De liefdesdood van Ibn Dawud

Ibn Dawud, voluit genoemd Abū Bakr Muhammad ibn Dāwūd al-Isbahānī (868–910), zou aan onvervulde liefde zijn gestorven. Daarover bestaat een anekdote, waarvan ik drie varianten heb gevonden.

De klassieke, of liever gezegd: meest geciteerde versie noem ik Versie 1:
[Lange  isnad …] – van Ibrāhīm ibn ‘Arafa Niftawayh: Ik bezocht Muhammad ibn Dāwūd al-Isbahānī gedurende het ziekbed waaraan hij is gestorven, en vroeg hem:
– Hoe voel je je nu?
Hij antwoordde:
– De liefde voor je-weet-wel-wie heeft mij in de toestand gebracht die je ziet.
– Wat heeft je belet van hem te genieten zolang dat nog kon?
– Het genieten heeft twee kanten: de verboden wellust en het toegestane kijken. Dat laatste heeft me in de toestand gebracht die je ziet. En van de verboden wellust heeft mij de hadith afgehouden die mijn vader mij heeft overgeleverd van Suwayd [… volgt isnad die teruggaat tot] – de Profeet: ‘Wie hartstochtelijk liefheeft, het verbergt, kuis blijft en daarin volhardt, die schenkt God vergiffenis en die voert hij in het paradijs binnen.’
Daarop droeg hij enige verzen voor van zijn eigen hand:

  • Kijk naar de tover in zijn ogen,
  • kijk naar de zwartheid in zijn lome blik.
  • Kijk naar de haartjes op zijn wang,
  • verstrooid als mieren kruipend op ivoor.

en eveneens:

  • Wat hebben ze tegen het zwart op zijn wangen
  • terwijl ze bloeiende takken niets verwijten?
  • Als het zwart op zijn wangen een schande is,
  • zijn oogleden dat ook voor de ogen. 1

Ik zei tegen hem:
– Je gebruikt je dus geen analogieën in het recht, maar wel in de poëzie?
– Ja, daartoe ben ik gekomen door het bedwingen van de hartstocht en het beheersen der lust.
Hij stierf nog in diezelfde nacht, of op de dag daarna.2

Versie 2. Een variant op hetzelfde verhaal gaat als volgt:
Al-Marzubānī zegt […] – Tussen Abū ‘Abdallāh Niftawayh en Muhammad ibn Dāwūd al-Isbahānī bestond een hechte genegenheid en een volmaakt eerlijke gehechtheid. Ibn Dāwūd  was verliefd op Abū al-Husayn Muhammad ibn Djāmiʿ al-Saydalānī, wat tot zijn dood leidde.
Ibn ‘Arafa Niftawayh heeft gezegd: Ik bezocht hem gedurende het ziekbed waaraan hij is gestorven, en vroeg hem:
– Wat is er met u, mijn heer?
Hij antwoordde:
– De liefde voor je-weet-wel-wie heeft mij in de toestand gebracht die je ziet.
– Wat belet je van hem te genieten zolang je nog kan?
– Het genieten is het in twee soorten: één verboden en één toegestaan. Wat betreft de verboden soort, God beware mij daarvoor!, en de toegestane soort heeft mij in deze toestand gebracht.
Daarop zei hij: Suwayd [… volgt isnad die teruggaat tot] – de Profeet heeft gezegd: ‘Wie liefheeft, kuis blijft, het verbergt en dan sterft, die sterft als martelaar.’ Daarop verloor hij het bewustzijn, en toen hij weer bijkwam opende hij zijn ogen. Ik zei:
– Ik zie dat je hart nu rustiger klopt en je voorhoofd niet meer zo bezweet is; dat is een teken van goede gezondheid.
Maar hij hief aan en reciteerde:

  • Ik zeg tot mijn beide vrienden, die trachten mij te troosten
  • en die misleid zijn door mijn nu kalme voorhoofd:
  • ‘Zoek troost in volharding voor het verlies van je broeder,
  • begin maar met bidden en laat mij met rust.
  • Ik ben niet opgehouden te kreunen omdat mijn ziekte afneemt,
  • ik ben te zwak geworden om te kreunen.’ 1

Hij stierf nog in diezelfde  nacht; dat was in het jaar 297 [= 909 AD].
De mensen zeggen dat Niftawayh daaronder zeer leed, ontroostbaar was en een jaar lang geen bijeenkomsten hield. Na dat jaar verscheen hij weer en hield bijeenkomsten. Toen hij daarop werd aangesproken antwoordde hij: ‘Abū Bakr ibn Dāwūd heeft mij eens gezegd, toen wij discussieerden over het nakomen van de plichten der vriendschap: ‘Het minste dat iemand voor een vriend kan doen is rouw dragen3 gedurende één jaar, naar het vers van Labīd:

  • Tot een jaar; dan het woord: ‘Vaarwel!’
  • Wie een vol jaar weent is verontschuldigd.

Wij hebben dus een jaar om hem getreurd, zoals hij bedongen had.4

Versie 3:
Toen Ibn Dāwūd al op de rand van de dood was, kwam Ibrāhīm ibn ‘Arafa Niftawayh hem bezoeken en zei: ‘Abū Bakr,5 wat is dit, terwijl je toch kunt en je geliefde ook wil?’ Hij antwoordde: ‘Dit is de laatste dag van mijn leven in deze wereld. Moge God Mohammeds voorspraak verre van mij houden als ik ooit mijn broek open knoop voor iets verbodens. Mijn vader heeft mij heeft overgeleverd met een *isnad tot Ibn ‘Abbās : ‘Wie hartstochtelijk liefheeft, het verbergt, kuis blijft en daarin volhardt en dan sterft, sterft als een martelaar en God voert hem het paradijs binnen.’6

——

Ik moet U teleurstellen: dit sterfbed heeft zo niet plaats gevonden. De anekdote is volgeladen met motiefjes uit Ibn Dawuds boek Kitāb al-Zahra en met opvattingen over juridische zaken die van hem bekend waren.
Zo lang je nog kon: ‘Wie van verboden handelingen wordt afgehouden door zijn onvermogen ze te doen verdient geen dank,’ zegt Ibn Dawud in zijn Zahra.7 Kuisheid zonder in staat te zijn tot het tegendeel is dus ook niet zedelijk waardevol.
De toegestane blik kan een juridische mening van Ibn Dāwūd zijn geweest. Terwijl de meeste rechtsscholen één, hoogstens twee maal een toekomstige huwelijkspartner in het gezicht zien voor geoorloofd houden, zou Ibn Dāwūd dit altijd voor geoorloofd hebben gehouden. Het zou kunnen, maar het kan ook zijn dat dit standpunt is gedistilleerd uit zijn Kitāb al-Zahra, waar de functie van de blik in de liefde uitvoerig wordt behandeld. Reeds de titel van het eerste hoofdstuk luidt: ‘Veel aankijken leidt tot lang zuchten’.8
De wellust met andere personen dan een huwelijkspartner of slavin is volgens de sharia-geleerden verboden, hoewel in die tijd niemand zwaar tilde aan seks met een man of opgroeiende jongeling. Of Ibn Dāwūd daar bij uitzondering wél zwaar aan tilde is niet bekend. Waarschijnlijker is dat de verteller door te verwijzen naar het verboden karakter van zijn liefde de zaak wat pikanter wilde maken. In Versie 3 wordt de wellust wel erg grof aangeduid (‘… broek openknoop’). Zoiets komt in dit soort literatuur normaal niet voor.
Zeer voor de hand lag het gebruik van de beroemde liefdeshadith (hadīth al-‘ishq) die de kuisheid propageert, omdat die door Ibn Dāwūd zelf (in een iets andere versie) in zijn Kitāb al-Zahra is verbreid. Ook hierom moet hij beroemd zijn geweest. De titel van het hoofdstuk waarin hij de liefdeshadith citeert luidt: ‘Een verfijnd man dient kuis te leven.’ 9
In die hadith kwam tevens het motief geheimhouding aan de orde. In bovenstaande anekdote vinden we de geheimhouding terug in de woorden: ‘Mijn liefde voor je-weet-wel-wie’. In versie 2 wordt weliswaar de naam van de geliefde genoemd, maar dat is in het voorwerk; niet in de eigenlijke anekdote.
Poëzie op het sterfbed. Voor het sterven moet er nog wat poëzie worden voorgedragen, zoals bij ons in de opera een stervende met zijn laatste adem nog graag een aria zingt. De gedichtjes lijken niet op de poëzie die we elders van Ibn Dāwūd lezen. De vertellers hebben zomaar wat versjes ingevoegd; in de beide versies verschillende. Jonge jongens met beginnende baardgroei worden in de Arabische poëzie vaak bezongen, maar bij Ibn Dāwūd niet.
Analogie. Het ziekenbezoek komt tot een scherpzinnige analyse: terwijl Ibn Dāwūd bekend stond om het niet gebruiken van de analogie in het recht, deed hij dat kennelijk wel in de poëzie, althans in dit ‘citaat’. Men kan het lezen als kritiek op Ibn Dāwūds afwijzing van de analogie (qiyās) in het recht.
De liefdesdood wordt vreemd genoeg aanbevolen in het Kitāb al-Zahra, in een vers van ‘een tijdgenoot’ dat van Ibn Dāwūd zelf zou kunnen zijn:

  • Geef je zelf de schuld, en niet de rijdieren
    En sterf van smart, want voorzichtigheid is passend.10

Het is bedoeld als literaire kritiek: een traditionele liefdesdichter geeft er de rijdieren de schuld van dat ze met zijn lief zijn weggereden en zij nu ver weg is. Maar een minnaar die werkelijk lijdt onder de scheiding moet niet zeuren over verlaten tentenkampen of vertrekkende kamelen, maar consequent zijn en liever sterven!
Rouw gedurende een jaar: het vers van Labīd wordt ook in het Kitāb al-Zahra geciteerd en besproken.11 Het zal vandaar zijn weg naar deze anekdote gevonden hebben.

NOTEN
1. Poëzie poëtisch vertalen kan ik helaas niet.
2. al-Khatīb al-Baghdādī, Ta’rīkh Baghdād, Cairo @ v, 262

أخبرني أبو الحسن بن أيوب بن الحسين بن أيوب القمي – إملاء من حفظه – حدثنا أبو عبيد الله المرزباني وأبو عمر بن حيويه وإبو بكر بن شاذان قالوا: حدثنا أبو عبد الله إبراهيم بن محمد بن عرفة النحوي – نفطويه – قال: دخلت على محمد بن داود الإصبهاني في مرضه الذي مات فيه فقلت له: كيف تجدك؟ فقال: حب من تعلم أورثني ما ترى. فقلت: ما منعك من الاستمتاع به مع القدرة عليه؟ فقال: الاستمتاع على وجهين؛ أحدهما النظر المباح، والثاني اللذة المحظورة. فأما النظر المباح فأورثني ما ترى، وأما اللذة المحظورة، فإنه منعني منها ما حدثني به أبي حدثنا سويد بن سعيد حدثنا علي بن مسهر عن أبي يحيى القتات عن مجاهد عن ابن عباس عن النبي ص أنه قال:  من عشق وكتمه وعفّ وصبر غفر الله له وأدخله الجنة. ثم أنشد لنفسه: [من البسيط]
أُنْظُرْ إلَى السِحْرِ فِي لَوَاحِظِهِ * وَانْظُرْ إلَى دَعَجٍ فِي طَرْفِهِ السَّاجِي
وَانْظُرْ إلَى الشَّعَرَاتِ فَوْقَ عًارِضِهِ * كَأَنّهُنَّ نِمالٌ دَبَّ فِي عَاجِ
وأنشد لنفسه: [من الخفيف]
مَا لَهُمْ أَنْكَرُوا سَوَادًا بِخَدَّيْــــــــهِ وَلاَ يُنْكِرُونَ وَرْدَ الغُصُونِ
إنْ يَكُنْ عَيْبُ خَدِّهِ بَدَدُ الشَـــــعْرِ ، فَعَيْبُ العُيُونِ شَعرُ الجُفُون
فقلت له: نفيت القياس في الفقه وأثبتّه في الشعر! فقال: غلبة الهوى وملكة النفوس دعوا اليه. قال: فمات في ليلته أو في اليوم الثاني.

3. Tasallub: een woord dat meestal van vrouwen wordt gebezigd.
4. Yāqūt, Irshād  al-arīb ilā ma‘rifat al-adīb, ed. D.S. Margoliouth, 7 dln, London 1923-31,  i, 308–310.

قال المرزباني […] وكان بين أبي عبد الله نفطويه وبين محمد بن داود الاصبهاني مودة أكيدة وتصافٍ تام. وكان ابن داود يهوى أبا الحسين محمد بن جامع الصيدلاني هوًي أفضى به الى التلف.
وقال ابن عرفة نفطويه: فدخلت عليه في مرضه الذي مات فيه. فقلت: يا سيدي ما بك؟ فقال: حب من تعلم أورثني ما ترى. فقلت: ما يمنعك من الاستمتاع به مع القدرة عليه؟ فقال: الاستمتاع نوعان: محظور ومباح. أما المحظور فمعاذ الله منه، وأما المباح  فهو الذي صيّرني الى ما ترى. ثم قال: حدثني سويد بن سعيد الحدثاني عن أبي يحيى القتات عن مجاهد عن ابن عباس أن النبي ص قال: من حبّ فعفّ وكتم ثم مات مات شهيدًا. ثم غُشي عليه ساعة وأفاق ففتح عينيه، فقلت له: أرى قلبك قد سكن، وعرق جبينك قد انفطع، وهذا أمارة العافية فأنشأ يقول: [من الوافر]
أَقُولُ لِصَاحِبَيَّ وَسَلَّيَانِي * وَغَرَّهُمَا سُكُونُ حِمَى جَبِينِي
تَسَلَّوْا بالّتَعَزِّي عَنْ أَخِيكُمْ * وَخُوضُوا فِي الدُّعَاءِ وَوَدَّعُونِي
فَلَمْ أَدَعِ الْأَنِينَ لِضَعْفِ سُقْمٍ * وَلَكِنِّي ضَعُفْتُ عَنِ الْأَنِينِ
ثم مات في ليلته، وذلك في سنة سبع وتسعين ومائتين. فيقال إن نفطويه تفجّع عليه وجزع جزعًا عظيمًا، ولم يجلس للناس سنةً كاملةً، ثم ظهر بعد السنة وجلس. فقيل له في ذلك فقال: إن أبا بكر بن داود قال لي يومًا، وقد تجارينا حفظ عهود الأصدقاء، فقال: أقلّ ما يجب للصديق أن يتسلّب على صديقه سنةً كاملةً، عملاً بقول لبيد: [من الكامل]
إلَى الْحَوْلِ ثُمَّ اسْمُ السَّلاَمِ عَلَيْكُمَا * وَمَنْ يَبْكِ حَوْلاً كَامِلاً فَقَدِ اعْتَذَرْ
فحزنّا عليه سنةً كما شرط.

5. Dat is Ibn Dāwūd. Al-Safadī, al-Wāfī bil-wafayāt, dl. iii, ed. Sven Dedering, Damascus 1953, 59–60:

دخل على ابن داود ابراهيم بن (محمد) نفطويه وقي ضنى على فراشه فقال له: يا أبا بكر ما هذا مع القدرة والمحبوب مساعد؟ فقال: أنا في آخز يوم من أيام الدنيا لا أنالني الله شفاعة محمد ص إن كنت حللت سراويلي على حرلم قط. حدثني أبي العباس: قال رسرل الله ص: من عشق فكتم وعفّ وصبر ثم مات مات شهيدا وأدخله الله الجنة.

7. Zahra i, 72  .لأن من منعه من اتيان المنكر عجزه عنه لم يُشكر
8. Zahra i, 8 .من كثرت لحظاته دامت زفراته
9. Zahra i, 66 .من كان ظريفًا فليكن عفيفًا
10. Zahra i, 219 .فَنَفْسَكَ لُمْ وَلاَ تَلُمْ المَطَايَا * وَمُتْ أَسَفًا فَقَدْ حَقَّ الحِذَارُ
11. Zahra ii, 82.

Diacritische tekens: Nifṭawayh, Muḥammad, al-Iṣbahānī, al-Ḥusayn, al-Ṣaydalānī, ḥadīth, al-Khaṭīb, al-Ṣafadī

MUHAMMAD IBN DAWUD AL-ISBAHANI: Startpunt:
Hadith bij Ibn Dawud: Hadith.
Islamitisch recht bij Ibn Dawud. De wijn in het paradijs
Graeco-Arabica bij Ibn Dawud. Liefdestheorie: Verliefdheid als ziekte. Liefde als doodsoorzaak. Platonische liefde.

Terug naar Inhoud