Abd al-Malik als stichter van de islam

🇩🇪 Aan het begin van de islam staan de profeet Mohammed en de koran. Maar wat was dat voor een islam? De koran werd pas in de loop van de zevende eeuw tot een boek en stond als zodanig maar weinig mensen ter beschikking. De soenna (=handelwijze, overgeleverde norm) van de profeet werd pas later uitgewerkt; in de zevende eeuw was de belangrijkste soenna die van de kaliefen. De sharia bestond ook nog niet. Waren er al moslims? Zelf noemden zij zich in het begin ‘de gelovigen’, en het woord islam was ook nog niet gangbaar als aanduiding van de godsdienst.
De islam was nog niet uitgekristalliseerd; hij moest nog worden vormgegeven en daartoe heeft de Umayyadische kalief ‘Abd al-Malik (reg. 685–705) veel bijgedragen. Zo veel zelfs, dat hij als stichter of tweede stichter van de islam kan worden opgevat.

  • Een Umayyade als stichter van de islam? Menig moslim zal dat boos ontkennen: de Umayyaden waren immers moordenaars, zuipers, usurpators en nog veel meer! Kan zijn, maar ‘Abd al-Malik heeft een islam gesticht en die aan de openbaarheid gepresenteerd. Dat zijn islam afwijkt van het islamontwerp van latere schriftgeleerden, daar kon hij niets aan doen.

Toen ‘Abd al-Malik als kalief aantrad had hij met vele vijanden te kampen. Hij had van zijn vader weliswaar een reusachtig rijk geërfd, dat heel Perzië en de helft van het Oostromeinse rijk omvatte, maar dat rijk was er beroerd aan toe. Het oostelijk deel wilde niet vanuit de hoofdstad Damascus geregeerd worden, Sjiïeten en Kharidjieten rebelleerden en in zijn eerste regeringsjaren moest hij nog met een ander kalifaat afrekenen: dat van ‘Abdallāh ibn al-Zubayr (reg. 680–992). Die resideerde in Mekka; zijn broer Mus‘ab heerste als stadhouder over grote delen van Irak en Iran, terwijl de Umayyaden soms niet veel meer over hadden dan Damascus en Syrië. ‘Abdallāh en zijn broer klein te krijgen lukte ‘Abd al-Malik in 692: beiden werden gedood, de burgeroorlog was voorbij. De kalief moet geschrokken zijn van de kloof die er gaapte tussen Syrië en het Arabische schiereiland, waar de gewoontes van de profeet en de vroegste gelovigen in ere werden gehouden. Nu kwam het erop aan, de eenheid te herstellen.

Geschiedsschrijving
De herenigde staat had behoefte aan een algemeen aanvaarde ideologie en stichtingsmythe, waarin Mekka en Medina een hoofdrol zouden spelen. Nu kwam ‘Urwa ibn al-Zubair (643–712) goed van pas. Nadat ‘Abd al-Malik diens broers ‘Abdallāh en Mus‘ab had laten doden spoedde de veel jongere ‘Urwa zich naar Damascus om zijn huid te redden door trouw te zweren aan de winnende kalief. Dat was een gewaagde stap, maar hij had succes. De kalief, die reeds om strategische redenen offciële rouw had afgekondigd voor Mus‘ab, zag af van de terechtstelling van ‘Urwa en besloot hem liever te gebruiken. ‘Urwa was de intellectueel van de familie, die nooit militair actief was geweest, maar zich in Medina in alle rust had gewijd aan de studie van de hadith, het recht en de profetenbiografie. De kalief liet hem terugkeren naar Medina en verzocht hem, de ware geschiedenis van de islam voor hem op te schrijven. Dat deed ‘Urwa: hij schreef een hele reeks ‘brieven’ (rasā’il) aan de kalief en later nog aan diens zoon al-Walīd. Deze teksten zijn van groot belang, want zij bevatten de kern van de profetenbiografie en van de vroegste geschiedenis van de beweging die sinds ‘Abd al-Malik ‘Islam’ heet. Latere auteurs grijpen vrijwel allemaal op ‘Urwa’s teksten terug. Die zijn beknopt, want fantastische verhalen stelde ‘Abd al-Malik niet op prijs. Later werden ze aangedikt en verrijkt.
‘Urwa was niet alleen de zoon van de vooraanstaande profetengezel al-Zubayr, maar ook van Asmā’, de dochter van de eerste kalief Abū Bakr. Diens jongere dochter Aisja was de weduwe van de profeet en ‘Urwa’s tante. Zo stamde hij van vaders- en van moederskant van de ‘vroege elite’ . Zijn geschriften ademen Arabië en zijn uitgesproken pro-Abū Bakr en diens familie. De vroegste islam, met zijn oriëntering (qibla) op Jeruzalem, was misschien toch een overwegend syrisch-palestijnse aangelegenheid geweest. De Rotskoepel was eindpunt en hoogtepunt van die ‘syrische islam’. Door ‘Urwa’s werk kregen de Arabische erfenis en de ‘vroege elite’ een ereplaats in de offciële leer. Mekka, de Ka‘ba en Medina werden nu belangrijker dan ooit; het Arabische schiereiland speelde voortaan weer volledig mee en zo werd potentiële rebellen, althans op het schiereiland, de wind uit de zeilen genomen.

De Rotskoepel
Toen de burgeroorlog nog woedde liet ‘Abd al-Malik op de voormalige tempelberg in Jerusalem de Rotskoepel bouwen, die in 692 gereed kwam. In het midden daarvan bevindt zich een groot rotsblok, waaromheen de pelgrims hun ronden konden draaien, net als in Mekka. Daarbij zagen ze inscripties, waarin enkele duidelijke uitspraken de triomf van de islam verkondigden, zoals bij voorbeeld: ‘De godsdienst bij God is islam’ (koran 3:19).
Waarom liet de kalief die Rotskoepel bouwen? Het ligt voor de hand het gebouw te interpreteren als een statement aan de christenen. Christenen vormden immers de overgrote meerderheid in het Westen van het rijk, en voor hen was Jeruzalem met zijn Grafkerk een plaats van uitnemend belang. In de kerk werd het Heilige Kruis bewaard, dat keizer Heraclius er pas in 630 had teruggebracht nadat het door de Perzen geroofd geweest was. De Rotskoepel was een vrijstaand nieuw gebouw, uitdagend door zijn ligging en zijn schoonheid, en door de inscripties erop en erin. Uit één daarvan wordt duidelijk wat over Jezus te denken is:

  • Christus Jezus, de zoon van Maria, is [slechts] Gods gezant en zijn Woord, dat Hij richtte tot Maria, en een geest van Hem. Gelooft dan in God en Zijn gezanten en zegt niet: ‘Drie’! Houdt daarmee op, dat is beter voor jullie. God is [slechts] één God, geprezen zij Hij! Dat hij een kind zou hebben! (koran 4:171)

Aan eeuwen van christelijk gehakketak over de natuur van Christus werd door deze en andere koranteksten een eind gemaakt. Ook Mohammed, dienaar en gezant van God, wordt in de inscripties vermeld; dat was tevoren in de openbaarheid nauwelijks ooit gedaan.
Met dit afscheid van het christendom werd de islam geboren, de Arabische islam. Geleidelijk verdween steeds meer joods en christelijk materiaal (isrā’īlīyāt) uit de verhalen en de genealogieën; er vond een duidelijke ‘ontbijbeling’ plaats. 

‘Abd al-Malik had grote verdiensten voor het rijk. Hij heeft de eenheid hersteld, binnenlandse vijanden klein gehouden en de keizer in Constantinopel zijn plaats gewezen. Hij heeft het bestuur en het belastingstelsel herzien en een monetaire hervorming uitgevoerd, waarbij hij uitstapte uit de Romeinse solidus, de Euro van die tijd. Arabisch maakte hij tot de officiële rijkstaal. Dat waren allemaal belangrijke prestaties, maar van blijvender invloed waren zijn benadrukking van een islamitische identiteit en zijn initiatief tot een islamitische geschiedsschrijving.

BIBLIOGRAFIE
– A. Görke und G. Schoeler, Die ältesten Berichte über das Leben Muḥammads. Das Korpus ‘Urwa ibn az-Zubair, Princeton 2008. (‘Urwa’s ‘brieven’ gebundeld in het Duitse vertaling en geanalyseerd.)
– Chase Robinson, Abd al-Malik, Oxford 2005.

Diakritische Zeichen: ‘Abd al-Malik, Muṣʿab, ʿAbdallāh, ʿUrwa, ʿĀisha

Zurück zum Inhalt

One thought on “Abd al-Malik als stichter van de islam

  1. Pingback: Abd al-Malik als stichter van de islam | Emigrant

Reacties zijn gesloten.