Geslachten en neigingen in het premoderne Midden-Oosten – 3

Naar deel 1. Deel 2 wordt later nog ingevoegd.

Oriëntaties
Het overkoepelende begrip homoseksualiteit, dat gebruikt wordt voor álle vormen van seksueel leven tussen personen van hetzelfde geslacht, bestond in de Arabische wereld niet. Bestaat het nu wél? In de woordenboeken Europees-Arabisch wordt vaak als equivalent 
liwāṭ gegeven, maar dat is iets anders. Het schijnt tegenwoordig mithlīya djinsīya te moeten heten, maar dat is een raar modernisme; hoeveel mensen begrijpen wat daarmee bedoeld is? Het vaakst hoor je de sterk afkeurende term shudhūdh of shudhūdh djinsī, ‘perversie’, die sinds ongeveer 1940 in gebruik is.

Een lūṭī is een man die een jongen of andere man anaal penetreert. Dat kan hij doen uit lust, maar hij kan het ook doen om de ander te vernederen, te straffen of hem zijn dominantie te tonen; of uit meervoudige impulsen. De anale penetratie heet liwāṭEen ma’būn is een jongen of man die zich anaal laat penetreren: uit lust, of gedwongen, of uit een combinatie van beide. Het verlangen daarnaar heet ubna. Liwāṭ is een handeling, die men kan verrichten of niet; ubna is een verlangen dat een mens kan hebben. De handeling was  volgens het islamitisch recht (sharī‘a) strafbaar, maar er werd in de praktijk niet moeilijk over gedaan. Mensen die ubna hadden werden wel geminacht wanneer zij hun neiging uitleefden, maar dat hoefden ze niet te doen.
Uit het bovenstaande zal reeds duidelijk geworden zijn waarom het begrip homoseksualiteit in het Arabisch niet bekend was. Terwijl in het Westen de oriëntatie op hetzelfde geslacht bepalend is, is daarginds het actief of passief zijn van belang, terwijl liefkozen, aan elkaar zitten, variërend van stoeien tot knuffelen en andere verrichtingen die in het Westen ‘seksuele handelingen’ genoemd worden buiten beschouwing blijven: die zijn geen liwāṭ en geen ubna en daar is dus niets mee aan de hand. Wat je niet kunt benoemen kan ook niet laakbaar zijn. Begrijpelijk wordt zo ook waarom in Arabische landen tegenwoordig soms zo fel tekeer wordt gegaan tegen homoseksualiteit: dat is een importproduct, een drukdoenerige, alles benoemende lifestyle uit het Westen. Vandaar dat → el-Rouayheb zijn boek de titel meegaf: Before homosexuality. Bedoeld is: vóór de import daarvan. Dezelfde mensen die daar zo fel tegen zijn kunnen eventueel gewoon doorgaan met hun traditionele gedragingen, wat hun vanuit het Westen soms het verwijt van hypocrisie oplevert. Al heb ik de indruk—maar meer is het niet—dat er tegenwoordig onder jonge Arabische mannen toch minder geknuffeld en hand in hand gelopen wordt dan toen ik in 1971–72 in Cairo studeerde. Als dat klopt is ook dat een gevolg van westerse invloed: de Verlichting, weet U wel, en het Amerikaanse macho-ideaal: vechten is toegestaan, knuffelen niet. Jammer voor die jongens, want ze hebben toch al zo weinig. Met meisjes mogen ze nog steeds niets.
.
In het oude Nabije en Midden Oosten bestond vanouds veel pedofilie. Is het bij ons een minderheid van mannen die daarin geïnteresseerd is, daarginds was men het er vrijwel unaniem over eens dat jonge jongens, vlak voor of net ín de puberteit, erg sexy zijn en vaak nog verleidelijker dan vrouwen. Er zijn heel veel gedichten die de schoonheid beschrijven van zo’n jongen, nog zonder baardgroei of met het eerste dons op zijn wangen. Er zijn ook heel veel berichten van en over alleszins respectabele mannen, die de omgang met zulke jongens zochten en hartstochtelijk op hen verliefd waren. Ze te penetreren werd beslist als fout beschouwd, zowel ethisch als juridisch, maar vol bewondering kijken, gedichten op hen schrijven en flirten was volgens de meeste juristen toegestaan, en dat hebben veel mannen inderdaad gedaan. Natuurlijk was er een onduidelijk tussengebied. De niet gepraktiseerde pedofilie herinnert aan de liefde voor wijn die veel dichters aan de dag leggen—onder wie bijvoorbeeld Khomeini, de man van de islamitische revolutie in Iran. Zij schreven bundels vol verzen over wijn, roes en dronkenschap zonder in werkelijkheid ooit een druppel te drinken.

In Afghanistan heet pederastie bacha bāzī. Volwassen mannen, bij voorbeeld militieleiders, nemen zich nog steeds jonge jongens als lustknaapje, die ook worden ingezet als hoertje en dansjongen—waar men elders liever dansmeisjes had. Een onverkwikkelijke, eeuwenoude gewoonte, die moeilijk uit te roeien is. Onder de Taliban stond er de doodstraf op, maar wat als de bovenbazen er zelf aan meedoen? Ook hier geldt waarschijnlijk, dat modernisering van de maatschappij dit verschijnsel zal doen verdwijnen. Vroeger kwam het in heel Centraal-Azië voor, maar in de negentiende eeuw werd het in de door Rusland bezette landen al verboden en verdween het.
.
Konden volwassen mannen ook van elkaar houden? Jazeker; men cultiveerde warme, innige contacten met mannelijke vrienden; naar ik vermoed omdat een man niet bevriend kon zijn met een echtgenote en bij haar zijn emoties niet kwijt kon. Er zijn tiende-eeuwse brieven bewaard van verfijnde ambtenaren, die elkaar schrijven in de stijl van de hoofse liefde, op de jammertoon van in de steek gelaten geliefden. Gingen zij ook met elkaar naar bed? Meestal niet, denk ik, maar als ze het wel deden zal het ook geen probleem geweest zijn.

Nu zou er natuurlijk iets moeten volgen over lesbische liefde in die oude tijd, maar daar weet ik niets van en er is weinig literatuur over, dus daar zwijg ik liever over. Binnenkort verschijnt er een boek over; daar wacht ik dan maar op.
==============
Naar deel 1. Deel 2 wordt later nog ingevoegd.

Enkele persoonlijke herinneringen uit mijn studententijd in Cairo hier.

NOTEN
xxxx

BIBLIOGRAFIE
– G.H.A. Juynboll, ‘Siḥāḳ,’ in EI2. (Over lesbische liefde.)
– Michael Leezenberg, De minaret van Bagdad. Seks en politiek in de Islam, Amsterdam 2017 (niet gezien).
– Khaled el-Rouayheb, Before Homosexuality in the Arab-Islamic World, Chicago 2005.
– Ewald Wagner, Abū Nuwās. Eine Studie zur arabischen Literatur der frühen ‘Abbāsidenzeit, Wiesbaden 1965.