‘Islam is alleen de koran’

‘Islam is alleen de koran’. Onder deze titel heeft Tawfīq →Sidqī in 1906 een artikel geschreven, waarin hij de mening verkondigde dat de hadithliteratuur en allerlei andere aankoeksels van de islam maar eens afgeschaft moesten worden, en dat een moslim er genoeg aan had, zich op de koran te verlaten. Wat de christelijke reformator Luther indertijd ook had gezegd: sola scriptura, ‘alleen de Schrift’.
Tawfīq Sidqī (1881–1920) was gevangenisarts in Tura bij Cairo. Een gestudeerd mens met kennis van de moderne talen, maar niet geverseerd in de traditionele islamitische geleerdheid en evenmin in letterkunde. In de eeuw na hem zien we dat zijn mening over de hadith dikwijls wordt opgepakt door ontwikkelde moslims van vooral de ‘bêta’-richting: artsen, ingenieurs en dergelijke. De verdedigers van het standpunt dat de koran voldoende is, van wie er steeds meer lijken te komen, worden wel koranisten genoemd.1

  • ‘Alle moslims zijn het erover eens,’ aldus Sidqī, ‘dat de tekst van de koran definitief is, omdat hij woordelijk zo van de profeet is overgeleverd zonder dat er iets aan toe of af is gedaan, en is neergeschreven in zijn tijd en op zijn bevel, anders dan de profetische hadithen, waarvan überhaupt pas na zijn dood iets op schrift is gesteld, lang genoeg om fraude en tekstcorruptie mogelijk te maken. Daarom weten we dat de profeet niet wilde dat iets van hem de mensheid in geschrifte zou bereiken buiten de koran, van welke God garandeert dat hij goed wordt onthouden, volgens k. 15:9: ‘Wij hebben de vermaning nedergezonden en Wij waken erover.’ Als er in de godsdienst iets anders dan de koran nodig was geweest, had de profeet wel bevolen dat schriftelijk vast te leggen en had God gezorgd dat het bewaard bleef.’
    Als nu iemand zegt dat de profeet bevel gaf zijn woorden niet op te schrijven om verwarring met de het woord Gods te voorkomen, hoe is dat dan mogelijk? De koran is immers een godswonder van compositie en geen mensenkind is in staat iets dergelijks te produceren.2

Waarom inderdaad zou een deel van het geloof zijn neergelegd in de koran en een ander deel in de soenna? De koran zegt immers in k. 6:38: ‘Wij hebben in het boek niets veronachtzaamd,’ en in k. 16:89: ‘Wij hebben tot u het boek nedergezonden om alles te verduidelijken …’.
Verder betoogt Sidqī uitvoerig dat ook allerlei kleine regels wel degelijk alleen uit de koran kunnen worden afgeleid; en zo niet, dan zijn ze niet belangrijk en hoeven ze niet te worden nagevolgd.
Er kwam felle kritiek op het artikel, en Manār-redacteur Rashīd Ridā (1865–1935), die overigens hoge achting had voor Sidqī, stuurde een beetje bij, waarop de auteur wat inbond.3

De beroemde Egyptische islamhervormer Muḥammad ‘Abduh (1845–1905) was Sidqī voorgegaan. Ook hij wilde al moderniseren en veel oude koek overboord gooien. Het geloofsgoed wilde hij terugbrengen tot ‘wat meervoudig overgeleverd is, en waarvan bekend is dat het tot de godsdienst behoort, d.w.z. wat in de Schrift staat en een beetje uit de sunna ‘amalīya.’ 4 Met dat laatste bedoelde hij meervoudig overgeleverde hadithen, waarin praktische zaken aan de orde komen, zoals de uitvoering van het gebed of de bedevaart.

‘Abduhs leerling en medewerker Rashīd Ridā geraakte na het overlijden van zijn leermeester steeds verder van diens standpunten verwijderd. Op den duur zou hij duidelijk de weg terug inslaan, naar een gefingeerd en geïdealiseerd verleden.

Als niet-muslim probeer ik vanaf de zijlijn een beetje mee te denken en moet dan constateren dat er zonder hadith van de islam maar weinig zou overblijven. Het kán niet, een islam met alleen de koran. Er staat zó veel niet in de koran! Grote delen van de sharia zouden dan komen te vervallen—en niet alleen de delen die men graag kwijt wil. De koran is zonder exegese vrijwel niet te begrijpen, dus in plaats van de hadith zouden dan meer dan ooit de korancommentaren op de voorgrond treden. En daarin staan toch ook weer hadithen; niet in alle commentaren heel veel, maar wel belangrijke. En verder staan die commentaren vol met meningen van personen die duidelijk minder gewicht hebben dan de hadithen. Waarom zou men de hadith wegdoen en dan met die commentaren blijven zitten? De hadith is een literatuur, die behalve stichtend en amusant ook gezichtsbepalend is. ‘Alleen de koran’ zou volgens mij de problemen van moderne moslims ook daarom niet oplossen, omdat de koran eveneens verouderde opvattingen bevat.

Wat dan? Nog steeds vanaf de zijlijn: hadithen ‘wegdoen’ is zonde, al staat er nog zo veel verouderde onzin in. Oude boeken moet je nooit weggooien. Zowel koran als hadith zouden moeten verbleken, in hun wetgevende rol functioneel onschadelijk gemaakt worden. De joden en christenen hebben dat al gedaan. In de Bijbel, Leviticus 13 en 14 bij voorbeeld staan uitvoerige regels over hoe te handelen in geval van melaatsheid, of huidvraat zoals het tegenwoordig heet. De zieke geldt als onrein en in zekere zin schuldig; er is een ritueel, een priester, offers moeten worden gebracht, na genezing volgt een verzoeningsritueel. Moderne joden en christenen doen dat allemaal niet; zij gaan met een huidziekte naar de dermatolooog; grote kans dat ze daar zonder al die poespas genezen vandaan komen. Kortom, die bijbelhoofdstukken zijn verouderd, en vele gelijksoortige hoofdstukken evenzo. Hoe het joden en christenen precies is gelukt dergelijke delen van hun toch buitengewoon heilige Schrift ongeldig te verklaren weet ik niet; vraag het een rabbijn of een pastor. Maar het ís gelukt: de meeste van dergelijke hoofdstukken en andere oude teksten leveren nauwelijks nog overlast op. Is er, islamitisch geformuleerd, een soort ‘afschaffing van de rechtsregel maar niet van de tekst’ (naskh al-hukm dūn al-tilāwa) uitgeoefend? Ik hoop dat het ook de moslims binnenkort gaat lukken van verouderde inhouden in zowel hun Schrift als de hadith af te komen. Stilzwijgend gebeurt dat natuurlijk allang. Niemand5 wil bij voorbeeld meer terug naar Koran 4:3: trouwen met twee, drie of vier vrouwen, en als je die niet rechtvaardig kunt behandelen ‘dan met één, of met slavinnen’. Over die slavinnen hoor je tegenwoordig niet meer; dat deel van het vers is feitelijk al in onbruik geraakt. Het wachten is nog op een standpuntbepaling over verouderde teksten in het algemeen. De abrogatieleer lijkt mogelijkheden te bieden, evenals de bezinning op de ‘doelstellingen van de sharia’ (maqāsid al-sharī‘a): het zoeken naar de ‘geest van de wet’. Daar zijn moslims al lang mee bezig: in de hele islamitische wereld wordt intensief over dit soort onderwerpen gediscussieerd. Het geschreeuw van salafisten werkt daarbij echter vertragend, evenals het woedende geblaas van islamhaters in Europa en Amerika.

NOTEN
1. Ook onder islambestrijders heerst vaak de opvatting dat de islam alleen uit de koran te kennen is, maar bij hen berust zij op onwetendheid.
2. Ṣidqī, Al-islām 515.
3. Juynboll, Authenticity 23–9; Ryad, Islamic reformism 43–6.
4. ‘Abduh, Risāla 189: .بما تواتر وعلم أته من الدين بالضرورة، وهو ما في الكتاب وقليل من السنة في العمل […] Over een uitvoeriger betoog van ‘Abduh over hadith zie Juynboll, Authenticity 15–21.
5. Behalve de halve garen van de ‘Islamitische Staat’, die de slavernij weer hebben ingevoerd.

BIBLIOGRAFIE
Primair:
– Ṣidqī, ‘Al-islām huwa al-qur’ān waḥdahu,’ al-Manār 9 (1906), 515–24. Omdat niet iedereen dat tijdschrift compleet heeft zet ik het artikel online.
– Muḥammad ‘Abduh, Risālat al-tawḥīd, Cairo z.j. (Dār al-Ma‘ārif ± 1970; eerste druk was 1897).

Secundair:
– G. H. A. Juynboll, The Authenticity of the Tradition Literature. Discussions in Modern Egypt, Leiden 1969, 23–9, en zie de General Index.
– Umar Ryad, Islamic reformism and Christianity : a critical reading of the works of Muhammad Rashid Rida and his associates (1898-1935), Diss. Leiden 2008, ch. 1, 43–46, hier online.  Ryads hoofdstuk 6 behandelt Ṣidqī’s weerlegging van het christendom.

Diacritische tekens: Ṣidqī, Ṭura, Riḍā, al-ḥukm, maqāṣid

Terug naar Inhoud