Nieuws uit de arabistiek: koranonderzoek

Bladzijde twee. Terug naar blz. 1.

De kopiist uit het voorbeeld in aflevering 1 was nog heel bescheiden. Er bestaan ook hardere ingrepen. David →Powers kwam er een tegen toen hij over het vroege islamitische erfrecht werkte. 

Coran__btv1b8415207g.jpeg

Ziehier de door Powers besproken bladzij (fol. 10b) uit de Codex Parisino-petropolitanus, 2 ofwel handschrift BNF 328a in de Bibliothèque Nationale in Parijs. Dank zij de verregaande digitalisering van die bibliotheek kun je tegenwoordig zo’n tekst in een paar seconden op je scherm krijgen; vroeger was zoiets een heel getob. Dat handschrift heeft zo’n lange naam omdat een deel zich in Parijs bevindt, een ander deel in St. Petersburg en ook nog een paar velletjes in het Vaticaan. Het is een van de alleroudste handschriften van de koran en dateert waarschijnlijk nog uit de zevende eeuw.
U ziet zelf al wat er aan de hand is: in de vierde regel van onderen heeft iemand in de tekst zitten rommelen, wat heeft geresulteerd in een zwartere tekst in een andere schrijfstijl. In nog twee regels, en nog op ettelijke andere plaatsen in dit handschrift is dat ook het geval.
Het spannende nu is, dat de gecorrigeerde versie overeenkomt met de tot heden algemeen gangbare korantekst. Maar daaronder stond dus eerst iets anders. Met infra-rood licht en andere technische hulpmiddelen heeft Powers de oudere tekst boven water gekregen en ons een inzicht gegeven in de tekstgeschiedenis van de koran, die blijkbaar toch niet kant en klaar uit de hemel is neergedaald.
.
De korantekst die David Powers bijzonder interesseerde i.v.m. het erfrecht was het dubbelvers 4:11–12. Ik citeer het hier maar niet in zijn geheel; het is een lange en lastige tekst en het gaat mij tenslotte niet om erfrecht maar om correcties in handschriften. Powers heeft het Parijse handschrift goed bekeken en bevonden dat er twee correctoren aan het werk zijn geweest. De oorspronkelijke kopiist had in 12b kennelijk geschreven: واﮞ كاں رحل ىورٮ كله او امراه ولها اح او احٮ  wa’in kāna radjulun yūrithu kallatan aw imra’atan wa-lahā akhun aw ukhtun, ‘Als een man nalaat aan een schoondochter of een vrouw, wanneer zij een broer of zuster heeft…’
.
Dat ‘zij’, na twee vrouwelijke woorden, was gewoon een vergissing, vandaar dat Corrector 1, wschl. dezelfde als de oorspronkelijke kopiist, het veranderde in ‘hij‘. Die kalla, ‘schoondochter’ is problematisch, want het woord komt in het Arabisch niet voor. Powers concludeert op grond van ettelijke andere Semitische talen dat dat de betekenis geweest moet zijn. Maar Corrector 1 besloot kalla in kalāla, ‘verwanten in de zijlinie’ te veranderen, of hij kreeg die lezing van hogerhand aangereikt. Dat maakte een andere vocalisatie nodig om tenminste nog enige betekenis aan het vers te kunnen ontlokken: واﮞ كاں رحل ىورٮ كلله او امراه وله اح او احٮ   wa’in kāna radjulun yūrathu kalālatan aw imra’atun wa-lahu akhun aw ukhtun,  ‘Als er van een man in de zijlinie wordt geërfd, of van een vrouw, wanneer hij een broer of zuster heeft…’
.
Corrector 2 heeft de tekst niet veranderd, maar als ik het goed begrijp alleen het geknoei van Corrector 1 overdekt met verse donkere inkt. Op grond van het schrift en de inkt schat Powers dat hij dat twee eeuwen later deed. 
.
De ‘gecorrigeerde’ tekst komt overeen met die van de nu gangbare koran: وَإِن كَانَ رَجُلٌ۬ يُورَثُ ڪَلَـٰلَةً أَوِ ٱمۡرَأَةٌ۬ وَلَهُ ۥۤ أَخٌ أَوۡ أُخۡتٌ۬
.
De correctie was geen succes, want het vers werd daardoor onbegrijpelijker dan tevoren. Dat viel de vroegste hoorders/lezers meteen al op, zodat zij om uitleg vroegen. Die kregen zij nog in de koran zelf, in vers 4:176: يَستَفتونَكَ قُلِ اللَّهُ يُفتيكُم فِي الكَلالَةِ إِنِ امرُؤٌ هَلَكَ لَيسَ لَهُ وَلَدٌ وَلَهُ أُختٌ فَلَها نِصفُ ما تَرَكَ   ‘Zij vragen jou [=de profeet] om uitsluitsel. Zeg: “God geeft jullie uitsluitsel over het erven in de zijlinie (kalāla): Als een man sterft en hij heeft geen zoon, maar wel een zuster, dan krijgt zij de helft van wat hij nalaat … etc.”—de rest is goed begrijpelijk. 
.
U ziet, dit is ongemakkelijke materie. Ik heb het nog kort samengevat en ben niet eens op de ingewikkelde inhoud van de verzen ingegaan. Bij Powers beslaat deze kwestie het hele hoofdstuk 8. Maar duidelijk zal zijn: een vroege afschrijver of een autoriteit heeft een moeilijk(?) woord veranderd in de koran en daardoor een vers geruïneerd. In hoofdstuk 9 is bij Powers na te lezen hoe deze tekstwijziging van invloed is geweest op het islamitisch recht. Want toen dat woord kalāla eenmaal in koran 4:12 stond was het niet meer weg te krijgen en moest dat moeilijke vers ook iets betekenen. Daaraan hebben de exegeten en wetgeleerden vervolgens heel wat werk besteed. 

Zie voor nog meer omvattende tekstwijzigingen het palimpsest van Ṣan‘ā’.2

Zijn er met de bijbel ook zulke dingen gebeurd? Vast wel, maar daar weet ik het fijne niet van. Wel is duidelijk dat het bij het Oude Testament moeilijker te zien zal zijn, omdat er eeuwen liggen tussen de ontstaanstijd van de teksten en de oudste bewaarde handschriften. Bij de koran is het aardige dat je er vrijwel bovenop zit: je kunt bijna zien hoe de tekst vorm aanneemt.

NOTEN
2. De Wikipedia-artikelen over dit soort onderwerpen zijn niet erg betrouwbaar, maar ze geven een eerste indruk.

BIBLIOGRAFIE
David Powers, Muḥammad Is Not the Father of Any of Your Men. The Making of the Last Prophet, Philadelphia 2009, vooral hst. 8.

Terug naar Inhoud

One thought on “Nieuws uit de arabistiek: koranonderzoek

  1. Pingback: Livius Nieuwsbrief | Oktober 2018 – Mainzer Beobachter

Reacties zijn gesloten.