Steniging in Istanbul?

Gisteren werd hier op de Duitse TV een televisiebewerking van Agatha Christie’s Murder on the Orient Express vertoond, in 2010 geproduceerd door Philip Martin op een scenario door Stewart Harcourt,  met David Suchet als Poirot. Het boek verscheen op 1 januari 1934. De ontvoering en vermoording van de Lindbergh-baby in maart 1932 speelt er een belangrijke rol in. De handeling van het boek is dus in 1932–33 te plaatsen, toen die moord nog niet was opgehelderd.
.
Voordat de trein uit Istanbul vertrekt zijn Poirot en enkele medespelers, ook buitenlanders, getuigen van de openbare steniging van een overspelige vrouw, zomaar midden op straat in hartje Istanbul. Dit kwam mij zo absurd voor, dat ik het even nagezocht en bij een collega nagevraagd heb.
.
In het Ottomaanse rijk werd er nooit gestenigd op grond van een gerechtelijk vonnis—ja, één keer, in 1680, maar dat leverde toen een enorm schandaal op. De doodstraf werd op andere manieren voltrokken. De steniging kwam formeel wel in het rechtssysteem voor: het is een ‘recht Gods’ en Gods rechten kun je nu eenmaal niet schrappen, maar je kunt ze wel tot dode letter laten worden en dat is wat er gedaan werd: in werkelijkheid werd het nooit in praktijk gebracht. In 1926 was bovendien het hele religieuze recht in Turkije al grondig afgeschaft en vervangen door Zwitsers burgerlijk recht en Italiaans strafrecht. Daar kwam dus in geen velden of wegen steniging in voor, zelfs niet puur theoretisch.
.
Iets anders is, dat er in Turkije wel zoiets als een spontane lynch-cultuur bestond—en zelfs ten dele nog bestaat, vooral in het Oosten des lands. Maar het is volstrekt ondenkbaar dat zo’n spontane steniging in de vroege jaren dertig midden in Istanbul heeft plaatsgehad. Het Atatürk-regime wilde modern zijn en spande zich in om alles wat Ottomaans was als verouderd en achterlijk voor te stellen. Als er al iemand op het idee gekomen zou zijn, in het openbaar iemand te willen stenigen zou dat tot een onmiddellijk politie-ingrijpen en zware straffen voor de stenengooiers hebben geleid. Dat zou gewoon moord zijn, net als overal elders.
.
Collega Pierre Hecker gaf mij een krantenartikel uit de vroege jaren dertig, waarin zogenaamd een steniging uit de Ottomaanse tijd wordt getoond, inderdaad midden in Istanbul. Een vrouw met los haar (volgens de laatste mode) en een suggestief gescheurde jurk wordt aangevallen door een menigte woedende, getulbande mannen, onder wie zelfs een gezagsdrager te paard. Maar zoals gezegd, zulke stenigingen hebben in de oude tijd nooit plaatsgehad. Het is pure fictie, die hier in dienst is gesteld van de staatspropaganda: kijk, zo was het vroeger, maar tegenwoordig zijn wij modern. Atatürk gaf dus een verkeerde voorstelling van ‘de islam’; hij gedroeg zich als een oriëntalist.
.
Die steniging kwam niet voor in Christie’s detectiveroman en is pas voor de televisiebewerking van 2010 door de scenarioschrijver erbij gesleept. Het is een kwalijk geval van ‘oriëntalisme’. En dat in een filmwerk waarin de overige details van de toenmalige werkelijkheid zo precies kloppen! Het ‘detail’ steniging klopt beslist niet. Harcourt heeft noch de hervormingen van Atatürk, noch diens propaganda begrepen. Zijn steniging is misleiding, typisch voor onze tijd, waarin het eveneens gebruikelijk is geworden, een verkeerde voorstelling van ‘de islam’ te geven.
.
Alsof dit nog niet genoeg was: de lezers/kijkers kan dit blijkbaar helemaal niet schelen. In het internet heb ik een klein onderzoekje gedaan naar dit boek en deze verfilming en stuitte daarbij op een flink aantal besprekingen. De meeste besprekers vonden deze verfilming niet zo geslaagd, om allerlei redenen, maar niet vanwege die steniging. Velen gaan in hun beschrijving van de inhoud volledig aan de steniging voorbij. Anderen noemen hem even, alsof zoiets volkomen vanzelfsprekend is: ja, zo ging dat blijkbaar in Turkije. Ik vond één bespreking door iemand met een Arabische naam; die vond de steniging gratuitous, maar reageert verder niet bijzonder heftig; of misschien had hij het al opgegeven. De stilte van al die anderen is verontrustend.

StenigingIstanbul Kopie

“De steniging van een zondige echtgenote”

OPMERKING: Ik moet een klein voorbehoud maken: tot heden heb ik het boek van Christie niet zelf onder ogen gehad. Maar uit mijn onderzoekje is indirect gebleken dat de steniging er niet in voorkomt. Mocht toch het tegendeel het geval zijn zal ik het bovenstaande veranderen.

Terug naar Inhoud

Afgeschafte Sharia-regels

🇩🇪 In islamitische omgevingen waren vanouds maar weinig afbeeldingen van mensen of dieren te zien, en standbeelden nog minder. Er bestaat namelijk een aantal hadithen waarin het vervaardigen daarvan verboden of althans sterk ontraden wordt. Sinds het doordringen van de fotografie in het Nabije Oosten, vanaf ± 1860, wilde iedereen op de kiek en viel het ‘verbod’ zonder slag of stoot. Foto’s waren immers niets anders dan spiegelbeelden, zo redeneerde men ineens, ondersteboven geprojecteerd op de achterzijde van een camera, en ook standbeelden konden geen kwaad, als ze maar niet aanbeden werden. En welk redelijk mens zou dat willen, behalve die rare christenen met hun iconen en heiligenbeelden?
.
Er zijn alleen nog wat resten van het verbod overgebleven: geen afbeeldingen van de profeet of zijn gezellen, geen foto’s op plekken waar het gebed wordt verricht.
.
Tegenwoordig is er in het Nabije Oosten net zo veel beeldende kunst als bij ons, met alles wat erbij komt kijken: schilders en beeldhouwers, grafici, fotografen, musea, galerieën, tentoonstellingen, veilingen en kunsthistorische opleidingen, graffiti en installaties. De kwaliteit liet vroeger vaak erg te wensen over, maar in de laatste tijd trekt die aardig bij.
.
De verleiding van film en televisie kon men natuurlijk ook niet weerstaan. Gauw een stel moefti’s erop gezet die dat allemaal bij nader inzien voor geoorloofd verklaarden en de schotel kon het dak op. De eerste bioscopen dateren al van ± 1900.
.
Alleen in heel strenge omgevingen, zoals bij de Wahhabieten in Saoedi-Arabië en hun gewapende tak Daesh (ISIS), bij de Taliban en in treurige gebieden in Oost-Afrika worden de vermeende geboden nog grotendeels nageleefd. Hoewel je natuurlijk nooit weet of die mensen na het avondgebed geen blonde meiden gaan bekijken op westerse porno-sites. Ook die verleiding is voor velen onweerstaanbaar.
.
Maar zelfs in Saoedi-Arabië kiepen de regels soms om. Het was in het koninkrijk bij voorbeeld verboden om in het openbaar foto’s te maken. Toen de regering besloot het toerisme te gaan bevorderen verdween ook dit verbod in 2006 vrijwel geruisloos ( → Naef, Bilder 121–2).
.
Over de opheffing van het Saoedische verbod op onbegeleid reizen voor stewardessen had ik het al eerder hier.
.
Iran had vanouds een aanzienlijke kaviaar-productie in de Kaspische Zee, die het land miljoenen opleverde. Volgens de shiitische jurisprudentie was de steur ḥarām omdat hij geen schubben heeft. De handel erin was dus ook verboden, maar er werd nogal aangerommeld. In 1981, het tweede jaar van de Islamitische Revolutie werden de regels aangescherpt en kwam de handel in dit door het decadente Westen zo begeerde product tot stilstand. Hele batterijen geestelijken werden geraadpleegd: men ontdekte toch wat schubben op de steur, die daarom bij nader inzien wel geoorloofd leek. In 1983, het vierde jaar van de revolutie, vond Khomeini persoonlijk de tijd om een fatwa uit te vaardigen, waarin de steur en zijn kaviaar werden toegestaan. Als u zin hebt in een ingewikkelde, talmudisch aandoende discussie over de geoorloofdheid van vissen met of zonder schubben, lees → Chihabi. Maar we begrijpen allang dat het vooral de vele te verdienen dollars waren, die de steur en de kaviaar geoorloofd maakten.
.
Kortom, als moslims zin hebben om een sharia-regel af te schaffen lukt hun dat best; vaak zelfs op vrij ongecompliceerde wijze.

BIBLIOGRAFIE:
– H.E. Chihabi, ‘How Caviar Turned Out to Be Halal,’ in Gastronomica, The Journal of Critical Food Studies, 7:2. Online: http://www.gastronomica.org/how-caviar-turned-out-to-be-halal/
– Sylvia Naef, Bilder und Bilderverbot im Islam, München 2007, of het Franse origineel: Y a-t-il une «question de l’image» en Islam?, Paris 2004.

Terug naar Inhoud

Jam en kaas: voedsel voor moslims?

Een verheugend verhaal op televisie: een oude arts, een weduwnaar misschien, had een jonge, al langer geleden uit Syrië gevluchte tandarts in zijn huis opgenomen en hielp hem bij de dagelijkse dingen, bij zijn studie om zijn diploma’s erkend te krijgen, en met de taal. Zo hoort het. De oudere man vertelde over hoe probleemloos het samenwonen verliep. Wel was de inhoud van de ijskast veranderd: geen varkensvlees, wel lam en gevogelte, maar dat vond hij prima. Daarmee zou ik zelf ook geen moeite hebben; eens wat vaker parelhoen eten misschien. Enigszins geamuseerd vertelde de oude arts nog dat zijn medebewoner geen aardbeienjam wilde eten, omdat daarin gelatine zat die mogelijk van varkensbotten was gemaakt.
.
Anders dan die gastheer vond ik dat laatste niet amusant, maar een beetje zot. Wat een zeikertje zeg. Een scherpslijper. Ja, die heb je: in alle godsdiensten en levensbeschouwingen, dus ook onder moslims. Er bestaat zelfs een markt voor halal kattenvoer.1
.
Bij de bestudering van de tandenstoker van de profeet kwam ik zulke types ook tegen. Een vraag die aan het begin van de achtste eeuw leefde was of het gebruik van een tandenstokje (siwāk) in de vastentijd geoorloofd was of niet. Bij het kauwen daarop—denkt U aan zoiets als zoethout—kwam er immers water in de mond, en als je dat inslikte, was dat dan geen drinken, wat in de vasten niet was toegestaan? En de vaste stof die dat houtje bevatte, was dat geen voedsel? Men bedacht dat het gebruik van een droog takje toch geen kwaad kon, en daar kon men behoorlijk fanatiek in zijn:

  • Abū Hurayra zei: Ik maakte vandaag mijn mond twee maal aan het bloeden met een siwāk, terwijl ik vastte.2

Met andere woorden; hij gebruikte een droog takje. Van een van nature vochtig of een ingeweekt takje was zijn tandvlees niet gaan bloeden. Volgens de vromen was het echter niet de bedoeling een droog takje tijdens de vasten eerst in water te weken om het zachter te maken; dat bracht water van buitenaf in de mond, zoals ettelijke hadithen waarschuwen. Maar er was ook iemand die blijkbaar genoeg had van de hele kwestie:

  • Ibn ‘Umar zei: Voor een vastende kan het geen kwaad een vochtige of een droge siwāk te gebruiken.3

Verder kon je nog zeuren over hoe vaak het gebruik van de siwāk tijdens de vasten per dag was toegestaan. Twee maal, vindt men meestal, en het kan geen kwaad dat vlak voor het breken van de vasten te doen. En moest het dan voor het gebed of juist erna? Ook deze vraag was weer goed voor een aantal hadithen.
Maar er was ook een tegenrichting, die geen zin had in al dat gezeur:

  • ‘Abdallāh ibn ‘Āmir levert over van zijn vader: Ik heb de profeet ontelbare malen de siwāk zien gebruiken terwijl hij vastte.4

En een vrouw van de profeet wordt een heel ontspannen houding toegeschreven:

  • Maymūna bint al-Ḥārith, de vrouw van de profeet, liet haar tandhoutje  in het water staan om te weken. Als zij werd afgeleid door werk of gebed [vergat zij het]; anders nam zij het en gebruikte het.5

Er waren dus al heel vroeg scherpslijpers, maar andere moslims gaven weerwerk—eveneens middels hadithen.

Vervolgens herinnerde ik me het artikel van Michael Cook over Perzische kaas. Daarin stond een grappige hadith over een gebeurtenisje op de dag dat Mekka door Mohammed werd veroverd. Zonder twijfel een drukke dag; toch zou de profeet nog gelegenheid hebben gevonden een uitspraak te doen over een kaas:

  • Van Abū Dāwūd al-Ṭayālisī […] van Ibn ‘Abbās: Toen de profeet Mekka veroverde zag hij een kaas. Hij vroeg wat het was; ze antwoordden hem dat het een voedingsmiddel was dat in het land der Perzen (arḍ al-‘adjam) werd gemaakt. De profeet zei: ‘Zet het mes erin, roep de naam van God aan en eet!6

Was er in het oude Mekka dan een delicatessenwinkel die Perzische kaas verkocht? Ach welnee toch; die hele hadith is een verzinsel, en in dit geval een erg onhandig verzinsel, omdat aan de waarschijnlijkheid geen recht is gedaan. Moslims werden natuurlijk niet in Mekka met Perzische kaas geconfronteerd, maar in Irak en Iran, toen zij die landen hadden veroverd. Maar de strekking is sympathiek: niet zeuren over buitenlands voedsel, gewoon opeten.
Wat had er dan mis kunnen zijn met die kaas? Wel, om de melk te doen stremmen is leb (minfaḥa) van een kalf nodig. Die kon alleen uit een dood dier gehaald worden en dat was misschien niet ritueel geslacht! Hierover hadden joodse rabbijnen kort voor al-Ṭayālisī al uitvoerig gediscussieerd, eveneens in Irak. Voor hen was ongelovige kaas inderdaad onacceptabel. De Babylonische Talmud bericht daarover. Vanuit islamitisch gezichtspunt konden Zoroastriërs niet ritueel slachten; hun Perzische kaas had dus theoretisch voor moslims ook verboden moeten zijn. Maar dat probeert deze hadith dus te ontkrachten: de profeet vond niets verkeerds aan die kaas. Dat past in de hele gedachtenwereld van de islam: de islamitische spijswetten zijn over het algemeen een stuk losser dan de joodse, dat is in de koran al zo. De profeet deed die uitspraak laat in zijn leven, zodat hij hem nauwelijks nog had kunnen herroepen— inderdaad, hadithschrijvers hielden daar rekening mee.
.
Bovengenoemde tandarts zou over die kaas-problematiek ook kunnen tobben. Misschien zou hij zelfs in een tijdschrift als Islamic Medicine ‘wetenschappelijk’ onderbouwd kunnen schrijven dat niet-islamitische jam en kaas schadelijk zijn voor het gebit. Zulke artikelen bestaan werkelijk. Maar gelukkig is er altijd die veel bredere tegenstroom: niet zeuren, geen gekeutel, de profeet zag het ruimer en God is geen kruidenier die op de kleintjes let.

Om het met de woorden van een andere, breed overgeleverde hadith te zeggen:

  • De profeet zei: ‘Maak het makkelijk en niet moeilijk; maak [de mensen] blij en schrik ze niet af.’7

.

BIBLIO
– Michael Cook, ‘Magian Cheese: An Archaic Problem in Islamic Law,’ BSOAS 47/3 (1984), 449–467.
– Wim Raven, ‘The Chewstick of the Prophet in Sīra and ḥadīth,’ in: Islamic Thought in the Middle Ages. Studies in Text, Transmission and Translation, in Honour of Hans Daiber, Edited by Anna Akasoy and Wim Raven, Leiden/Boston 2008, 593–611. Hier online.

NOTEN
1. De profeet heeft nooit gezegd dat kattenvoer halal moet zijn; in zijn tijd vraten katten nog gewoon zelf gejaagde kleine dieren en keukenafval. Katten zijn geen moslims en dus niet in staat tot het juiste gedrag. Het probleem is blijkbaar dat het baasje of vrouwtje bij het openen van een blikje kattenvoer in beroering zou kunnen komen met niet-ritueel geslacht vlees. The horror! The horror!

2. ‘Abd al-Razzāq al-Ṣan‘ānī, Muṣannaf iv, 7486:

عبد الرزاق – معمر – قتادة – أبو هريرة: قال لقد أدميْتُ فمي اليوم [وأنا] صائم بالسواك مرّتين.

3. Ibn Abī Shayba, Muṣannaf xxx, 37/3:

علي بن الحسن بن شقيق – أبو حمزة – ابراهيم الصائغ – نافع – ابن عمر: قال لا بأس ان يستاك الصائم بالسواك الرطب واليابس.

4. ‘Abd al-Razzāq al-Ṣan‘ānī, Muṣannaf iv, 7484; Ibn Abī Shayba, Muṣannaf xxx, 35/1:

عبد الرزاق – الثوري – عاصم بن عبد الله بن عبيد الله بن عاصم – عبد الله بن عامر بن ربيعة – أبيه: رأيت رسول الله ص يستاك وهو صائم ما لا أُحصي.

5. Ibn Abī Shayba, Muṣannaf i, 170/20:

ابن أبي شيبة – كثير بن هشام – جعفر بن برقان – يزيد بن الأصم: كان سواك ميمونة ابنة الحارث زوج النبي صلعم منقعًا في ماء فإن شغلها عنه عملٌ أو صلاةٌ والاّ فأخذته واستاكت.

6. Al-Bayhaqī, Sunan 10:6.6; al-Ṭayālisī, Musnad no. 2684:

… النبي ص لما كان فتح مكة رأى جبنة فقال: ما هذا؟ قالوا: طعام يصنع بارض العجم. قال فقال رسول الله ص: ضعوا فيه السكبن واذكروا اسم الله وكلوا !

Volgens andere bronnen zou de profeet de kaas in Ṭā’if of Tabūk gezien hebben; het bleef echter een Perzische kaas (min arḍ Fāris, min ahl Fāris). ‘Abd al-Razzāq, Muṣannaf, iv, 8795 vermeldt de vrees van de vragensteller dat de kaas mayta, iets van een niet ritueel geslacht dier, zou bevatten.
7. Bukhārī, ‘Ilm 11 e.v.a.:      النبي ص قال يسروا ولا تعسروا وبشروا ولا تنفروا.

Terug naar Inhoud

Kapper bij ISIS

Een kapper in Daesh (‘Islamic State’) deelt aan zijn klanten mee:

  • Geachte klanten
  • In gehoorzaamheid aan God en Zijn gezant:
    knippen wij geen enkele snit die lijkt op die van de ongelovigen, naar het woord van de Profeet: ‘Wie op mensen gelijkt behoort tot hen.’
    .
    In gehoorzaamheid aan God en Zijn gezant:
    scheren wij geen baarden, naar het woord van de Profeet: ‘Laat de baard vrij groeien, maar knip de snor bij.’ En: ‘Doe het anders dan de heidenen: laat de baard volop groeien maar maak de snor korter.’
    .
    In gehoorzaamheid aan God en Zijn gezant:
    scheren wij de wenkbrauwen niet en trekken wij ze niet uit, wat namṣ genoemd wordt, naar het woord ‘Abdallāh ibn Mas‘ūd: ‘De Profeet vervloekte vrouwen die hun wenkbrauwen schoren of uittrokken.‘ Dit geldt voor vrouwen; dus hoeveel te meer voor mannen?
    .
    In gehoorzaamheid aan God en Zijn gezant:
    scheren wij niet een deel van het haar en laten enkele lokken staan, wat qaza‘ genoemd wordt; naar het woord van Ibn ‘Amr: ‘De Profeet heeft qaza‘ verboden.’

Qaza‘ werd in de preïslamitische tijd vooral bij kleine jongens toegepast, die met kale hoofdjes en voorhoofdslokken (dhu’āba, mv. dhawā’ib) rondliepen. Voor deze archaïsche mode zal er in het afgelopen millennium weinig klandizie zijn geweest—behalve misschien in kringen van punks. Maar tegenwoordig wordt de term ook op allerlei kapsels met ‘matjes’ toegepast. In ieder geval ging en gaat het er bij dit verbod eveneens om, een andere haardracht te hebben dan de heidenen.

Kappers lijken in de ‘Islamic State’ dus niet zo veel te doen te hebben, want zelfs het bloempotmodel, de crew cut en de kale kop hebben allemaal hun voorbeelden in het goddeloze Westen. Maar misschien komen ze door de winter met het geel verven van baarden. Er is immers een hadith:

  • ‘De Profeet verfde zijn baard geel met wars en saffraan.’1

Islamistenbaarden zouden dus geel of oranje moeten zijn. Van ‘Abdallāh ibn ‘Umar en andere gezellen van de profeet wordt inderdaad verteld dat zij hun baard geel verfden. Maar dat na te volgen gaat de vermeende vromen van tegenwoordig blijkbaar te ver.

Denkt U niet dat de profeet zijn baard verfde omdat hij oud en grijs werd:

  • De profeet had op zijn hoofd en in zijn baard nog geen twintig grijze haren.2

Inwoners van de ‘Islamic State’ die graag wat meer haar op hun hoofd zouden hebben om er krijgshaftiger uit te zien, moeten voor een haargroeibehandeling of extensions naar het buitenland, bij voorbeeld naar Turkije.

LEZEN:
G.H.A. Juynboll, „Dyeing the Hair and Beard in Early Islam | A Ḥadīth-analytical Study,“ Arabica 33 (1986), 49–75.

NOTEN
1. An-Nasā’ī, Zīna 66. ويصفّر لحيته بالورس والزعفران Wars (Memecylon tinctorium) is een plant waaruit een gele kleurstof gewonnen werd.
2. Mālik, Ṣifat an-Nabī 1 u.a.: وليس في رأسه ولحيته عشورن شعرة يبضاء

CN0YVC7WIAACTMg-1

Terug naar Inhoud

De islamistische steniging: een modern fenomeen

Waar stenen zijn wordt ermee gegooid, ook naar mensen. In een mindere buurt van Tetuan in Marokko ben ik ooit door jongetjes met stenen bekogeld. De jongens waren klein en de stenen gelukkig ook; bovendien riep een oudere man hen tot de orde; toen hielden ze op en kwam ik er zonder kleerscheuren vanaf. In oorlogjes tussen groepen straatjongens in bij voorbeeld Jemen werd er serieus met stenen gegooid; daarbij vielen ook wel eens ernstig gewonden. Ze hadden daar nog geen moorddadige computerspelletjes.1 Uit het Noorden herinner ik me alleen sneeuwballengevechten, die van spel in ernst kunnen ontaarden als er met keiharde ‘bommen’ gegooid wordt van samengeperste sneeuw met een steen erin.

Door volwassenen worden er soms mensen doelbewust dood gestenigd bij wijze van volksgericht. Dat heeft voor de daders een voordeel: omdat het door een groep gebeurt is het niet mogelijk vast te stellen wie uiteindelijk de dodelijke steen gegooid heeft. In omgevingen waar steniging als moord geldt en de dader zich voor een gerecht zou moeten verantwoorden kan deze niet worden vervolgd, omdat hij onbekend is. En in omgevingen waar bloedwraak heerst wordt zo voorkomen dat er bloedwraak op gang komt, die dan weer wraak van de andere kant oproept, enzovoort. Dat is eens te meer het geval wanneer verwanten van de gestenigde de dodelijke stenen gooien: zij zijn identiek met de rechthebbenden op bloedwraak, dus die vindt niet plaats.

Wél te onderscheiden zijn spontane steniging, een vorm van lynchjustitie, en steniging op grond van een doodvonnis na een rechtsgang, op grond van wetgeving. Hieronder ga ik het uitsluitend hebben over het laatstgenoemde: steniging op grond van een gerechtelijk vonnis.

Mij zijn twee rechtssystemen bekend waarin de doodstraf door steniging is voorzien: dat van het Oude Testament en dus van het jodendom, en dat van de islam.

Joden stenigen niet. Hoe ze het hebben klaargespeeld de betreffende zeer harde rechtsregels uit hun Heilige Schrift ongeldig te verklaren is mij onbekend. Een Oudtestamenticus die ik ernaar vroeg zei me, dat de wetten van het Oude Testament tot stand zijn gekomen ná de ondergang van het oude Israël en Juda en dus nooit zijn toegepast. Hij vond geen aanwijzing dat er in die staatjes ooit door steniging was terechtgesteld. Na 586 v.Chr. leefden de joden als minderheid in andere staten en waren ze niet bevoegd zelf doodvonnissen uit te voeren. Dat is bekend uit het oude Perzië, waar veel joden woonden, en ook van het geval Jezus, waar joden vonnis velden, maar Romeinen in hogere instantie het vonnis moesten bekrachtigen en ten uitvoer brengen. Dezen kozen zoals bekend voor een strafvoltrekking in Romeinse, niet in oudtestamentische stijl.

Moslims stenigden vroeger ook niet, hoewel het in enkele rechtsbronnen van de sharia ondubbelzinnig wordt aanbevolen. In andere rechtsbronnen vonden zij echter de juridische middelen om daaronder uit te komen; daarover hier onder op bladzijde twee. Maar sinds enkele decennia stenigen zij soms wél. In alle gevallen is het de straf voor buitenechtelijk geslachtsverkeer, tussen man en vrouw of tussen personen van het mannelijk geslacht.

– In Iran bijvoorbeeld werden tussen 1980-1989 76 personen op grond van een gerechtelijk vonnis gestenigd (bron: Amnesty International), en 74 over de periode van 1990–2009 (bron: International Committee Against Execution). In de laatste pakweg tien jaar zijn er pogingen gedaan de steniging uit het de Iraanse wetgeving te verwijderen; dat is maar ten dele gelukt. Maar in de praktijk wordt sinds 2009 de steniging in Iran omgezet in andere vormen van executie.
– In Saoedi-Arabië, dat sinds 1932 bestaat, wordt meestal onthoofd en met de kogel geëxecuteerd, maar ook wel eens gestenigd. Cijfers zijn mij niet bekend.
– In de Verenigde Arabische Emiraten zijn er tussen 2006 en 2014 ongeveer tien gevallen van steniging bekend.
– In Afghanistan werd er gestenigd tijdens het Taliban-regime, en daarna nog wel eens door de Taliban. Hoewel dat laatste geen spontane volksgerichten betrof kun je het ook geen rechtspleging noemen, want sinds 2004 is in Afghanistan steniging verboden en gelden de Taliban als rebellen.
– In de ‘Islamic State’ wordt gestenigd; cijfers zijn mij onbekend.
– Uit Sudan zijn er uit 2012 twee gevallen bekend waarin iemand tot dood door steniging werd veroordeeld, maar de vonnissen zijn niet uitgevoerd.
– In Noord-Nigeria (zonder Boko Haram) zijn er sinds 2000 meer dan twaalf personen tot steniging veroordeeld, maar de vonnissen zijn niet uitgevoerd.
– Mauretanië? Vast wel.
– In Pakistan wordt er niet gestenigd door de overheid; die veroordeelt stenigers juist als moordenaars. Wel vinden stenigingen plaats na vonnissen door stamrechtbanken – welke bevoegdheid deze hebben en hoe groot het verschil is met lynchjustitie is me niet duidelijk.
– In Somalië wordt gestenigd na vonniswijzing door zelfbenoemde zg. shariarechtbanken van terroristengroepen zonder legitimiteit (2009–2014).
– In de Indonesische deelstaat Aceh (Atjeh) en in Brunei (2013) was men voornemens steniging op te nemen in het wetboek, maar het is er bij mijn weten niet van gekomen.

Deze gegevens zijn onvolledig en niet waterdicht; ik heb ze ontleend aan het Wikipedia-artikel ‘Stoning’. Dat is natuurlijk onbevredigend, maar ik ga er niet verder naar speuren. Het artikel maakt geen onderscheid tussen lynchjustitie en steniging op grond van een gerechtelijk vonnis. Een grote lijn wordt toch wel zichtbaar. Opvallend is dat vrijwel al die stenigingen uit de jongste tijd dateren. In de late twintigste eeuw is er in een aantal islamitische landen een tendens, steniging in de wetgeving op te nemen en toe te passen, en in onze eeuw zien we een streven, stenigingen niet door te laten gaan, hoewel men vindt dat ze ‘eigenlijk’ zouden moeten worden uitgevoerd. Voor autoriteiten is stenigen zonder twijfel een hoop gedoe: er moet een groep mensen worden samengesteld die de stenen gaat gooien; die moet niet zelden tot die rotklus worden gedwongen en iedereen houdt er een vieze smaak aan over. Bovendien komt het buitengewoon onmodern over. Voor een overheid is het eenvoudiger andere vormen van executie toe te passen: door een beul die ambtenaar is, dan weet je wat je hebt en je bent meteen van het gezeur in de internationale media af, die zich geweldig opwinden over stenigingen, maar over modernere vormen van terechtstelling veel minder.

Maar hoe was het dan vóór 1980, of evt. vóór 1932? Toen werd er NIET gestenigd op basis van een gerechtelijk vonnis. Steniging is in de islamitische wereld een modern fenomeen, dat ten onrechte ‘middeleeuws’ wordt genoemd.

De Duitse hoogleraar Th. Bauer heeft vele geschiedwerken over de oude tijd in het Midden Oosten doorgeploegd en stiet daarbij op talrijke met verve vertelde berichten over folteringen en executies, maar hij kwam slechts één geval van steniging tegen, en dat zorgde voor grote consternatie:

  • ‘Er waren opstandelingen en rovers die gekruisigd werden – de dichters stortten zich erop en schreven spectaculaire gedichten – sensatielust is immers geen modern verschijnsel. Er waren machthebbers die folterden en lieten terechtstellen – de kroniekschrijvers berichten het in alle uitvoerigheid – maar nergens wordt over een steniging bericht. Met één enkele uitzondering. Bij mijn weten was er in de periode tussen 800 en de twintigste eeuw maar één enkel met zekerheid aantoonbaar geval van een steniging wegens echtbreuk in het kerngebied van de islam. Deze vond plaats omstreeks 1670 in het Ottomaanse Rijk, was evenals de tegenwoordige gevallen politiek gemotiveerd en zorgde voor een daverend schandaal. De verantwoordelijke rechter werd uit zijn ambt ontzet. De kroniekschrijver die over het geval vertelt betoont zich eveneens verontwaardigd. Hij houdt stenigingen in het geheel niet voor islamitisch. Zoiets is sinds de vroegste tijd van de islam niet meer voorgekomen, constateert hij verontrust. Ook voor hem waren stenigingen iets atavistisch en onmenselijks.’ 2

– Waar halen moderne moslims dat stenigen dan vandaan? Uit hadithen en een nep-koranvers. En waarom werd er vroeger dan niet gestenigd? Op grond van twee echte koranverzen, bepaalde interpretaties van de rechtsbronnen, toepassing van het bewijsrecht en een aantal knepen. Dat staat op bladzij 2. En vooral op grond van een onmoderne, niet-verwesterste omgang met de oude teksten, die nu verloren is gegaan. Zie daarover bladzij 3.

NOTEN:
1. Roes, Leeg kwartier, bijv. 433–4, 581.
2. Bauer, Musterschüler, 10; ; vertaling van mij. Ook in Bauer, Ambiguität, 280–282 en Rohe, Recht, 135–6.