Enkele correcties over de islam

In de hetze die nu al vijftien jaar aan de gang is tegen de islam worden massa’s desinformatie verbreid. Rare pruiken en varkensmutsen zijn niet toegankelijk voor informatie van buiten, maar aan de vooravond van de fascistische machtsovername kan het misschien geen kwaad, wél denkende mensen wat correcties mee te geven voor de donkere jaren.
Wie hier vaker leest, weet dat een aantal onderwerpen al eerder uitgebreider aan de orde was geweest. Ik verwijs met een link naar die bladzijden.

‘De islam zegt … .’
‘De islam’ is geen persoon en geen rechtspersoon. Hij kan niet praten, hij kan niet doen. Zinnen als: De islam is oorlogszuchtig, de islam is vrede, de islam onderdrukt vrouwen, de islam is heel goed voor vrouwen, de islam zegt … zijn onzin.
De islam wil/kan/verbiedt/beveelt niets, is geen vrede en geen oorlog; het zijn altijd moslims die iets doen of laten, en daarvan zijn er meer dan een miljard, die niet allemaal hetzelfde willen of doen.

‘De islam is geen godsdienst, maar een ideologie’
Als je de islam tot ideologie verklaart, zou hij misschien in sommige landen verboden kunnen worden. Een godsdienst verbieden gaat meestal moeilijker; in de meeste grondwetten staat wel iets over vrijheid van godsdienst.
Maar in de islam is er een hoofrol weggelegd voor een God, die de wereld heeft geschapen en haar in stand houdt, die van eeuwigheid een heilige schrift bij zich had, deze aan profeten heeft geopenbaard en aan het einde der tijden de mensheid zal richten. Zo’n stelsel noemen wij godsdienst, per definitie. Als de islam geen godsdienst is, bestaat er helemaal geen.

‘Maar de koran zegt toch …?’
Wat staat er in de koran? Zoals alle heilige schriften ‘zegt’ de koran ongeveer alles, maar ook zijn tegendeel. Boodschappen van liefde en haat; meedogenloosheid en ontferming. Het heeft dus geen zin in de stijl van Jehova-getuigen allerlei discussies te voeren op basis van enkele eenzijdig gekozen koranverzen.
Bovendien staat ook heel veel niet in de koran. Het boek is slechts goed voor een deel van de geloofsopvattingen van moslims en van het islamitisch recht (sharia). Niet in de koran staan, om maar ergens te beginnen: sharia, kalifaat, de bestraffing in het graf, martelaren direct naar het paradijs, 72 maagden, honden en katten, het verbod op afbeeldingen van levende wezens, vijf maal per dag bidden, steniging. Een kwestie van interpretatie zijn: de sluiering van vrouwen, verbod op alcohol e.v.a.
Let wel: als iets niet in de koran staat, is het daarom niet onislamitisch.

‘Mohammed was …’
Duizenden pagina’s tekst berichten over het handelen van Mohammed, maar die hebben geen waarde als bron voor wetenschappelijke geschiedschrijving. Met behulp van die teksten kan iedereen de profeet knutselen die hem/haar aanstaat: een strenge rechter, een milde rechter, oorlogszuchtig, een vredestichter, vrouwvriendelijk of juist niet, een vaderlijke figuur, meedogenloos, zedelijk hoogstaand of veeleer bedacht op zijn eigen belang, een held, een kinderschender, menselijk-zwak, altijd bereid tot een compromis of juist onbuigzaam, kiest u maar!
Over de historische Mohammed is heel weinig bekend. Enkele vroege teksten over hem dateren van zestig(!) jaar na zijn dood, de meeste zijn aanzienlijk jonger. We weten dus bij voorbeeld in geen velden of wegen of hij getrouwd was met een klein meisje. Daarover bestaat slechts één oud tekstje, dat niet zo heilig is dat moslims het beslist voor waar moeten houden, en niet-moslims hoeven dat zeker niet. Een ander voorbeeld: de verhalen over de uitroeiing van joodse stammen door Mohammed zijn al in 2008 ontmaskerd als fictie.

‘De Koran is het werk van Mohammed.’
Nee hoor. Het is niet aantoonbaar dat de Koran door God in afleveringen gedurende twaalf, dertien jaar aan de profeet Mohammed is geopenbaard, zoals Moslims geloven. Maar hij is ook niet geschreven door Mohammed, zoals in Europa lang is aangenomen. Heel vroeger heette het al: de koran kon niet van God stammen want die was de God van de bijbel; Mohammed had het boek met kwaadaardige bedoelingen zelf verzonnen. Later geloofde men dat God niet bestaat en dat Mohammed de auteur moest zijn omdat die het dichtst bij het ontstaan van de tekst zat. Hij heeft de koran zelf geschreven, daarbij zwaar leunend op de joodse en christelijke traditie.
Met de openbaring door God kunnen moderne onderzoekers niets beginnen, maar met het auteurschap van Mohammed ook steeds minder. De meesten van hen zien in de koran een anonieme tekst, of veeleer een verzameling van verschillende soorten tekst, die mogelijk ook verschillende herkomsten hebben.
De bundeling van al die teksten in één boek vond plaats tussen ± 650 en 700. Zonder twijfel waren er tevoren al losse gedeelten in omloop. Deze zijn van groot belang geweest voor de snelle maatschappelijke veranderingen in Arabië, de vereniging van de Arabische stammen en de enorme Arabische veroveringen vanaf 632. Meer lezen? Hier.

‘De islam is in de Middeleeuwen blijven hangen.’
Het Nabije Oosten heeft nooit Middeleeuwen gekend. Toen in Europa de vroege, ook wel ‘donkere’ Middeleeuwen aanbraken, ging daarginds de Oudheid gewoon door. Daarna brak er een uitgesproken bloeitijd aan, waarin het Europa verre vooruit was: in industrie, handel en economie, in het bankwezen, de wetenschap, de inrichting van de maatschappij en zelfs in de theologie. Wel raakte het Nabije Oosten de islamitische wereld omstreeks 1800 in verval, doordat handelsroutes veranderd waren (Amerika!), door achterblijvende bewapening en door koloniale machtsuitoefening vanuit Europa. Maar het zou onjuist zijn om de tijd daarvóór middeleeuws te noemen, een begrip dat met Europese geschiedschrijving te maken heeft en misschien ook daar misplaatst is.

‘De islam is een woestijngeloof.’
Het ontstaansgebied en de westhelft van het verspreidingsgebied van de islam is een aride en semi-aride gordel waar inderdaad veel woestijnen zijn. Maar daar woont niemand permanent; men vestigt zich wijselijk in de vruchtbare gebieden die er ook zijn, in de rivierdalen en -delta’s, en in steden. De nomadische woestijnbewoners, de bedoeïenen, zijn vanouds meestal weinig tot religie geneigd; daarover wordt in de koran al geklaagd.
De islam is voor een deel ontstaan in de stad Mekka en de oase Medina, heeft omstreeks 700 pas goed vorm gekregen in Syrië en is een eeuw later nog weer eens grondig omgewerkt in Irak. Later kreeg iedere periode en iedere streek zijn eigen vorm van islam.

‘Stenigen is een middeleeuwse straf.’
Nee, stenigen op basis van een vonnis van een bevoegde rechtbank wordt pas sinds de twintigste eeuw, vooral na 1979, in enkele landen gedaan en is alweer op zijn retour, waarschijnlijk omdat het een erg onpraktische manier van terechtstelling bleek. Vóór de twintigste eeuw werd er niet op grond van een vonnis gestenigd. Weliswaar wordt steniging in geval van overspel in enkele oude rechtsbronnen duidelijk voorgeschreven, maar de juristen wisten zich daar met behulp van andere rechtsbronnen en redeneertrucs handig onderuit te draaien: leven en laten leven was altijd het devies. Bij onderzoek is er slechts één geval van steniging in het Ottomaanse Rijk gevonden: omstreeks 1670. De rechter die dat vonnis wees werd onmiddellijk ontslagen; tijdgenoten waren verontwaardigd over het geval.

‘De Islam heeft een Verlichting nodig.’
Je hoort soms dat het met ‘de islam’ zonder een proces van Verlichting nooit meer goed komt. Maar in de negentiende eeuw waren het de rechtlijnigheid van de Verlichting met zijn ondubbelzinnigheid, zijn klare taal en zijn gecodificeerde wetten (Code Napoléon) en de invloed van Europa (dat men in het Nabije Oosten toen nog graag nabootste) die moslims ertoe hebben gebracht hun soepele omgang met oude teksten overboord te gooien en ze voortaan allemaal letterlijk te willen nemen, zonder oog voor alternatieve interpretaties. De ambiguïteitstolerantie, die vanouds een kenmerk was van de islamitische beschaving, is in de negentiende en twintigste eeuw door de Verlichting grotendeels verloren gegaan. Het Nabije Oosten werd een platte en tweederangs imitatie van Europa.
Moslims hebben de Verlichting dus wel degelijk leren kennen, maar die is hun slecht bekomen.

Wordt vervolgd

Terug naar Inhoud

Wandelkaart Idomeni

Dit papier zette ze aan het lopen, de grote groep vluchtelingen in Idomeni die door de koude rivier waadden om in het gastvrije Macedonië te geraken:

FlugblattIdomeniGanz

Het is wat moeizaam leesbaar; ik typ het even over:

الحقائق
1. ١. الحدود اليونانية-المقدونية „ادميني“ مغلقة وسوف يبقى كذلك.
2. ٢. سوف لن يكون هناك باصات أو قطارات لتنقلكم الى ألمانيا.
3. ٣. من المحتمل أن من سيبقى في اليونان سوف يتم ترحيله الى تركيا.
4. ٤. من يستطيع شق طريقه بشكل غير قانوني نحو بلدان شرق أوروبا سيتمكن من البقاء (ألمانيا ما زالت تستقبل اللاجئين)
5. ٥. من المحتمل أن يتم إفراغ المخيم الحدودي في ادميني في غضون أيام قليلة قادمة. والمرجح أن يتم إجباركم للذهاب الى مخيمات الحكومة اليونانية، حيث يتم من هناك نقلكم وترحيلكم الى تركيا.
الحل
1. الحاجز المزدوج موضوع لإيهامكم ان الحدود مغلقة. السور ينتهي على بعد خمسة كيلومترات من هنا حيث لا يوجد حاجز يمنعكم من دخول مقدونيا عبور الحدود من هناك! (انظر الخارطة).
2. ٢. اذا ذهبتم بمفردكم في مجموعات صغيرة ستتمكن شرطة الحدود أو الجيش من إيقافكم أو إعادتكم.
3. ٣. عند تجمع المرور آلاف الأشخاص سوية، لن تتمكن شرطة من إيقافكم أو إعادتكم.
دعونا نلتقي يون الاثنين الساعة الثانية ظهرا ١٢.٠٠ عند مخرح المخيم ولنذهب لنقطع الحدود سوية.
الرجاء النظر للخارطة لمعرفة الطريق ونقطة التجمع.
١. هذا النهر جايف (لا ماء فيه)
٢. هذا لا يوجد سور
٣. الالتفاف هنا عند الممر (؟)
٤. هذا نقطة التجمع، الاثنين الساعة الثانية ظهرا 14.00
الرجاء إعلام وإخبار أصدقائكم ومعارفكم.
الرجاء إخفاء هذا البروشور. لا يتوجب على الشرطة أو الصحفيين رؤيته.
حظًا موفقًا

Vertaling:

  • De feiten
    1. De Grieks-Macedonische grenspost Idomeni is gesloten en zal dat blijven.
    2. Er zullen geen bussen en treinen zijn om u naar Duitsland te vervoeren.
    3. Wie in Griekenland blijft zal vermoedelijk naar Turkije overgebracht worden.
    4. Wie illegaal een weg weet te vinden naar de Oosteuropese landen kan blijven. (Duitsland neemt nog steeds vluchtelingen op.)
    5. Vermoedelijk zal het grenskamp Idomeni binnen enkele dagen geëvacueerd worden. Waarschijnlijk zult u dan gedwongen worden naar kampen van de Griekse regering te gaan, van waaruit u naar Turkije zult worden getransporteerd.
  • De oplossing
    1. Het dubbele hekwerk is neergezet om u te laten geloven dat de grens gesloten is. De muur eindigt vijf kilometer van hier, waar geen hekwerk meer is dat u zou kunnen beletten Macedonië binnen te gaan grensovergang daar! (zie het kaartje)
    2.٢. Als u individueel in kleine groepjes op weg gaat zal de grenspolitie of het leger u kunnen tegenhouden of terugbrengen.
    3.٣. Als u met duizenden mensen tegelijk op weg gaat zal de politie u niet kunnen tegenhouden of terugbrengen.
    .
    Laten we elkaar treffen op maandag om twee uur ’s middags (12.00) bij de uitgang van het kamp om door de grens heen te gaan breken.
    Gelieve op het kaartje te kijken om de weg en het trefpunt te vinden.
    .
    [De teksten in het kaartje, van links naar rechts:]
    – Hier is het trefpunt, maandag om twee uur ’s middags 14.00
    – De bocht hier bij de passage (?)
    – Hier is geen muur.
    – Deze rivier staat droog (er is geen water in).
    .
    [Onder het kaartje:]
    Gelieve uw vrienden en kennissen hiervan in kennis te stellen.
    Gelieve deze flyer geheim te houden. De politie en journalisten moeten dit niet zien.
    Veel geluk!        kommando norbert blüm


De beoogde tijd van samenkomst is twee uur, maar er staat eenmaal 12.00, in voor het Arabisch normale cijfers. Foutje blijkbaar; kan chaos veroorzaken in zo’n critische situatie.
.
In de eerst vijf regels staat nogal wat desinformatie, die te kwader trouw geschreven kán, maar niet hoeft te zijn. Echt cynisch en kwaadaardig is de tekst op het kaartje: ‘Deze rivier staat droog (er is geen water in).’ We hebben allemaal op het nieuws gezien hoe krachtig die rivier stroomde en kolkte.
.
Die droge rivier zal niet verzonnen zijn door een vluchteling, die al dagen in de nattigheid woonde. Een vluchteling zou in dat kamp ook niet de technische middelen hebben om zo’n flyer in elkaar te zetten: tekstverwerker, tekenprogramma, een printer in de copy shop van het 300-zielen dorp Idomeni? Nee.
.
Deze geraffineerde en bewust misleidende flyer komt van buiten. In de Duitse media circuleerde even het vermoeden dat hij van een groen-links-achtige actiegroep stamde, maar daar horen we inmiddels niet meer over. Het is ook te onzinnig voor woorden. Ook vluchtelinghatende groepen (AfD, FN, PVV, Gouden Dageraad) zullen hem niet hebben gemaakt. Die kijken niet over de grens, zijn te dom en kennen geen Arabisch.
.
Tot er meer bekend wordt denk ik eerder aan de practical joke van een vreemde mogendheid, die rotzooi wil trappen in Europa en zich daarbij niet ontziet, met desinformatie de ellende van vluchtelingen nog te vergroten en zijdelings nog even de spot te drijven met de menslievende oud-minister Norbert Blum die daar juist was. Wat zullen ze gelachen hebben, en zeker toen de flyer ook nog aan een menslievende groep werd toegeschreven. Misschien hadden ze zelfs dat georkestreerd.

Terug naar Inhoud

Verlicht en doorgebrand. Al-Turabi als romanfiguur? (1)

Hasan ‘Abdallāh al-Turābī (1932–2016) is gestorven, en ik treur niet om hem. Als leider van de Moslim Broederschap in Soedan was hij een van de voornaamste verwoesters van dat ooit zo gemoedelijke land.
Hij stamde uit Kassalā, een door islamitische mystiek gestempelde stad, studeerde rechten in Khartoem van 1951–55, in London van 1955–1959 en promoveerde in 1964 aan de Parijse Sorbonne. Hij moet dus behoorlijk briljant geweest zijn en twee Europese hoofdsteden en twee Europese talen grondig hebben gekend. Weer thuis werd hij een van de medeoprichters van de Moslim Broederschap, die actie voerde tegen de lakse moraal van de elite en ook tegen de communisten. Hij was partijleider en bekleedde verschillende hoge ambten. Zijn persoonlijke streven was een op de Sharī‘a gebaseerde grondwet voor zijn land, die in 1983 een feit werd. Naar verluidt verdiende al-Turābī goed aan het toen ingevoerde islamitische bankwezen. Hij gaf de nu nog steeds zittende dictator al-Bashīr zijn volledige steun, maar werd na enige tijd wel door hem uit de politiek gegooid. Als geestelijk leider bleef hij echter invloedrijk. Ook de Soedanese tak van al-Qā‘ida genoot zijn steun.
Als U meer over hem wilt weten kunt U hem naslaan in de Wikipedia, in de Engelse of de Duitse versie.
.
Men zegt soms dat het met ‘de islam’ veel beter zou gaan als die tenminste de Verlichting zou kennen. Al-Turābī was het levende bewijs — maar lang niet het enige — van het tegendeel. Hij was uitstekend bekend met het denken en de waarden van het Westen en kende de Verlichting zonder twijfel een stuk beter dan de columnisten die de islam er eentje toewensen. Maar zodra hij weer terug was in Khartoem schudde hij dat allemaal af, schoof ook de de easy going islam en de mystieke verlichting waarmee hij was opgegroeid terzijde en werd Moslim Broeder en duisterling. Hij zal zijn buik vol gehad hebben van de arrogantie van London en Parijs. Jaren geleden heb ik zelf eens ervaren hoe het is om naast een wat armelijk geklede Egyptenaar door Parijs te lopen. Het was schokkend de verachting te voelen die toen onze kant op woei.1 Voor mij tenminste; die Egyptenaar kende dat natuurlijk al.
.
Door al-Turābī’s dood moest ik terugdenken aan een Arabische roman. Want ik vond het altijd een beetje griezelig: het leek wel of hij model had gestaan voor Moestafa Sa‘ied, de hoofdpersoon van al-Tayyib Salih’s roman Seizoen van de trek naar het Noorden van 1966.2
De auteur moet al-Turābī hebben gekend. Soedan is een groot land, maar had in de vijftiger jaren heel weinig ‘westers’ gevormde intellectuelen. Lange tijd was deze briljante man de enige Soedanees met een buitenlandse doctorstitel. Ook de drie jaar oudere Salih heeft eerst in Khartoem en daarna in Engeland, in Exeter, gestudeerd, waarna hij vele jaren als medewerker verbonden was aan de Arabische afdeling van de BBC. Misschien heeft hij al-Turābī wel geinterviewd. Er waren toen zo weinig intellectuele Soedanezen in Engeland dat hij hem wel gekend móet hebben. Of Salih hem werkelijk in zijn achterhoofd had toen hij zijn roman schreef is echter niet te zeggen. In elk geval ging het met het leven van zowel de echte persoon als het romanpersonage na de studie noodlottig mis.
Over de roman een volgende keer.
.
WORDT VERVOLGD (maar voorlopig nog niet)

NOTEN
1. Ook bij personen uit heel andere culturen leidt het contact met de westerse waarden soms tot rampen; denk aan de Cambodjaanse massamoordenaar Pol Pot, die op een Franse school had gezeten en in Parijs mocht studeren.
2. al-Tayyib Salih, Mawsim al-hidjra ilā al-shimāl verscheen in het Arabisch voor het eerst in 1966 in het tijdschrift al-Hiwār en is dikwijls als boek herdrukt en in vele talen vertaald. De Nederlandse vertaling is van Kees Versteegh en verscheen bij Meulenhoff Amsterdam in 1985.

Diacritische tekens: Ḥasan ʿAbdallāh al-Turābī, Ṭayyib Ṣaliḥ, Muṣṭafā al-Sa‘īd, al-Ḥiwār

Terug naar Inhoud

Christien Dohmen over de vroegere waardering van ‘de islam’ (bespr.)

Christien Dohmen, In de schaduw van Scheherazade. Oosterse vertellingen in achttiende-eeuws Nederland, Nijmegen, Vantilt, 2000. 319 blz.

————————–

Bij de bestrijding van vooroordelen tegen buitenlanders wordt altijd weer opgemerkt dat er eeuwenoude stereotypen bestaan, met name over de islam. Een recente, spraakmakend geworden studie waarin deze ter sprake komen is Orientalism van Edward Said (1978). Sindsdien kent haast iedereen het bekende rijtje: in het oosten vind je despotisme, pracht en praal, wreedheid en wellust. De laatste tijd is het beeld echter veranderd. Het oosten is gewoner, westerser geworden, de Islam heeft hier en daar Victoriaanse trekken gekregen, en vooral wij zelf zijn veranderd. Welke Nederlander kan het nog wat schelen dat Mohammed negen of meer vrouwen had? Gaf dat honderd jaar geleden nog aanleiding tot verontwaardiging en minachting, intussen kan geen ‘oosters’ land in libertinisme meer met Nederland wedijveren. Tegenwoordig wordt moslims eerder hun vermeende overdreven godsdienstigheid verweten. In plaats van te wellustig zouden ze nu juist te preuts zijn. Het heersende populaire beeld van het islamitische Oosten is dus niet constant.

Dat wordt ook geïllustreerd door In de schaduw van Scheherazade. Christien Dohmen heeft achttiende-eeuwse, oriëntaals geïnspireerde Nederlandse verhalen bijeen gezocht en bestudeerd. In Engeland of Frankrijk was zoiets allang gedaan, maar in Nederland nog nauwelijks. Merkwaardig, omdat ons land bij de ontdekking van de wereld zijn partij flink heeft meegeblazen, wat ook in de literatuur zijn neerslag heeft gevonden. Dohmen ontdekte zelfs zo veel materiaal dat zij zich heeft moeten beperken tot zo’n driehonderd fictionele prozateksten. Poëzie, toneel, kranten en pamfletten zijn dus buiten beschouwing gebleven. Het betreft hier teksten die uit een Oosterse taal vertaald zijn, vrijwel altijd indirect via het Frans of Engels, waarvan Duizend en één Nacht en Hayy ibn Yaqzan — de ‘Arabische Robinson Crusoë’ – de bekendste voorbeelden zijn, maar ook teksten die op Nederlandse of althans Europese bodem geheel vrij in oosterse trant zijn bedacht. Juist omdat er op dit gebied zo weinig studies zijn is het zeer waardevol dat de inhoud van alle bestudeerde teksten in samenvatting is weergegeven. Indexen vergemakkelijken de toegang, en nauwkeurige bibliografische gegevens ontbreken uiteraard niet. Zelfs geeft de auteur dikwijls de bibliotheek aan waar zij het misschien enige nog bestaande exemplaar van een werk heeft opgedolven.

Had zij zich hiertoe beperkt, dan had zij een degelijk bibliografisch instrument voor neerlandici afgeleverd. Maar zij heeft haar teksten in een breder kader gezet en daardoor een boek geschapen dat ook voor een algemeen publiek interessant is.

In het eerste gedeelte worden de contacten van Nederland met het ‘Oosten’ behandeld: de betrekkingen met het Ottomaanse Rijk en onze verrichtingen in de Oost, maar ook de aanwezigheid van de talrijke oriëntaalse producten in de huizen, en niet allen die van de rijken: specerijen, thee en koffie, vaatwerk, meubels, tapijten, stoffen en kleding. Rembrandt hulde zich soms al in Turkse kleding, maar in de achttiende eeuw kreeg Turkije werkelijk invloed op de Europese haute couture. Het oosten had in die eeuw nog heel veel te bieden. Ook reisverhalen werden in vrij brede kring gelezen, en zelfs enkele producten van wetenschappelijke oriëntalistiek, waaronder het werk van Reland over de islam het belangrijkste was.

Het interessantst is het laatste deel, waarin het beeld van de Oriënt wordt geschetst dat uit de verhalen opdoemt. De middeleeuwse vooroordelen over de islam blijken als onderstroom nog volop voort te bestaan. Al sinds de Middeleeuwen werd er geschimpt op de verderfelijke koran en de leugenprofeet Mohammed, en omstreeks 1700 was daaraan nog weinig veranderd. Maar in de loop van de achttiende eeuw wordt de toon milder. Het nuchtere werk van Reland zal daartoe hebben bijgedragen, en een ontspannener houding werd mogelijk nadat het Ottomaanse Rijk over zijn hoogtepunt heen was en niet meer een directe militaire bedreiging voor Europa vormde. In de tweede helft van de eeuw is er zelfs een bescheiden enthousiasme over de islam. Verrassend is dat er toen honderden oosterse vertellingen met duidelijk islamitische kenmerken verschenen, soms zelfs uitdrukkelijk bedoeld voor de jeugd, met de bedoeling een zedelijk voorbeeld te geven. Het gaat dan om onderwerpen als godsvertrouwen, menslievendheid, de deugd beloond, het nut van het gebed en het kuise huwelijksgeluk. Inderdaad contrasteren op deze punten de ‘oosterse’ verhalen sterk met de toen in Europa geproduceerde, wufte romans. Bovendien kon de islam kon een imaginaire bondgenoot zijn tegen de goddeloze Verlichting, zoals hij dat een eeuw tevoren tegen de katholieken was geweest (‘Liever Turks dan paaps’). Daar kwam nog bij dat de frisse, beeldende taal van het Arabisch of wat daarop moest lijken onze toenmalige landgenoten erg aansprak. Schrijvers in Europese talen zaten immers dikwijls gevangen in een keurslijf van stilistische conventies.

Tenslotte toetst Dohmen haar teksten ook aan Edward Saids opvattingen over oriëntalisme, in de zin van receptie en weergave van het oosten in een westerse, koloniale context. Said had het vooral over de negentiende eeuw, en liet Nederland buiten beschouwing. Dohmen herkent veel van Saids resultaten: ook in haar teksten is ‘het andere gebied’ gereduceerd tot één algemeen ‘oosten’, waar de islam de heersende religie is. Bovendien treft zij eveneens de door hem gereleveerde, hierboven al genoemde stereotypen aan. Zij wijst er echter ook op dat voor haar schrijvers het oosten een eerlijke bron van inspiratie en emotie was, en dat het Westen zich vaak genoeg een dankbare leerling heeft betoond. Saids idee dat het westen zich altijd als moreel superieur beschouwde komt uit haar tekstcorpus niet naar voren, integendeel. Dat voor ‘oriëntalistische’ auteurs het (islamitische) oosten als zedekundig model diende, dat zij dikwijls geloofden in principiële gelijkwaardigheid van de culturen en in universele waarden en normen, dat is Said verborgen gebleven. Enerzijds ligt dat aan de eenzijdigheid van zijn visie, anderzijds aan het feit dat Europa in de negentiende eeuw de oriënt inderdaad met meer geringschatting ging bezien.

In dit boek is dus een heel segment van de Nederlandse literatuur uit de archieven gehaald en op even kundige als appetijtelijke wijze gepresenteerd voor een algemeen publiek. Vreemd genoeg lezen in Nederland maar weinig mensen ooit iets van vóór 1800. Misschien kan Dohmens boek ertoe bijdragen dat leesgedrag te wijzigen, hoewel het vooralsnog heel wat moeite zal kosten, de oorspronkelijke teksten zelfs maar in handen te krijgen.

Was gepubliceerd in NRC-Handelsblad, 23 februari 2001.

Terug naar Inhoud

De islamistische steniging: een modern fenomeen

Waar stenen zijn wordt ermee gegooid, ook naar mensen. In een mindere buurt van Tetuan in Marokko ben ik ooit door jongetjes met stenen bekogeld. De jongens waren klein en de stenen gelukkig ook; bovendien riep een oudere man hen tot de orde; toen hielden ze op en kwam ik er zonder kleerscheuren vanaf. In oorlogjes tussen groepen straatjongens in bij voorbeeld Jemen werd er serieus met stenen gegooid; daarbij vielen ook wel eens ernstig gewonden. Ze hadden daar nog geen moorddadige computerspelletjes.1
 Uit het Noorden herinner ik me alleen sneeuwballengevechten, die van spel in ernst kunnen ontaarden als er met keiharde ‘bommen’ gegooid wordt van samengeperste sneeuw met een steen erin.

Door volwassenen worden er soms mensen doelbewust dood gestenigd bij wijze van volksgericht. Dat heeft voor de daders een voordeel: omdat het door een groep gebeurt is het niet mogelijk vast te stellen wie uiteindelijk de dodelijke steen gegooid heeft. In omgevingen waar steniging als moord geldt en de dader zich voor een gerecht moet verantwoorden kan deze niet worden vervolgd, omdat hij onbekend is. En in omgevingen waar bloedwraak heerst wordt zo voorkomen dat er bloedwraak op gang komt, die dan weer wraak van de andere kant oproept, enzovoort. Dat is eens te meer het geval wanneer verwanten van de gestenigde de dodelijke stenen gooien: zij zijn identiek met de rechthebbenden op bloedwraak, dus die vindt niet plaats.

Wél te onderscheiden zijn spontane steniging, een vorm van lynchjustitie, en steniging op grond van een doodvonnis na een rechtsgang, op grond van wetgeving. Hieronder ga ik het uitsluitend hebben over het laatstgenoemde: steniging op grond van een gerechtelijk vonnis.

Mij zijn twee rechtssystemen bekend waarin de doodstraf door steniging is voorzien: dat van het Oude Testament en dus van het jodendom, en dat van de islam.

Joden stenigen niet. Hoe ze het hebben klaargespeeld de betreffende zeer harde rechtsregels uit hun Heilige Schrift ongeldig te verklaren is mij onbekend. Een Oudtestamenticus die ik ernaar vroeg zei me, dat de wetten van het Oude Testament tot stand zijn gekomen na de ondergang van het oude Israël en Juda en dus nooit zijn toegepast. Hij vond geen aanwijzing dat er in die staatjes ooit door steniging was terechtgesteld. Na 586 v.Chr. leefden de joden als minderheid in andere staten en waren ze niet bevoegd zelf doodvonnissen uit te voeren. Dat is bekend uit het oude Perzië, waar veel joden woonden, en ook van het geval van Jezus, waar joden vonnis velden, maar Romeinen in hogere instantie het vonnis moesten bekrachtigen en ten uitvoer brengen. Dezen kozen zoals bekend voor een strafvoltrekking in Romeinse, niet in oudtestamentische stijl.

Moslims stenigden vroeger ook niet, hoewel het in enkele rechtsbronnen van de sharia ondubbelzinnig wordt aanbevolen. In andere rechtsbronnen vonden zij echter de juridische middelen om daaronder uit te komen; daarover op bladzijde twee. Maar sinds enkele decennia stenigen zij soms wél. In alle gevallen is het de straf voor buitenechtelijk geslachtsverkeer, tussen man en vrouw of tussen personen van het mannelijk geslacht.

– In Iran bijvoorbeeld werden tussen 1980-1989 76 personen op grond van een gerechtelijk vonnis gestenigd (bron: Amnesty International), en 74 over de periode van 1990–2009 (bron: International Committee Against Execution). In de laatste pakweg tien jaar zijn er pogingen gedaan de steniging uit het de Iraanse wetgeving te verwijderen; dat is maar ten dele gelukt. Maar in de praktijk wordt sinds 2009 de steniging in Iran omgezet in andere vormen van executie.
– In Saoedi-Arabië, dat sinds 1932 bestaat, wordt meestal onthoofd en met de kogel geëxecuteerd, maar ook wel eens gestenigd. Cijfers zijn mij niet bekend.
– In de Verenigde Arabische Emiraten zijn er tussen 2006 en 2014 ongeveer tien gevallen van steniging bekend.
– In Afghanistan werd er gestenigd tijdens het Taliban-regime, en daarna nog wel eens door de Taliban. Hoewel dat laatste geen spontane volksgerichten betrof kun je het ook geen rechtspleging noemen, want sinds 2004 is in Afghanistan steniging verboden en gelden de Taliban als rebellen.
– In de ‘Islamic State’ wordt gestenigd; cijfers zijn mij onbekend.
– Uit Sudan zijn er uit 2012 twee gevallen bekend waarin iemand tot dood door steniging werd veroordeeld, maar de vonnissen zijn niet uitgevoerd.
– In Noord-Nigeria (zonder Boko Haram) zijn er sinds 2000 meer dan twaalf personen tot steniging veroordeeld, maar de vonnissen zijn niet uitgevoerd.
– Mauretanië? Vast wel.
– In Pakistan wordt er niet gestenigd door de overheid; die veroordeelt stenigers juist als moordenaars. Wel vinden stenigingen plaats na vonnissen door stamrechtbanken – welke bevoegdheid deze hebben en hoe groot het verschil is met lynchjustitie is me niet duidelijk.
– In Somalië wordt gestenigd na vonniswijzing door zelfbenoemde zg. shariarechtbanken van terroristengroepen zonder legitimiteit (2009–2014).
– In de Indonesische deelstaat Aceh (Atjeh) en in Brunei (2013) was men voornemens steniging op te nemen in het wetboek, maar het is er bij mijn weten niet van gekomen.

Deze gegevens zijn onvolledig en niet waterdicht; ik heb ze ontleend aan het Wikipedia-artikel ‘Stoning’. Dat is natuurlijk onbevredigend, maar ik ga er niet verder naar speuren. Het artikel maakt geen onderscheid tussen lynchjustitie en steniging op grond van een gerechtelijk vonnis. Een grote lijn wordt toch wel zichtbaar. Opvallend is dat vrijwel al die stenigingen uit de jongste tijd dateren. In de late twintigste eeuw is er in een aantal islamitische landen een tendens, steniging in de wetgeving op te nemen en toe te passen, en in onze eeuw zien we een streven, stenigingen niet door te laten gaan, hoewel men vindt dat ze ‘eigenlijk’ zouden moeten worden uitgevoerd. Voor autoriteiten is stenigen zonder twijfel een hoop gedoe: er moet een groep mensen worden samengesteld die de stenen gaat gooien; die moet niet zelden tot die rotklus worden gedwongen en iedereen houdt er een vieze smaak aan over. Bovendien komt het buitengewoon onmodern over. Voor een overheid is het eenvoudiger andere vormen van executie toe te passen: door een beul die ambtenaar is, dan weet je wat je hebt en je bent meteen van het gezeur in de media af, die zich geweldig opwinden over stenigingen, maar over modernere vormen van terechtstelling veel minder.

Maar hoe was het dan vóór 1980, of evt. vóór 1932? Toen werd er NIET gestenigd op basis van een gerechtelijk vonnis. Steniging is in de islamitische wereld een modern fenomeen, dat ten onrechte ‘middeleeuws’ wordt genoemd.

De Duitse hoogleraar Th. Bauer heeft vele geschiedwerken over de oude tijd in het Midden Oosten doorgeploegd en stiet daarbij op talrijke met verve vertelde berichten over folteringen en executies, maar hij kwam slechts één geval van steniging tegen, en dat zorgde voor grote consternatie:

  • ‘Er waren opstandelingen en rovers die gekruisigd werden – de dichters stortten zich erop en schreven spectaculaire gedichten – sensatielust is immers geen modern verschijnsel. Er waren machthebbers die folterden en lieten terechtstellen – de kroniekschrijvers berichten het in alle uitvoerigheid – maar nergens wordt over een steniging bericht. Met één enkele uitzondering. Bij mijn weten was er in de periode tussen 800 en de twintigste eeuw maar één enkel met zekerheid aantoonbaar geval van een steniging wegens echtbreuk in het kerngebied van de islam. Deze vond plaats omstreeks 1670 in het Ottomaanse Rijk, was evenals de tegenwoordige gevallen politiek gemotiveerd en zorgde voor een daverend schandaal. De verantwoordelijke rechter werd uit zijn ambt ontzet. De kroniekschrijver die over het geval vertelt betoont zich eveneens verontwaardigd. Hij houdt stenigingen in het geheel niet voor islamitisch. Zoiets is sinds de vroegste tijd van de islam niet meer voorgekomen, constateert hij verontrust. Ook voor hem waren stenigingen iets atavistisch en onmenselijks.’ 2

– Waar halen moderne moslims dat stenigen dan vandaan? Uit hadithen en een nep-koranvers. En waarom werd er vroeger dan niet gestenigd? Op grond van twee echte koranverzen, bepaalde interpretaties van de rechtsbronnen, toepassing van het bewijsrecht en een aantal knepen. Dat staat op bladzij 2. En vooral op grond van een onmoderne, niet-verwesterste omgang met de oude teksten, die nu verloren is gegaan. Zie daarover bladzij 3.

NOTEN:
1. Roes, Leeg kwartier, bijv. 433–4, 581.
2. Bauer, Musterschüler, 10; ; vertaling van mij. Ook in Bauer, Ambiguität, 280–282 en Rohe, Recht, 135–6.

Het Westen

OccidentalismWaar ligt het toch, dat ‘Westen’, waar boze jongens zo graag tegenaan schoppen? De windrichting van die naam kunt U beter vergeten. Als ik op mijn telefoonabonnement afga bestaat het Westen uit de Verenigde Staten, Canada, West-Europa en Australië. Met die gebieden kan ik namelijk na betaling van € 3,90 per maand verder kostenloos bellen. Er zijn meer landen die tot het Westen behoren, maar welke? Nieuw-Zeeland in ieder geval, maar ook Japan, Singapore, Israël, Mauritius, Turkije, Argentinië? Het Westen ergens te zoeken lijkt een even vruchteloze bezigheid als het zoeken naar de ‘Oriënt’. Ook het Westen bestaat vooral in de gedachten van mensen, en het is niet altijd hetzelfde geweest. Het Niet-Westen kunnen we moeilijk Oriënt noemen; tweede of derde Wereld gaat ook niet, noemen we het eenvoudig het Niet-Westen.

– ­Voor Voltaire, omstreeks 1750, was Engeland het Westen: individuele vrijheid en de beurs, in tegenstelling tot de rigide staatscontrole in Frankrijk. Vrij stromend geld maakt vrij.
– ­Voor Duitsers ± 1800 waren het Frankrijk en Engeland; ook nog voor Richard Wagner, die het destijds kosmopolitische, ultramoderne Parijs in contrast zag met de ‘knusse achterlijkheid van Duitsland’. (Hoewel hij graag verfijnd damesondergoed uit Parijs bestelde – ja, dat droeg hij graag op zijn gevoelige huid. Dus geen baaien Beierse onderbroeken, maar wel degelijk spulletjes uit het Westen.)
– Fontane zag in London ook het vrije geldverkeer, maar beoordeelde dat niet zo positief als Voltaire: ‘de gele goudkoorts, de horigheid van alle zielen aan de duivel van de Mammon’.
– ­Voor Rusland in de negentiende eeuw was het Westen vooral Duitsland: het land waar alles zakelijk en correct verliep, maar waar de mensen geen ‘ziel’ hadden. Voor Tolstoi was het echter ook Japan. Hij beschrijft de Japanse overwinning op Rusland van 1905 als de overwinning van het westerse materialisme op de Aziatische ziel van Rusland.
– ­Voor Japan was het Westen voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog alles wat modern was, en vooral Amerika. Japanse intellectuelen probeerden ‘het moderne te overwinnen,’ net als Nazi-Duitsland dat deed en Iran onder Khomeini. Tegenwoordig hoort Japan zelf bij het Westen — net als Duitsland.
– ­Voor Hitler was het Westen Amerika + de Joden.
– Voor de Sovjet-Unie was het Westen vooral de NAVO, dus Amerika en West-Europa.

Dit alles ontleen ik aan het uitstekende boek van Buruma en Margalit, van welks omslag hierboven een foto staat.

Voor vele moslims, zelfs voor moslims die ‘in’ het Westen wonen, is het de coalitie van USA, wereldkapitalisme, joden en kruisvaarders, die erop uit is, schade toe te brengen aan ‘de Islam’– wie is dat nou weer?

Afgezien van de geografie: in het Westen lijkt vooral grote rijkdom, veel vrijheid en veel moderniteit te heersen.

.

Een lijstje, tot niets verplichtend nog:
Het Westen
– is democratisch, of wordt tenminste niet ‘links-dictatoriaal’ geregeerd.
– is internationaal, kosmopolitisch, geglobaliseerd.
– heeft een overwegend liberale, niet door de staat geleide economie.
– hoopt geld op, niet in de laatste plaats door uitbuiting van het Niet-Westen.
– heeft geen te verheerlijken stammenstructuur, geen totalitarisme.
– is de anonieme stad waar alles te koop is (inclusief de hoer van Babylon). Het Niet-Westen is het knusse dorp met zijn traditionele cultuur, waar iedereen elkaar kent.
– is koud, gevoelsarm, heeft geen (Russische) ziel en geen soul.
– presenteert zich vaak wat lullig (Obama, Juncker), in tegenstelling tot de grandeur van Hitler, Stalin, Ceaușescu, Bokassa, Poetin, Erdoğan, Kim Il 1–3 enzovoort.
– is onheldhaftig, laf: een westerling sterft niet graag voor keizer, God of vaderland. Eer heeft hij niet (meer).
– wordt vaak bestreden, maar te zelfder tijd ook benijd. De niet-westerling zou er (stiekem) graag bij horen, maar kan het niet.
– bemoeit zich overal mee en dat is schandalig! Maar bij natuurrampen, volkerenmoord of bloedige oorlogen heet het al gauw: Waarom doet het Westen niets?

Kortom: het Westen is van alles de schuld. Maar wat zouden we graag medeschuldig zijn! Wie niet tot het Westen kan of mag behoren koestert er vaak een wrok tegen.

Vele wereldbewoners mogen inderdaad niet tot het Westen behoren, omdat hun de vrijheid en een aandeel in de welvaart (en daarmee toegang tot scholing) ontzegd wordt. De boosdoeners zijn echt niet altijd akelige dictatoren in Azië of Afrika: vaak genoeg heeft ook het Westen zelf democratische ontwikkelingen op die continenten verhinderd en doet dat nog. Delfstoffen en andere waardevolle spullen ontvangt het Westen immers graag uit één gehoorzame hand.

Vele anderen kunnen niet tot het Westen behoren. Vrij zijn, steeds kiezen, vaak alleen zijn, je eigen verantwoordelijkheid dragen en almaar energie ontplooien om mee te komen met het moderne leven is zwaar werk. Ik vind het persoonlijk vaak ook moeilijk om een westerling te zijn en voor iemand als, pakweg, Mohammed B. zal dat nog meer het geval zijn geweest. Hij kreeg de kans: een HAVO-diploma heeft hij toch maar gehaald en dat is niet niks. Maar in zijn vervolgstudie is hij mislukt; hij kon ook het juiste vak niet kiezen. Daarbij zal hij slecht begeleid zijn en zijn medestudenten waren niet aardig voor hem, maar hij had zelf ook niet de energie en de durf om er nog tegenaan te gaan en zijn plaats in dat Westen te veroveren. Voor een migrantenzoon met zijn achtergrond was dat zonder twijfel extra moeilijk, ook omdat de reeds gezeten westerlingen tegenwerkten. Dan dus gevlucht in het Niet-Westen, wat in zijn geval tamelijk kunstmatig was.

En die vrijheid, wat kan die beangstigend zijn. Ik denk even aan de brieven van Sayyid Qutb (Cairo 1906–1969). Voordat hij Moslim Broeder werd en invloedrijke fundamentalistische boeken ging schrijven bezocht hij de Verenigde Staten en hij deed het in zijn broek! Vrijpostige vrouwen die soms een glas te veel dronken; grote, grove, soms getatoëeerde manspersonen, een dansfeestje in het parochiehuis van het provinciestadje waar hij verbleef: het waren allemaal zaken die hem zeer beangstigden en zijn vlucht in de godsvrucht bespoedigden. Hij kon daar niet bijhoren.

Ik denk ook aan de novelle van Yahya Haqqi, De lamp van Oemm Hashim (1940). Een Egyptische jongen mag in Engeland medicijnen studeren en dat lukt goed. Het beangstigende voor hem is een vriendin, een vrouwelijke arts die zich zelfstandig, ja soeverein gedraagt. Niet heerszuchtig of onsympathiek, maar hij voelt zich ten opzichte van haar zeer minderwaardig. Ook hier speelt Sexualangst een rol. En als hij in Cairo terug is kan hij met zijn ‘westerse’ vakkennis niet uit de voeten.

Poetin, die heeft het ook niet gekund. Misschien had hij zijn land best willen moderniseren en opengooien, wie zal het zeggen; maar het bleek te moeilijk. Zijn persoonlijke ontwikkelingsgang had hij niet mee en de toestand in het land was ook een immens probleem. Het makkelijkere alternatief is anti-westers zijn.

Wie niet met het Westen mag of kan meedoen gaat wrok koesteren en wordt anti-westers; uiteraard vanuit de volle, zo nodig religieus onderbouwde overtuiging dat het Westen minderwaardig, abject of zondig is. Dan zijn de druiven zuur en de rapen gaar. Dat sluit overigens de imitatie van datzelfde Westen niet uit: met name Arabieren zijn echte Amerika-fans, veel meer dan wij. En al die Salafisten zijn een stuk westerser dan ze zelf beseffen.
.
Het is niet gezegd dat het Westen altijd zal bestaan. Vrijheid en rijkdom nemen af in het Westen, of beperken zich tot zo kleine kringen dat het soms weer trekken van een eeuwenoude dictatuur krijgt. Daarentegen neemt de moderniteit in het onvrije Niet-Westen toe; denk aan China en Iran. Aan de zogenaamde ‘westerse waarden’ gelooft de wereld steeds minder, het Westen zelf niet uitgezonderd.

Dit was zomaar een opzetje. Hierover moest maar eens een echt opstel komen; het onderwerp is van groot belang voor onze tijd.

P.S.: Twaalfhonderd jaar geleden was Bagdad het Westen!

Terug naar Inhoud