Hoe zag Mohammed eruit?

🇩🇪 Hoe Mohammed eruit zag weet niemand; er zijn geen oude afbeeldingen van hem (zie daarover hier.) Er zijn echter talrijke beschrijvingen van zijn uiterlijk. De vroegste dateren van ong. driekwart eeuw na de dood van de profeet, de meeste zijn jonger.
Het aantal teksten over dit onderwerp is veel te groot voor een kort artikel. Daarom zal ik hier alleen de Hadithen uit de Ṭabaqāt van Ibn Sa‘d (784–845) en de Ṣaḥīḥ van Muslim ibn Hadjdjādj (gest. 875) verwerken, met nog een paar losse andere uit Sīra en Hadith. Het belangrijkste zal daardoor wel ter sprake komen.
Het is mij er niet om te doen de ‘correcte’ overlevering te vinden of de definitieve beschrijving van de profeet te verkrijgen—dat is nu eenmaal onmogelijk. Ik probeer alleen te begrijpen wat de auteurs ertoe gebracht heeft hem zo te beschrijven als zij het doen, en bij een aantal teksten lukt dat inderdaad. In andere gevallen blijft het onduidelijk wat ze met hun beschrijvingen beoogden.

1. Mohammed zag er indrukwekkend en knap uit
Omdat Mohammed voor zijn aanhangers de belangrijkste mens ter wereld was, die de hoogste lof verdiende, ligt het voor de hand dat men hem als zeer goed uitziend of zelfs mooi beschreef. Zijn uiterlijk was uniek; verscheidene gezellen van hem getuigen, dat zij noch voor noch na hem iemand hebben gezien als hij.1 Hij was een imposante verschijning, die respect afdwong.2 Zijn lichamelijke eigenschappen waren voor een deel bovennatuurlijk. De profeet zou er stralend, oplichtend hebben uitgezien . Hij wordt dan ook ‘wit’, abyaḍ genoemd. Dat kan betrekking hebben op zijn huidskleur, die verderop besproken wordt, maar op sommige plaatsen is wel degelijk het stralende wit van een bijzondere verschijning bedoeld. Het hoeft niet helemaal letterlijk genomen te worden; zulke adjectieven kunne ook staan voor ‘nobel, stralend vlekkeloos’.3 Hij was nog glanzender dan een zwaard; eerder zoals de zon of de maan;4 zijn gezicht straalde als een volle maan.5 Hij had een witte bles op zijn voorhoofd, net als zijn vader toen deze naar Āmina ging om hem te verwekken; hier mogen we denken aan het pre-existente „Licht van Mohammed“ (nūr Muḥammad).6 Zijn hals was als een zilveren kan, resp als de hals van een zilveren standbeeld.7
Zijn lichaamsgeur was buitengewoon aangenaam. Zoals iemand zei: ‘Ik heb geen muskus of amber geroken die lekkerder rook dan hij.’8 Ook zijn zweet zou welriekend en zegenrijk zijn geweest: zijn vrouw Umm Sulaym ving het op en mengde het door haar parfum.9 De zweetdruppels in zijn gezicht waren als parels.10

Vele hadithen beschrijven lichamelijke eigenschappen van de profeet die weliswaar prijzenswaardig zijn, maar ook bij andere mensen niet zelden worden aangetroffen. Ik ga ervan uit dat de volgende eigenschappen lovend bedoeld zijn:
Hij had brede schouders,11 een brede borst,12 dikke gewrichten, sterke schouders,13 lange, resp. grote armen und benen,14 grote, krachtige voeten, slanke hielen,15 grote, resp. krachtige handen en vingers,16 Maar er wordt ook gezegd: ‘Ik heb nooit iets aangeraakt, of het nu brokaat was of zijde of nog wat anders, dat zachter was dan de handen van de profeet,’17—waarmee misschien gezegd wil zijn dat hij geen lichamelijk werk verrichtte.
Zijn hoofd was groot,18 zijn gezicht heel mooi.19 Hij had een brede resp. mooie mond;20 de wangen waren glad.21 Zijn ogen worden groot en zwart genoemd;22 het wit van zijn ogen had iets roodachtigs;23 de wenkbrauwen liepen door,24 de wimpers waren lang.25 Hij had perfecte oren.26
Het hoofdhaar zou diepzwart, resp. dicht geweest zijn;27 de baard wordt mooi, dicht en heel zwart genoemd.28
Hij liep energiek. ‘Ik heb nooit iemand gezien,’ zei iemand, ‘die sneller liep dan de profeet, het was alsof de aarde voor hem werd samengevouwen. Wij moesten ons best doen om hem bij te houden, maar dat kon hem niet schelen.’ En iemand anders: ‘Als hij met andere mensen liep was hij hen ver vooruit.“29

Er doemt een beeld op van een sterk gebouwde, potige man; zo had men hem blijkbaar het liefst. Iemand zou kunnen denken dat die slanke hielen niet zo goed passen bij de grote voeten, het snelle lopen niet bij de zware lichaamsbouw. Maar al deze hadithen zijn verzamelingen van kleine elementjes, die gemakkelijk uitwisselbaar zijn en nooit een samenhangend beeld opleveren. Hieronder zal dat nog duidelijker worden.
Dat Mohammed volgens een hadith ooit een worstelwedstrijd tegen de sterkste man van de stam won, zegt niets. Dat is een wonderverhaal; zonder Gods hulp had hij nooit kunnen winnen.

2. Niet zus en niet zo: een man van het midden
Hij was van gemiddelde lengte,30 niet lang en niet kort,31 niet dik en niet mager,32 niet bleek en niet roodachtig (ādam);33 zijn haar was kroezig noch sluik.34 Hier wordt een oud Arabisch adagium toegepast: de/het middelste is altijd het beste.35

3. Hij zag er beter uit dan andere profeten
De profeet wordt geciteerd in beschrijvingen van vroegere profeten, die hij tijdens zijn hemelvaart had gezien. In een van de varianten van de betreffende hadith heet het: ‘Ik zag ‘Īsā, Mūsā en Ibrāhīm (Jezus, Mozes en Abraham). ‘Īsā heeft kroezend haar, is rossig (aḥmar) en heeft een brede borst. Mūsā is roodbruin (ādam), corpulent en heeft sluik haar, alsof hij tot het Zuṭṭ-volk behoort.“„En Ibrāḥīm?“ vroegen ze. Hij antwoordde: „Kijk naar jullie metgezel, de gezant Gods, [dan weten jullie het].“36. Maar volgens een andere versie was Mūsā roodbruin, lang en had hij een haakneus alsof hij tot de stam Shanū’a behoorde.37 Of iets dergelijks, maar dan met de aanvullingen: ‘mager, met kroezig haar’.38 Op dezelfde plaats heet het dat ‘Īsā ’rossig was, niet kort en niet lang, zomersproeten en sluik haar had en eruit zag of hij net uit bad gekomen was; je zou denken dat zijn haar droop van het water, maar dat was niet zo.’
Het vermeende uiterlijk van Mohammed is theologisch geïnstrumentaliseerd. Mūsā en ‘Īsā waren met hun uitgesproken eigenschappen geen ‘mannen van het midden’ zoals Mohammed. Hoe zomersproeten en haakneuzen beoordeeld werden weet ik niet; ik vermoed dat ze als minder mooi golden. In ieder geval zag Mohammed er beter uit dan de profeten van de joden en christenen. Maar van Ibrāhīm zegt hij: ‘Nooit heb ik iemand gezien die meer op mij leek dan hij.’
Overigens zijn er ook beschrijvingen van de schoonheid van bepaalde andere profeten, die niet met Mohammed in een concurrentieverhouding stonden. Vooral Hārūn (Aäron) zou er goed hebben uitgezien, en natuurlijk Yūsuf (Jozef), op wie Potifars vrouw Zulaika verliefd was.37

4. Mohammed zag er heel gewoon uit
Hij was immers een mens als alle anderen, zoals ook de koran benadrukt. Hier volgen lichaamsbeschrijvingen van de profeet, die kennelijk niet lovend bedoeld waren. Het kan echter ook zijn, dat ik niet heb begrepen hoe men die eigenschappen destijds heeft beoordeeld. Doorlopende wenkbrauwen of een buik worden in verschillende culturen en in verschillende tijden heel anders gewaardeerd, en dat kan ook bij andere eigenschappen het geval zijn.
Zoals boven al uiteengezet staat de huidskleur ‘wit’, abyaḍ, dikwijls voor ‘nobel, stralend, vlekkeloos’. Maar vaak genoeg wordt het woord ook voor Mohammeds echte huidskleur gebruikt, die dan meestal een rossige bijkleuring heeft.39 De huidskleur wordt ook ‘bruin,’ asmar, genoemd, of ’bruin neigend naar wit’.40 Of hij was niet zus en niet zo; zie boven.
Zijn heupen en oksels, die te zien waren bij de buigingen tijdens het gebed, worden wit genoemd. De bedoeling was kennelijk te wijzen op de oorspronkelijke huidskleur.41 Gezicht, armen en benen zullen immers door de zon gebruind zijn geweest.

Dat de profeet diepzwart, dicht hoofdhaar had heb ik als lof opgevat. De haarlengte en de scheiding zijn moeilijk in te schatten; bovendien kunnen ze variabel zijn geweest. Volgens één tekst had hij sluik haar,42 maar veel meer teksten benadrukken, zoals gezegd, dat zijn haar kroezig noch sluik was. Zijn haar kwam tot aan de helft van zijn oren, of tot zijn oorlelletjes, of hield ergens op tussen de oren en de schouders, of het kwam tot aan zijn schouders.43 Hij liet zijn voorhoofdslokken los hangen en maakt een scheiding in de rest (?).44 De vragen of de profeet bij het ouder worden grijs werd en of hij zijn baard- en hoofdhaar verfde, heeft tot een vloed van teksten geleid, die ik hier niet zal behandelen, omdat → Juynboll dat al heeft gedaan.
Op zijn lichaam zou de profeet nauwelijks behaard zijn geweest.45 Of toch wel: zijn onderarmen en borst waren behaard, resp. ook zijn schouders.46 Hij had een haarlijn van zijn borst tot aan zijn navel (masruba). Deze beharing wordt fijn, resp. lang genoemd.47

Mohammeds snelle lopen heb ik boven al genoemd, omdat ik dat opvat als een positief beoordeelde eigenschap. Zijn manier van lopen was dat niet; die was eerder een beetje eigenaardig. De overlevering loopt sterk uiteen: Als hij liep boog hij voorover.48 Als hij liep boog hij voorover alsof hij een helling opliep.49 Als hij liep was het alsof hij een helling afliep.50 Als hij liep boog hij (var.: een beetje) voorover, alsof hij een helling afliep.51 Als hij liep (var: opstond), was zijn stap onzeker, alsof hij een helling afliep.52 Als hij zich omdraaide draaide hij zich helemaal om.53 Hij draaide zich helemaal naar voren en helemaal naar achteren.54 Geen duidelijke voorstelling heb ik bij deze tekst: ‘De profeet zette zijn linkervoet zo neer dat te zien was dat de buitenkant zwart was’ (?).55

Was Mohammed dik? In het verhaal over de slag bij Uḥud moest iemand hem helpen de rots op te komen, van waaruit hij de slag wilde bekijken, ‘omdat hij dik was en bovendien twee maliënkolders over elkaar droeg; toen hij probeerde omhoog te komen lukte hem dat niet.’56 Umm Hāni’, een tante van de profeet, bij wie hij ten tijde van zijn hemelvaart overnachtte, zag plooien op/aan zijn buik: „Ik greep een stuk van zijn bovenkleed, zodat zijn buik zichtbaar werd: die was [als] een geplooide Koptische doek.“57 Was dat een teken van corpulentie of waren het eerder de littekens van de ‘splijting van de buik’ (shaqq al-baṭn) door twee engelen, die kort voor de hemelvaart plaatsvond? Plooien zegt ook een zekere Umm Hilāl gezien te hebben: ‘Telkens als ik de buik van de profeet zag, moest ik aan over elkaar gevouwen bladen denken.’58
Wanneer men de profeet in een hadith zelf laat zeggen: ‘Ik ben dik,’ betekent dat niet veel, omdat die tekst als basis voor een sharia-regel moet dienen; zie onder.
De eventuele dikte van de profeet moet niet naar moderne maatstaven worden beoordeeld. Een buik kon immers een statussymbool zijn, een teken, dat men rijkelijk te eten had. Een sixpack had in die tijd iedere man.

5. Een bijzonder kenmerk
Een merkwaardig verschijnsel aan het lichaam van de profeet was het zegel of stempel van het profeetschap (khātam al-nubuwwa of al-nabīyīn).59 Dat was een gezwel op zijn rug, of tussen zijn schouders, zo groot al een duivenei, en het zag er net uit als de rest van zijn lichaam60—is de kleur of de consistentie bedoeld?—of alternatief: als de knoop van een bruidstent,61 of een kamelenkeutel,62 een appel63 of een bosje haar,64 of het was zo groot als een vuist met moedervlekken als wratten er bovenop65—de teksten variëren. Verscheidene tijdgenoten zouden het gezwel gezien of betast hebben.66 Het voorstel van sommigen van hen—ze beweerden allemaal dat ze bedreven waren in de geneeskunst—het gezwel te behandelen, resp. weg te snijden, wordt door de profeet afgewezen: de beste arts is immers God, de schepper ervan.67
Hoe kwam men op de uitdrukking khātam al-nubuwwa? Het is onmogelijk niet aan koran 33:40 te denken, waar sprake is van khātam al-nabiyīn, „het zegel der profeten“. Men vroeg zich natuurlijk af wat dat moest betekenen; daarbij zal het woord khātam niet alle hoorders bekend zijn geweest. Een deel van de uitleggers heeft daarbij blijkbaar aan iets lichamelijks gedacht, en ziedaar: het zegel nam vorm aan.

6. Voorbeelden voor shariaregels
Bepaalde lichaamsbeschrijvingen van Mohammed dienden (ook) als voorbeeld voor gedragsregels.
– Wat te doen als een imam dik is en zijn bewegingen bij het gebed langzaam zijn? De gelovigen zouden het ritueel misschien sneller willen afwerken dan hij. Maar een hadith, waarin men de profeet laat zeggen: ‘Ik ben dik’ (baṭuntu) diende als precedent voor een gedragsregel. Als de imam langzaam is moeten de gelovigen bij het gebed zijn tempo volgen en niet sneller zijn dan hij.68
– Dragers van bepaalde kapsels zouden zich de haarlengte van de profeet kunnen hebben voorgesteld om hun eigen haarlengte te rechtvaardigen.
– Moet of mag je je hoofd- of baardhaar verven? Volgens bepaalde hadithen deed de profeet dat inderdaad, met henna, saffraan en Indisch geel (wars), waarmee hij een sunna invoerde, die ook door enkele met name bekende gezellen gevolgd werd (→ Juynboll).
– Wat doe je met een gezwel; open- of wegsnijden misschien? Nee, onbehandeld laten; de profeet zelf gaf het voorbeeld. De teksten waarin de profeet zijn gezwel niet wilde laten behandelen kunnen ook gelezen worden als hoofdstukjes ‘profetische geneeskunst’ (ṭibb an-nabī) .

Het is soms moeilijk vast te stellen of een eigenschap normaal, een beetje raar of juist prijzenswaardig is. Een glanzend gezicht en brede schouders kunnen zonder meer als positief worden opgevat, maar grote voeten of een raar loopje? En wat betekent het dat de profeet zich altijd helemaal omdraaide? Had hij een stijve nek of een rugkwaal, zodat hij zijn hoofd niet kon omdraaien? Of is het lof, omdat hij zich zijn gesprekspartners helemaal toewendde? Of betekent het nog iets anders, of misschien helemaal niets?
Bij misschien de helft van de teksten steekt achter de beschrijving een duidelijke bedoeling die het puur beschrijvende te boven gaat; bij de andere helft is niet te zien welk doel zij gediend kunnen hebben. Je zou soms haast denken dat we te maken hebben met reële herinneringen aan het uiterlijk van de profeet. Maar dat kan evenmin het geval zijn, daarvoor zijn de beschrijvingen te tegenstrijdig. Liep hij nu snel of onzeker? Als het ware naar boven of naar beneden? Loopt een zware vent überhaupt snel? Passen slanke hielen bij grote voeten? En aangenomen dat de profeet echt een gezwel op zijn rug had, zouden de mensen dat werkelijk generaties lang aan elkaar hebben doorverteld?

Wetenschap?
Iemand zei tegen me: dat is wetenschap, wat jij hier bedrijft; waarom stuur je het niet naar een vaktijdschrift?
Nee, het is geen wetenschap, het is een opstel, een bestandsopname, een voorstudie. Wetenschap zou zijn: ‘alle’ relevante hadithen—tussen aanhalingstekens, want je vindt ze nooit allemaal—verzamelen, de woordbetekenissen bestuderen, isnadanalyses verrichten, de herkomst vinden, pogingen tot datering doen en zo mogelijk de ontwikkeling van de thematiek te onderzoeken. Dat zou minstens drie maanden duren.
Maar zulke wetenschap wordt op dit vakgebied helemaal niet meer bedreven. De tijd is er niet naar. Ofschoon hadith volgens iedereen een heel belangrijk literatuurgenre is wordt hij niet of nauwelijks bestudeerd.

NOTEN
IS = Ibn Sa‘d, Ṭabaqāt, Band i, 410–36. Ik vermeld de bladzijde en het nummer van de hadith aldaar, dat echter in de tekst niet wordt aangegegevn.
Muslim = Muslim, Ṣaḥīḥ, boek Faḍā’il.
IH = Ibn Hishām, Sīra.
1. لم أر (قبله ولا) بعده مثله HI 266; Muslim 91, 92; IS 410:2; 411:1–3; 412:1–2; 414:2, 4, 6; 415:1–4; 418:6.
2. فخم مفخم IS 422.
3. أبلج IS 411:2; أبيض Muslim 98, 99; IS 417:4; 418:1, 5; 419:7; أزهر IS 410:3; 413:2; 419:7; 422; أبيض شديد الوضح IS 411:2; له نور تعلوه IS 422; أنور المتجرَّد IS 422.
4. أوجهه مثل السيف؟ فقال جابر: مثل الشمس والقمر مستدير IS 416:2, 5; 419:3.
5. يتلؤلأ وجهه تلألؤ القمر ليلة البدر IS 422.
6 أغرّ IS 411:2. Over Mohammeds vader IH 101.
7. كأن عرقه إبريق فضة IS 410:2; كأن عنقه جيد دمية في صفاء الفضة IS 422.
8. ولا شممت مسكة ولا عنبرة ما أطيب من ريحه IS 413:2, 3; 414:3; ريح عرقه أطيب من المسك الأذفر IS 410:2.
9. Muslim 83, 84.
10. كأن عرقه في وجهه اللؤلؤ IS 410:2; 411:2; 412:1.
11. بعيد ما بين المنكبين Muslim 91, 92; IS 412:2; 414:5; 415:2; 416:3–4; 422; جليل الكتد IH 266; IS 411:3.
12. رحب الصدر IS 415:2; عريض الصدر IS 422.
13. ضخم الكراديس IS 411:1; 422; عظيم الكراديس IS 412:2; جليل المُشاش IH 266; IS 411:3; عظيم المناكب IS 412:1; ضخم المنكبين IS 415:2; 415:5.
14. سبج الساعدين IS 414:5; عظيم الساعدين IS 415:2; ضحم السافين IS 415:2 .
15. صخم القدمين IS 414:2, 4; IH 266; IS 410:2, 3; 411:1–3; 412:1, 2; 415:2; 422; شثن الأطراف IS 415:5; منهوس العقبين Muslim 97; IS 416:1.
16. ضخم الكفين IS 414:4; شثن الكف، الكفين IH 266; IS 410:2, 3; 411:1–3; 412:1, 2; 415:2; 422; شثن الأطراف IS 415:5; شثن الأصابع IS 418:3, 6.
17. وما مسست ديباجة ولا حريرة ولا شيئا قط ألين من كف رسول الله IS 413:2, 3.
18. ضحم الرأس IS 411:1; ضخم الهامة ;412:2 IS 410:3; 411:2.
19. حسن الوجه IS 414:4; 418:5; 420:4, أحسن الرجال وجها; Muslim 93, 98; مليح الوجه IS 417:4; 418:1; جميل دوائر الوجه IS 417:1.
20. ضليع الفم Muslim 97; IS 415:2; 416:1; حسن الفم IS 412:2; 415:2; حسن المضحك IS 417:1
21. سهل الخد IS 410:2.
22. عظيم العينين IS 410:3; أدعج العينين IH 266; IS 410:2; 411:3; 415:5; أكحل العينين IS 417:1; أسود الحدقة IS 412:1.
23. أشكل العين Muslim 97; volgens de uitgever Fuʾād ʿAbd al-Bāqī is deze eigenschap prijzenswaardig; مشرب العينين حمرة IS 410:3; في عينيه حمرة IS 412:2.
24. مقرون الحاجبين IS 412:2; dit moet positief beoordeeld zijn geweest.
25. أهدب الأشفار IH 266; IS 410:3; 411:2–3; 412:1–2; 414:5–6; 415:2, 3, 5.
26. تام الأذنين Muslim 97; IS 412:2; 415:2.
27. أسوده IS 412:2; شديد سواد الشعر IS 418:3; فما أنسى شدة … سواد شعره IS 419:1; عظيمة الجمة Muslim 91; ذا وفرة IS 410:2; 422.
28. حسن اللحية IS 412:2; 415:2; 418:3; كث اللحية IS 410:2, 3; 422; شديد سواد الرأس واللحية IS 418:3; قد ملأت لحيته ما لدن هذه الى هذه، وأشار الى صدغيه ختى كادت ملأت نحره IS 417:1.
29. إذا مشى مشى مجتمعا ليس فيه كسل IS 417:3; وما رأيت أحدا أسرع في مشيه من رسول الله كأنما الأرض تطوى له إنه تجهد أنقسنا وإنه لغير مكترث IS 415:1, 4; إذا جاء مع القوم غمرهم IS 411:2; إذا مشى هرول الناس وراءه IS 418:6; يمشي ويمشون IS 419:1.
30. مقصَّد Muslim 99; IS 417:4; في الرجال أطول منه وفي الرجال أقصر منه IS 413:1: 415:4; 419:1; مربوع ، رَبعة IH 266; IS 411:3; 413:1; 415:2; 416:3; 418:5.
31. ليس بالطويل ولا بالقصير، لا طويل ولا قصير IS 410:2; 411:1, 3; 412:1–2; 413:1; 414:3, 415:2; 416:4, 418:3, 6.
32. ONTBREEKT NOG@
33. ليس بالأبيض الأمهق ولا بالآدم IS 413:1; 418:3.
34. ليس بالجعد القَطط ولا بالسبط، ليس بالجعد ولا السبط Muslim 94; IH 266; IS 411:3; 412:2; 413:1; 418:3, 6.
35. خيرهم أوسطهم، خير الأمور أوسطها , zo bijv. in kommentaren op koran 68:28 en in hadithen, bijv. Bukhārī, Manāqib 24, en Bukhārī, Faḍāʾil al-Aṣḥāb 5 أوسط العرب.
36. IS 417:2. De Zuṭṭ zijn een Roma-volk in Oman.
37. IH 270.
38. IH 266.
39. أبيض مشرب حمرة IH 266; IS 410:2; 411:1,3; 412:1, 2; IS 415:5; IS 418:3, 6;
40. أسمر IS 414:1; أسمر الى البياض IS 417:1.
41. بياض إبطيه IS 420:7; 421:1–4,6; أبيض الكشحين IS 414:6; 415:3; 421:6.470. سبط الشعر IS 410:2.
42. سبط الشعر IS 410:2.
43. الى أنصاف أذنيه Muslim 96 ; يبلغ شعره شحمة أذنيه Muslim 91; IS 416:3; بين أذنبه وعاتقه Muslim 94; يجاوز شعره شحمة أذنيه IS 422; كان يضرب شعره منكبيه Muslim 92, 95.
44. سدل ناصيته ثم فرق بعد Muslim 90.
45. أحرد IH 266; IS 411:3; ليس في بطنه ولا صرده شعر غير [المسربة] ه IS 410:2.
46. أشعر الذراعين والصدر IS 415:5. ÉÉN PLAATS ONTBREEKT NOG@
47. ذا مسربة IS 411:3; 415:5; في صدره مسربة IS 412:1; له شعر من لبته الى سرته يجري كالخط/كالقضيب IS 410:2; 422; دقيق المسربة IH 266; IS 410:2; طويل المسربة IS 411:1; 412:2.
48. إذا مشى تكفّأ IS 413:2; فيه جنأ IS 412:2
49. إذا مشى تكفّأ كأنما يمشي في صعد IS 410:3; 412:1; 415:5.
50. إذا مشى كأنما ينحدر من صبب IS 410:2; 411:2, 3.
51. إذا مشى تكفّأ (تكفّؤًا) كأنما ينرل/ينحط من صبب IS 411:1, 3; 412:2; 422.
52. إذا مشى تقلّع كأنما ينحدر من صبب IH 266; IS 411:2. تقلّع Kazmirski: être déraciné.
Ibn Hishām: لم يثبت قدمه; لم يثبت قدمه إذا قام كأنما ينقلع من صخر IS 410:2.
53. إذا التفت التفت معا/جميعا IH 266; IS 410:2, 3; 411:3; 415:5; 417:3; 420:2, 3; 422.
54. يقبل جميعا/معا ويدبر جميعا/معا IS 412:2; 414:5, 6; 415:2, 3.
55. كان يفترش قدمه اليسرى حتى يرى ظاهرها أسود IS 419:5.
56. ونهض رسول الله الى صخرة من الجبل ليعلوه وقد كان بدن رسول الله وظاهر بين درعين فلما ذهب لينهض لم يستطع فجلس تحته طلحة بن عبيد الله فنهض به حتى استوى عليها. IH 576–7.
57. فأخدت بطرف ردائه فتكشّف عن بطنه كأنه قبطية مطوية IH 267.
58. ما رأيت بطن رسول الله قط الا ذكرت القراطيس المثنية بعضها على بعض IS 419:2.
59. IH 266; IS 411:3; 415:4.
60. Muslim 110; IS 425:1, 2, 3; 427:1, 3.
61. Muslim 111.
62. IS 427:1.
63. IS 427:2.
64. IS 425:4.
65. Muslim 112; IS 426:2.
66. Muslim 110–112; IS 425:1–4; 426:2, 3; 427:1–3.
67. IS 426:3; 427:1–3.
68. إني بدنت فلا تبادروني بالقيام في الصلاة والركوع والسجود IS 420:5.

BIBLIOGRAFIE
– Ibn Hishām: Das Leben Muhammed’s nach Muhammed Ibn Ishâk bearbeitet von Abd el-Malik Ibn Hischâm, uitg. F. Wüstenfeld, Göttingen, 2 dln., 1858–60 [editio princeps van de Arabische tekst]. Ook online ter beschikking.
– Ibn Sa‘d, aṭ-Ṭabaqāt al-kubrā, uitg. Iḥsān ‘Abbās, 9 dln., Beiroet (Dār Ṣādir), z.j.
– Muslim ibn Ḥadjdjadj, Ṣaḥīḥ, uitg. Fu’ād ʿAbd al-Bāqī, 5 dln., Cairo 1955.
– Wolfdietrich Fischer, Farb- und Formbezeichnugen in der Sprache der altarabischen Dichtung, Wiesbaden 1965.
– G.H.A. Juynboll, „Dyeing the Hair and Beard in Early Islam. A Ḥadīth-analytical Study,“ Arabica 33 (1986), 49–75.

Terug naar Inhoud

One thought on “Hoe zag Mohammed eruit?

  1. Pingback: De eyeliner van de profeet | Emigrant

Reacties zijn gesloten.