De vermeende ziekte van Mohammed – 1

De profeet Mohammed moet een robuuste gezondheid hebben gehad. Hij heeft immers een gemeenschap gesticht, een boodschap verbreid, tegenwerking verdragen, krijgstochten geleid, een staat ingericht en nog zowat meer. Een ziekelijke man speelt dat niet klaar. Geen van de talrijke oude Arabische teksten over Mohammed deelt iets mee over een ernstige ziekte van hem, of over zijn gezondheidstoestand überhaupt—met uitzondering van de verhalen over zijn sterfbed.

In Europa daarentegen ‘wist’ men altijd al, dat de profeet zijn leven lang zwaar en chronisch ziek was. Volgens de kerkvader Theophanes Confessor (Constantinopel 760–Samothrace 818) leed hij namelijk aan epilepsie, en dat fake news werd in Europa, in de Latijnse vertaling van Anastasius Bibliothecarius (± 810–878), eeuwenlang verbreid: een roemloos hoofdstuk in de betrekkingen tussen Europa en het Nabije Oosten. In de achttiende en vooral de negentiende eeuw werden er steeds meer oude Arabische teksten bekend in Europa. Er stonden oriëntalisten op die ze vlijtig bestudeerden en inzagen dat dat met die epilepsie niet kon kloppen, of die er helemaal niet meer aan dachten. Aloys Sprenger, een oriëntalist die ook medicijnen had gestudeerd, meende nog in 1861 dat Mohammed weliswaar geen epilepticus was, maar wel ziek: hij leed namelijk aan hysterie, een typisch negentiende-eeuwse aandoening. Daarna vernam men nauwelijks nog iets over een ziekte, maar onlangs is het idee dat Mohammed ziek was weer van zolder gehaald. Ditmaal niet in kerkelijke of oriëntalistische kringen, maar bij islamhaters, die een keuze uit koranverzen en vertaalde oude bronteksten in stelling brengen—zonder echter in staat of bereid te zijn die te begrijpen. Het geloof aan Mohammeds epilepsie schijnt nu wel voorgoed uit de mode te zijn. Eén auteur houdt het voor bewezen dat hij aan acromegalie leed, en bij een andere is de diagnose schizofrenie. Om het even welke ziekte aan de profeet wordt toegeschreven, zij moet altijd ook zijn vermeende geestelijke gestoordheid en bezetenheid van seks verklaren, want daaraan zijn Europese islamhaters vanouds zeer gehecht.
.
Laten we bij Theophanes beginnen. Deze kende blijkbaar een versie van het verhaal over de eerste openbaring op de berg Hirā, waarin de profeet na de eerste schrik bescherming en troost zoekt bij zijn vrouw Khadīdja.2 Hij schrijft:

  • Omdat hij arm was en wees kwam de voornoemde Mouamed op het idee, in dienst te treden van een rijke vrouw, die Khadiga heette en een familielid van hem was, om met kameelkaravanen in Egypte en Palestina handel te drijven. Geleidelijk verstoutte hij zich, zich op te dringen aan die vrouw, die weduwe was; hij nam haar tot echtgenote en verwierf zo haar kamelen en haar vermogen. Telkens als hij naar Palestina kwam verkeerde hij met Joden en Christenen en ging bij hen bepaalde zaken na aangaande de Schriften. Hij leed aan epilepsie. Toen zijn vrouw dat merkte werd zij zeer bedroefd, omdat zij als voorname vrouw een man als hij getrouwd had, die niet alleen arm, maar ook epilepticus was. Hij probeerde haar op leugenachtige manier te kalmeren door te zeggen: ‘Ik zie steeds de verschijning van een engel genaamd Gabriël, en omdat ik zijn aanblik niet kan uithouden verlies ik het bewustzijn (?) en val ik neer.’3

De profeet was dus volgens Theophanes niet alleen ziek, maar ook een bedrieger: de hele openbaring was bedrog. Maar past het juist niet uitstekend in een verhaal over een roepingsvisioen of een openbaringservaring, dat een profeet zich uit eerbied en schrik ter aarde werpt? In het Oude Testament gebeurt dat, als een profeet met het goddelijke geconfronteerd wordt, bijv. Ezechiël 1:28, 3:23 e.a. De Hebreeuwse uitdrukking is nafal al panaw, נפל על פניו , die in de Statenvertaling vertaald wordt met ‘op zijn aangezicht vallen’, in de Nieuwe Bijbelvertaling met ‘zich voorover op de grond werpen’. Theophanes, die de Bijbel in het Grieks las, moet dit bijbelse πίπτω ἐπὶ πρόσωπόν μου onder ogen gekregen hebben, maar hij bracht het niet in verband met het ‘vallen’ van Mohammed, waarmee in de verhalen die hij had gehoord vast hetzelfde was bedoeld. Had hij dat gekund, dan had hij zich moeten afvragen of de bijbelse profeet Ezechiël misschien ook epilepticus geweest was. Maar nee, op zo’n idee kon en mocht in zijn tijd geen Christen komen. De bijbelse verhalen waren immers volledig waar en gaven feitelijke gebeurtenissen weer, terwijl ze helemaal niets gemeen konden hebben met de verhalen over Mohammed.

Door de hele Middeleeuwen en nog daarna sprak men telkens weer over die epilepsie. Over de gestoorde relatie tussen de westelijke christenheid en de wereld van de islam kunt U bij →Daniel lezen; voor de latere tijd ook bij →Tolan. Ik citeer als voorbeeld alleen nog een fragment uit een werkje van Riccoldo da Montecroce O.P. (gest. 1320), een christelijke missionaris in Irak: Confutatio Alcorani seu legis Saracenorum. Deze tekst was wijd verbreid en had voor Martin Luther ruim twee eeuwen later nog niet aan actualiteit ingeboet, want zijn Verlegung des Alcoran is er een vertaling van.

… trad een zekere Mohametus op, een Arabier, die eerst rijk geworden was door een weduwe, die hij huwde. Toen hij daarna roverhoofdman was geworden werd hij zo onbeschaamd hoogmoedig, dat hij ook koning van de Arabieren wilde worden. Maar zij accepteerden hem niet, omdat hij gering van afkomst en aanzien was en daarom deed hij zich voor als profeet. En omdat hij aan de vallende ziekte leed en telkens viel zei hij dat er een engel met hem sprak, opdat niemand in ernst zou geloven dat hij gebrekkig was. Daarop gaf hij verscheidene weerleggingen van zich die hij, naar hij zei, hoorde als een klok die rondom zijn oren weergalmde.4

Hier klinkt niet alleen de echo van een vertelling over de eerste openbaring aan Mohammed, maar ook die van een hadith:

Al-Hārith ibn Hishām vroeg aan de profeet: ‘Hoe de komt de openbaring tot U?’ Hij antwoordde: ‘Soms komt zij tot mij als het luiden van een klok; dat is het zwaarst voor mij, en als dat ophoudt onthoud ik haar. En soms komt er een engel in de gedaante van een man en ik onthoud wat hij zegt.’5

Er zijn inderdaad verscheidene hadithen, waarin wordt beschreven hoe de openbaringen aan Mohammed verliepen. Misschien geloven moslims, dat deze hadithen een werkelijke gang van zaken weergeven, maar niet-moslims hoeven dat niet te doen. Zelf houd ik ze voor vrome fantasie.
.
Hoe de ziekte van Mohammed zich in de nieuwere tijd heeft ontwikkeld volgt in deel 2.

NOTEN
1. Volgens de oudste bronnen (bijv. Ibn Isḥāq, Sīra 999–1011) begon zijn sterfbed met zware hoofdpijn. Had hij een hersenbloeding, een hersentumor, een meningitis of was de hoofdpijn secundair, veroorzaakt door een andere ziekte? We weten het niet en speculeren is volkomen zinloos: de bronnen spreken slechts van hoofdpijn. Een tekst deelt mee dat de profeet weigerde, zich een (tover?)drank uit Ethiopië te laten toedienen. Op een andere plaats vernemen we dat hij een verband om zijn hoofd droeg en te zwak geworden om het gebed te leiden. Bij iemand die bijna dood is, is dat niet verbazend. Over de dood van profeet zie hier.
2. Ibn Ishāq, Sīra 151–4.
3. Theophanes, Chronographia 1, 333-4: ἀπόρου δὲ καὶ ὀρφανοῦ ὄντος τοῦ προειρημένου Μουάμεδ, ἐδοξεν αὐτῷ εἰσιέναι πρός τινα γυναῖκα πλουσίαν, συγγενῆ αὐτοῦ οὖσαν, ὀνόματι Χαδίγαν, μίσθιον ἐπὶ τῷ καμηλεύειν καὶ πραγματεύεσθαι ἐν Αἰγύπτῳ καὶ Παλαιστίνη. κατ’ ὀλιγον δὲ παρρησιασάμενος ὑπεισῆλθε τῇ γυναικὶ χήρα οὖσῃ, καὶ ἔλαβεν αὐτὴν γυναῖκα καὶ ἔσχε τὰς καμήλους αὐτῆς καὶ τὴν ὓπαρξιν. ἐρχόμενος δὲ ἐν Παλαιστίνῃ συνανεστρέφετο Ἰουδαίοις τε καὶ Χριστιανοῖς. ἐθηρᾶτο δὲ παρ’ αὐτῶν τινὰ γραφικά, καὶ ἔσχε τὸ πάθος τῆς ἐπιληψίας. καὶ νοήσασαι ἡ τούτου γυνὴ σφόδρα ἐλυπεῖτο, ὡς εὐγενὴς οὖσα καὶ τῷ τοιούτῳ συναφθεῖσα οὐ μόνον ἀπόρῳ ὄντι, ἀλλὰ καὶ ἐπιληπτικῷ. τροποῦται δὲ αὐτὸς θεραπεῦσαι αὐτὴν οὓτω λέγων, ὃτι ὀπτασίαν τινὰ αγγέλου λεγομένου Γαβριὴλ θεωρῶ, καὶ μὴ ὑποφέρων τὴν τούτου θέαν ὀλιγωρῶ καὶ πίπτω. (@Wat ὀλιγωρῶ hier betekent is me onduidelijk; ik moet het in de UB in een speciaal woordenboek naslaan.)
4. […] apparuit quidam Mahometus arabs, qui primum diues factus per quandam viduam, quam in uxorem duxit, Et post haec princeps latronum factus in tantam prorupit superbiam, ut et rex Arabum fieri voluerit. Sed quia ipsi non susceperunt eum, quia de genere et opinione vilis erat, finxit se esse prophetam. Et cum comitiali morbo laboraret, ne firmiter quis eo detentus esse crederet, continue cadens, dicebat angelum cum eo colloqui. Dabat autem post haec responsiones quasdam, quas, ut dixit, audiebat quasi per modum campanæ circumsonantis auribus eius. Riccoldo, Confutatio, bronverwijzing volgt@; Luther, Verlegung hst. 13. Wie Luthers vertaling van dit fragment wil zien vindt het in de Duitse versie van mijn tekst.
5. Muslim, Sahīh, Fadā’il 87: أن الحارث بن هشام سأل النبي ص: كيف يأتيك الوحي؟ فقال: أحيانًا يأتيني في مثل صلصلة الجرس وهو أشدُّه عليه ثم يفصِم عنّي وقد وعيته، وأحيانًا ملَك في مثل صورة الرجل فأعي ما يقول.
Ook Ezechiël (1:28) zegt bij zijn roeping een hard geluid gehoord te hebben: ‘Toen hoorde ik het geluid van hun vleugels. Het klonk als het gebulder van de zee, als de stem van de Ontzagwekkende, als het rumoer van een mensenmassa, als een dreunend leger.’

BIBLIOGRAFIE
– Norman Daniel, Islam and the West, Oxford 1960, 1993.
– Ibn Isḥāq, Sīra: Das Leben Muhammed’s nach Muhammed Ibn Ishâk bearbeitet von Abd el-Malik Ibn Hischâm, uitg. F. Wüstenfeld, Göttingen, 2 dln., 1858–60.
– Martin Luther: Verlegung | des Alcoran | Bruder Richardi | Pre-|diger Ordens | An-|no. 1300 | Verdeudscht durch | D. Mar. Lu., Wittemberg 1542, Kap. 13. Het is veelvuldig aanwezig in het internet; gewoon googelen. Het is altijd leuk, zo’n heel oud boekje onder ogen te krijgen, al is het maar online.
– Theophanes: Theophanis Chronographia, uitg. Carl de Boor. 1. Textum Graecum continens, Leipzig 1883, reprint Hildesheim 1980.
– Theophanes: The chronicle of Theophanes Confessor. Byzantine and Near Eastern history A.D. 284–813, transl. with introd. and commt. by Cyril Mango and Roger Scott, with the assistance of Geoffrey Greatrex, Oxford 1997, reprint 2006.
– John V. Tolan, Faces of Muhammad. Western Perceptions of the Prophet of Islam from the Middle Ages to Today, Princeton & Oxford 2019.

Diacritische tekens: Ḥirāʾ, Ṣaḥīḥ, Faḍā’il, Ḥārith 

Terug naar Inhoud