Geslachten en neigingen in het pre-moderne Midden-Oosten – 2c

Vrouwelijke mannen
De khanīth in Oman waren (of bestaan ze nog?) lichamelijk man, maar noemden zich vrouw. Ze kwamen als gewone jongetjes ter wereld. Het khanīth–zijn begon met een jaar of twaalf, dertien wanneer zij, om welke reden dan ook, jongensprostitué werden. Ze gedroegen zich vrouwelijk, droegen mannelijke tunieken, maar in vrouwelijke pasteltinten, waren zwaar opgemaakt en geparfumeerd, spraken met een hoge falsetstem en liepen in en uit in de besloten vertrekken van de vrouwen, die zij ongesluierd mochten zien. Bij bruiloften zaten ze bij de vrouwen, met wie zij ook aten. Als er muziek gemaakt werd zongen zij met de vrouwen, terwijl mannen instrumenten bespeelden. Ze konden ook als huisbediende werken, wat vroeger de slaven deden.1
.
Dit alles heeft Unni → Wikan tijdens een onderzoek in het stadje Ṣuḥār, aan de Golf in Oman in 1974–1976 ontdekt, toen dat land zeker nog pre-modern genoemd kon worden. Zij bevond dat 2% van de mannen khanīth was of geweest was.
.
Homoseksuele prostitutie en verwijfd gedrag vond men in Oman wel verachtelijk, maar men had er niet zo’n totaal vernietigend en definitief oordeel over als in sommige westerse landen. Wanneer bleek dat een jongen zich homoseksueel prostitueerde en daarbij vooralsnog wilde blijven, dan nam men het zoals het was en richtte een klein privé-bordeeltje voor hem in. Zijn dienstverleningen werden nuttig gevonden, want vrouwelijke prostituées mochten niet bestaan. Mannen hadden de vrouw hoog in het vaandel en zouden ongaarne zien dat zulk een rein wezen zich met dat soort smerigheid zou inlaten. Ze mocht er zelfs niet mee geassocieerd worden: vandaar dat de khanīth wel verwijfd en geparfumeerd waren en met hun kont wiegelden, maar zich niet helemaal als vrouw mochten kleden. De boerka mochten zij niet aan; hun haar is halflang, terwijl vrouwen het lang droegen. De khanīth was echter meer dan een een mannelijke prostitué, het was een tussengeslacht dat een vaste, eigen plaats in de maatschappij had.
.
Het boeiendste van de situatie in het toenmalige Oman vind ik de mogelijkheid dat iemand na jaren van khanīth-zijn alsnog of weer man kan worden en, nog mooier, later ook weer khanīth kan worden en dan nogmaals man. Het geslacht hangt telkens af van de seksuele handelingen die men verricht, niet van wat er tussen de benen zit. Dus wanneer een khanīth een erectie kan krijgen, kan penetreren en dat ook inderdaad doet, dan is hij man en kan hij ook getrouwd zijn, al behoudt hij bepaalde vrouwelijke gedragingen. Misschien vindt zijn echtgenote dat helemaal niet erg, misschien was haar man vroeger haar beste vriendin. Zijn mannelijkheid moet de khanīth, als iedere man, bewijzen in de huwelijksnacht, door met een bebloede doek de succesvolle ontmaagding van zijn bruid aan te tonen. Een khanīth die oud geworden is wordt vanzelf weer man, omdat hij als prostitué niet langer interessant is—al zal hij zich tussen de andere oude heren niet helemaal thuis voelen.
.
In de westerse wereld gebeurt het nogal eens dat getrouwde mannen en vaders zich ontwikkelen tot homoseksueel. Men veronderstelt dan meestal dat zo iemand ‘eigenlijk’ altijd al homoseksueel was en alleen niet eerder tot een coming out gekomen was door ontbrekend besef, gebrek aan tolerantie of sociale angst. Maar dat een homo (weer) hetero wordt, daar hoor je nooit over.
.
De mogelijkheid van wisselen in de ene richting én in  de andere, die in Oman aanzienlijk soepeler lijkt te verlopen dan bij de bache posh in Afghanistan (zie aflevering 1), logenstraft de westerse opvatting dat de seksuele identiteit eens en voor al gegeven is, en ook dat bij het switchen dure hormoonbehandelingen of operaties noodzakelijk zijn.

Een mannelijke man die geen zin had in vrouwen?
In het beroemde verhaal waarin Aisha, de vrouw van de profeet, tijdens een woestijnreis even uit haar draagstoel was gestapt en de karavaan verder was getrokken zonder te bemerken dat zij daar niet in zat, werd zij in de woestijn gevonden en thuisbezorgd door een zekere Ṣafwān Ibn al-Mu‘aṭṭal. Dadelijk ontstonden er praatjes: had deze man haar aangeraakt? Het verhaal bij Ibn Isḥāq wil Aisha’s onschuld bewijzen; in dat kader wordt haar o.a. in de mond gelegd: ‘Er werden vragen gesteld over Ibn al-Mu‘attal en ze bevonden dat hij geen verlangen had naar vrouwen (fa-wadjadūhu radjulan ḥaṣūran) en geen omgang met ze had. Later werd hij als martelaar gedood.’2 Dit wordt natuurlijk vooral aangevoerd om eens te meer aan te tonen dat Aisha onaangeroerd gebleven was. Interessant is de vermelding dat hij op het slagveld de dood vond: het was dus geen onmannelijke man, hij vocht wel, maar had alleen geen zin in vrouwen. Maar de hele mededeling is aanvechtbaar, want in de biografische lexica is twee maal sprake van een echtgenote van hem. 

NOTEN
1. De slavernij werd in Oman pas in 1970 afgeschaft; vele ex-slaven bleven echter hetzelfde werk doen als daarvoor. Zij werden vaak gediscrimineerd; nog slechter behandeld worden de inmiddels uit het buitenland geïmporteerde werknemers.
2. Ibn Isḥāq, Sīra 739: وكانت عائشة تقول: قد سئل عن ابن المعطل فوجدوه رجلاً حصورًا ما يأتي النساء ثم قتل بعد ذلك شهيدًا.

BIBLIOGRAFIE
– Unni Wikan, ‘Man becomes Woman: The Xanith as a Key to Gender Roles,’ in Unni Wikan, Resonance. Beyond the words, Chicago 2012, 169–187.

Sluit aan bij: Geslachten en neigingen – 1: De meisjes-jongens uit de achtste eeuw. De bache posh van Afghanistan.
Geslachten en neigingen – 2a: De verwijfden van het oude Medina
Geslachten en neigingen – 2b: De verwijfden in de hadith van de profeet
Geslachten en neigingen – 2c: Vrouwelijke mannen: de khanith in Oman
Geslachten en neigingen – 3
: Seksuele oriëntaties in het pre-moderne Midden-Oosten

Terug naar Inhoud

One thought on “Geslachten en neigingen in het pre-moderne Midden-Oosten – 2c

  1. Pingback: Vrouwelijke mannen in Oman | Emigrant

Reacties zijn gesloten.