Ibn Ishaqs onaffe isnads

Bij Muḥammad ibn Ishāq (gest. 767), bekend om zijn biografie van de profeet Mohammed, zijn vele isnads minder ontwikkeld en slordiger dan in de gangbare, veel jongere hadith-collecties. Geen wonder: hij putte vaak uit het materiaal van de ‘Vertellers’ (qussās), die niet om isnads gaven; bovendien bestond de isnadkritiek in zijn tijd nog niet. Een kort bericht over de zwangerschap van Mohammeds moeder leidt hij als volgt in:

  • De mensen beweren, in wat ze zoal vertellen — maar God weet het het beste — dat Āmina placht te vertellen, dat zij… enz. 1

Met dergelijke woorden, precies op de plaats waar een isnad hoort te staan, drukt de schrijver/overleveraar twee maal zijn eigen twijfel aan het waarheidsgehalte van het bericht uit.
Elders leidt Ibn Ishāq in zijn sīra­-teksten een bericht soms als volgt in: ‘Iemand die ik vertrouw …’ of ‘iemand die ik niet wantrouw heeft mij verteld ….’. Hij had ook helemaal niets kunnen zeggen, maar hij vond het blijkbaar nodig om op zulke plekken toch iets isnad-achtigs aan te bieden. In zulke gevallen kunnen we van isnad-vervanging spreken.

Duidelijk ‘schuldbewust’ is ook een isnād als deze:

  • 1. ­ Ibn Ishāq zegt:
    2. ­ ‘Abd al-Malik ibn ‘Abdallāh ibn Abī Sufyān ibn al-‘Alā’ ibn Djāriya al-Thaqafī, die geweldig veel kennis had, heeft mij verteld
    3. ­ op gezag van een geleerde (ba‘d al-‘ulamā’)
    4. ­ dat de profeet … enz.2

Deze isnād is waardeloos, want het derde lid is gelijk nul. Ibn Ishāq brengt het tweede lid van de keten extra vet, met veel namen en een lovend predikaat, kennelijk in de hoop dat daardoor het gebrekkige derde lid niet zo zal opvallen.

NOTEN

1. Das Leben Muhammed’s nach Muhammed Ibn Ishâk bearbeitet von Abd el-Malik Ibn Hischâm, uitg. F. Wüstenfeld, Göttingen 1858–60, 101.
2. ibidem, 151

Diakritische tekens: Muḥammad ibn Isḥāq, quṣṣāṣ, baʿḍ al-ʿulamāʾ

Terug naar Hadith: startpunt     Terug naar Inhoud