Midden in de winternacht …

… ging de hemel open; de engelen daalden eruit neer en brachten het kind Jezus overeenkomstig zijn geboortester. Zo staat het in soera 97 van de koran — maar enkel en alleen zoals Luxenberg die leest.

Chr. Luxenberg is het pseudoniem van een Syrische christen, die een zekere roem verwierf met zijn Die syro-aramäische Lesart des Koran. Ein Beitrag zur Entschlüsselung der Koransprache, Berlijn 2000. Hij stelt dat de koran geschreven is in een syrisch-arabische mengtaal en dat vele teksten pas begrijpelijk worden als je ze als Syrisch leest. Het beroemdst werd wel zijn opvatting dat de houri’s in het paradijs eigenlijk alleen maar witte druiven zijn. Alsof een mens daarvoor al die moeite zou doen! Zijn boek kreeg veel aandacht in de pers, werd zelfs herdrukt en in het Engels vertaald; en dat hoewel het alleen leesbaar is voor semitisten met kennis van het Syrisch en het Arabisch. Vlak na 9/11 kreeg het de wind in de rug, omdat veel mensen het een prima idee vonden dat ‘de islam’ eens een flink pak slaag kreeg.

Luxenbergs boek kan weerlegd worden, maar dat is toch nog een hoop werk en dat is het niet waard. Daarom dacht ik maar eens een kleiner geschriftje van hem bij de kop te pakken: zijn bewering dat soera 97 van de koran over kerstmis gaat: Weihnachten im Koran.

Ik geef de soera in vertaling; cursief staat het Arabisch dat problematisch is:

  • 1. Wij hebben hem nedergezonden in de nacht van het raadsbesluit (laylat al-qadr).
    2. Hoe weet ge wat de nacht van het raadsbesluit is?
    3. De nacht van het raadsbesluit is beter dan duizend maanden.
    4. De engelen en de geest dalen erin neer met toestemming van uw Heer volgens iedere beschikking (min kull amr?? zeer onduidelijk).
    5. Vrede is hij [de nacht] tot het aanbreken van de dageraad.

Nu de uitleg van Luxenberg:
1. ‘Hem’ is het kind Jezus. Van qadr, ‘raadsbesluit weet Luxenberg alleen chocola te maken wanneer hij het terugvertaalt in het Syrisch, als ḥelqā, en dan denkt hij meteen maar verder aan ḥelqā yaldānāyā, ‘Lot, Lotsbeschikking van de geboorte, en dat is weer synoniem met bēth yaldā, ‘geboorte, standplaats van de geboortester, geboortefeest.’ En zie, daar zijn we al bij de kerstster die ook in het Evangelie voorkomt (Matteüs 2:2).
2. In de Syrische liturgie wordt layla, ‘nacht’ ook gebruikt als verkorting van slothā de lelya, ‘nachtgebed’, een kerkelijke term die overeenkomt met het Latijnse ‘nocturne’. Shahr, ‘maand’ is nooit goed begrepen; het is als Syrisch shahrā te lezen, een andere kerkelijke term: ‘vigilie, nachtwake voor de hoge feestdagen’.
4. De engelen komen niet naar beneden, tanazzalu, maar brengen naar beneden, tunazzilu. Zulk een tekstwijziging binnen het Arabisch is soms te verantwoorden, maar hier zie ik het voordeel niet, daar een object ontbreekt. Het voorzetsel min plus aanhang als zodanig op te vatten: ‘iets van allerlei…’ is niet onmogelijk, maar uiterst vergezocht. Het moeilijke amr vat Luxenberg als een Aramese infinitief op, die hij gelijk stelt met een andere Syrische infinitief, memrā, die als speciale betekenis heeft ‘hymne’.
5. Nu wordt duidelijk dat hier gezinspeeld wordt op Lukas 2:14: er komen engelen naar beneden die hymnen zingen: Ere zij God in den hoge en vrede op aarde … .

Luxenberg komt dan tot de volgende vertaling,— die ik uit zijn Duits vertaal:

  • 1. Wij hebben hem (=het Jezuskind) in de nacht van de lotsbeschikking (=van de geboortester) nedergezonden.
    2. Hoe weet ge wat de nacht van de lotsbeschikking is?
    3. De nacht (= nocturne) van de lotsbeschikking is genaderijker dan duizend vigiliën.
    4. De engelen, door de Geest (begeleid), brengen daarin met toestemming van uw Heer allerlei hymnen (min kull amr) naar beneden.
    5. Vrede is hij [de nacht] tot het aanbreken van de dageraad.

Om dit te slikken moet je dus eerst geloven dat de koran in een Syrisch-Arabische mengtaal geschreven is, wat ik niet doe. Dat zou me zijn opgevallen. Vervolgens moet je de interpretatie van een aantal woorden een Syrische, soms nogal vergezochte betekenis accepteren. De auteur huppelt door de woordenboeken tot hij een door hem gewenst synoniem van een woord vindt, en dan weer terug. Dan zijn er nog een paar niet onbelangrijke zaken: hem = Jezuskind, terwijl op talloze plaatsen in de koran het enige object van het ‘nederzenden’ de koran is; ‘nacht’ = ‘nachtgebed’; ‘beter’ = ‘genaderijker’; ‘maand’ is ‘vigilie’; ‘door de geest’ in plaats van ‘en de Geest’; min als object; een kleine tekstwijziging; amr = memrā = ‘hymnen’ — waar haalt hij het toch allemaal vandaan? Het is te veel: hij moet zó veel aan de tekst knutselen en verbuigen om zijn doel te bereiken, dat het eindresultaat niet  overtuigt—maar dan ook helemaal niet. Dat beetje invloed van de Syrische grammatica, dat er in de koran wel is, is al sinds 1927 bekend; het is niet genoeg om dat boek beter te begrijpen.

Voor mij dus geen kerstfeest in de koran; maar ja, ik ben ook maar een eenvoudige geleerde, die de Waarheid niet ziet.

Een veel serieuzere deconstructie van Luxenbergs kerstfeest benevens reconstructie van de soera vindt U in Nicolai Sinai, “‘Weihnachten im Koran’ oder ‘Nacht der Bestimmung’? Eine Deutung von Sure 97”, Der Islam 88 (2012), 11–32, ook online.

Terug naar Inhoud