Vasten in ramadan

Vasten in ramadan is niets voor mij, gewoon omdat ik geen moslim ben. Als arabist heb ik wel het vasten van anderen meebeleefd, zowel in de Arabische landen als in Europa.

Toen ik in 1971 voor het eerst in Egypte kwam, met een stipendium voor Cairo University, was het juist ramadan, en ik was erop voorbereid: er zou overdag niets te eten en te drinken zijn en het openbare leven zou maar langzaam en slechtgehumeurd voortgang vinden. Maar tot mijn verbazing aten en dronken mijn nieuwe vrienden in Cairo ongeremd. Toen ik een keer vroeg: ‘Vasten jullie niet?’ kreeg ik een schaterlachend antwoord: ‘Hahaha, nee, wij toch niet!?’ Men legde mij uit dat vasten eerder iets voor onderontwikkelde en arme mensen was; niet voor intellectuelen. Inderdaad zag ik op mijn lange wandelingen door de stad in de armere wijken veel vastende mensen. In Bulaq bij voorbeeld, waar de altijd zeer drukke 26-Julistraat tegen de avond bijna leeg was. Op de stoep zaten mensen met iets te eten in de hand, dat zij echter pas na het kanonschot tot zich zouden nemen. Was het een kanon? ik weet het niet meer; in ieder geval geen echt kanon, het signaal kwam via de radio. Dan werd het plotseling heel stil; de mensen concentreerden zich op hun spijs en drank, en even later werd de stad wakker en steeds vrolijker. Natuurlijk heb ik wel mee gedaan  met de feeststemming ’s avonds en van de lekkernijen gegeten. De oude stad van Cairo was destijds nog niet helemaal kapot; bij het feestelijke kunstlicht zag zij er zelfs sprookjesachtig en verleidelijk uit. Vooral in straten als al-Darb al-Ahmar was het op ramadanavonden goed toeven.

Aan de universiteit was de sfeer erg ontspannen, hoewel er ook toen al vrome studenten waren. Dat merkte ik pas na ramadan, toen ik een keer niet kon slapen en in de ochtendschemering over de campus wandelde. Toen ontdekte ik inderdaad een gebedsruimte, waar studenten zich aan het morgengebed wijdden. Die kwamen van het platteland, werd mij uitgelegd. De studenten uit de stad die ik had leren kennen waren helemaal niet religieus; velen wisten niet eens hoe ze het gebed moesten verrichten. De Saoedisch geïnspireerde vroomheid kwam pas na 1976 in Egypte aan, tegelijk met de Sony-luidsprekers die de vrome teksten zeer luid rondbazuinden.

Jaren later was ik eens in Marokko tijdens de ramadan. In Tetuan was het terras van het grote café bijna leeg. Slechts enkele mensen zaten daar te kletsen of de krant te lezen; gedronken werd er niets. Ook ik ging daar zitten, niet omdat ik iets te drinken verwachtte, maar omdat je daar prettig kon zitten. Er verscheen echter toch een kelner om mijn bestelling op te nemen; blijkbaar werden niet-moslims wel bediend. Maar het leek me geen goed idee om te midden van die dorstige mensen iets te drinken. Voor hen was het immers een kwelling geweest dat mee aan te zien. Ik zag dus van een bestelling af. Moeilijk viel me dat niet; de waterleiding in het hotel was immers niet  afgesloten. Tot mijn verrassing werd dit kleine gebaar zeer gewaardeerd: men kwam mij de hand schudden, ja zelfs omarmen.

Maar ook in Marokko nam niet iedereen dat vasten zo serieus. In het frivole Rabat leerde ik iemand kennen die in ramadan als kleine tegemoetkoming in plaats van whisky alleen nog maar bier dronk. Zoals alle handelingen wordt hopelijk ook deze ‘naar de intentie’ beoordeeld. Aan het strand vroeg een jongeman mij een pakje sigaretten voor hem te gaan kopen; hij zelf mocht het niet. In Fez logeerde ik in een luxe hotel met zwembad. Na de middag ging ik vaak zwemmen en had dan het hele bassin voor mij alleen; waarom begrijp ik tot heden niet. De kelner daar had dus niets te doen. We raakten in gesprek en hij vertelde dat hij tegen vieren weer in actie moest komen, want dan moesten de iftar-maaltijden op de kamers worden gebracht. Om vier uur ging de zon nog lang niet onder, maar vooral de Saoedische gasten drongen aan op tijdige levering van de iftar, dat die maar vast klaarstond. Wee hem, die er kwaad van denkt!

Veel meer ramadan heb ik in de Arabsiche landen niet meegemaakt. Ik ben er nog vaak genoeg geweest, maar plande mijn bezoeken toch altijd zo, dat ze niet in ramadan vielen.

Sinds enkele jaren horen we steeds, dat tegenwoordig het gevaar bestaat van vasten te dik te worden. Of dat in Europa ook het geval is? Mijn indruk van de moslims die ik hier ken is dat zij óf helemaal niet vasten, óf de zaak zeer serieus nemen. Ze hebben het vaak zwaarder dan in de Arabische wereld, omdat de zomerdagen hier langer duren en ze de ogen van de niet-moslimse meerderheid op zich gericht voelen. Wie het voor elkaar krijgt, zowel het langere vasten vol te houden als andersdenkenden niet te laten merken hoe zwaar dat valt, zal ook na zonsondergang wel de zelfbeheersing hebben om zijn bord niet te vol te laden.

Terug naar Inhoud