Sahar Khalifa, De poort, bespreking (1997)

Sahar Khalifa (سحر خليفة), De poort (باب الساحة). Uit het Arabisch vertaald door Djûke Poppinga en Richard van Leeuwen, Breda (De Geus), 173 blz.

Deze roman uit 1990 speelt in Nabloes, een grote stad op de bezette westelijke Jordaanoever. In een volkswijk wordt het leven verstoord door invallen van Israëlische soldaten, die een toegangsweg barricaderen.
Tijdens zo’n actie biedt een bordeel toevlucht aan een aantal mensen die dat huis anders hadden gemeden, maar nu geconfronteerd worden met elkaar en met hun verleden.
De jonge vrouw des huizes is verbijsterd omdat haar moeder, die Israeli’s, maar ook stadgenoten verwende, door Palestijnse strijders is vermoord. Als de militaire acties escaleren tot een bloedbad, ontpopt uitgerekend dit hoerenkind zich als een dappere meid met een zuiver hart.
De roman maakt een wat belegen, gedateerde indruk. In het begin wordt de informatie nogal houterig toegediend via de vragen en antwoorden van een enquête die een jonge academica houdt onder de vrouwen. Later houden revolutionairen lange dialogen, waarin zelfs de klassenstrijd nog aan de orde komt, en martelaren formuleren zelfs als zij doodbloeden fraaie volzinnen.
Ook de symboliek is ouderwets: een jonge strijder, die en T-shirt met een kaart van Palestina draagt, wordt door een kogel in het hart getroffen; zo dus ook Palestina, wordt ten overvloede nog eens uitgelegd. En de wijze vroedvrouw, die de hele buurt ter wereld heeft geholpen, is als het ware de moeder van het hele volk.
Wel geeft dit boek enig inzicht in het dagelijks leven in bezet Nabloes. Dat kan nooit genoeg gedaan worden, omdat de tegenkrachten van vergeten en verdringen enorm zijn. Na een ‘vredesproces’ van jaren is de verleiding groot om voorbij te zien aan de ellende die democratische bezetters kunnen aanrichten. Ook is het altijd interessant, de onafhankelijkheidsoorlog van de Arabische vrouw te volgen, al heeft Khalifa die elders veel beter laten zien.
In De poort komt niet alle ellende van de Israeli’s, maar doen Palestijnen elkaar onderling ook heel wat aan. We moeten weten dat niet iedereen een dappere vrijheidsstrijder is, en niet iedere strijder een heilige; dat de vrouw wordt onderdrukt, en dat al die praat over martelaren ronduit flauwekul is. Maar hadden we dat niet al vermoed? Wiens taboes worden er hier doorbroken? Misschien dat deze genuanceerde boodschap op de Westoever broodnodig was, maar wat moeten wij ermee? Een voor anderen bestemde boodschap in een roman is alleen verteerbaar als er nog wat meer aan zo’n boek te beleven is, en dat is hier maar beperkt het geval. Alleen voor wie werkelijk ieder stapje van de Palestijnse ontwikkelingsgang wil volgen is De poort een must.

Was gepubliceerd in NRC-Handelsblad, 4 april 1997.

Terug naar Inhoud

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s