Hadiththeorie en –kritiek, islamitisch

(Dit is een opzetje.1 Iets serieuzers is gepland.)
Na de dood van de profeet was er uiteraard een voortdurende belangstelling voor zijn uitspraken en handelingen. Er werd over hem gesproken; zulke gesprekken heten ook hadīth.
.
Na een generatie kwam soms twijfel op of een bericht wel echt van de profeet stamde. Maar als iemand het had gehoord uit de mond van een betrouwbare tijdgenoot van hem, zoals zijn vrouw Aisha, of Anas, of Djābir of een van de vele andere gezellen van de profeet, wist men zeker dat het goed zat. Een generatie later moest men zeggen: ‘Ik heb van X gehoord, die het zelf van Aisha gehoord had, dat de profeet …’ en zo ging dat verder. Zo werd de isnād, de overleveringsketen geboren. Toen de hadithen eenmaal in gezaghebbende werken waren opgeslagen zag men ervan af nog nieuwe schakels aan de keten toe te voegen.
.
Naarmate de tijd verstreek werd ook de mogelijkheid te knoeien met de isnads en de inhoud van de hadithen groter. Daar zat niet altijd boos opzet achter: wij zeggen ook wel eens: ‘Ik heb van X gehoord …’, terwijl we eerlijk gezegd alleen met diens medewerker of secretaresse gesproken hadden.
Hoe dan ook: in de achtste eeuw ontwikkelde zich een isnadkritiek. Men ging kijken wie de latere overleveraars waren, of ze wel als betrouwbaar te boek stonden. Ze kregen predikaten: betrouwbaar, geloofwaardig, zwak, enzovoort. Ook werd gekeken of overleveraar X en overleveraar Y elkaar wel gekend konden hebben; was Y niet allang overleden, of had hij niet in een totaal andere plaats gewoond? Was het wel een nette man geweest? Er ontstond een kritische biografische literatuur, waarvan de resultaten een flinke wand met boeken beslaan. Dit is de zogenaamde mannenkunde (‘ilm al-ridjāl). Want vrouwen die overleverden waren er niet, behalve in de oudste generatie de vrouwen van de profeet, die natuurlijk het fijne wisten van diens huiselijk leven.
.
Ook de hadithen werden naar de kwaliteit van hun isnād geclassificeerd, bij voorbeeld:

  • sahīh : geheel correct.
    mursal: de oudste overleveraar, de gezel van de profeet, ontbreekt in de keten.
    da‘īf: zwak, enzovoort.

Deskundige hadithcritici waren uiteraard de samenstellers van de hadithcollecties in de negende eeuw. Al-Bukhārī (810–870) en Muslim ibn al-Hadjdjādj (± 821–875) noemden hun hele werk Sahīh, omdat zij alleen hadithen met een correcte isnad wilden opnemen. Muslim heeft een inleiding tot zijn collectie geschreven, waarin hij zijn principes uiteenzet. Al-Tirmidhī (825–892) vermeldt vaak na een hadith nog  of deze correct, zwak of nog iets anders is. Zie verder over deze mensen: Hadithcollecties.
De mannenkunde heeft nog eeuwenlang gebloeid en kwam in de late Mamelukkentijd eeuw zelfs tot nieuwe hoogtepunten in de werken van experts als al-Mizzī (1256–1341) en Ibn Hadjar al-‘Asqalānī (1372–1449).
.
Naar mijn indruk verflauwde in de eeuwen daarna de belangstelling voor de isnad. Maar mijn indruk is niet veel waard: als vrijwel alle arabisten weet ik weinig van de tijd na 1500.
.
In de late twintigste eeuw kwam in het kader van de nieuwe vroomheid de belangstelling voor correcte isnads weer op en men knoopte aan bij de oude werken. Er werden en worden in het Midden-Oosten veel onbekende hadithcollecties (her)ontdekt en uitgegeven. In de voetnoten bij die uitgaven worden meestal de mannen uit de isnads geïdentificeerd en de eeuwenoude beoordelingen over hen nog eens herhaald. Verder wordt van iedere hadith gekeken hoe zuiver op de graat hij is, en of hij in een van de ‘Zes Boeken’ of andere goed aangeschreven verzamelwerken ook voorkomt. Dank zij die voetnoten lijken die boeken wetenschappelijk. Dat zijn ze echter niet: hun doel is van religieuze aard, namelijk de waarde van bepaalde teksten voor sharia en geloof vast te stellen. Bovendien is ook de eeuwenoude hadithwetenschap een beetje heilig geworden, zodat men niet de moed heeft, eens helemaal opnieuw te beginnen.

NOOT
1. Voor wie zich verwondert over deze ‘opzetjes’: het zijn de gedachten waarmee ik ’s morgens wakker word. Gauw opschrijven, voordat ze weer weg zijn. Ze ontwikkelen zich op den duur misschien tot een overzichtsartikel over hadithstudie.

Diakritische tekens: ṣaḥīḥ, ḍaʿīf, al-Ḥadjdjādj, Ibn Ḥadjar

Terug naar Hadith: startpunt     Terug naar Inhoud