Nieuws uit de arabistiek: koranonderzoek

Bijna zes jaar geleden werd ik gepensioneerd en sindsdien heb ik de ontwikkelingen in mijn specialisme in de arabistiek (vroege islam, leven van Mohammed, hadith) nauwelijks meer gevolgd. Soms spijt mij dat een beetje, want er is in die paar jaar op het vakgebied heel veel gebeurd. Ik ga niet terug om het allemaal nog in te halen, maar af en toe krijg ik toevallig nog lucht van belangrijke ontwikkelingen, en gezien de bijna maniakale belangstelling voor de islam in Nederland kan het geen kwaad die even aan te stippen.
.
De kennis van de oude talen van Arabië is spectaculair toegenomen. Er zijn in Noordwest-Arabië tienduizenden inscripties op stenen gevonden, die geleidelijk aan ontcijferd worden. Deze zijn lang niet allemaal in het klassiek-Arabisch ‘zoals wij dat kennen.’ ‘Wij’ persoonlijk hebben nog geleerd dat in Arabië een aantal Arabische dialecten werd gesproken, overkoepeld door één Hochsprache, waarin zowel de oude poëzie als de koran gesteld waren. In Jemen waren Oudzuidarabische talen gangbaar, in Syrië Aramees en Grieks, in Irak Aramees en Perzisch. Maar dankzij o.a. het werk van Ahmad al-Jallad, 1 een groot expert op dit gebied, ziet de taalsituatie in Oud-Arabië er inmiddels heel wat ingewikkelder uit: er zijn vele tot dusver onbekende schriften en talen ontdekt. Een snel inzicht in al-Jallads werk biedt zijn pagina op Twitter, dit, en ook dit kaartje van hem: 

JalladTaalkaartOudarabië

.
Deze nieuwe kennis zal een weerslag krijgen op het koranonderzoek. Meende Chr. Luxenberg (pseud.) nog dat de koran ‘eigenlijk’ in het Syrisch geschreven was, er zijn nu heel veel meer talen ontdekt die van invloed geweest kunnen zijn op grammatica, spelling en de woordenschat van de koran. Te vermoeden is dat nu ook een oude discussie weer zal opvlammen: is de pre-islamitische poëzie wel echt, als het met de Hochsprache van het schiereiland misschien toch anders zit dan men vroeger dacht?
.
Het koranonderzoek heeft een hoge vlucht genomen. Tekstkritiek bij voorbeeld: er wordt eindelijk eens serieus gekeken naar de oudste handschriften, de spelling en de redactiegeschiedenis van de koran. De Leidse onderzoeker Marijn van Putten levert belangrijke bijdragen. En de intertekstualiteit: de connecties tussen de koran en de christelijke en joodse literaturen van die tijd; zie bijv. Corpus Coranicum.
.
Twee krenten zal ik uit de pap vissen. Het is een aantal mensen opgevallen dat bij koranverzen met een al vroeg problematische of ongewenste inhoud relatief vaak tekstwijzigingen of pogingen daartoe voorkomen.
.
Ghilène Hazem sprak op een conferentie in Helsinki  over haar hypothese, dat ‘theologically problematic verses might have left traces at a manuscript level’: bij moeilijk verteerbare verzen kunnen kopiisten in de handschriften sporen van hun twijfels of zelfs meningen hebben nagelaten. Haar bevindingen zullen ongetwijfeld worden gepubliceerd, maar dat kan na zo’n conferentie lang duren, dus heeft zij iets ervan op Twitter gezet, zodat iedereen alvast een idee krijgt.

Daar wijst Hazem op koran 38:17–18:اصبِر عَلىٰ ما يَقولونَ وَاذكُر عَبدَنا داوودَ ذَا الأَيدِ إِنَّهُ أَوّابٌ  إِنّا سَخَّرنَا الجِبالَ مَعَهُ يُسَبِّحنَ بِالعَشِيِّ وَالإِشراقِ
‘Verdraag wat zij zeggen geduldig en denk aan Onze dienaar Dāwūd, de solide; hij was schuldbewust. Wij maakten de bergen samen met hem dienstbaar, zodat zij Ons in de avond en bij zonsondergang prijzen.’ (vert. Leemhuis; cursivering van mij)
Is dat niet vreemd, dat David hier een rol toebedacht krijgt bij het dienstbaar maken van bergen? Tenminste één kopiist uit de (ik denk vroege) achtste eeuw vond van wel. Hij schreef het woordje ma‘ahu, ‘samen met hem’, wel af, maar in rood. Zo voldeed hij aan zijn plicht de tekst die voor hem lag accuraat af te schrijven, maar drukte tegelijk zijn twijfel uit.

DmHwDhHXoAANysy.jpg-large.

De twijfel van de kopiist was onterecht. Hazem wijst op koran 21:79: وَسَخَّرنا مَعَ داوودَ الجِبالَ يُسَبِّحنَ وَالطَّيرَ وَكُنّا فاعِلينَ  ‘en Wij maakten de bergen samen met (ma‘a) Dāwūd dienstbaar, zodat zij Ons prijzen en evenzeer de vogels. Wij hebben dat gedaan!’ De koran had het dus werkelijk zo bedoeld. Lectio difficilior potior, ‘de moeilijkere lezing is de verkieslijkste’— al kende de kopiist geen Latijn, deze grondregel van de tekstkritiek zal hij zich toch bewust geweest zijn. Maar er is ook een vers waarin de kwestie op andere wijze uit de wereld is geholpen, koran 34:10 وَلَقَد آتَينا داوودَ مِنّا فَضلًا ۖ يا جِبالُ أَوِّبي مَعَهُ وَالطَّيرَ وَأَلَنّا لَهُ الحَديدَ  ‘En Wij gaven van Onze kant aan Dāwūd een gunst: “O bergen, zingt berouwvol met hem (ma‘ahu) lof, en o vogels, jullie ook.”’
Hazem vermoedt terecht dat bestudering van de joodse David-legende meer inzicht zal bieden in de ontwikkeling van het motief. Maar dat wordt me nu te ingewikkeld.
.
Over een echte tekstwijziging in de koran zie bladzijde 2.

NOTEN
1. Deze coryfee zit in Leiden met een kleine tijdelijke baan; hij zou een professoraat waardig zijn. Maar Nederland heeft niet het formaat om hem dat aan te bieden; bovendien is een professoraat in Nederland tegenwoordig bijna een straf voor een echte onderzoeker. Nu gaat hij dus maar naar Amerika.

One thought on “Nieuws uit de arabistiek: koranonderzoek

  1. Pingback: Livius Nieuwsbrief | Oktober 2018 – Mainzer Beobachter

Reacties zijn gesloten.