Midden in de winternacht …

… ging de hemel open en God zond het kindje Jezus neder, overeenkomstig zijn geboortester, terwijl de engelen hymnen zongen. Zo staat het in soera 97 van de koran — maar enkel en alleen zoals Luxenberg die leest. Een moeder komt hier niet ter sprake, een stal evenmin.

Chr. Luxenberg is het pseudoniem van een Syrische christen, woonachtig in de buurt van het bijna gelijknamige groothertogdom. Hij verwierf een zekere roem met zijn Die syro-aramäische Lesart des Koran. Ein Beitrag zur Entschlüsselung der Koransprache, Berlijn 2000, waarin hij stelt dat de koran geschreven is in een Syrisch-Arabische mengtaal en dat vele teksten pas begrijpelijk worden als je ze als Syrisch leest. Het beroemdst werd wel zijn opvatting dat de houri’s in het paradijs eigenlijk alleen maar witte druiven zijn. Alsof een mens daarvoor al die moeite zou doen! Zijn boek kreeg veel aandacht in de pers, werd vijf maal herdrukt en in het Engels vertaald; en dat hoewel het alleen leesbaar is voor semitisten met kennis van het Syrisch en het Arabisch. Vlak na 9/11 kreeg het de wind in de rug, omdat veel mensen het een prima idee vonden dat ‘de islam’ eens een flink pak slaag kreeg.

Luxenbergs boek is al door verschillende collega’s weerlegd, maar om dat allemaal door te lezen is toch nog een hoop werk en dat is het niet waard. Daarom wil ik een proeve van zijn pseudo-geleerdheid laten zien in een kleiner geschriftje van hem, waarin hij beweert dat soera 97 van de koran over kerstmis gaat: Weihnachten im Koran. Het is verschenen in de kerstbijlage van de Luxemburgse krant Luxemburger Wort, 24/25/26.12.2002; daarna in het Saarbrückense tijdschrift imprimatur 1/2003. U ziet: het wereldpodium. In het gereorganiseerde WordPress zie ik nog geen kans een pdf te uploaden; u moet het voorlopig doen met deze matige archiefweergave.

Dit is de soera in het Arabisch:

  • 1. innā anzalnāhu fi laylati al-qadri
    2. wa-mā adraka mā laylatu al-qadri
    3. laylatu al-qadri khayrun min alfi shahrin
    4. tanazzalu al-malā’ikatu war-rūḥu fīhā bi-idhni rabbihim min kulli amrin
    5. salāmun hiya ḥattā maṭla‘i l-fadjri

En hier is een ‘normale’ vertaling; cursief staan de problematische woorden:

  • 1. Wij hebben hem nedergezonden in de nacht van het raadsbesluit (laylat al-qadr).
    2. Hoe weet ge wat de nacht van het raadsbesluit is?
    3. De nacht van het raadsbesluit is beter dan duizend maanden.
    4. De engelen en de geest dalen erin neer met toestemming van uw Heer volgens iedere beschikking (min kull amr).
    5. Vrede is hij [de nacht] tot het aanbreken van de dageraad.

Nu de uitleg van Luxenberg:
1. ‘Hem’ is het kind Jezus. Van qadr, ‘raadsbesluit’, weet Luxenberg alleen chocola te maken wanneer hij het terugvertaalt in het Syrisch, als ḥelqā, en dan denkt hij meteen maar verder aan ḥelqā yaldānāyā, ‘Lot, Lotsbeschikking van de geboorte, en dat is weer synoniem met bēth yaldā, ‘geboorte, standplaats van de geboortester, geboortefeest.’ En zie, met een paar sprongen door woordenboeken uit verschillende eeuwen zijn we al bij de kerstster die ook in het Evangelie voorkomt (Matteüs 2:2).
2. In de Syrische liturgie wordt lelyā, ‘nacht’ ook gebruikt als verkorting van slothā de lelyā, ‘nachtgebed’, een kerkelijke term die overeenkomt met het katholieke ‘nocturne’. Shahr, ‘maand’ is volgens Luxenberg nooit goed begrepen; het is als Syrisch shahrā te lezen, een andere kerkelijke term: ‘vigilie, nachtwake voor de hoge feestdagen’.
4. De engelen komen niet naar beneden, tanazzalu, maar brengen naar beneden, tunazzilu. Zulk een tekstwijziging binnen het Arabisch is soms te verantwoorden. Wat brengen zij dan naar beneden? min kulli amr. Het voorzetsel min plus aanhang kan grammaticaal inderdaad als object functioneren: ‘iets van allerlei amr’ , al is het hier vergezocht. Het moeilijke amr vat Luxenberg als een Aramese infinitief op, die hij gelijk stelt met een andere Syrische infinitief, memrā, die als speciale betekenis heeft ‘hymne’.
5. Nu wordt duidelijk dat hier gezinspeeld wordt op Lukas 2:14: er komen engelen naar beneden die hymnen zingen. Ere zij God in den hoge en vrede op aarde … .

Luxenberg komt dan tot de volgende vertaling,— die ik uit zijn Duits vertaal:

  • 1. Wij hebben hem (=het Jezuskind) in de nacht van de lotsbeschikking (=van de geboortester) nedergezonden.
    2. Hoe weet ge wat de nacht van de lotsbeschikking is?
    3. De nacht (= nocturne) van de lotsbeschikking is genaderijker dan duizend vigiliën.
    4. De engelen, door de Geest (begeleid), brengen daarin met toestemming van uw Heer allerlei hymnen (min kull amr) naar beneden.
    5. Vrede is hij [=de nacht] tot het aanbreken van de dageraad.

Om dit te slikken moet je dus eerst geloven dat de koran in een Syrisch-Arabische mengtaal geschreven is, wat ik niet doe. Dat zou me zijn opgevallen. Vervolgens moet je van een aantal Arabische woorden een Syrische, soms nogal vergezochte betekenis accepteren. De auteur huppelt door allerlei woordenboeken tot hij een door hem gewenst synoniem van een woord vindt, en dan weer terug. Dan zijn er nog een paar niet onbelangrijke zaken: hem = Jezuskind, terwijl op talloze plaatsen in de koran het enige object van het ‘nederzenden’ de koran is; ‘nacht’ = ‘nachtgebed’; ‘beter’ = ‘genaderijker’; ‘maand’ is ‘vigilie’; ‘door de geest’ in plaats van ‘en de Geest’, een kleine tekstwijziging; amr = memrā = ‘hymnen’ — waar haalt hij het toch allemaal vandaan? Het is te veel: hij moet zó veel aan de tekst knutselen en verbuigen om zijn doel te bereiken, dat het eindresultaat niet overtuigt—maar dan ook helemaal niet. Want wat doet hij bij voorbeeld met het vaak voorkomende amr elders in de koran? Betekent het daar ook ‘hymnen’? En shahrā zou dan ook elders ‘vigilie’ moeten betekenen, wat niet zo is. Dat beetje invloed van de Syrische grammatica en spelling, dat er in de koran inderdaad wel is, is al sinds 1927 bekend; het is niet genoeg om dat boek beter te begrijpen. Bovendien zijn er nog andere Semitische talen, sommige daarvan pas recent ontdekt, die hun neerslag in het koranische Arabisch gehad zullen hebben. 
Voor mij dus geen kerstfeest in de koran; maar ja, ik wil de Waarheid nu eenmaal niet zien. Natuurlijk hoop ik dat dit stukje zal bijdragen tot ontmaskering van dit soort nep-geleerdheid in het algemeen.

Een serieuzere deconstructie van Luxenbergs kerstfeest benevens duiding van soera 97 vindt U in Nicolai Sinai, „’Weihnachten im Koran’ oder ‘Nacht der Bestimmung’? Eine Deutung von Sure 97,” Der Islam 88 (2012), 11–32, ook online.

(Geschreven 25.2.2014, herzien 20.12.2020. Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.)

Terug naar Inhoud