zijn Inleiding wordt naar paginanummer geciteerd). Voorbeeld:

  • Abū Dāwūd, Buyū‘ 12 (zo in de Concordance),     of:
    A. D., 22, 12  (zo in het Handbook).

Het zoeken gaat in deze traditionele naslagwerken wel langzamer dan in het internet, maar u krijgt er meteen een waterdichte manier om te citeren bij cadeau.
Voor in Wensinck, Handbook zijn de ‘boek’titels afgedrukt. In mijn exemplaar heb ik daar met de hand de band- en bladzijdenummers in de bronteksten aangegeven, om het naslaan te bespoedigen.
Het voorbeeld van hierboven: Abū Dāwūd, Buyū‘ 12, vindt men in deel 3 van de best bruikbare uitgave;3 daar bladzij 242 opslaan en dan verder bladeren tot hoofdstuk 12.
Waar de nummering van de hadithen in de gedrukte uitgaven ontbreekt dient → ‘Abd al-Bāqī, Taysīr4 als gids.
De nummering klopt slechts in de drie uitgaven die Muhammad Fu’ād ‘Abd al-Bāqī heeft bezorgd, namelijk Muslim, Mālik en Ibn Mādja. Daar is het makkelijk zoeken, en ook de uitgaven zijn ‘goed’—zij het onkritisch. In de andere uitgaven moeten onderzoekers eerst met potlood de nummers van de hoofdstukjes in de marge schrijven. Dat is een hoop werk, maar een alternatief zie ik niet. Zonder het zelf voorbewerken van de uitgaven kan het wel tien minuten duren voordat u één tekstpassage hebt gevonden. En bij hadithonderzoek gaat het er juist om, álle varianten een tekst bij elkaar te zoeken.

De niet naar onderwerp, maar naar overleveraars geordende Musnad van Ahmad ibn Hanbal wordt met het deelnummer en het bladzijnummer in de editio princeps van Cairo 1313/1895 geciteerd. U schrijft dan bijv. Ahmad ibn Hanbal, Musnad vi, 145, of A.b.H. vi, 145. In de nieuwere uitgaven staan deze bladzijnummers (idealiter) in de marge afgedrukt.
Bij ‘Abd al-Razzāq al-San‘ānī, Musannaf, volstaat het hadithnummer. Als kleine attentie jegens uw lezer kunt u nog het bandnummer  vermelden, zodat hij meteen het juiste deel uit de kast pakt: ‘Abd al-Razzāq, Musannaf vii, 13135, of eenvoudig A.R. vii, 13135. Bij Ibn Abī Shayba, Muṣannaf gaat het net zo.

NOTEN
1. A.J. Wensinck, Handbook of Early Muhammadan Tradition, Leiden 1927.   [De stof is naar onderwerp geordnend. Proefpagina’s hier.]
2. A.J. Wensinck et. al., Concordance et indices de la Tradition musulmane (Arab. titel: Al-Muʿǧam al-mufahras li-alfāẓ al-ḥadīṯ an-nabawī), 8 dln., Leiden 1936–1988.   [Arabische woordconcordantie; ook plaatsnamen en koranverzen. Proefpagina’s hier.]
3. Abū Dāwūd, Sunan, 4 dln, z.p, z.j. (!).
4. Muḥammad Fu’ād ‘Abd al-Bāqī, Taysīr al-manfa‘a bi-kitābay Miftāḥ kunūz al-sunna wal-Muʿdjam al-mufahras li-alfāẓ al-ḥadīth al-nabawī, Cairo 1935–9.

Diacritische tekens: ṣaḥīḥ, muṣannaf, Muḥammad, Aḥmad ibn Ḥanbal, al-Ṣanʿānī

Terug naar Inhoud