Mohammed: ezelrijder of kameelrijder?

Evenals zijn tijdgenoten zal de profeet Mohammed alle rijdieren hebben gebruikt die ter beschikking stonden en geschikt waren voor een bepaalde afstand: ezels, muilezels, paarden en kamelen.

Na een eerdere bijdrage over de muildieren van de profeet komen nu de ezels aan de beurt. Dezelfde Herbert Eisenstein, die de muildieren van de profeet heeft beschreven, heeft ook diens ezels bestudeerd.1
.
Ya‘fūr
In dezelfde geschenkzending die twee slavinnen en de muilezel Duldul bevatten, bevond zich ook een ezel genaamd ʿUfayr. Verder was er de ezel Ya‘fūr, die hem tesamen met een ander muildier werd geschonken door Farwa ibn ‘Amr. Net als bij de muildieren is de overlevering nogal in de war en worden beide ezels vaak door elkaar gehaald. Volgens een andere overlevering was Ya‘fūr een deel van de oorlogsbuit bij de verovering van de oase Khaybar in 628. Toen de profeet bij die gelegenheid naar zijn naam vroeg zou het dier zelf hebben geantwoord:

  • Ik ben Yazīd ibn Shihāb. God heeft uit de nakomelingschap van mijn voorouders zestig ezels voortgebracht, waarop alleen profeten reden. Ik hoop dat U op mij wilt rijden, omdat er van de nakomelingschap van mijn voorvader niemand meer over is, en van de profeten ook niemand behalve U.
Mohammed en Gabriël

Mohammed en Gabriël

Hij klaagde nog dat zijn vorige eigenaar, een jood, hem vaak sloeg, omdat hij opzettelijk struikelde als hij door hem bereden werd. De profeet gaf hem de nieuwe naam Ya‘fūr en reed vaak op hem. Hij kon hem ook gebruiken als hij een van zijn gezellen wilde laten komen. De ezel klopte dan met zijn kop aan diens huisdeur, waarop de bewoner naar buiten kwam en begreep dat de profeet hem bij zich wilde zien. Het dier zou in 632 na de afscheidsbedevaart van de profeet gestorven zijn. Volgens een nog mooier verhaal zou het op de sterfdag van de profeet van verdriet in een put gevallen zijn — of was het zelfmoord? In ieder geval is zijn sterven op die manier geladen met betekenis: zoals Mohammed de laatste in de reeks der profeten was, zo was Ya‘fūr de laatste profetische ezel.
.
De ezel als profetisch en messiaans rijdier
Een ezel is dus meer dan een rijdier, en vele teksten die Mohammed op een ezel laten rijden doen dat niet zomaar. De islamwetenschapper Suliman Bashear heeft over dit onderwerp een uiterst gedetailleerd artikel geschreven, waaruit ik graag zal putten.2
Al eeuwenlang was de ezel een profetisch rijdier geweest. Ook voor de uit islamitisch oogpunt oude ‘profeten’ Abraham, Mozes en Jezus was de ezel een normaal vervoermiddel. Maar bij de exegese van heilige schriften kunnen er altijd zinvolle verbanden worden gelegd. De auteur van het joodse geschrift Pirqe de Rabbi Eliezer3 bij voorbeeld ziet door de eeuwen heen slechts een en dezelfde ezel — die dus vrijwel onsterfelijk moet zijn geweest.4

  • In de ochtend stond Abraham vroeg op en nam Ismaël und Eliëzer en Isaak, zijn zoon, en zadelde de ezel. Deze ezel was de zoon van de ezelin, die in de avondschemering geschapen werd,5 zoals de Schrift zegt: In de ochtend stond Abraham vroeg op en zadelde zijn ezel […].Dat was ook de ezel waarop Mozes reed toen hij naar Egypte kwam […].7 En dezelfde ezel zal in toekomst door de zoon van David worden bereden, zoals geschreven staat: Juich, dochter Zions; jubel, Jeruzalem! Uw koning komt, een rechtvaardige en een helper; arm, en rijdende op een ezel, op een veulen, een ezelinnenjong. 8

De ezel is dus ook een messiaans dier: de zoon van David is immers de verwachte Messias. De Christenen zijn nog een stap verder gegaan. Voor hen was Jezus de Messias, die bij zijn intocht in Jeruzalem dan ook inderdaad op een ezel gereden moest hebben: Jezus zag een ezel staan en ging erop zitten, zoals geschreven staat: … [volgt ongeveer het vers uit Zacharia ].9

De vroege moslims hebben ijverig de bijbel gelezen en de daar aangetroffen verwijzingen naar de Messias of de Heilige Geest op Mohammed betrokken. Volgens hen moeten christen en joden dus uit hun Schrift geweten hebben dat Mohammed komende was, hoewel ze dat natuurlijk meestal loochenden. Was de bijbel dan van belang voor moslims? Jazeker! Zij of hun vaders waren ook christenen of joden geweest en ze vormden maar een kleine minderheid in de zee van hen die dat nog gebleven waren. Een hadith van de profeet beveelt uitdrukkelijk aan, van de joden over te leveren: haddithū ‘an Banī Isrā’īl. Bovendien namen de moslims bijbelverzen te baat in hun twistgesprekken met christenen en joden. Als de gebruikte teksten niet overeenstemden met de welbekende veranderden ze die — waarbij zij hunnerzijds natuurlijk meenden dat de joden en christenen ze vervalst of verdonkeremaand hadden.
.
De profeet als ezelrijder
Inderdaad bestaat er zoiets als een bijbelvers waarin Mohammed als ezelrijder wordt aangekondigd. Alleen moet u dat niet in de bijbel willen naslaan: het is honderd procent verzonnen, maar sluit in zijn vormgeving enigszins aan bij het hierboven geciteerde vers over de Zoon van David. Bashear10 heeft vier varianten ontdekt, waarvan ik alleen de makkelijkst verkrijgbare hier zal citeren:

  • […] Hij zal verschijnen in Mekka en deze stad [= Medina] zal de woonplaats van zijn hidjra zijn. Hij is de lachende, de dodelijke, die tevreden is met stukjes brood en een paar dadels, die op een ongezadelde ezel rijdt en rood in zijn ogen heeft; tussen zijn schouders is het Zegel des Profeetschaps en hij draagt een zwaard op zijn schouder […].11

.
De profeet als kameelrijder
Talrijker zijn de teksten waarin de verschijning van Mohammed als kameelrijder wordt aangekondigd. Ik citeer er maar één, omdat het anders te lang wordt. Een joodse tegenstander van Mohammed uit de Banū Nadīr herinnerde de joden eraan, dat ze een man met de volgende eigenschappen te verwachten hadden:

  • […] de lachende, de dodelijke, die rood in zijn ogen heeft, die uit het Zuiden komt, die op een kameel rijdt en een mantel draagt, die tevreden is met een stuk brood en zijn zwaard op zijn schouder heeft […]12

Waarom laat men de profeet eerst op een ezel en daarna op een kameel rijden? Als profeet stond Mohammed natuurlijk in dezelfde lijn als Jezus, maar misschien beviel diens messiaanse karakter de moslims niet. Hoewel Jezus in de koran ook Messias (masīh) wordt genoemd is volgens islamitisch geloof de masīh vooral degene die aan het einde der tijden komen zal om tesamen met de  Mahdī de Antichrist te verslaan. Dat wordt over Mohammed niet geloofd. Die was een normale mens, wordt niet voor de  masīh gehouden en moet dus ook geen trekken van deze vertonen.13
Een andere mogelijkheid is dat de auteurs van deze teksten het bescheidene van de ezel niet begrepen of waardeerden en een nobele kameel een profeet waardiger achtten dan een ezel.
Bovendien is de kameel een echt Arabisch dier en daarom passender. Er was ook een godgestuurde kamelin (al-nāqa al-ma’mūra) in Mohammeds leven: het dier waarop hij de hidjra van Mekka naar Medina heeft gemaakt en dat in Medina niet op de plek neerknielde die men hem aanwees, maar ergens waar het zelf besloot dat te doen — uiteraard op goddelijk bevel.
De vele ingewikkelde teksten over dit onderwerp zijn slecht te dateren, maar als de kameel-teksten inderdaad later zijn dan de ezel-teksten, dan heeft de wisseling van rijdier misschien te maken met de arabisering en ‘ontbijbeling’ van de vroege islam, waarover ik hier en hier al had geschreven.13  Een bijbels dier wordt door een echt Arabisch dier vervangen.

Mohammed en Jezus?

Mohammed en Jezus?

In veel teksten wordt zowel van een ezelrijder als van een kameelrijder gesproken. Volgens al-Fārisī (gest. 902), de auteur van een vroege verzameling profetenverhalen, was de bijbelse profeet Jesaja degene die voor voorzeggingen als de hierboven geciteerde verantwoordelijk was:

  • Er werd gezegd dat het Jesaja was, die de zaak van [de aankondiging van] Jezus en Mohammed was opgedragen. Hij zei tot Aelia, dat is een stad nabij al-Bayt al-Maqdis, genaamd Jeruzalem: ‘Verheug u, Jeruzalem: de ezelrijder zal tot u komen (d.i. Jezus); daarna zal de kameelman tot u komen (d.i. Mohammed).” 15

Hier worden in hetzelfde pseudovers uit Jesaja eerst Jezus en dan Mohammed aangekondigd, elk op een passend rijdier. Overigens staat er in Jesaja een echt vers, waarin met wat fantasie sprake is van een ezeldrijver en een kameelrijder: Ziet hij strijdwagens, met paarden bespannen, een troep ezels, een troep kamelen, laat hij dan toezien, nauwlettend toezien.16 Maar het daar voorkomende woord rèkèv , ‘troep ruiters’, werd door deze of gene ook als rokev ‘rijder, rijdend’ in het enkelvoud gelezen; het Hebreeuwse consonantenschrift laat dat toe. Dan zouden er inderdaad een ezelrijder en een kameelrijder aangekondigd zijn.

Er is een wilde woekering van nog veel meer teksten, die Bashear alle uitwerkt. Deze weinige dienen slechts als oriëntering in het onderwerp.

.
Umar als ezelrijder
Was de ezel als profetisch dier met Ya‘fūr uitgestorven, als messiaans dier heeft hij nog even voortgeleefd. ‘Umar, de tweede kalief (reg. 634–44), zou op een ezel van al-Djābiya op de Golanhoogten naar Jeruzalem gereden zijn. Nog afgezien daarvan dat hij waarschijnlijk nooit in Jeruzalem geweest is, is deze afstand zo lang dat een staatshoofd met een drukke agenda daarvoor nooit een ezel zou hebben gekozen. Er zijn inderdaad varianten van het verhaal volgens welke ‘Umar pas bij de Jordaan op een ezel zou zijn overgestapt. Een paard te nemen om indruk te maken op de Romeinen, zoals zijn entourage voorstelde, zou hij uit bescheidenheid uitdrukkelijk hebben geweigerd. De schrijvers van zulke ‘berichten’ zullen zeker het  messiaanse karakter van de ezel en van de intocht in Jeruzalem in hun hoofd hebben gehad. ‘Umar had immers de bijnaam Fārūq, in het Aramees parūqā, wat ‘verlosser’ betekent. ʿUmars rijdier wordt in ettelijke teksten besproken.17 Bij al-Tabarī vinden we tenslotte een compromistekst, volgens welke hij bij drie bezoeken aan Syrië op drie verschillende rijdieren zou hebben gereden: paard, kameel en ezel.18
.
Burāq
Tenslotte was er nog het rijdier Burāq, waarop Mohammed een hemelvaart (mi‘rādj) en een nachtelijke reis naar Jerusalem (isrā’) zou hebben gemaakt. Van dit dier bestaan beschrijvingen:

  • Burāq, het rijdier waarop de vroegere profeten hadden gereden en dat met iedere hoefslag zover kwam als zijn oog reikte, werd bij de profeet gebracht en hij werd erop gezet […].19

In de woorden van de profeet zelf:

  • […] Daar stond een wit rijdier, iets tussen een muildier en een ezel in, met vleugels aan zijn flanken waarmee het zijn achterpoten aandreef, terwijl het zijn voorpoten telkens neerzette tot waar zijn oog reikte. Daar zette hij mij op en hij voerde mij mee en bleef voortdurend dicht bij mij.
    Toen ik naar het dier toeliep om op te stijgen werd het schichtig. Djibrīl legde zijn hand op zijn manen en zei: ‘Schaam je je niet, Burāq, je zo te gedragen? Je bent nog nooit door iemand bereden die hoger aangeschreven stond bij God dan Mohammed.’ Het dier schaamde zich zo dat het zweet hem uitbrak; toen stond het stil, zodat ik kon opstijgen.20

Al-Buraf_Hafifa4816-357Burāq behoort tot de soort der vliegende mythologische viervoeters. Meestal betreft het vliegende paarden (Pegasus; het mongoolse windpaard), maar in India is er ook de vliegende koe Kamadhenu. En nu dus dit tussending tussen ezel en muildier. Van Burāq bestaan er veel afbeeldingen, maar die zijn erg laat ontstaan. Vaak heeft hij een mensengezicht gekregen; in India is er beïnvloeding door genoemde koe geweest.

Hebben deze reizen op Burāq werkelijk plaats gehad of alleen in een droom of visioen? De discussie daarover is al heel oud; ze is al te vinden in de biografie van de profeet door Ibn Ishāq (gest. 767).21 De altijd rationele korancommentator al-Tabarī (gest. 923) meent, dat de reizen wel echt lichamelijk moeten zijn geweest: om alleen een ziel te vervoeren was er immers geen rijdier nodig geweest.22

NOTEN:
1. Eisenstein, Maulesel und Esel, 104–106.
2. Bashear, Riding Beasts on Divine Missions.
3. Pirqe de Rabbi Eliezer 31. Deze tekst uit Palestina dateert van na 700. Hoe bekend hij was in islamitische kring weet ik niet.

השכים אברהם בבקר ולקח את ישמעל ואת אליעזר ואת יצחק בנו וחבש את החמור. הוא החמור בן האתון שנבראת בין השמשות שנא׳ וישכם אברהם בבקר ויחבש את חמורו והוא החמור שרכב עליו משה בבואו למצרים שנאמר ויקח משה את אשתו ואת בניו וגו׳ הוא החמור שעתיד בן דוד לרכוב עליו שנאמר גילי מאד בת ציון הריעי בת ירושלים הנה מלכך יבא לך צדיק ונושע הוא עני ורוכב על חמור ועל עיר בן אתונות.

4. In Koran 2:259 is sprake van een mens (profeet?), die God honderd jaar dood liet zijn en daarna weer opwekte, en zijn ezel eveneens. Een zeer raadselachtig vers, waarin ik mij nu niet wil verliezen.
5. De moeder van deze ezel, die in de avondschemering van de zesde scheppingsdag werd geschapen, was ook de ezelin waarop Bileam reed (Numeri 22:21–23).
6. Genesis 22:3.
7. Exodus 4:20.
8. Zacharia 9:9. Ik heb dit bijbelvers met opzet wat letterlijker vertaald dan ik anders zou doen, om straks de verbanden met andere teksten duidelijk te kunnen maken.
9. Johannes 12:13–15; ook Matteüs 21:1–6; Marcus 11:1–10; Lucas 19:28–35; Matteüs und Johannes verwijzen naar het vers uit Zacharia.
10. Bashear, o.c., 47–51. Bashear beschikte in Jeruzalem over een ongelooflijke bibliotheek, waarbij Europese bibliotheken zouden verbleken — als ze zich nog konden schamen.
11. Al-Madjlisī, Biḥār al-Anwār, volgens Bashear deel xv, 206, maar hij zegt niet in welke uitgave. In dit sji‘itische reuzenwerk kan ik trouwens toch nooit iets vinden. Ik beken, ik heb deze tekst gewoon uit het internet geplukt. Lezers die niet van sjiitische bronnen houden kan ik meedelen dat er ook ettelijke soennitische bestaan.

ان خروجه يكون مخرجه بمكة وهذه دار هجرته وهو الضحوك القتال ، يجتزي بالكسيرات والتمرات ويركب الحمار العاري ، في عينيه حمرة وبين كتفيه خاتم النبوة ، يضع سيفه على عاتقه

12. Al-Wāqidī, Kitāb al-maghāzī, uitg. Marsden Jones, 3 dln., London 1966, i, 367: أتاكم صاحبها الضحوك القتال في عينيه حمرة يأتي من قِبل اليمن يركب البعير ويلبس الشملة ويجترئ بالكسرة سيفه على عاتقه الخ
13. In de woordcombinatie al-masiḥ al-dadjdjāl heeft het woord zelfs een zeer ongunstige klank; het komt overeen met de naam Antichrist bij de christenen.
14. Bashear, o.c., 39–47.
15. R.G. Khoury, Les légendes prophétiques dans l’Islam […] d’après le manuscrit d’Abū Rifā‘a ʿUmāra b. Wāṯīma b. Mūsā b. al-Furāṭ al-Fārisi al-Fasawī, Kitāb bad’ al-Ḫalq wa-qiṣas al-anbiyā’ […], Wiesbaden 1978, S. 300. Ik heb twee kleine tekstveranderingen aangebracht.

وكان يقال ان أشعياء هو الذي عهد الي بني اسرائيل في أمر عيسى س ومحمد ص فقال لإيلياء وهي قرية قريبة من بيت المقدس واسمها أرشلم: ابشرى أرشلم سيأتيك راكب الحمار يعني عيسى س، ثم يأتيك من بعده صاحب الجمل، يعني محمد ص.

16. Jesaja 21:7. De Nieuwe Bijbelvertaling is hier niet letterlijk genoeg. וראה רכב צמד פרשים רכב חמור רכב גמל והקשיב קשב רב־קשב
17. Bashear, o.c., 68–71.
18. Muḥammad ibn Djarīr al-Ṭabarī, Taʾrīkh ar-rusul wa-’l-mulūk (Annales), uitg. M.J. de Goeje et al., Leiden 1879–1901, i, 2401: ‘In totaal is ‘Umar vier maal Syrië binnengereden: de eerste maal te paard, de tweede maal op een kameel, de derde keer heeft hij afgebroken omdat de pest woedde, en de vierde maal op een ezel.’

فجميع ما خرج عمر الى الشأم أربع مرات، فأما الأولى فعلى فرس، وأما الثانية فعلى بعير، وأما الثالثة فقصر عنها أن الطاعون مستعر، وأما الرابعة فدخلها على حمار.

19. Ibn Isḥāq, Sīra: Das Leben Muhammed’s nach Muhammed Ibn Ishâk bearbeitet von Abd el-Malik Ibn Hischâm, hrsg. F. Wüstenfeld, Göttingen 1858–60, 263; vertaling: Ibn Ishaak, Het leven van Mohammed, vert. Wim Raven, Amsterdam 2000, 79:

أتي رسول الله ص بالبراق – وهي الدابة التي كانت تحمل عليها الأنبياء قبله ، تضع حافرها في منتهى طرفها – فحمل عليها ، ثم خرج به صاحبه.

20. Ibn Isḥāq, o.c. 264; vertaling 80:

… فإذا دابة أبيض ، بين البغل والحمار ، في فخذيه جناحان يحفز بهما رجليه ، يضع يده في منتهى طرفه ، فحملني عليه ، ثم خرج معي لا يفوتني ولا أفوته
وحدثت عن قتادة أنه قال : حدثت أن رسول الله ص قال :  لما دنوت منه لأركبه شمس ، فوضع جبريل يده على معرفته ثم قال : ألا تستحي يا براق مما تصنع ، فوالله ما ركبك عبد لله قبل محمد أكرم عليه منه . قال : فاستحيا حتى ارفض عرقا ، ثم قر حتى ركبته.

21. Ibn Isḥāq, o.c. 264–5;  vertaling 81.
22. Al-Ṭabarī, Tafsīr bij Koran 17:1:

ولا دلالة تدل على أن مراد الله من قوله : { أسرى بعبده } أسرى بروح عبده، بل الأدلة الواضحة والأخبار المتتابعة عن رسول الله  ص أن الله أسرى به على دابة يقال لها البراق؛ ولو كان الإسراء بروحه لم تكن الروح محمولة على البراق، إذ كانت الدواب لا تحمل إلا الأجسام .

BIBLIOGRAFIE:
Bashear, Suliman, ‘Riding Beasts on Divine Missions: An Examination of the Ass and Camel Traditions,’ JSS 37.1 (1991), 37–75.
Eisenstein, Herbert, ‘Die Maulesel und Esel des Propheten,’ Der Islam 62 (1985), 98–107.
Kister, Meir J., ‘Ḥaddithū ʿan Banī Isrāʾīla wa-lā ḥaraja. A Study of an early Tradition,’ in IOS 2 (1972), 215-39; online hier.
Rubin, Uri, The eye of the beholder. The life of Muḥammad as viewed by the early Muslims. A textual analysis, Princeton 1995, vooral S. 35–43.

Diakritische tekens: Yaʿfūr, haddiṯhū, Banū Naḍīr, masīḥ, al-Ṭabarī

Terug naar Hadith: startpunt     Terug naar Inhoud