Een andere Oriënt: Guibert de Nogent

Waar ligt de Oriënt? In een andere bijdrage heb ik duidelijk gemaakt dat de Oriënt vooral een Europees hersenspinsel is. Welke Europeanen hebben als eersten over de Oriënt gesproken als een buitenlands en volkomen ander deel van de wereld?
Dat de oude Grieken, met name de Atheners, de Perzen beschouwd zouden hebben als wezenlijk anders en ongeneeslijk oriëntaals, is al als een mythe uit de negentiende eeuw ontmaskerd.
.
In de afgelopen eeuwen meende men dat de Oriënt begon bij de Turkse grens en op zijn minst de hele islamitische wereld omvatte. Maar de grens tussen oost en west was niet altijd die tussen christendom en islam. John Tolan heeft enkele bladzijden gewijd aan de Franse abt Guibert de Nogent (± 1055–1125), een theoloog, historicus en autobiograaf die de grenslijn duidelijk anders trok.1 Hij schreef in 1109 de verhandeling Dei Gesta per Francos, over de werken die God door de Franken had verricht. Daarmee bedoelde hij vooral de verovering van Jeruzalem op de Saracenen in 1099, gedurende wat tegenwoordig de Eerste Kruistocht heet. Maar als Guibert het woord orientalis gebruikt doelt hij niet alleen op die verderfelijke islamitische Saracenen, maar vooral op de Griekstalige christenen in het Oosten—en hij zal niet de enige geweest zijn.
.
In de elfde eeuw hadden de Saracenen in Europa inderdaad angst, irritatie en weerzin gewekt. Het Fatimidische Rijk, dat liep van Tunesië tot en met Syrië, was een formidabele macht. Christelijke pelgrims uit West-Europa werd soms belet de bedevaart naar Jeruzalem te maken, en de grillige kalief al-Ḥākim had in 1009 zelfs de Heilig Grafkerk in die stad laten afbreken, een daad die in Europa de hele eeuw na-echode en een van de drijfveren voor de kruistocht werd. In Anatolië werd het Oost-Romeinse Rijk onder de voet gelopen door Turkse Seldjoeken, vooral na de slag bij Manzikert (tegenwoordig Malazgirt) in 1071.
.
Wat Guibert echter minstens zo zeer bezighield was de situatie in de christelijke wereld. Het Schisma tussen de Latijnse kerk van Rome en de Griekse van Constantinopel kreeg zijn beslag in 1054, maar had natuurlijk een lange aanloop van theologische en politieke conflicten gehad en hield de geesten ook nog lang daarna bezig. Over oriëntaalse christenen had Guibert geen gunstig oordeel: 

  • Echter het geloof van de oosterlingen, dat nooit stabiel was geweest maar altijd grillig en wankel, altijd op zoek naar nieuwigheden en afwijkend van het richtsnoer van het ware geloof, wendde zich tenslotte af van het gezag van de oude kerkvaders. Kennelijk hebben deze mensen, door de zuivere lucht en heldere hemel in hun geboorteland, ten gevolge waarvan hun lichamen lichter zijn en hun verstand dus beweeglijker is, de gewoonte hun briljante intelligentie te verspillen aan talrijke zinloze commentaren. Het beneden zich achtend de leer van ouderen of tijdgenoten te volgen, zinnen zij op ongerechtigheden en al zoekend matten zij zich af (Psalm 63 of 64:7). Dit leidde tot allerlei ketterijen en pestilenties […] zij waren de aardbodem omwille van hun leraren vervloekt, doornen en distelen voortbrengend voor degenen die het bewerkten (Genesis 3:17, 18). Uit Alexandrië kwam Arius voort, uit Perzië Manes. De waanzin van de ene scheurde en bebloedde bij voortduring de mantel van de Heilige Kerk, die tot dan toe vlek noch kreukel had gehad […]. De verzinsels van de andere, hoe belachelijk ook, stompten ook de scherpste geesten wijd en zijd af door allerlei trucs.2

Volgens Tolan zijn tot die ketterijen te rekenen: het gebruik van gedesemd brood bij de eucharistie, het gebrek aan respect voor de Paus, gehuwde priesters en allerlei misvattingen over de Drieëenheid. Om deze dwalingen liet God het oostelijk deel van het rijk in handen vallen van Arabische veroveraars.3
.
Het Oosten is niet alleen zwak in de godsdienst, maar ook in politiek opzicht onserieus:

  • Als we ons de vroege geschiedenis van de oorsprong van hun rijken te binnen brengen en praten over de belachelijke aard van hun koningen, moeten we ons verbazen over de Aziatische wispelturigheid waarmee heersers [telkens] plotseling werden afgezet en vervangen.4

Ooit roemrijke kweekbedden van het christendom verkommeren volgens Guibert; daarentegen bloeien de vitale West-Europese christenen:

  • De bij uitstek roemruchte steden Antiochië, Jerusalem en Nicea en de provincies Syrië, Palestina en Griekenland, van waaruit de zaadjes der nieuwe genade zijn opgekomen, hebben hun innerlijke kracht in de wortel verloren, terwijl de Italiaanse, Gallische en Britse zijloten bloeien.5

Let wel: dit schreef hij in 1109, over steden en streken in het oosten waar het leven nog altijd op een aanzienlijk hoger niveau stond dan in West-Europa. Wat was Noord-Frankrijk helemaal in die tijd? Een dun bevolkt, modderig land met hier en daar een kil kasteel of klooster. Het klinkt als de voorafschaduwing van koloniale arrogantie.

De Kruisvaarders ervoeren ook de verraderlijkheid van de oosterlingen op militair gebied, bij voorbeeld in Antiochië. Die huichelaars beweerden christenen te zijn, maar waren dat volgens Guibert slechts nominaal:

  • De Armeniërs en Syriërs echter, anders dan, zoals ik al zei, de Turkse kameelruiters, die de hele bevolking van de stad vormden, omdat zij in de stad zelf woonden, en die beweren christenen te zijn, bezochten de onzen dikwijls, en vertelden [de Turken] waar ze bij ons achterheen hadden gezeten. Want met de lijm van hun voortdurende praatjes vingen zij de Franken en fluisterden allerlei vleierij in hun oren, hoewel ze hun eigen vrouwen de stad niet eens uit lieten. Als zij de Franken verlieten en terugkeerden brachten zij aan de Turken alle informatie over die ze daar konden vergaren aangaande de zwakheden aan de christelijke kant.6

Voor Guibert was Mohammed (‘Mathomus’) de laatste van een lange lijst ketters.

  • Volgens de populaire mening was er een man, wiens naam als ik het goed heb Mathomus was, die hen indertijd geheel en al wegvoerde van het geloof in de Zoon en de Heilige Geest. Hij onderwees hen, alleen de persoon van de Vader als de enige scheppende God te erkennen, en zei dat Jezus zuiver mens was.7

Mohammed was dus een heresiarch, de allerergste van de oosterse ketters, maar niet wezenlijk verschillend van hen. Tegelijkertijd was hij door God gezonden als de gesel die hen moest straffen.
.
In Dei Gesta valt het Westen samen met de Latijnse kerk van Rome, terwijl de Oriënt zowel de Griekse kerk van Constantinopel als de Saracenen omvat. 

VOETNOTEN
1. Tolan, Faces, 48–54.
2. Orientalium autem fides cum semper nutabunda constiterit et rerum molitione novarum mutabilis et vagabunda fuerit, semper a regula veræ credulitatis exorbitans, ab antiquorum Patrum auctoritate descivit. Ipsi plane homines pro aeris et celi cui innati sunt puritate cum sint levioris corpulentiæ et idcirco alacrioris ingenii, multis et inutilibus commentis solent radio suæ perspicacitatis abuti et, dum maiorum sive coevorum suorum despiciunt obtemperare magisterio, scrutati sunt iniquitates, defecerunt scrutante scrutinio: inde herese et pestium variuarum genera portentuosa […] ipsi fuerunt terra in suorum maledicta magistrorum opere, spinas et tribulos germinans operantibus se. Ex Alexandria Arrius, ex Perside Manis emersit: alterius rabies sanctæ æcclesiæ vestem, maculam aut rugam habentem, tanta scidit atque cruentavit instantia […] alterius fabulæ, etsi ridendæ, argutissimorum etiam virorum longe lateque obtuderunt quasi prestigiis quibusdam acumina. Guibert, Dei gesta 89–90, Deeds of God 30.
3. Tolan Faces 49.
4. Recolamus veteres de originibus regnorum Historias, et garriamus super ridiculo statu regum et Asiaticam levitatem super subita principum destitutione ac restitutione miremur. Guibert, Dei gesta 91, Deeds of God 30.
5. Predicatissimæ nobilitatis urbes Antiochia, Iherusalem ac Nicea, provinciæ etiam Syria, Palestina et Grecia, e quibus novæ gratiæ seminaria pullularunt, abortivis florentibus Italis, Gallis, Britonibus, ab interno virore radicitus defecerunt. Guibert, Dei gesta 92, Deeds of God 31.
6. Armenii autem et Syri, ex quibus præter, ut sic dixerim, Turcos epibatas, tota urbs illa constabat, cum urbem ipsam incolerent, et Christianæ sese titulo conditionis efferrent, crebro nostros invisere; et esse eorum universum addiscere, et suis quæ apud nostros aucupati fuerant nuntiare. Cum enim Francos suæ assiduæ confabulationis visco allicerent, et se a Turcorum facie fugitare, multæ adulationis lenocinio, nostrorum auribus mussitassent, uxores tamen proprias excedere, nullatenus ab urbe sinebant, et ad ipsas, digressi a Francis, postliminium facientes, quæ istinc subintelligere poterant, ad Turcos Christianorum partium infirmiora ferebant. Guibert, Dei gesta 171, Deeds of God 75–6.
7. Plebeia opinio est quemdam fuisse, qui, si bene eum exprimo, Mathomus, nuncupetur, qui quondam eos a Filii et Spiritus sancti prorsus credulitate diduxerit, solius Patris personæ, quasi Deo uno et creatori inniti docuerit, Iesum purum hominem dixerit […] Guibert, Dei gesta 94, Deeds of God 32.

BIBLIOGRAFIE
– Guibert de Nogent, Dei gesta per Francos et cinq autres textes, uitg. Robert B.C. Huygens, Turnhout 1996. Een oudere, electronisch toegankelijke editie staat in Migne, Patrologia Latina 156:0679–0837:
– Guibert de Nogent, The Deeds of God through the Franks. A translation of Guibert de Nogent’s Gesta Dei per Francos, vert. Robert Levine, Rochester NY 1997. Online naar verluidt verkrijgbaar via Project Gutenberg, maar in Duitsland is dat geblokkeerd. Ik heb deze vertaling gebruikt, maar in het bovenstaande niet overal gevolgd.
– John V. Tolan, Faces of Mohammed. Western Perceptions of the Prophet of Islam from the Middle Ages to Today, Princeton & Oxford 2019.

Terug naar Inhoud