Geslachten en neigingen in het premoderne Midden-Oosten – 1

De Boeginezen op Celebes kennen vijf geslachten, en de Navajo-Indianen eveneens: mannelijke mannen, vrouwelijke mannen, vrouwelijke vrouwen, mannelijke vrouwen; bij de Navajo de hermafrodiet die man én vrouw is en bij de Boeginezen de bissu, een soort heiligmens, die man noch vrouw is.
.
Lawrence Durrell schreef in Justine over Alexandrië: ‘There are more than five sexes, and only demotic Greek seems to distinguish between them.’ Dat laatste geloof ik niet, het Arabisch kan er ook wat van, maar inderdaad waren er vanouds in het Midden-Oosten heel wat meer geslachten dan in het saaie Westen, dat tot voor kort alleen mannetjes en vrouwtjes (er)kende en waar de recente ontdekking van andere mogelijkheden vooral getob lijkt te veroorzaken. De moslims deden er minder moeilijk over. Een operatie ter verandering van het geslacht was in Casablanca of Teheran eerder mogelijk dan hier.
.
De laatste tijd schieten ook bij ons de geslachten en genders als paddenstoelen uit de grond. Wij hebben tegenwoordig LGBTQ… en nog meer letters; van de laatste weet ik niet eens waar ze voor staan. Of het prettig is voor de betrokkenen om in zo’n hokje geduwd te worden? De Indonesische activiste Tiara Tiar Bahtiar heeft een boek geschreven met de titel Namaku bukan waria – panggil aku manusia, ‘Ik heet niet transgender, noem mij mens.’ Maar blijkbaar zijn er ook mensen die erop staan, zich zelf zo’n letter op te plakken. Zonder identiteit schijnt het tegenwoordig niet te gaan.
.
Er zijn geslachten en genders, maar ook seksuele oriëntaties; bovendien is er nog de mogelijkheid van travestie. Al met al is er een groot aantal spelcombinaties mogelijk.
Ik moet mij zeer beperken en kan alleen maar wat aanstippen, want in de Arabische bronnen die ik mij kan voorstellen (poëzie, geschiedwerken) ben ik niet ver doorgedrongen; zij zijn onafzienbaar en dikwijls onontsloten. Eén ding kan al van te voren worden gezegd: men deed vroeger niet aan identiteit. De westerse gedachte: als je iets bent ben je dat voor altijd, het is je ware wezen, je identiteit, bestond in die oude wereld niet. Mensen konden best uit hun hokje om iets anders te ‘worden,’ meestal tijdelijk, soms levenslang.

===========

Hermafrodieten 
Er was vanouds de khunthā, de hermafrodiet, die de lichamelijke geslachtskenmerken heeft van zowel een man als van een vrouw.
Volgens de koran heeft God de mens echter geschapen als mannen en vrouwen. Hermafrodieten moeten dus een keuze maken: als zij zich als man beschouwen en hun penis ook voor penetratie kunnen gebruiken moeten zij man worden, en anders vrouw. Vandaar dus de toelaatbaarheid van geslachtsveranderende operaties, toen die eenmaal mogelijk werden.

===========

Pseudo-jongens 
De ghulāmīya of radjulīya, een meisje dat zich kleedt en gedraagt als een jongen, kreeg een belangrijke impuls van de moeder van kalief al-Amīn (reg. 809–813). Toen al-Amīn als jongeman weinig belangstelling voor het vrouwelijk geslacht bleek te hebben wilde zijn moeder die stimuleren door dergelijke meisjes aan het hof te introduceren: kort haar, tuniekjes, strakke riem om het middel.
Wat voor meisjes waren dat? De moeder van een prins kon natuurlijk slavinnen bevelen zich als jongen te gedragen, ook als zij daartoe vanuit zichzelf niet geneigd waren. Maar zij zal bij de selectie wel een beetje opgelet hebben welke meisjes de rol met overtuiging konden spelen.1
Vrijwel onmiddellijk werden de ghulāmiyāt ook elders populair, bij voorbeeld als schenk(st)ers in kroegen.
 De dichter Abū Nuwās ontving zijn wijn graag ‘uit de hand van eentje met een gleuf, gekleed als iemand met een pik.’2 Hij beschrijft de meisjes ook, bijv. zo: Hier heb je mensen vrouwelijk in gedrag, maar in mannenkleding | met blote handen en voeten, zonder sieraad aan de oren en om de hals | zo slank als teugels, zwaardscheden en gordels |maar ze hebben volle achterwerken in hun tunieken, en dolken aan hun taille, | hun lokken zijn gekromd als schorpioenen, en hun snorren zijn van parfum.’3 

Jenny → Nordberg heeft een mooie studie geschreven over meisjes in Afghanistan, die om praktische redenen een aantal jaren als jongens optreden. Zij schrijft over onze tijd, maar de samenleving in Afghanistan is nog behoorlijk premodern. Zulke meisjes worden als jongens gekleed en behandeld en ze gedragen zich ook zo, inclusief bomen klimmen, voetballen en vechten.4 Het zijn meestal de ouders die op het idee komen een dochter tot zoon om te vormen; soms ook een molla. Het is namelijk een enorme schande voor een Afghaans gezin om geen zoon te hebben, bovendien mogen meisjes vrijwel niets, zodat een gezin zonder man of jongen niet goed kan functioneren. Daar komt nog een magisch motief bij: men gelooft graag dat als er één zo’n jongen in huis is, het volgende kind dat geboren wordt een echte jongen zal zijn.
De meisjes vinden het meestal wel mooi: als jongen hebben zij immers heel veel meer vrijheid, ze kunnen naar school, ze lopen wijdbeens op straat met een brutale oogopslag, ze kunnen vader meehelpen in de winkel, ze kunnen met de jongens en mannen meedoen en hebben ook thuis een bevoorrechte positie: hun vader praat met ze en neemt ze serieus.
Zulke meisjes heten daar bacha posh, bij ons tomboy, garçonnefatāt mustardjila; het Nederlands heeft er blijkbaar geen woord voor—of wel? De omvorming vindt vaak plaats als het meisje drie of vier is, soms ook al bij de geboorte. In het ideale geval worden de jongens ruim voor de puberteit weer meisje gemaakt: dan hebben ze nog voldoende tijd om vrouwelijk geachte gedragingen en vaardigheden aan te leren, zoals koken, naaien, wassen, schoonmaken enzovoort. Nordberg heeft voormalige tomboys geïnterviewd: terugblikkend op hun jongensperiode zijn ze daar meestal positief over: het was toch een buitenkansje om er eens uit te komen, ze kregen in de jongensrol de kans om de wereld te leren kennen en zelfvertrouwen op te bouwen. Moeilijk was het echter voor meisjes die nog tot diep in de puberteit jongen bleven, of de overgang pas op hun zeventiende maakten. Dan was die soms echt problematisch; ze konden niet koken of naaien, ze wisten niet eens hoe ze zich moesten opmaken en bescheiden lopen met kleine stapjes en neergeslagen blik, en vooral: ze hadden vaak helemaal geen zin om hun vrije leventje van studie of werk op te geven om zo’n onderworpen schepsel te worden waarvan alleen de baarmoeder gewaardeerd werd—als die tenminste jongens baarde. Ook zulke vrouwen heeft Nordberg geïnterviewd: er was er een bij die zelf allang moeder was en de praktische kanten van het ‘vrouw zijn’ nog steeds niet goed onder de knie had. Waarom niet? Omdat zij zich immers man voelde en er een was! Zij had zich zo in de rol van man ingeleefd dat zij er werkelijk min of meer een geworden was: zonder penis weliswaar, maar met ingevallen borsten en vaak uitblijvende menstruatie.
Nordberg vertelt over een Afghaans meisje dat op haar vijftiende nog bacha posh was en helemaal geen zin had om zich aan de vrouwenrol te wijden. Ze maakte eens een ronde op een gehuurd motorfietsje, harstikke stoer, maar toen riep een jongen haar toe: we weten heus wel dat je een meisje bent hoor! Ze vond het niet erg; het was een vriend, die haar ook beschermde als andere jongens haar te lijf wilden gaan. Blijkbaar wist men wel dat sommige jongens eigenlijk meisjes waren, maar werd dat min of meer genegeerd en getolereerd.

Van twee extreme gevallen bericht Nordberg nog: een bacha posh die man bleef, in een street gang opgenomen was en gevechten leverde met andere gangs, en een andere die een militaire opleiding gevolgd had: ze was door de Amerikanen opgeleid tot commando en scherpschutter en werkte nu in actieve dienst bij de politie. In haar pas stond een vrouwelijke naam, maar zij gedroeg zich als man en deed in lichaamsbouw, gespierdheid en macho gedrag niet onder voor haar mannelijke collega’s. Zulk vrouwen hoopten maar dat ze spoedig te oud zouden zijn om nog te kunnen trouwen; aan hun lijf geen polonaise.
Onze tomboys zijn dat vanuit hun persoonlijke neiging; in Afghanistan worden ze veelal van buitenaf in die rol gedwongen, maar ze kweken de neiging aan, doordat ze de andere jongens imiteren en leren met een lage stem te spreken en zich onder hen te handhaven. Het sociale geslacht is ook een geslacht; dat wordt bij ons wel eens vergeten. Gevangen in een verkeerd lichaam? dat zit in het vrouwverachtende Afghanistan blijkbaar toch anders dan bij ons: eigenlijk zijn alle meisjes gevangen in een verkeerd, want onvrij lichaam. Man worden is dus het ideaal. Te denken geeft dat bij deze vrouwen het lichaam de geest was gevolgd en ook werkelijk in een mannelijk lichaam was veranderd—niet helemaal, maar tamelijk verregaand. En dat zonder operaties of hormooninjecties, want die hebben ze daar niet. Als dat in Afghanistan kan, kan het bij ons ook. Zouden niet heel wat mensen zich een identiteit aanmeten terwijl ze net zo goed, al dan niet tijdelijk, een andere zouden kunnen hebben?
.
Ook in Albanië zijn er nog oude mannen geïnterviewd die als meisje waren geboren en om dezelfde redenen als in Afghanistan door hun ouders tot jongen gebombardeerd waren: de ‘gezworen maagden’ (burrnesha). Zij bleven dan hun hele leven man en moesten zweren zich van iedere seksuele activiteit te onthouden.
.
Wie mocht denken dat dit alles iets met islam te maken heeft, heeft het mis. De sharia-geleerden keuren het juist af dat iemand zich voordoet als lid van het andere geslacht. De geslachtswisseling doet zich eerder voor in maatschappijen met een sterke scheiding tussen de geslachten, en die bestond al ver vóór de islam, ook in heel andere culturen. Bij nader inzien zijn er vele landen waarin vrouwen de stap tot geslachtswisseling moesten of wilden ondernemen om hun kansen te verbeteren; West-Europa tot de negentiende eeuw niet uitgezonderd. In Albanië is te zien dat het aantal burrnesha’s afneemt nu daar het moderne leven doordringt. De noodoplossing, die de geslachtswisseling was, is niet langer nodig.

===========

Mannelijke vrouwen
Vrouwen die domweg geen zin hadden in de traditionele onderworpen vrouwelijke rol waren er natuurlijk ook:

Hind bint ‘Utba (7e eeuw), de ‘levereetster’, stelde zich volgens de overlevering niet tevreden met de traditionele vrouwenrol op het slagveld, die bestond in het aanmoedigen van de mannen, water aandragen en het verzorgen van gewonden. Zij sneed het lichaam van de gedode strijder Hamza open en at zijn lever rauw. 

Ooit besprak ik hier het boek van Remke → Kruk, The Warrior Women of Islam. Dat boek behandelt oude Arabische volksverhalen over butch vrouwen die vochten op het slagveld en zelfs eigen legers aanvoerden. Maar al die verhalen zijn fictie: producten van mannelijke fantasie en bedoeld om een mannelijk publiek te amuseren, en dus niet geschikt als bron voor de geleefde werkelijkheid. In haar eerste hoofdstuk doet de auteur echter verslag van haar speurtocht naar vrouwelijke strijdsters die werkelijk hebben bestaan. In de eerste eeuwen van de islam schijnen er enkele, maar niet veel vrouwen werkelijk militair actief geweest te zijn; de mededelingen over hen zijn zeer beknopt. Verder zijn er wat verhalen die half-legendair zijn, of terugaan op een verdunde versie van de Oudgriekse mythe over de Amazonen. De meest krijgszuchtige vrouw uit het oude Nabije-Oosten die echt bestaan heeft was misschien koningin Zenobia (240–274), die vanuit de Syrische oase Palmyra een groot rijk wist op te bouwen en enkele jaren een bedreiging vormde voor de Romeinse legioenen. Over haar wordt ook verteld dat zij als meisje een tomboy was, meisjesachtige activiteiten meed, maar liever worstelde met jongens en op wilde dieren joeg met pijl en boog.5

In de hadith-literatuur lezen we over een zekere Umm Ḥarām, die erop stond, deel te nemen aan een militaire expeditie tegen Cyprus in 649. Over haar krijgsverrichtingen wordt niets vermeld; haar militaire carrière eindigde ongelukkig toen zij na behouden terugkeer van haar rijdier viel en om het leven kwam.6

In Egypte bestaan er veel moppen en cartoons over muizige mannetjes die geheel onder de plak zitten van hun overweldigende echtgenote. Dat is natuurlijk fantasie; toch bestaat er een minderheid van paren waarbij dat duidelijk wel het geval is. Niemand zal de voorste dame op bijgaande foto voor bedeesd of onderdanig houden. Zo’n vrouw wordt bij ons vaak manwijf genoemd; dat klinkt erg negatief. Haaibaai, dragonder of mansvilder is ook niet beter; neutraler klinkt mannetjesputter—ja, dat woord kan voor beide geslachten worden gebruikt, al hoor je het zelden over vrouwen.
.
In Egypte bestonden (bestaan?) er vrouwelijke bouwvakarbeiders: ik heb hen zeer zware lichamelijke arbeid zien verrichten: manden vol stenen sjouwen, op steigers klimmen enzovoort. Misschien hadden zij geen man (meer) die voor het gezinsinkomen zorgde en traden zij op als kostwinner spelen? Maar moesten zij dan dit werk doen, of wilden zij het zelf? Hadden zij geen naai- of strijkwerk kunnen doen, of met een luierservice langs de huizen gaan? Of betaalde de bouwvak beter? Ik weet niet hoe dat zat.

Umm Kulthūm (± 1904–1975), de beroemde Egyptische zangeres die met haar formidabele stem decennia lang de Arabische wereld op de knieën dwong, viel al vroeg op door haar zangtalent. Haar vader, een dorpsimam, had ook een muziekensemble, waarin zij mocht optreden op voorwaarde dat zij zich als jongen zou kleden en gedragen. Dat ging lange tijd goed, maar toen zij steeds zichtbaarder een vrouw werd en steeds meer mensen ‘het’ wisten, beval haar vader haar op te houden en te trouwen. Daar kwam allemaal niets van terecht en na een pauze zong zij verder, voortaan in Cairo en helemaal als vrouw. In haar latere jaren was haar stem heel laag, maar toen zij nog jong was niet. Iedere zangstem wordt lager bij het ouder worden, maar bij haar was het extreem. Was het haar wens een diepe alt te zijn, was het iets mannelijks dat zich een weg baande? Zij hield zich verre van de onder kunstenaars gebruikelijke liederlijkheid. Dat zij niet met mannen aanrommelde wordt vaak toegeschreven aan haar vrome inborst en nobele karakter; het kan echter ook zijn dat zij zich niet tot mannen aangetrokken voelde. Er bestaat tenminste één gerucht dat zij bij het opstellen van een contract voor een buitenlands optreden de levering van twee jonge meisjes bedong.

Dit zijn maar hap-snap wat indrukken, de meeste uit lectuur. In geen velden of wegen heb ik een overzicht over deze verschijnselen in de hele Arabische of islamitische wereld; ben ook geen sociale wetenschapper.

Jongensachtige meisjes en manhaftige vrouwen hoeven overigens helemaal niet lesbisch te zijn; ik zeg het nog maar even.

Lees verder:
Geslachten en neigingen – 2a: De verwijfden van het oude Medina
Geslachten en neigingen – 2b: De verwijfden in de hadith van de profeet
Geslachten en neigingen – 2c: Vrouwelijke mannen: de khanīth van Oman. Safwan ib al-Mu‘attal
Geslachten en neigingen – 3 Seksuele oriëntaties in het premoderne Midden-Oosten.

NOTEN
1. Veel succes had ze overigens niet met haar pogingen. Toen al-Amīn eenmaal kalief was dichtte een anonieme spotdichter over hem en zijn minister Faḍl: Het is een wonder: de kalief | is als een pederast actief, | de ander komt aan zijn gerief | (wat ons nog meer verrast) passief! Vertaling Geert Jan van → Gelder, Tuin 191.
2. Abū Nuwās, Dīwān I,@@; Wagner, Abū Nuwās 178من كَفّ ذات حِرّ في زيّ ذي ذكر لها محبّان لوطي وزنّاءُ
3. Abū Nuwās, Dīwān I, 174–5; Wagner, Abū Nuwās 177:
صوَر إليك مؤنّثاتُ الدلّ في زيّ الذكورِ
عُطُلُ الشَّوي ومواضعِ الأزرار منهل والنحورِ
أُرهِقن إرهاف الأعنّة والحمائل والسيورِ
وموفَّراتٍ في القراطق والخناجرُ في الخصورِ
أصداغُهنّ معقربات والشوارب من عبيرِ

4. Ik dank Prof. Remke Kruk, Leiden, die mij op dit boek gewezen heeft.
5. Kruk, Warrior Women, 17, 45. Een belangrijke bron is Trebellius Pollio, in de Historia Augusta, een auteur die bekend staat om zijn weinig waarheidsgetrouwe beschrijvingen en misschien zelf niet eens bestaan heeft. Maar om een rijk op te bouwen en zich tegen Romeinse legers te handhaven  moet Zenobia toch echt wat in haar mars gehad hebben.
6. Bukhārī, Djihād 8, var. Djihād 3, 17: […] van Anas ibn Mālik, van zijn tante Umm Ḥarām bint Milḥān: De profeet sliep op een dag dicht bij mij en toen hij wakker werd glimlachte hij. Ik vroeg waarom hij lachte. Hij zei: [In de droom] zijn mij mensen uit mijn gemeente getoond terwijl zij de groene zee bevoeren als koningen op tronen. Zij zei: Bid tot God dat hij mij een van hen maakt! Toen bad [de Profeet] voor haar en sliep weer in; hetzelfde gebeurde nog een keer. Hij zei: Jij bent een van de eersten. Zij ging met met haar echtgenoot ‘Ubāda ibn al-Sāmit mee op krijgstocht toen de moslims voor het eerst de zee bevoeren met Mu‘āwiya. Toen zij terug waren van de tocht en in Syrië weer aan land gingen werd haar een rijdier gebracht om op te rijden, maar dat wierp haar af en daaraan stierf zij.

حَدَّثَنَا عَبْدُ اللَّهِ بْنُ يُوسُفَ قَالَ حَدَّثَنِي اللَّيْثُ حَدَّثَنَا يَحْيَى عَنْ مُحَمَّدِ بْنِ يَحْيَى بْنِ حَبَّانَ عَنْ أَنَسِ بْنِ مَالِكٍ عَنْ خَالَتِهِ أُمِّ حَرَامٍ بِنْتِ مِلْحَانَ قَالَتْ  نَامَ النَّبِيُّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ يَوْمًا قَرِيبًا مِنِّي ثُمَّ اسْتَيْقَظَ يَتَبَسَّمُ فَقُلْتُ مَا أَضْحَكَكَ قَالَ أُنَاسٌ مِنْ أُمَّتِي عُرِضُوا عَلَيَّ يَرْكَبُونَ هَذَا الْبَحْرَ الْأَخْضَرَ كَالْمُلُوكِ عَلَى الْأَسِرَّةِ قَالَتْ فَادْعُ اللَّهَ أَنْ يَجْعَلَنِي مِنْهُمْ فَدَعَا لَهَا ثُمَّ نَامَ الثَّانِيَةَ فَفَعَلَ مِثْلَهَا فَقَالَتْ مِثْلَ قَوْلِهَا فَأَجَابَهَا مِثْلَهَا فَقَالَتْ ادْعُ اللَّهَ أَنْ يَجْعَلَنِي مِنْهُمْ فَقَالَ أَنْتِ مِنْ الْأَوَّلِينَ فَخَرَجَتْ مَعَ زَوْجِهَا عُبَادَةَ بْنِ الصَّامِتِ غَازِيًا أَوَّلَ مَا رَكِبَ الْمُسْلِمُونَ الْبَحْرَ مَعَ مُعَاوِيَةَ فَلَمَّا انْصَرَفُوا مِنْ غَزْوِهِمْ قَافِلِينَ فَنَزَلُوا الشَّأْمَ فَقُرِّبَتْ إِلَيْهَا دَابَّةٌ لِتَرْكَبَهَا فَصَرَعَتْهَا فَمَاتَتْ.

BIBLIOGRAFIE
– Abū Nuwās: Der Dīwān des Abū Nuwās, Teil I, Uitg. Ewald Wagner, Wiesbaden 1958.
– G.J. van Gelder, Een Arabische tuin. Klassieke Arabische poëzie, Amsterdam/Leuven z.j..
– Remke Kruk, The Warrior Women of Islam. Female empowerment in Arabic Popular Literature, Londen 2014.
– Adam Mez, Die Renaissance des Islâms, Heidelberg 1922.
– Jenny Nordberg, De verborgen meisjes van Kabul. Verhuld protest in Afghanistan. Vertaald door Miebeth van Horn, Amsterdam 2015; oorspronkelijk verschenen in het Engels: The Underground Girls of Kabul, The Hidden Lives of Afghan Girls Disguised as Boys, 2014.
– Ewald Wagner, Abū Nuwās. Eine Studie zur arabischen Literatur der frühen ‘Abbāsidenzeit, Wiesbaden 1965.

Terug naar Inhoud

3 thoughts on “Geslachten en neigingen in het premoderne Midden-Oosten – 1

  1. Pingback: Arabieren en homoseksualiteit | Emigrant

  2. Pingback: Geslachten en neigingen in het pre-moderne Midden-Oosten – 2c – Leeswerk Arabisch en Islam

  3. Pingback: Geslachten en neigingen in het premoderne Midden-Oosten | Emigrant

Reacties zijn gesloten.