Abd al-Malik geeft strategisch advies

(Fragment. Over het grotere geheel kunt U eerst dit lezen)

Op hun weg naar Syrië kwamen Marwān, ‘Abd al-Malik en hun hele Umayyadische entourage het leger van Muslim ibn ‘Uqba tegen, dat op weg was om af te rekenen met de ‘rebellen’ in Medina. Muslim ontbood eerst een zoon van ‘Uthmān en vroeg hem om wat strategische informatie, maar deze weigerde die te geven, op grond van de eed die hij had gezworen toen men hem liet lopen, wat bij Muslim in erg slechte aarde viel. Marwān had lak aan die eed: hij stuurde ‘Abd al-Malik erop af:

  • ‘Ga er binnen voordat ik zelf kom. Misschien neemt hij genoegen met jou in plaats van met mij. ’
    ‘Abd al-Malik ging dus bij hem binnen. Muslim vroeg: ‘Kom, wat heb je voor informatie? Vertel me wat over die lui en hoe je de situatie inschat!’
    – ‘Ja, ik vind dat u verder moet trekken met uw mannen,’ antwoordde ‘Abd al-Malik, ‘maar deze weg naar Medina moet vermijden. Als u bij die palmen daar beneden aankomt, houdt u daar halt. Uw troepen krijgen er de schaduw van en ze kunnen eten van de dadels. Als de avond komt stelt u wachten aan door het gehele kamp voor de hele nacht. Morgenochtend na het ochtendgebed trekt u verder. U laat Medina links liggen en trekt eromheen zodat u uit het Oosten komt, door [de lavagrond van] al-Ḥarra. Dan staat u recht tegenover de vijand. De zon zal over jullie schouders schijnen zonder dat jullie er last van hebben en recht in het gezicht schijnen van die lui uit Medina. Zij zullen last krijgen van het licht en de hitte. Zolang u uit het oosten komt zullen ze de verblindende schittering van jullie helmen, lansen, speren, zwaarden, pantsers en armstukken zien. Maar zolang zij uit het westen komen zullen jullie geen schittering zien van hun wapens. Ga dan de strijd aan en vraag om Gods hulp tegen hen. Inderdaad zal God u helpen, want zij zijn in opstand gekomen tegen de imām en hebben de gemeenschap verlaten.’
    Muslim riep uit: ‘God zegene jouw vader! Wat een man is er van zijn zoon geworden! Hij zag in jou dadelijk een opvolger.’
    Toen kwam Marwān binnen.
    – ‘Wat is er?’ vroeg Muslim.
    – ‘Is ‘Abd al-Malik niet bij je gekomen?’
    -‘Wat een kerel is die ‘Abd al-Malik!,’ zei Muslim. ‘Zelden heb ik met een man uit Quraysh gesproken zoals hij.’
    – ‘Toen je ‘Abd al-Malik ontmoette, ontmoette je mij!’ zei Marwān.
    – ‘Inderdaad!’ antwoorde Muslim.

Een beetje bangige, maar ook een trotse vader: ‘Abd al-Malik kon je kennelijk om een boodschap sturen. Die liep toen al tegen de veertig, dus dat mocht ook wel. Hoe de verhouding verder was tussen vader en zoon is moeilijk te zeggen. De teksten worden nooit erg persoonlijk. Maar het feit dat ‘Abd al-Malik op zijn zestiende aan een veldtocht mocht meedoen, de verantwoordelijkheid over de dīwān kreeg en de helft van de oase Fadak in eigendom kreeg, zodat hij wat te beheren en te regeren had, wijst op een aanzienlijk vertrouwen van zowel Mu‘āwiya als Marwān, en de wens dat de zoon in de voetsporen van zijn vader zou treden. Aan het kalifaat had toen nog niemand gedacht, maar in ieder geval als regent.1

NOOT:
1. Al-Ṭabarī, Ta’rīkh ii 410–12:

ولما قدمت بنو أمية على مسلم بن عقبة بوادي القرى دعا بعمرو بن عثمان بن عفان أول الناس فقال له: أخبرني خبر ما وراءك، وأشر علي؛ قال: لا أستطيع أن أخبرك، أخذ علينا العهود والمواثيق ألا ندل على عورة، ولا نظاهر عدوًا، فانتهره ثم قال: والله لولا أنك ابن عثمان لضربت عنقك، وايم الله لا أقيلها قرشيًا بعدك. فخرج بما لقي من عنده إلى أصحابه، فقال مروان بن الحكم لابنه عبد الملك: ادخل قبلي لعله يجترىء بك عني، فدخل عليه عبد الملك، فقال: هات ما عندك، أخبرني خبر الناس، وكيف ترى؟ فقال له: نعم أرى أن تسير بمن معك؛ فتنكب هذا الطريق إلى المدينة، حتى إذا انتهيت إلى أدنى نخل بها نزلت، فاستظل الناس في ظله، وأكلوا من صقره؛ حتى إذا كان الليل أذكيت الحرس الليل كله عقبًا بين أهل العسكر، حتى إذا أصبحت صليت بالناس الغداة، ثم مضيت بهم وتركت المدينة ذات اليسار، ثم أدرت بالمدينة حتى تأتيهم من قبل الحرة مشرقًا، ثم تستقبل القوم، فإذا استقبلتهم وقد أشرقت عليهم وطلعت الشمس طلعت بين أكتاف أصحابك، فلا تؤذيهم، وتقع في وجوههم فيؤذيهم حرها، ويصيبهم أذاها، ويرون ما دمتم مشرقين من ائتلاق بيضكم وحرابكم، وأسنة رماحكم وسيوفكم ودروعكم وسواعدكم ما لا ترونه أنتم لشيء من سلاحهم ماداموا مغربين، ثم قاتلهم واستعن بالله عليهم، فإن الله ناصرك؛ إذ خالفوا الإمام، وخرجوا من الجماعة. فقال له مسلم: لله أبوك! أي امرىء ولد إذ ولدك! لقد رأى بك خلفًا. ثم إن مروان دخل عليه فقال له: إيه! قال: أليس قد دخل عليك عبد الملك! قال: بلى، وأي رجل عبد الملك! قلما كلمت من رجال قريش رجلًا به شبيهًا؛ فقال له مروان: إذا لقيت عبد الملك فقد لقيتني؛ قال: أجل.

ABD AL-MALIK IBN MARWAN: startpagina. De eerste kaliefen. Mu‘awiya’s opvolgers. De Umayyaden uit Medina verjaagd. Abd al-Malik oefent zich in wreedheid en moord. As over Medina? Graanschepen voor Medina. Arbeidsloos inkomen. De Rotskoepel in Jeruzalem.

Terug naar Inhoud

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s