AM: Abd al-Maliks geldhervorming

(Fragment. Ter verduidelijking kunt U eerst dit lezen)

Toen kalief ‘Abd al-Malik zijn tegenstander ‘Abdallāh ibn al-Zubayr in 692 had verslagen stond hij voor de taak, zijn rijk op te bouwen, d.w.z. de delen samen te smelten tot één staat. Dit moest op verschillende fronten gebeuren: ideologie, leger, bestuur, officiële taal, maar ook het geld.

Het Arabische Rijk had nog geen eenheidsmunt, maar gebruikte in het Westen Romeinse munten en in het Oosten Perzische. Op het Arabische schiereiland zal men naar oude gewoonte ook brokjes goud gebruikt hebben, die men in zijn kleding verstopte.

 

HET ROMEINSE RIJK EN DAARNA.
In Constantinopel had men de aureus solidus of kortweg solidus,1 een betrouwbare gouden munt van ± 4,5 gram, die in omloop was sinds 309 en het meer dan duizend jaar heeft uitgehouden. Natuurlijk waren er ook kleinere eenheden van zilver en koper. De solidus was de sleutelvaluta van Europa en het Middellandse Zee-gebied, die wel de ‘Euro van de Middeleeuwen’ is genoemd. Op de voorzijde stond een afbeelding van een keizer of keizerin, op de keerzijde een kruis op drie of vier treden@@;2 zie bij voorbeeld de munt van keizer Constans:

Constans II, Carthago 652–3. Foto Otto Nickl

Constans II, Carthago 652–3. De munt van Carthago sloeg dikkere munten, maar wel met hetzelfde gewicht. Foto Otto Nickl.

Van keizer Heraclius (575–641, reg. 610–641) bestaan er munten met twee personen op de voorzijde: de keizer en zijn zoon Constantinus III:

Heraclius en Constantinus III

Heraclius en Constantinus III

Tussen 638 en 641 werden er zelfs munten geslagen met drie personen erop: Heraclius en zijn twee zonen en medekeizers: 

Heraclius, Constantijn III en Heraklonas, ± 640. Foto Otto Nickl

Heraclius, Constantinus III en Heraklonas, ± 640. Foto Otto Nickl

De Umayyadenkalief Mu‘āwiya (661–680) liet solidi  slaan naar het voorbeeld van de late munten van Heraclius, met dezelfde drie keizers(!) op de voorzijde, maar zonder kruisen op hun kronen, en op de keerzijde dezelfde Griekse tekst als vanouds en een gekortwiekt kruis met alleen een dwarsbalk, zodat het niet op een christelijk kruis leek.

Solidus van Mu‘āwiya, 661–80. De drie kruisen op de kronen zijn vervangen door bollen. Het kruis op de avers is zodanig veranderd dat het geen christelijk kruis meer leek.

Solidus van Mu‘āwiya, 661–80. Foto Otto Nickl.

Blijkbaar was zijn solidus geen succes. In de Maronitische Chronieken wordt gezegd dat Mu‘āwiya ‘munten sloeg van goud en zilver, maar zij werden niet geaccepteerd, omdat er geen kruis op stond.’3 Men kon echter overal met elders in het Romeinse Rijk geslagen keizerlijke solidi terecht.

Van ‘Abd al-Malik is er een wat kleinere munt van dadelijk na zijn aantreden als kalief in 685, met op de voorzijde een afbeelding van zichzelf en zijn broer en gedoodverfde opvolger ‘Abd al-‘Azīz:

Abd al-Malik, 685. Keerzijde: Bismillāh. ‘Abd allāh ‘Abd al-Malik, amīr al-mu’minīn. ‘In naam van God, De knecht Gods, Abd al-Malik, bevelhebber der gelovigen’

‘Abd al-Malik, 685. Voorzijde: Twee staande figuren met lange gewaden en Arabische hoofdbedekking. De rechterhanden op de zwaarden. Tussen hen in op drie treden een staf met een bol. Keerzijde: Grote ‘M’ met een zespuntige ster erboven. In de marge: Bismillāh. ‘Abd allāh ‘Abd al-Malik, amīr al-mu’minīn. ‘In naam van God, de knecht Gods, ‘Abd al-Malik, bevelhebber der gelovigen’

Vervolgens zijn er gouden munten waarop de kalief en face staat afgebeeld met een zwaard en een zweep, en teksten die ik nog moet ontcijferen.

Voorzijde: Achterzijde:

Voorzijde: Kalief ‘Abd al-Malik met zwaard en zweep. (Vóór de geldhervorming.)
Keerzijde: Pilaar op drie treden (de restanten van het Romeinse kruis)

 

=================================

HET SASSANIDISCHE PERZIË EN DAARNA. In Perzië en het bijbehorende Irak hadden de Sassanidische vorsten de zilveren standaard: de drachme of dirham, hoewel er ook grotere munten van goud bestonden (dinar).

ardashir1-240

Voorzijde: buste van koning Ardashīr I (± 240), in het Pahlavi:@@. Keerzijde: Perzisch vuuraltaar.

Een van de laatste Perzische koningen, Khosrau II Parvīz (data) bracht nog ongelofelijke massa’s drachmen in omloop: een stevige zilveren munt van ongeveer 4 gram, die nog tot lang na de val van het Perzische Rijk algemeen vertrouwen genoot:

Khusrau II, 612–613, Meshan GDH apzwt | hwslwb Buste, gevleugelde kroon met ster en halve maan, sterren en halve manen sycwyst' Revers@@: Vuuraltaar met twee priesters, hand op zwaard, halve maan op het hoofd, halve manen met sterren 32mm x 33mm, 4.09g

Khusrau II, 612–613, Meshan
Voorzijde: Buste in Sassanidische stijl, hoofd naar rechts, gevleugelde kroon met ster en halve maan, astrologische symbolen GDH apzwt | hwslwb ycwyst’ @@
Keerzijde: Vuuraltaar met twee priesters, hand op zwaard, halve maan op het hoofd, astrologische symbolen. 32mm x 33mm, 4.09g

Toen Perzië onder Arabisch heerschappij was gekomen, veranderde er op het gebied van munten nog minder dan in het Westen. De bestaande munten behielden gewoon hun geldigheid. Op sommige munten werd het Arabische woord djayyid gezet: ‘goed, geldig’. Onder Mu‘āwiya (reg. 661–680) verschenen daar munten met nog steeds de buste van ex-koning Khosrau II, nog met Middelperzische (Pahlavi) tekst en alleen een bescheiden toevoeging aan de rand in het Arabisch:

Mu‘āwiya I, 661 Voorzijde: Keerzijde:

Mu‘āwiya I, 663–664
Voorzijde: Buste in Sassanidische stijl enz. Tekst in Pahlavi: Maawia amir i-wruishnikan, ‘Mu‘āwiya, bevelhebber der gelovigen’. In de marge: bism allāh, ‘In de  naam van God’.
Keerzijde: Perzisch vuuraltaar met twee priesters. [Munt te] Darabgird. 4.00 gram

 Ook Mu‘āwiya’s zoon Yazīd I (reg. 680–4) liet nog munten slaan met Pahlawi tekst, zonder iets wat op Arabisch of islam wees:

Drachme van Yazīd I.

Drachme van Yazīd I, 681. Voorzijde: Buste in Sassanidische stijl, hoofd naar rechts, gevkleugelde kroon met ster en halve maan. Astrologische symbolen. In Pahlavi GDH ’FZWT, ‘tot meerdere glorie’. Rechts tegenover het hoofd in Pahlavi ḤWSLWY, ‘Khosrau’. Keerzijde: Vuuraltaar met twee priesters, hand op zwaard, halve maan op het hoofd, astrologische synmbolen. ŠNT ’YWK, ‘jaar één’, Y YZYT, ‘van Yazīd’/

PERZIË ONDER DE ZUBAYRIDEN: Zuid-Perzië werd van 680–692 bestuurd door Mus‘ab ibn al-Zubayr, de broer van de rivaliserende kalief ‘Abdallāh ibn al-Zubayr. In dit deel van het land werden er duidelijk stappen ondernomen om de munten te islamiseren. Weliswaar bleven het nog steeds dezelfde drachmen van koning Khusrau, maar nu met een islamitische tekst:

Drachme, in 685 gemunt in het Zubayridisch geregeerde Bishapur. Obvers; bust in Sassanidische stijl met de naam van kalief ‘Abd al-Malik in het Pahlavi. Marge in het Arabisch: bism Allāh Muḥammad rasūl Allāh , ‘In naam van God. Mohammed is de gezant van God.’ Revers: Sassanidisch vuuraltaar.

Drachme, in 685-6 gemunt in het Zubayridisch geregeerde Bishapur. Voorzijde: buste in Sassanidische stijl, hoofd naar rechts, de naam van kalief ‘Abd al-Malik in het Pahlavi. Marge in het Arabisch: bism Allāh Muḥammad rasūl Allāh, ‘In naam van God. Mohammed (is) de gezant van God.’ Keerzijde: Sassanidisch vuuraltaar met aan weerszijden een priester. [Datum:] 67

 Dit is de oudste bewaarde munt, waarop de naam Mohammed in het openbaar verschijnt. Van kort daarna is er ook een met de naam van Mohammed in het Pahlavi, eveneens uit het gebied van het Zubayridische kalifaat:

 

Drachme uit Kirman, 689. Obvers: MHMT PGTAMI Y DAT, Mohammed is d eboodschapper van God. In de marge Arabisch: bismillāh walī al-amr, in naam van God, de heer der dingen

Drachme uit Kirmān, 689. Voorzijde: buste in Sassanidische stijl, hoofd naar rechts; in het Pahlavi: MHMT PGTAMI Y DAT, ‘Mohammed is de boodschapper van God’. In de marge Arabisch: bismillāh walī al-amr, ‘in naam van God, de heerser over alles’. Astrologische symbolen. Keerzijde: Sassanidisch vuuraltaar met aan beide zijden een priester, astrologische symbolen. GRM KRMAN 70. 3,94 gram.

 

GELDHERVORMING. In 696 voerde ‘Abd al-Malik de geldhervorming door en voerde de dubbele standaard (bimetallisme) in. De gouden Romeinse munten werden in zijn rijk vervangen door de dīnār, de zilveren Perzische door de dirham. Hij had edelmetaal genoeg om beide munten in enorme hoeveelheden in omloop te brengen en ze sloegen goed aan. Eeuwen lang zou de dīnār een van de belangrijkste munteenheden ter wereld zijn. Waarom deze nieuwe munt? Hij wilde natuurlijk een uniforme valuta voor zijn gehele nog samen te smeden rijk en wenste in een zo belangrijke zaak niet afhankelijk zijn van de keizer in Constantinopel, met wie hij op meer dan een front overhoop lag. Extra irriterend moet een actie van de Romeinse keizer Justinianus II zijn geweest. Justinianus regeerde tegelijk met kalief ‘Abd al-Malik van 685–695 en later nog een periode van 705 tot zijn dood. Hij veranderde het uiterlijk van de solidus: op de ene kant—is dat nu de voorzijde?—liet hij een afbeelding van Jezus Christus zetten en op de andere kant een afbeelding van hemzelf, staande met een kruis in zijn hand:4

Justinianus II, 692–5. Dumbarton Oaks Museum

Justinianus II, 692–5. Dumbarton Oaks Museum

Deed hij dat om zijn rivaal de kalief te ergeren? Misschien speelde het op de achtergrond mee, maar het zal eerder een zet geweest zijn in het smeulende intern-christelijke conflict over de iconen, de ‘beeldenstrijd’ die de kerk meer dan een eeuw heeft geteisterd. Hoe dan ook, ‘Abd al-Malik creëerde in 696 een eigen gouden munt, die de solidus in zijn rijk geheel overbodig zou maken. Hij stapte dus als het ware ‘uit de Euro’. Op de nieuwe munten stonden helemaal geen afbeeldingen meer, maar alleen Arabische teksten: een koranvers, de geloofsbelijdenis e.d, een jaartal, en daarmee werd een trend gezet voor toekomstige eeuwen. Deze munten behoren ook tot de oudste getuigen van de Arabische tekst van de koran überhaupt. Het was echt een islamitische munt; die paste natuurlijk bij de islamisering die nu overal in het rijk werd doorgevoerd. Dinars zonder afbeeldingen zouden nog eeuwen worden geslagen en verdrongen geleidelijk de solidus, vooral toen deze aan goudgehalte inboette. Natuurlijk moest de munt ook in het oostelijke deel het zijn rijk gelden; ook met de Sassanidische munten was het vanaf ± 700 afgelopen. Die hadden het toch nog zestig jaar na de verovering door de Arabieren uitgehouden. Een tijdlang werden er nog belastingen geïnd in de alomtegenwoordige zware Sassanidische drachmen—mogelijk om ze ter omsmelting te verzamelen.

 

Nieuwe Dinar van AM 697–8, 4.25 gr.

Gouden dinar van ‘Abd al-Malik, Damascus 697–8, 4.25 gr. Voorzijde: Lā ilāha illā allāh waḥdahu lā sharīk lahu, ‘Er is geen God dan God alleen, hij heeft geen partner’. Marge: Muḥammad rasūl allāh. Arsalahu bil-hudā wa-dīn al-ḥaqq li-yuzḥirahu ‘alā al-dīn kullihi. Mohammed is de gezant van God. Hij heeft hem gezonden met de rechte leiding en de godsdienst om die te laten zegevieren over de gehele godsdienst (Koran 9:33 e.a. ) Keerzijde: Allāḥ aḥad allāhu al-ṣamad lam yalid wa-lam yūlad, ‘God is éen, God is  de stabiele, hij heeft niet verwekt en is niet verwekt [Koran, soera 112]. Marge: Bism allāh …? hādhā al-dīnār fī sanat tis‘a wa-sab‘īn ‘In naam van God werd deze dīnār [geslagen?] in het jaar 79.’

Waarom wilde ‘Abd al-Malik geen afbeeldingen meer en zag hij af van reclame voor zichzelf? Was het een bruuske reactie op de dubbel bebeelde munten van Justiananus II? Of was het islamitische verbod op afbeeldingen van dieren en mensende aanleiding tot de beeldloze munten? Dat laatste kan het geval geweest zijn, maar dat is geen gemakkelijk onderwerp. Bestond dat verbod überhaupt wel? De Rotskoepel in Jeruzalem bevat geen afbeeldingen. De Umayyadenmoskee in Damascus heeft mozaïeken in de beste Romeinse traditie, maar alleen van planten; niet van mensen of dieren. Anderzijds hadden Umayyadenkaliefen  geen enkel bezwaar tegen afbeeldingen van mensen en dieren op mozaïeken en aan de wand van hun paleizen. Zij hadden mozaïeken van jachtdieren, fresco’s van naakte vrouwen in hun badkamers en pornografisch aandoende beelden van halfnaakte vrouwen in hun feestzalen. Maar munten waren een soort visitekaartje van de staat, evenals die openbare gebouwen; mogelijk golden daarvoor andere normen. Het verbod op afbeeldingen krijgt een apart artikeltje.

Tot zover over de buitenkant van de nieuwe munten. De munten zouden beeldloos blijven tot aan de Eerste Wereldoorlog. Aan de beschrijvingen hapert nog van alles. En er moet natuurlijk nog iets komen over de monetaire betekenis van dit alles, maar dat zal nog duren.

 

BIBLIOGRAFIE
– Andreas N. Stratos, Byzantium in the Seventh Century, dl. 5, Amsterdam 1980.
– Constance Head, Justinian II of Byzantium. Madison 1972. https://opac.ub.uni-marburg.de/DB=1/SET=1/TTL=1/SHW?FRST=2   @@
– Robert Gobl,<e,> Sasanian Numismatics, Braunschweig 1971.
– Malek Iradj Mochiri, Étude de numismatique iranienne sous les Sassanides et Arabe-Sassanides, Tome II, Teheran 1983.
Geen van deze boeken heb ik al gezien. U zult het hebben gemerkt, ik ben in bovenstaande tekst niet zo welbeslagen ten ijs als anders. Munten is niet mijn ding.

NOTEN
1. De moderne woorden soldij, soldaat, Söldner en sou stammen van de muntnaam solidus. Solide, solidair en consolideren niet; die komen regelrecht van het Latijnse adjectief solidus, ‘stevig, betrouwbaar’. Het woord solden, ‘uitverkoop’ heeft er ook niets mee te maken.
2. Julianus de Afvallige (331–63) had het kruis er weer afgehaald, maar dat was maar een korte episode.
3. Andrew Palmer, The Seventh Century in the West-Syrian Chronicles, Liverpool 1993, 32.
4. En met neus. Toen hij in 695 hij uit de macht werd ontzet werd hem naar oud gebruik de neus afgesneden. Vandaar dat zijn bijnaam is: ῾Ρινότμητος, Rhinótmitos, ‘die met de afgesneden neus’. Hij wist de macht echter na enkele jaren terug te veroveren. Op de munten uit zijn tweede regeringsperiode staat hij eveneens mét neus.

ABD AL-MALIK IBN MARWAN: startpagina. De eerste kaliefen. Mu‘awiya’s opvolgers. De Umayyaden uit Medina verjaagd. Abd al-Malik geeft strategisch advies. As over Medina? Graanschepen voor Medina. Arbeidsloos inkomen. De Rotskoepel in Jeruzalem.

Terug naar Inhoud