Aziz, of: Van het nut der liefdespoëzie

Aziz uit Duizend-en-één-nacht is een onervaren minnaar die aan zijn nicht Aziza wordt uitgehuwelijkt. Op zijn trouwdag gaat hij naar het badhuis om zich op te knappen, maar onderweg wordt hij ongeneeslijk verliefd op een adembenemende, mysterieuze vrouw van wie hij een glimp opvangt. Hij zit zo apathisch van haar te dromen dat hij zijn eigen bruiloft glad vergeet. Als hij thuiskomt zijn de feestgasten alweer vertrokken en zijn vader is kwaad. Aziza houdt echter van hem met een alles opofferende liefde en doet alles om zijn liefdesaffaire met die ander op gang te krijgen en hem daarin te beschermen. Zij licht hem in over de listen der vrouwen, verklaart de raadselachtige tekens die de andere vrouw hem geeft, geeft hem codes en beschermende spreuken mee en onderricht hem in de hoofse liefdespoëzie, bij voorbeeld:

  • Wie zegt dat liefde is uit vrije keus,
    dien zeg ik: Nee, ’t is niets dan dwang!
    Maar zulk een dwang heeft niets onheus,
    Want ware liefde heeft een zuivere klank.
    Vals noem je niet een munt die echt is.
  • Zo je wilt, noem het een hemels lijden,
    een wond’re pijn in ’t lichaam, of een slag.
    Ja, een plaag, een lot of een verblijden
    Waarmee de ziel zich troost, óf kwellen mag.
    Tussen lief en leed loopt geen weg die recht is.

Aziza wisselt ook verzen uit met de andere vrouw, waarbij Aziz steeds als boodschapper dient. Hij moet bijvoorbeeld tegen haar zeggen:

  • O minnaars, bij Allah, wanneer een man
    door liefde wordt geplaagd, wat doet hij dan?

en krijgt van zijn vriendin het volgende antwoord mee:

  • Hij houdt het voor zich, houdt zijn geheim verborgen
    En draagt geduldig smart en zorgen.

Dan Aziza weer:

  • Kan hij verzwijgen wat hem om het leven brengt
    wat elke dag zijn hart in duizend stukken sprengt?
    Hij heeft geduld gezocht, maar niets gevonden
    dan een hart dat pijnlijk klopt in al zijn wonden.

En de vriendin:

  • Is de last van het zwijgen hem te groot?
    Dan weet ik geen raad voor hem, tenzij de dood!

Er staan nog veel meer gedichtjes in het verhaal, die te samen een aardige indruk geven van de Arabische theorie der hoofse liefde. De lessen zijn echter aan Aziz niet besteed: hij is naïef en onbeheerst: op het kritieke moment vreet hij zich vol—en dat terwijl Arabische minnaars broodmager horen te zijn—, of hij valt in slaap, zodat het rendez-vous niet doorgaat. Als een weerspannige kleuter die zijn zin niet krijgt schopt en mishandelt hij zijn lieve nichtje, dat harerzijds niet te beroerd is, hem te voeren en zijn eten voor te kauwen. Wanneer zij tenslotte sterft van verdriet en onvervuld liefdesverlangen—een gangbare doodsoorzaak in de Arabische letterkunde—is Aziz onbewogen, maar voortaan wel geheel hulpeloos. Na een periode met zijn vriendin manoeuvreert een oude vrouw hem in een huwelijk met haar dochter, en daarmee in het vaderschap. Zo raakt hij gevangen bij vrouwen die veel gevaarlijker zijn dan losse deernen: een schoonmoeder en een echtgenote. In dat kippenhok doet hij een jaar lang ‘wat de haan doet’. Zodra hij een dag vrij kan nemen gaat hij naar zijn eerste vlam terug, maar die is zo furieus om zijn ontrouw dat zij hem castreert. In zijn ellende trekt hij in bij zijn moeder en begrijpt eindelijk wat zijn gestorven nichtje voor hem had gevoeld.
In dit verhaal is de omkering van alle waarden te onderkennen die typisch is voor Duizend-en-één-nacht. De vrouwen zijn verstandig, beheerst en dominant. Aziz daarentegen is een knulletje, geen man: hij heeft geen zelfbeheersing, is een flapuit die het liefdesgeheim niet bewaart, is volledig afhankelijk van vrouwen, laat zich opsluiten en wordt tenslotte geheel als een vrouw. Een gruwelverhaal, dat een waarschuwing wil zijn voor het mannelijke publiek: wees een vent, maak je vertrouwd met de listen der vrouwen, en bedenk dat een gearrangeerd huwelijk zo gek niet is!
Is dat hierboven nou de beroemde Arabische poëzie? Welnee, het zijn maar rijmpjes, in mijn vertaling net zo goed als in het origineel. Deze verzen zijn slechts afgietsels van de kunstvolle liefdespoëzie. De eersterangs poëzie zullen de vertellers van Duizend-en-één-nacht misschien niet gekend hebben, en de hoorders nog minder. Maar de verteller heeft wel begrepen dat je met poëzie je hachie kunt redden, en hij heeft haar goed geïntegreerd in het verhaal en een eigen rol gegeven.
De levensreddende werking van literatuur is het alomvattende motief van de Duizend-en-één-nacht. We kennen het van Sjahrazaad, die zich redt door een boze koning iedere nacht een verhaal te vertellen, en in dit verhaal zit het dus ook. Aziz sterft net niet, maar zijn leven is kapot. Hoe had hij kunnen leren met vrouwen om te gaan? Via de liefdespoëzie, die Aziza hem vergeefs probeerde bij te brengen. De literatuur gaat immers aan het leven vooraf. Had Aziz de tekenen begrepen en de gedichten gekend, dan had hij een man kunnen zijn.

BRON:
De vertellingen van duizend-en-één-nacht. Vert. Richard van Leeuwen, ill. Jean-Paul Franssens, deel 3/4, Amsterdam (Uitg. Bulaaq) 1998, blz. 229–270. Welke Arabische uitgave moet je hebben? Er komt er maar één in aanmerking: die van Bulaaq 1252, dat is 1835 in de christelijke jaartelling! Niet dat die zo goed is, maar hij is beter dan nieuwere, vooral omdat er tegenwoordig vaak gecensureerd wordt. Die oude uitgave is meermalen heruitgegeven, als fotocopie van het origineel.

Terug naar Inhoud