Mohammed en Aisha: was de profeet getrouwd met een kind?

Bladzijde vier
.
Islamitische argumenten tegen Aisha’s jonge huwelijksleeftijd
Moslims gaan er vaak vanuit dat hetgeen in hadithen wordt verteld letterlijk waar, resp. echt zo gebeurd is, en daarom moeten zij soms heel wat moeite doen om zich van een hadith te bevrijden die een voor hen ongewenste inhoud heeft.
.
Habib-ur-Rahman Siddiqui Kandhalvi heeft in تحقيق عمر عائشه Taḥqīq-e ‘omr-e ‘Ā’isha, Karachi 1997, vierentwintig argumenten opgevoerd die moslims moeten helpen bij het niet geloven van de hadith die mededeelt dat Aisha als heel klein meisje door de profeet is ontmaagd. Sommige zijn naïef, andere te ingewikkeld; in elk geval zijn er meer dan genoeg. De auteur ontleende blijkbaar veel energie aan zijn hekel aan Sjiïeten, die traditioneel met modder gooien naar Aisha; dat laat ik hier maar zitten. Van het boekje bestaat een miserabele Engelse vertaling, waarin ook nog eens de helft van de Arabische namen verkeerd geschreven is; download hier.
.
Bij een aantal argumenten komt wat rekenwerk kijken, en de jaartallen zijn lastig. In het onderstaande zal ik me van de in Europa gangbare jaartallen bedienen, hoewel het islamitische maanjaar twaalf dagen korter is dan het hier gangbare zonnejaar. Ik ben niet zo goed in rekenen en maak vast fouten, maar de hoofdlijnen van Kandhalvi’s argumenten worden duidelijk.
.
Belangrijke jaartallen volgens de gangbaarste overlevering, omgerekend naar de Common Era:
610 Mohammeds roeping tot het profeetschap
613 Mohammeds eerste openbare optreden
615 Emigratie van een groep moslims naar Ethiopië
620 Huwelijk van Aisha als zesjarig meisje met Mohammed
622 De Emigratie (hidjra) van de Profeet en de zijnen van Mekka naar Medina
623 Voltrekking van het huwelijk met Aisha als negenjarig meisje
624 Slag bij Badr
625 Slag bij Uḥud
632 Dood van de profeet
.
Kandhalvi begint met algemene ‘argumenten’ en argumentatie op basis van hadithen en hadithwetenschap:
1. Iets wat zó tegen de menselijke natuur ingaat zou de edelmoedige profeet nooit gedaan hebben. Bovendien zouden zijn vijanden hem erom bespot hebben.
.
2. Een hadith met een inhoud die in strijd is met het gezond verstand is vals. Dat zei reeds Ibn al-Djawzī (1126–1200).
.
3. In Arabië en andere warme landen is het huwelijk met een kind nooit de gewoonte geweest; anders haddden we er wel van gehoord. Integendeel: áls het een keertje voorkomt, staat in de krant dat XY een negenjarig meisje heeft verkracht en het meisje daarbij gestorven is, en dat wordt uiteraard in de hardste bewoordingen veroordeeld.
.
4. De uitspraak over Aisha’s huwelijksleeftijd wordt soms aan haar zelf toegeschreven, soms aan haar neef ‘Urwa ibn al-Zubayr. Het is geen uitspraak van de profeet en heeft daarom niet zo’n hoge status; een moslim is niet verplicht er geloof aan te hechten.
.
5. Een eeuwenoude islamitische manier om van een ongeliefde Traditie af te komen is aan te tonen, dat deze zwak overgeleverd is, met andere woorden: dat de isnād (overleveringsketen) niet deugt. Bij Kandhalvi lezen we dat in de overleveringsketens van de Aisha-hadith Hishām ibn ‘Urwa een zwakke schakel vormt. Maar in de vrijwel ‘canoniek’ geworden hadithverzamelingen van Bukhārī en Muslim staan heel veel overleveringen van deze Hishām; deugen die dan allemaal niet? Volgens Kandhalvi, in navolging van enige biografische lexica, was het materiaal van Hishām betrouwbaar toen hij nog in Medina woonde, maar toen hij naar Iraq verhuisde heeft hij alleen nog maar onzin gepraat: volgens sommigen om nieuwe broodheren naar de mond te praten, volgens anderen omdat hij al oud en in de war was en zijn geheugen achteruitgegaan was.
.
6. Alle overleveraars die de hadith van Hishām gehoord zouden hebben zijn Irakezen en die zijn onbetrouwbaar, nota bene volgens Hishām zelf, toen hij nog in Medina was: ‘Als een Irakees je duizend hadithen overlevert, gooi er dan negenhonderdnegentig weg en koester twijfel over de rest!’ 12 Maar nogmaals: ook Hishām zelf was onbetrouwbaar sind hij in Irak was.
.
7. Volgens een hadith heeft Aisha verteld dat zij, toen soera 54 van de koran werd geopenbaard, een meisje (djāriya) was dat speelde.13 Het is bekend dat die soera in 614 werd geopenbaard. Dus als Aisha toen al groot genoeg was om die soera te onthouden en met andere meisjes te spelen moet zij tenminste zeven zijn geweest en in 608 geboren zijn, wat haar in 623 oud genoeg maakt voor de huwelijksvoltrekking.
.
8.‘Toen ik enig benul van mijn leeftijd had,’ zou Aisha hebben gezegd, ‘waren mijn ouders al moslim en de profeet kwam iedere dag naar ons huis, ’s morgens en ’s avonds.’14 Bovendien had zij bepaalde andere vroege islamitische gebeurtenissen bewust meegemaakt en zich herinnerd. Dat wijst op een gebooortjaar ruim voor 614.
.
9. Usāma ibn Zayd ibn Ḥāritha was als kind eens gevallen en had een bloedneus. De profeet vroeg aan Aisha zijn gezicht een beetje schoon te maken. Aisha walgde bij het idee; volgens één variant zei ze: ‘Ik heb geen kinderen heb geen ervaring met zulke dingen.’ Toen deed de profeet het zelf maar.15 Het antwoord van Aisha past eigenlijk alleen in de mond van een meisje dat kinderen had kunnen hebben en hoe dan ook een stuk ouder was dan het jongetje. Welnu, bekend is dat Usāma achttien (variant: twintig) jaar oud was toen de profeet in 632 overleed, en dus in 610 of 612 geboren is. Aisha moet dus enkele jaren daarvoor geboren zijn en had de puberteit op haar huwelijksdag allang achter de rug.
.
10/11. Volgens andere hadithen is Aisha aanwezig geweest bij de Slag bij Badr in 624 en die van Uḥud in 625. Dat is niet erg waarschijnlijk als ze toen tien of elf jaar oud was. Veertienjarige jongens die wilden meevechten werden afgewezen: de minimum leeftijd voor het deelnemen aan veldslagen was vijftien jaar. Zij kan dus niet in 623 als negenjarige zijn ontmaagd.

Tot zover enkele argumenten op grond van hadithen, die in de ogen van de meeste moslims geschiedschrijving zijn. Nu volgen enkele argumenten uit de profane geschiedschrijving, die voor moslims minder religieus gezag heeft, maar voor niet-moslims juist een tik geloofwaardiger overkomt.
.
12. Aisha’s halfzuster Asmā’ was tien jaar ouder dan zij. Welnu, Asmā’ stierf op honderdjarige leeftijd in 695. Bij de emigratie was zij ongeveer achtentwintig jaar oud, en Aisha dus ongeveer achttien. Als Aisha één jaar na de emigratie trouwde had zij dus de huwbare leeftijd ruimschoots bereikt.
.
13. Volgens de historicus al-Ṭabarī had Abū Bakr vier kinderen van twee vrouwen, alle geboren in de preïslamitische tijd (djāhilīya). Deze eindigde met het begin van het profeetschap in 610. Zelfs als Aisha slechts één jaar daarvoor was geboren zou ze bij haar huwelijksvoltrekking al oud genoeg zijn geweest.
.
14. De biografie van de Profeet door Ibn Isḥāq bericht dat Aisha ‘als klein meisje (wa-hiya yawma’idhin ṣaghīra)’ als een van de eersten tot de islam overging, nog voordat ‘Umar zich bekeerde, dus in ± 610.16 Dat kan zij niet als baby hebben gedaan; zij moet daartoe tenminste hebben kunnen lopen en praten en dus enkele jaren oud geweest zijn. Dan had ze bij de huwelijksvoltrekking in 623 zeker de puberteit bereikt.
.
15. Aisha’s vader had haar volgens de historicus al-Ṭabarī al in 614 of 615 aan iemand anders beloofd. Daar is toen niets van terecht gekomen, maar als zij toen reeds huwbaar was moet ze in 623 ruimschoots oud genoeg geweest zijn.
.
16. Een vrouw stelde de profeet na de dood van zijn vrouw Khadīdja voor dat hij zou hertrouwen. Ze had twee suggesties voor hem: een weduwe (thayyib), te weten Sawda bint Zam‘a en een maagd (bikr): Aisha. Maar het woord bikr wordt niet van een klein meisje gebruikt; dat zou je djāriya noemen.
.
17. Nadat Aisha na de hidjra uit Mekka naar Medina was overgebracht vroeg Abū Bakr, haar vader: en wanneer wordt er nu getrouwd? Dat aandringen ligt niet voor de hand als Aisha toen pas acht jaar oud was.
.
18. Een vrouw mag niet uitgehuwelijkt worden zonder haar toestemming. Om die te geven moest zij meerderjarig zijn. Aisha kan dus bij haar huwelijksvoltrekking niet minderjarig geweest zijn.
.
19. Na de Emigratie naar Medina werden veel Emigranten ziek, omdat ze niet tegen het klimaat konden. Ook in de familie van Abū Bakr waren er zieken. Aisha zou haar vader hebben verpleegd. Maar dat is onwaarschijnlijk als ze toen acht jaar oud was, terwijl er genoeg oudere vrouwen aanwezig waren.
.
20. Aisha had een grote kennis van poëzie, genealogie en geschiedenis, die ze voor haar huwelijk had opgedaan bij haar vader. Hoe had ze dat ooit als klein meisje voor elkaar gekregen?
.
22. Bashār ibn ‘Aqraba verloor zijn vader in de slag bij Uḥud (625). De profeet zei tegen hem: ‘Ben je er niet tevreden mee dat ik je vader ben en Aisha je moeder?’17 Die uitspraak zou onzin geweest zijn als Aisha op dat moment een meisje van elf geweest was.
.
23. In het preïslamitische Arabië waren huwelijken met zo kleine meisjes niet gebruikelijk, en in de islamitische tijd ook niet. Dat zou ook dom zijn geweest, want een zo jong meisje kan nog geen zuigeling verzorgen. Ook de dochters van de profeet en van andere beroemde gezellen van de profeet werden pas uitgehuwelijkt toen ze ouder waren.
.
24. Ook de islamitische consensus (idjmā‘) voorziet niet in een huwelijk van een zo jong meisje. 

Veel van deze argumenten zijn in de ogen van niet-moslims gebrekkig, omdat zij niet in de bruikbaarheid van hadith als historische bron voor geschiedschrijving kunnen geloven. Wie niet gelooft dat de koran geopenbaard is, gelooft ook niet dat een bepaalde soera in een bepaald jaar werd geopenbaard (nr. 7). Argumenten uit het islamitisch recht (sharī‘a; nr. 10/11, 18 en24) gelden niet, omdat dit recht eerst geruime tijd later tot stand kwam. In nr. 5 wordt de hadith afgeschoten met een beroep op de onbetrouwbaarheid van de overlevering. Dit wordt wel vaker toegepast en helaas altijd ad hoc; nooit wordt eens systematisch gekeken of het systeem van de isnaden als geheel wel deugt. Een overleveraar voor een deel accepteren en voor een deel niet, dat ruikt naar geschipper en geknoei.
 Bovendien blijft bij een gedeeltelijke afwijzing van de overleveraar Hishām ibn ‘Urwa problematisch, dat de afgewezen teksten wel in de verzamelingen van Bukhārī en Muslim staan, die geacht worden alléén hadithen met een loepzuivere isnad te bevatten. Hoe is het voorkomen van zwakke hadithen in die verzamelwerken dan te verklaren? Ongewild ondergraaft een welmenende moslim zo het islamitische fundament. Overigens valt op, dat de jaartallen die hier en daar genoemd worden, niet met elkaar overeenstemmen. Het is niet mogelijk de leeftijd van Aisha bij haar huwelijk precies vast te stellen; integendeel, we zien dat de de bronnen over het algemeen een potje maken van de historische betrouwbaarheid.

Voor de moderne geschiedvorsing is zo’n boekje als van Kandhalvi van geen belang. Maar het is zéér interessant om toe te zien, hoe moslims erin slagen ongewenste hadithen succesvol te ontkrachten, met behulp van ‘niet-westerse’ argumenten, die hen niet dwingen hun geloofssysteem te verlaten of te vernietigen. Als dat met één onderwerp mogelijk is kan het met andere ook. Zo zouden zij dus eindelijk kunnen uitvoeren wat de Egyptische ‘hervormer’ Muḥammad ‘Abduh (1849–1905) al wilde, namelijk de meeste hadithen van hun gezag beroven. Polygamie, drankverbod, renteverbod, de afzondering van de vrouw: met een wat ouderwetse, intern-islamitische tekstwetenschap zou het allemaal op de schop kunnen. Zo veel werk is het niet eens.
Blijft de vraag: welke hadithen zijn nog meer ongewenst? Voor ‘Abduh waren dat álle hadithen die niet direct met de cultus en de geloofsleer te maken hadden (zie ook hier). Te verwachten is dat moslims in onze tijd er wat meer zullen willen behouden, uit vrees voor identiteitsverlies en al te onafhankelijke vrouwen.

Het onvoorwaardelijke geloof aan Aisja’s ontmaagding als kind blijft voortaan gereserveerd voor strakke fundamentalisten én islambashers. Die weten het zeker: ze was negen!

NOTEN @is nog een rommeltje@
12. Kandhalvi verwijst niet naar ene bron, maar citeert: إذا حذثك العراقي بألف حديث فألق تسع مائة وتسعين وكن من الباقي في أشك.
13. Bukhārī, Manāqib al-anṣār 45: لم أعقل أبوي قط الا وهما يدينان الزين ولم يمر علينا يوم الا يأتينا فيه رشول الله ص طرفي النهار بكرة وعشية.
14.
15.
16.  Ibn Isḥāq, Sīra, uitg. F. Wüstenfeld, 163; vert. Guillaume 116. Ibn Isḥāq was ook historicus en heeft eigenlijk geen religieus gezag, maar voor veel moslims is zijn boek toch bijna heilig. Het dateert van ± 760; zie verder hier.
17. Kandhalvi heeft geen bronverwijzing. Bashar ibn ‘Aqraba al-Djuhanī word met de betreffende anecdote vermeld in Ibn Ḥadjar al-‘Asqalānī, al-Iṣāba fī tamyīz aṣ-ṣaḥāba, uitg. ‘Alī Muḥammad al-Badjāwī, Cairo 8 dln., z.j., i, 671. Naast Bashar kom took de naamsvariant Bashīr vor. مر بي النبي ص وأنا أبكي، فقال لي: أسكت، أما ترضى أن أكون أنا أباك وعائشة أمك؟ قلت: بلى.

Diakritische tekens: Ḥabib-ur-Raḥman, Taḥqīq-e ʿomr-e ʿĀʾisha, qiṣṣa, Ṭalḥa, Fāṭima, Muṣʿab, al-Ḥārith, al-Sunḥ, Nikāḥ

Terug naar Hadith: startpunt     Terug naar Inhoud