Mohammeds geboorte- en sterfjaar

‘Mohammed (570–632)’ staat in vrijwel iedere encyclopedie of inleiding tot de islam. Dat komt omdat zulke werken streven naar korte, recht-toe-recht-ane informatie, geen prijs stellen op vraagtekens en puntje-puntje-puntje, en omdat andere beroemde personen ook jaartallen hebben. Maar vast staat Mohammeds sterfjaar niet, en zijn geboortejaar al helemaal niet.

Er is in het leven van de profeet eigenlijk maar één jaartal dat solide is: het jaar 1 (622 AD), het jaar van de hidjra, zijn emigratie van Mekka naar Medina. Dat jaartal staat vast, omdat het ongeveer twintig jaar na dato tot beginjaar gemaakt werd voor de islamitische tijdrekening en alle islamitische data tot op heden daarnaar berekend worden. Een eeuw later begonnen historici terugrekenend jaar na jaar te beschrijven wat er sinds dat jaar 1 was gebeurd. Daarbij zullen zeker fouten zijn opgetreden, maar er is in ieder geval een tijdschema gemaakt, en volgens dat schema stierf de profeet tien jaar na de emigratie, dus in 632. Dat lijkt dus nogal duidelijk.

De sterfdag lijkt op het eerste gezicht zelfs exact: maandag de 12e van de maand rabi‘-al-awwal. Maar in andere jaren zouden eveneens op maandag de twaalfde van diezelfde maand Mohammeds geboorte en/of de eerste openbaring, zijn hemelvaart en de hidjra hebben plaatsgevonden. Daarmee vervalt dus de geloofwaardigheid van die preciese dag; die is eerder van symbolische waarde. De maandag gold als een dag van bijzondere heiligheid.

Ook dat getal 10 is niet werkelijk wat moderne historici graag zien. Er werd aanvankelijk een schema 40 + 20, of liever 40 + 10 + 10 jaar gehanteerd. Mohammed was veertig toen hij tot profeet geroepen werd; daarna trad hij nog twintig jaar als zodanig op: tien jaar in Mekka en tien in Medina. Het is een halvering van het schema dat er voor Mozes bestaat en dat is natuurlijk geen toeval (→Rubin 196). Mozes werd op zijn tachtigste geroepen (Exodus 7:7) en stierf toen hij honderdtwintig was (Deut. 31:2). In de Oudheid hield men van ronde getallen die beladen waren met symboliek. Veertig betekent dikwijls niet meer dan ‘een hele tijd’; anderzijds was veertig jaar de ideale leeftijd om tot iets groots geroepen te worden: op zijn veertigste is een man pas echt volwassen en in de kracht van zijn leven. Dat geldt door de gehele Oudheid, zowel buiten als in Arabië, en ook in koran 46:15: ‘En wanneer hij dan volgroeid is en veertig jaar wordt …’ . 10 + 10: eerlijk delen tussen Mekka en Medina, de beide plaatsen waar Mohammed optrad en waar de koransoera’s werden geopenbaard. 

Het schema van 40 + 10 + 10 geraakte daarna in sommige overleveringen in de war, omdat men er nog 3, 5 of soms 7 jaar aan toevoegde: het aantal jaren dat Mohammed in Mekka doorbracht ná zijn roeping, maar voordat hij met zijn boodschap in de openbaarheid trad. Om onduidelijke redenen houdt men het tegenwoordig meestal bij drie jaar, ook in de oriëntalistiek, en is een schema 40 + 3 + 10 +10 overheersend geworden. 

We kunnen ook beginnen met de teksten die meedelen hoe oud de profeet was toen hij stierf. Een minderheid van de overleveringen noemt 65 jaar, maar volgens de meeste was hij 63. Dat brengt ons niet verder, want ook daar is het schema 40 + 3 + 10 +10 weer duidelijk herkenbaar. En o wonder, ook de kalief Abū Bakr zou 63 zijn geweest toen hij stierf, en volgens enkele bronnen zelfs diens opvolger ‘Umar. Abū Bakr zou volgens een overleving zelfs uitdrukkelijk op maandag zijn gestorven, net als de profeet. Duidelijk wordt nu reeds dat die oude historici een heel andere opvatting van chronologie hadden dan de huidige. Men vond het van belang die eerste kaliefen in alle opzichten dichtbij de profeet te laten zijn.

Over het sterfjaar zijn de oudste schriftelijke getuigenissen overigens van christelijke herkomst. In de Doctrina Jacobi, geschreven door een onder dwang gedoopte Jood in 634 of kort daarna, wordt gesuggereerd dat Mohammed in dat jaar nog leefde (→Hoyland, 57). Thomas de Presbyter, die in 640 schreef over een veldslag die  op 6 februari 634 ten Oosten van Gaza plaats had ‘tussen de Romeinen en de Arabieren van Mohammed’ — het klinkt zo, alsof Mohammed toen nog leefde. (→Hoyland, 118–20). Er zijn overigens ook islamitische bronnen die spreken over een periode in Medina van ‘tien jaar en nog wat’. Meestal houdt men het toch maar bij 632, maar dat is vooral een resultaat van consensus.

Hoe dan ook, voor het geboortejaar van de profeet rekende men dan terug vanaf de hidjra: 622 – 10 – 3 – 40 = 570. Die rekensom klopt wanneer er gerekend wordt in maanjaren, die twaalf dagen korter zijn dan onze zonnejaren. Zo berekend zou het zelfs 571 kunnen zijn. Maar gezien het symbolische karakter van dat vroegste islamitische tijdschema is dat jaar 570 uiterst hachelijk. We moeten het misschien gewoon niet willen: een geboorte- en sterfjaar in moderne zin. 

Maar wat gebeurde er vóór het begin van de islamitische tijdrekening in het jaar 1, ofwel 622? De Arabische geschiedschrijving rekent niet in jaren ‘voor de hidjra’, zoals wij spreken over ‘voor Christus’. Er waren alleen aanduidingen als: ‘het jaar van de overstroming,’ ‘het jaar van de olifant,’ ‘het jaar van de oorlog zus-en-zo’. Er zijn ook aanduidingen als: ‘het zoveelste jaar na dat van de olifant’.

Over het geboortejaar van de profeet bestaan zeer uiteenlopende berichten. Volgens Ibn Ishaq, de meest gelezen biograaf van Mohammed, werd de profeet geboren in ‘het jaar van de olifant’. Die olifant wordt genoemd in koran, soera 105: ‘Heb je niet gezien hoe je Heer heeft gehandeld met de mensen van de olifant? Heeft Hij hun list niet op een dwaalspoor geleid? Hij heeft tegen hen abābīl-vogels gezonden, die bakstenen op hen wierpen.’ Ibn Ishaq verduidelijkt een en ander in een lang verhaal: Abraha, de christelijke heerser van Jemen, die aanvankelijk in Ethiopische dienst was, maar zich zelfstandig gemaakt had, ondernam een veldtocht naar Mekka om de Ka‘ba te vernietigen. In zijn leger bevond zich een krijgsolifant, een dier dat in Arabië kennelijk zo veel opzien baarde dat men er een jaar naar vernoemde. Maar van de vernietiging van de Ka‘ba kwam niets terecht, omdat God ingreep en die vogels stenen op de soldaten liet werpen. Toen de olifant de Ka‘ba zag weigerde hij verder te gaan; in alle richtingen wilde hij lopen behalve in de richting van de Ka‘ba. De resten van Abraha’s leger aanvaardden de terugtocht; hoe het met de olifant is afgelopen vermeldt de historie niet.

Dat jaar van de olifant kan echter niet 570 geweest zijn. Toen verkeerde Jemen in verval, en Abraha leefde niet meer. Van hem is wel een expeditie naar het Noorden bekend, maar die vond veel vroeger plaats. De Romeinse geschiedschrijver Procopius (± 500–565) zinspeelt erop in zijn Oorlogen, dat omstreeks 550–51 verscheen (→Conrad 227), en er is een Oudzuidarabische inscriptie van Abraha zelf te Murayghān, door sommigen gedateerd in 547, door anderen in 552, over een veldtocht van hem, die wel dezelfde was als die met de olifant (→Conrad 227–8, →Kister), al wordt zo’n dier in de inscriptie niet vermeld en al eindigde hij niet bij Mekka. Het jaar van de olifant omstreeks 550 levert wel een erg vroeg geboortejaar voor Mohammed op. Het lijkt dus het beste, dat ‘jaar van de olifant’ niet gelijk te stellen aan Mohammeds geboortejaar. Dat deden overigens ook ettelijke oude moslimse geleerden niet. Er waren er genoeg die wel wisten dat het jaar van de olifant veel vroeger dan 570 was geweest. En uitgaand van het Jaar van de Olifant werd soms een zeventig-jaren schema gehanteerd, dat uitliep op het jaar van Mohammeds roeping tot profeet. Dat ziet er bij voorbeeld zo uit (→Rubin 199–201):

  • Jaar van de Olifant (AE, Anno Elephantis)
    ——————————
    AE 1 Abraha’s veldtocht tegen de Ka‘ba verijdeld
    AE 30 Mohammeds geboorte (komt wel overeen met 570–571)
    AE 40 De Fidjār-oorlog
    AE 55 De bouw van de Ka‘ba
    AE 70 Mohammeds roeping

Alles mooie getallen, en stadia die van belang waren in Mohammeds leven. Naast een geboortejaar AE 30 wordt echter ook van nog ettelijke andere melding gemaakt. →Conrad 239 wijst erop dat de meldingen van Mohammeds geboortejaar maar liefst 85 jaar uiteenlopen! Natuurlijk waren er ook gezellen van de profeet die beweerd (zouden) hebben dat ook zij in het Jaar van de Olifant geboren waren, net als de profeet, of kort daarvoor. Sommige beweren zelfs dat zij de keutels van de olifant nog hebben zien liggen bij Mekka (variant: de poep van de abābīl-vogels).
Waarom is het zo’n chaos? Omdat Mohammed nog niet beroemd was toen hij geboren werd, en ook omdat de oude Arabieren zich totaal niet voor verjaardagen interesseerden. Het zou nog eeuwen duren voordat men de (of liever: een) geboortedag van de profeet ging vieren, in nabootsing van het christelijke kerstfeest.

Vond u dit een ingewikkeld verhaal? Ik heb het naar beste vermogen samengevat; als er in detail naar alle bronnen wordt gekeken is het nog veel ingewikkelder. Wie dat wil, zij verwezen naar de vakliteratuur hieronder. Voor het ogenblik wil ik vooral kwijt dat het geboortejaar totaal onduidelijk is, en het sterfjaar, nou ja. De oude tijdrekenaars hielden van mooie symbolische getallen en hadden methodisch weinig gemeen met moderne historici.

BIBLIOGRAFIE
– Lawrence I. Conrad, ‘Abraha and Muḥammad: Some Observations Apropos of Chronology and Literary “topoi” in the Early Arabic Historical Tradition,’ Bulletin of the School of Oriental and African Studies, 50 (1987), 225–240.
– Robert G. Hoyland, Seeing Islam As Others Saw It: A Survey and Evaluation of Christian, Jewish and Zoroastrian Writings on Early Islam, Princeton 1997.
– M.J. Kister, ‘The Campaign of Ḥulubān – A New Light on the Expedition of Abraha,’ Le Muséon 78(1965), 425–436. Online hier.
– Uri Rubin, The Eye of the Beholder. The Life of Muhammad as Viewed by the Early Muslims, Princeton 1995, vooral hst. 12 ‘Chronology,’ 189–214.

Terug naar Inhoud

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]