Wat niet in de koran staat

Veel ongeschoolde1 moslims beweren iets en zeggen dan ten onrechte dat het zo in de koran staat. Ik krijg ook veel vragen die beginnen met de woorden: ‘Wat zegt de koran over….?’ Dikwijls moet ik als antwoord geven dat de koran over het betreffende onderwerp niets zegt; dan oogst ik ongelovige blikken. De koran is maar een dun boek. In lengte is het vier vijfde van het Nieuwe Testament, zegt men, maar ik heb het niet nagerekend.

Veel misverstanden over de koran zou men kunnen vermijden door het boek te lezen, maar dat is niet iedereen gegeven: het is een oude en moeilijke Arabische tekst. De stelligste beweringen over de inhoud van de koran komen van mensen die hem niet of nauwelijks hebben gelezen.
.
Niets
Over de volgende onderwerpen ‘zegt’ de koran niets:

Sharia. De koran bevat een aantal rechtsregels, niet eens zo veel, die een grondslag vormen van de latere sharia. Het woord sharia (sharī‘a) komt in de koran éénmaal voor (K. 45:18), maar niet in de huidige betekenis van ‘rechtsstelsel’; in de hadith overigens ook niet. Hoe zou het ook? Het stelsel bereikte pas vanaf ± 800 zijn volle rijpheid; dat het sharia genoemd werd duurde nog wat langer.

Kalifaat. Het Arabische woord khalīfa, mv. khulafā’, ‘plaatsvervanger, opvolger’, komt in de koran enige malen voor, maar nergens in de betekenis van ‘opvolger van Mohammed’ of ‘staatshoofd van een islamitische staat’. Van twee profeten wordt gezegd dat God ze tot kalief maakte: van Adam en van David. K. 2:30:

  • Toen uw Heer tot de engelen zei: Ik ga een kalief op aarde aanstellen, zeiden zij: Gaat U daar iemand aanstellen die er verderf brengt en bloed vergiet, terwijl wij U loven en heiligen?

Blijkens de context is met die ‘iemand’ Adam bedoeld. In K. 38:26 heet het:

  • Dāwūd, Wij hebben jou tot kalief op aarde aangesteld.

Wat het woord in deze verzen ook mag betekenen: van de profeet Mohammed wordt niet gezegd dat God hem kalief heeft gemaakt; laat staan van enige mens na hem. Later hebben eeuwenlang kaliefen over zich zelf beweerd of laten beweren, dat zij plaatsvervangers van God op aarde zijn.

– De bestraffing in het graf: de ondervraging door de engelen Munkar en Nakir, een slang in je graf, dat alles wordt in de koran met geen woord vermeld; wel in de hadith.

Martelaren: gaan direct na hun dood naar het paradijs; 72 maagden wachten hen daar als beloning. Dat staat niet in de koran. De beloften over het paradijs, inclusief een onbekend aantal maagden, gelden voor álle gelovigen. De enige verzen die uitsluitend over martelaren gaan zijn K. 3:169-70: 

  • Denk niet dat degenen die sneuvelden voor Gods zaak dood zijn! Nee, zij zijn in leven, en bij hun Heer wordt in hun levensonderhoud voorzien. Zij verheugen zich over wat God hun geeft vanuit zijn goedheid en zijn blij dat er voor degenen die zich nog niet bij hen gevoegd hebben niets te vrezen is en dat zij niet bedroefd zullen zijn. 

Het martelaarschap is typisch een onderwerp van de hadith; dat met die maagden valt trouwens geweldig tegen. Zie verder hier.

Katten en honden, mag je die houden als moslim? Geen woord staat erover in de koran; zie hier.

Dit was natuurlijk maar een selectie. Ook het verbod de profeet of andere levende wezens af te beelden staat niet in de koran. Het vijfmaal daagse bidden evenmin.

 

Niet duidelijk
Er zijn ook onderwerpen waarover de koran mogelijkerwijze wel iets zegt, maar niet erg duidelijk. Zo bij voorbeeld:

Sluierplicht voor vrouwen. Deze wordt behandeld in het nogal volgepakte vers K. 24:31. 

  • En zeg tot de gelovige vrouwen dat zij hun ogen neerslaan en hun schaamdelen (furūdj) kuis bedekt houden en dat zij hun sieraad (zīna) niet openlijk tonen, behalve wat gewoon al zichtbaar is.
    En zij moeten sluiers over hun boezem dragen en hun sieraad niet openlijk tonen,
    behalve aan hun echtgenoten of hun vaders of de vaders van hun echtgenoten of hun zonen of de zonen van hun echtgenoten of hun broers of de zonen van hun broers of de zonen van hun zusters of hun vrouwen of slavinnen over wie zij beschikken of mannelijke volgelingen die geen geslachtsdrift meer hebben of de kinderen die nog niet op de schaamdelen (ʿawrāt) van de vrouwen letten. En zij moeten niet met hun benen  slaan zodat men weet wat zij voor verborgen sieraad dragen.2

Op het eerste gezicht ziet de hier aanbevolen vrouw er ongeveer uit als mijn moeder en zuster: die kijken ook niet brutaal de wereld in en houden hun schaamdelen en borst altijd bedekt. Nogal wiedes eigenlijk. Alleen hun bescheiden sieraden laten zij wel zien.
Ook mannen moeten hun ogen neerslaan en hun furūdj bedekken (K. 24:30). Daaruit begrijpen we dat furūdj inderdaad de genitaliën zijn. Wat ‘awrāt betekent is al heel wat minder duidelijk, maar het lijkt hier synoniem te zijn met furūdj. Nog onduidelijker is wat er bedoeld wordt met zīna, ‘sieraad’. En hoezo wordt het verborgen sieraad bekend wanneer een vrouw met haar benen (tegen elkaar?) slaat? Gaat het daar om rinkelende enkelringen? Hier heerst voor de argeloze lezer onduidelijkheid. Voor de uitleggers natuurlijk niet; zie verderop onder Interpretatie

Afzondering van de vrouw: het enige expliciete vers (K. 33:53) heeft het over de vrouwen van de profeet, niet over vrouwen in het algemeen.
.
Interpretatie
In mijn onderwijspraktijk bleek het onverwacht moeilijk, moslim-studenten het verschil bij te brengen tussen wat er in de koran staat en wat er in een of meer korancommentaren staat. Meestal was het maar één commentaar, dat ze thuis in de kast hadden staan, of waaruit de imam had gepreekt. En vaak was het dat van de domme Ibn Kathīr (± 1300–73) — alsof veertien eeuwen islam niets beters hebben voortgebracht!
Terwijl het zo eenvoudig is en eigenlijk niets met geloof te maken heeft. Een uitspraak staat in ofwel in boek A (dat groene boek hier rechts, waar ‘Koran’ op staat), ofwel in bij voorbeeld boek B (daar links, meerdelig met bruine kaften, waar ‘Commentaar’ op staat). De beide soorten tekst zijn zelfs fysiek gemakkelijk uit elkaar te houden.

Bij de koranexegeet al-Tabarī (gest. 923) vinden we bij voorbeeld zeven bladzijden over het boven aangehaalde vers 24:31; het werd kennelijk belangrijk geacht. Er staat echt commentaar in, bijv. over het woord hun sieraad: ‘dat zijn enkelringen, armbanden, oorringen en halssnoeren’. Dat is nuchtere wetenschap. Als ik een vrouw was zou ik die dingen op straat dus helemaal niet aantrekken maar ze wegstoppen in een jaszak en me verder losjes kleden. Maar dat was blijkbaar niet de bedoeling.
Er staan ook zaken in dat commentaar die niets met het vers te maken hebben, bij voorbeeld: ‘De consensus van allen is dat ieder die het gebed verricht zijn schaamdelen moet bedekken en dat de vrouw haar gezicht en haar armen moet bedekken bij het gebed en dat zij bovendien haar lichaam moet versluieren  behalve wat de profeet heeft toegestaan, namelijk haar onderarmen tot de helft.’ Is dit werkelijk koranuitleg? Het verband met het gecommenteerde vers is ver te zoeken. Als de koran voor iemand een heilige tekst is, moet dan het commentaar van een latere moslim, die noch profeet noch heilige was en al ruim duizend jaar dood is, dat ook zijn? Moeilijk ligt het met de uitspraak van de profeet waarop de tekst zich beroept; die is immers voor moslims bindend. Maar die stamt uit een hadith en is geen uitleg van het geciteerde koranvers.

.
Met de haren erbij gesleept
Er zijn onderwerpen waarover moslims graag iets in de koran gelezen hadden, hoewel er echt niets over in staat. In zo’n geval wordt er vaak een vers genomen en zo geïnterpreteerd dat het net is alsof het er toch in staat. De bovengenoemde Bestraffing in het Graf bij voorbeeld wordt graag herkend in Koran 40:11: ‘Onze Heer, U hebt ons tweemaal laten sterven en twee maal tot leven gebracht.’ De exegeet al-Tabarī (gest. 923) heeft de volgende uitleg bewaard: ‘Ze stierven in deze wereld en werden tot leven gewekt in hun graf, toen werden ze ondervraagd of toegesproken, toen stierven ze in hun graf en werden zij opgewekt in het hiernamaals.’). Of de auteur van het koranvers daar al dan niet aan gedacht heeft is niet aantoonbaar. Ook AIsha staat niet in de koran.

Of er worden andere trucs aangewend, waarvan de bekendste is die met het vers over de steniging.

– Over Steniging staat niets in de Koran. Het heet echter dat er wel degelijk een vers over had bestaan:

  • Wilt niet iets anders dan uw vaderen, want dat is ongeloof voor u. [Zelfs] als een oude man en een oude vrouw ontucht plegen, stenigt hen dan in elk geval, als een straf van God. God is machtig en wijs.4 

Maar dat vers geldt als afgeschaft (mansūkh). In dit geval is de woordelijke tekst afgeschaft, zodat het niet in de koran staat, maar de erin vervatte rechtsregel is geldig, want de steniging komt wel in de Hadith voor. Die *afschaffing is een lastige zaak, die een apart artikeltje behoeft.

Let wel: als iets niet in de koran staat, is het daarom niet onislamitisch. Maar het zou prettig zijn als mensen tenminste de tekstsoorten uit elkaar konden houden: koran, koranuitlegging (tafsīr) en hadith.

 

NOTEN
1. Ik bedoel natuurlijk ongeschoold op het gebied der taal- en letterkunde. Iemand kan installateur zijn, bakker of verpleegkundige, ingenieur of zelfs arts, maar tegelijk ongemeen naïef, ja vrijwel analfabeet zijn wanneer het op het lezen van teksten aankomt, en zeker van oude teksten. Zulke mensen zijn vaak willige slachtoffers van de eveneens vrijwel ongeschoolde islamitische religieuze leiders.
2. Vertaling Leemhuis. Ik heb de lange opsomming van de verwanten hier klein gedrukt om niet van de kleding af te leiden.
3. Je zou denken: ook de polsen moeten bedekt zijn, om de armbanden onzichtbaar te maken. Maar nee, daar is de consensus heel pragmatisch: om huishoudelijk werk nog mogelijk te maken, zoals bij voorbeeld deeg kneden, mogen de onderarmen tot halverwege zichtbaar zijn.
4. لا ترغبوا عن آبائكم فانه كفر بكم. والشيخ والشيخة إذا زينا فارجموهما البتة نكالا من الله والله عزيز حكيم . Ibn Isḥāq, Sīra 1015, al-Ṭabarī, Tarīkh i, 1821, Mālik ibn Anas, Muwaṭṭaʾ, Ḥudūd 10, Ibn Saʿd, Ṭabaqāt, uitg. Sachau iii, i blz. 242 e.a.

Terug naar Inhoud

Katten, honden en de profeet

Man met saluki-hond

Man met saluki-hond

🇩🇪  Had Mohammed een kat? Vast wel. Mohammed moet wel een of meer katten gehad hebben, omdat iederéén ze had. Katten waren immers onmisbaar als jagers op ongedierte en beschermers van de voorraden. Ze hielden ook slangen op een afstand door hun prooidieren op te vreten. Honden waren in het oude Arabië eveneens onmisbaar, maar niet voor iedereen en zij stonden de mensen niet altijd zo na als katten. Ze dienden als jachthond, herdershond en als waakhond voor huis, tuin en akker; soms ook als reddingshond.

Er bestaan ook enkele teksten, hadithen en anecdotes, over Mohammeds meningen en houdingen ten opzichte van katten en honden, maar met werkelijk bestaande dieren hebben die niets te maken. Toen de islamitische rechtsgeleerden begonnen zich met ongeveer alle aspecten van het dagelijks leven te bemoeien, sloegen zij de honden en katten niet over. Omdat de profeet in rechtszaken de hoogste autoriteit was, moest hij wel iets over deze dieren gezegd hebben, en daarom bestaat er een aantal hadithen over deze diersoorten. De rechtsvragen die met betrekking tot dieren altijd opkomen zijn: Mag je ze eten? Zijn ze ritueel rein? Mag erin gehandeld worden? Hoe dienen we met hen om te gaan?

Het vlees van katten en honden mag een moslim niet eten:

  • […] van Abū Tha‘laba al-Khushanī: ‘De profeet heeft ons het eten van alle wilde dieren met verscheurende hoektanden verboden.’ 1

Een koopsom aannemen voor deze dieren mag hij ook niet:

  • […] van Abū Zubayr, die zei: ‘Ik vroeg Djābir eens naar de prijs van honden en katten. Hij zei: ‘De  profeet heeft het verboden [ze voor geld te verkopen].’ 2

Qua reinheid zijn katten en honden verschillend, en de omgang met hen dient dat eveneens te zijn.
Het speeksel van katten is niet onrein. Als een gelovige daarmee in contact komt hoeft hij zich daarom niet ritueel te wassen, zoals o.a. uit deze hadith blijkt:

  • Dāwūd ibn Sālih ibn Dīnār al-Tammār vertelde, dat de meesteres van zijn moeder haar met een pastei naar Aisha stuurde toen deze juist aan het bidden was. Ze gaf haar een teken dat ze hem maar moest neerzetten. Toen kwam er een kat en at er iets van, maar toen Aisha klaar was at zij van dezelfde kant als waar de kat had gegeten. Ze zei: De profeet heeft gezegd: ‘Katten zijn niet onrein; ze lopen bij jullie in en uit.’ En ze voegde eraan toe: Ik heb ook gezien hoe de profeet de rituele wassing deed met water, dat een kat had overgelaten.3

Daarentegen is het speeksel van een hond onrein; daarom moeten moslims contact daarmee vermijden.

  • […] Van Abū Hurayra: De profeet heeft gezegd: ‘Als een hond uit iemands vaatwerk drinkt  [variant: likt aan] moet hij het zeven maal wassen, [var.: de eerste keer met zand].’ 4

Dat klinkt bijna als een tekst uit de talmoed.
Maar rein of niet, de dieren moesten in elk geval in hun aard gerespecteerd en fatsoenlijk behandeld worden:

  • De profeet vertelde: […] ‘De hel werd mij getoond. Ik zag daarin een vrouw uit de Israëlieten die werd gestraft om een kat die zij had vastgebonden en niet te eten had gegeven, en die zij ook niet zelf haar voedsel had laten zoeken onder de kleine dieren van het land.’ 5
  • […] van Abū Hurayra: De profeet heeft gezegd: ‘Er was eens een man die op reis was en erge dorst kreeg. Hij vond een bron, daalde daarin af en dronk. Toen hij weer bovenkwam zag hij een hond met zijn tong uit zijn bek hangend, die vochtige aarde at, omdat hij zo’n dorst had. De man dacht: Het beest is er net zo aan toe als ik daarnet. Hij ging opnieuw naar beneden, vulde zijn schoen met water en hield die tussen zijn tanden geklemd toen hij weer naar boven klom, en hij gaf de hond te drinken. God is deze man dankbaar en schenkt hem vergiffenis.’
    De mensen vroegen: Profeet, dus onze daden tegenover dieren worden ook beloond?
    ‘Jazeker,’ zei hij, ‘ten aanzien van ieder levend wezen is er loon.’ 6

Dit is maar een ethisch minimum, maar van katten werd ook gehouden. Of Mohammed een kattenvriend was kunnen we weer niet weten. Hij heeft zijn kat zeker geen ḥalāl kattenvoer gegeven, zoals sommige moderne moslims doen. Er bestaat een volkomen obscuur, maar aandoenlijk verhaaltje, dat graag wordt verteld om Mohammeds liefde voor zijn kat Mu‘izza en daarmee voor katten in het algemeen te illustreren.

  • De profeet wilde eens opstaan om naar het gebed te gaan, maar de kat lag op de mouw van zijn gewaad te slapen. Om het dier niet te wekken knipte hij toen zijn mouw af en verscheen met beschadigd gewaad bij het gebed. Terugkomend van de moskee werd hij door Mu‘izza bedankt met een buiging.7

Deze anekdote bestaat ook in een heel andere bezetting. Volgens de Han-historicus Bān Gù (32–92) probeerde de Chinese keizer Āi dì (reg. 7–1 vChr) eens op te staan toen zijn vriendje in slaap was gevallen op de mouw van zijn gewaad. Om hem niet te wekken sneed hij zijn mouw af en verscheen met het aldus beschadigde gewaad in het openbaar. Zijn hovelingen namen vervolgens deze dracht over om de liefdesverhouding te vieren.
Het Chinese verhaal is verreweg het oudst. Van de fluit of het wiel kan ik me voorstellen dat ze twee maal op verschillende plaatsen in de wereld worden uitgevonden. Maar zo’n specifiek verhaaltje, nee, dat wordt maar één keer uitgevonden en maakt dan verder een reis door de culturen. Hoe is het overgewaaid naar de islamitische wereld, hoe heeft men het kunnen hergebruiken voor de profeet en zijn kat? Zijn er Indische of Perzische tussenfasen? Ik weet het niet. Heeft misschien iemand een tip?

CharitéDesTurcsEr zijn nog enkele hadithen, die de rituele reinheid van de kat benadrukken, maar de verhalen over Mohammeds liefde voor katten, die Annemarie →Schimmel citeert, zijn allemaal laat, erg laat. Ze laten wel zien dat kattenliefde in islamitische landen sterk verbreid was. Dat word ook door berichten van reizigers door de eeuwen heen bevestigd. 

Daarentegen zijn de meningen over honden in de hadith behoorlijk negatief. Met het oog op hun onreinheid moest je ze niet te dicht in de buurt hebben:

  • De profeet heeft gezegd: „Wie een hond aanschaft vermindert voor iedere dag zijn loon [in het latere leven] met twee qīrāt, tenzij het een hond is voor de jacht of ter bewaking van het vee.“ 8

In een tekstvariant werden ook waakhonden voor akkerland als uitzondering toegestaan. De profeet zou ook honden hebben laten afmaken; waarschijnlijk is bedoeld: toen de vele dol geworden honden een plaag werden:

  • De profeet gaf opdracht de honden te doden. Hij stuurde mensen uit in de gebieden rondom Medina om ze te doden.9

In de woning mag een hond zich niet bevinden, want engelen betreden geen huis, waarin een hond is. Mohammed zou eens tevergeefs op Gabriël gewacht hebben omdat er een puppy in zijn huis verdwaald was.

  • […] Van Aisha: Djibriel (Gabriël) had een afspraak met de profeet dat hij op een bepaald moment bij hem zou komen. Dat ogenblik brak aan, maar hij kwam niet. De profeet had een stok in zijn hand, die gooide hij weg en hij zei: ‘God komt niet te laat op zijn afspraak, en zijn gezanten evenmin.’ Toen keek hij om zich heen, en daar zag hij een jong hondje onder zijn bed. ‘Aisha!’ riep hij, ‘wanneer is die hond daar binnen gekomen?’ Ze zei: ‘Bij God, ik heb het niet in de gaten gehad.’ En hij beval het dier naar buiten te brengen. Toen kwam Djibriel en de profeet zei: ‘We hadden een afspraak en ik zat klaar, maar u kwam niet.’ Hij zei: ‘De hond in je huis heeft mij tegengehouden. Wij [engelen] gaan geen huis binnen waarin een hond is, of een afbeelding.’ 10

Ook in de moskee zijn honden ongewenst, want evenals vrouwen en ezels leiden ze af van het gebed:

  • […] ‘Abdallāh ibn al-Sāmit, van Abū Dharr: De profeet heeft gezegd: Als een van jullie het gebed verricht dan is hij beschermd als hij zoiets als het achterstuk van een zadel voor zich heeft staan. Als dat niet het geval is wordt zijn gebed ongeldig als er een vrouw, een ezel of een zwarte hond [voor hem langs loopt].
    Ik vroeg aan [Abū Dharr]: Waarom een zwarte hond, en geen rode of gele? Hij antwoordde: Precies zo heb ik het ook aan de profeet gevraagd en hij zei: ‘Een zwarte hond is een satan.’ 11
Sjouwer voert honden, İstanbul ±1900

Sjouwer voert honden, İstanbul ±1900

Hebben de oude moslims op grond van zulke teksten dan niet van hun honden gehouden? Ik denk toch van wel. Als je zinvol een hond wilt houden is een dominerende maar tegelijk vriendschappelijke verhouding tot het dier onontbeerlijk. Het boek van →Ibn al-Marzubān (gest. 921), Dat honden beter zijn dan velen die kleren dragen, laat vele voorbeelden zien van een hechte vriendschap tussen baas en hond. Maar daarin kon onmogelijk een anecdote over de profeet als voorbeeld dienen, omdat de hond nu eenmaal onrein is. Hondenbezitters zal het om het even geweest zijn.

NOTEN
(Ik geef telkens maar één hadith, maar van de meeste bestaan er ettelijke varianten en parallelteksten.)
1. Muslim, Ṣayd 13:

وحدثني حرملة بن يحيى أخبرنا ابن وهب أخبرني يونس عن ابن شهاب عن أبي إدريس الخولاني أنه سمع أبا ثعلبة الخشني يقول: نهى رسول الله ص عن أكل كل ذي ناب من السباع.

2. Muslim, Musāqāt 42:

حدثني سلمة بن شبيب حدثنا الحسن بن أعين حدثنا معقل عن أبي الزبير قال: سألت جابرا عن ثمن الكلب والسنور. قال: زجر النبي ص عن ذلك.

3. Abū Dāwūd, Ṭahāra 38:

حدثنا عبد الله بن مسلمة حدثنا عبد العزيز عن داود بن صالح بن دينار التمار عن أمه أن مولاتها أرسلتها بهريسة إلى عائشة ر فوجدتها تصلي فأشارت إلي أن ضعيها. فجاءت هرة فأكلت منها فلما انصرفت أكلت من حيث أكلت الهرة. فقالت إن رسول الله ص قال إنها ليست بنجس إنما هي من الطوّافين عليكم. وقد رأيت رسول الله ص يتوضأ بفضلها.

4. Muslim, Ṭahāra 90:

 حدثنا يحيى بن يحيى قال قرأت على مالك عن أبي الزناد عن الأعرج عن أبي هريرة أن رسول الله ص قال: إذا شرب الكلب في إناء أحدكم فليغسله سبع مرات.

5. Muslim, Kusūf 9:

وحدثني يعقوب بن إبراهيم الدورقي حدثنا إسمعيل ابن علية عن هشام الدستوائي قال حدثنا أبو الزبير عن جابر بن عبد الله […] وعرضت عليّ النار فرأيت فيها امرأة من بني إسرائيل تعذب في هرة لها ربطتها فلم تطعمها ولم تدعها تأكل من خشاش الأرض.

6. Buḫārī, Sharb 9:

حدثنا عبد الله بن يوسف أخبرنا مالك عن سمي عن أبي صالح عن أبي هريرة ر أن رسول الله ص قال: بينا رجل يمشي فاشتد عليه العطش فنزل بئرا فشرب منها ثم خرج فإذا هو بكلب يلهث يأكل الثرى من العطش. فقال: لقد بلغ هذا مثل الذي بلغ بي. فملأ خفه ثم أمسكه بفيه ثم رقي فسقى الكلب فشكر الله له فغفر له. قالوا يا رسول الله وإن لنا في البهائم أجرا؟ قال في كل كبد رطبة أجر.

7. Noch mevrouw →Schimmel, blz. 11, noch de Wikipedia bieden een bruikbare bronverwijzing.
8. Muslim, Musāqāt 51:

وحدثنا أبو بكر بن أبي شيبة وزهير بن حرب وابن نمير قالوا حدثنا سفيان عن الزهري عن سالم عن أبيه عن النبي ص قال من اقتنى كلبا إلا كلب صيد أو ماشية نقص من أجره كل يوم قيراطان.

9. Muslim, Musāqāt 44:

 حدثنا أبو بكر بن أبي شيبة حدثنا أبو أسامة حدثنا عبيد الله عن نافع عن ابن عمر قال: أمر رسول الله ص بقتل الكلاب فأرسل في أقطار المدينة أن تُقتل.

10. Muslim, Libās 81:

حدثني سويد بن سعيد حدثنا عبد العزيز بن أبي حازم عن أبيه عن أبي سلمة بن عبد الرحمن عن عائشة أنها قالت واعد رسول الله ص جبريل عس في ساعة يأتيه فيها فجاءت تلك الساعة ولم يأته. وفي يده عصا فألقاها من يده وقال: ما يخلف الله وعده ولا رسله. ثم التفت فإذا جرو كلب تحت سريره. فقال: يا عائشة متى دخل هذا الكلب هاهنا? فقالت: والله ما دريت فأمر به فأخرج. فجاء جبريل فقال رسول الله ص واعدتني فجلست لك فلم تأت فقال: منعني الكلب الذي كان في بيتك، إنا لا ندخل بيتا فيه كلب ولا صورة.

11. Al-Nasāʾī, Qibla 7:

أخبرنا عمرو بن علي قال أنبأنا يزيد قال حدثنا يونس عن حميد بن هلال عن عبد الله بن الصامت عن أبي ذر قال قال رسول الله ص إذا كان أحدكم قائما يصلي فإنه يستره إذا كان بين يديه مثل آخرة الرحل فإن لم يكن بين يديه مثل آخرة الرحل فإنه يقطع صلاته المرأة والحمار والكلب الأسود. قلت ما بال الأسود من الأصفر من الأحمر فقال: سألت رسول الله ص كما سألتني فقال: الكلب الأسود شيطان.

VERDERE LEKTUUR
– Annemarie Schimmel, Die orientalische Katze. Geschichten, Gedichte, Sprüche, Lieder und Weisheiten, München [1989].
– Ibn al-Marzubān, The Superiority of Dogs over Many of Those Who Wear Clothes, uitg. en vert. G.R. Smith en M.A.S. Abdel Haleem, Warminster 1978.

Diakritische tekens: Ṣāliḥ, Ṣāmit, qīrāṭ

Terug naar Hadith: startpunt     Terug naar Inhoud

De mufti en de wetenschap

Islamitische rechtsgeleerden vinden het islamitische recht in de jurisprudentie, en als zij dieper graven leiden zij het af uit de Koran en de Traditie van de profeet, de hadith. Dat is hun werk. Sommigen vinden het bovendien nog nodig, de doelstellingen der Sharia en de achterliggende gronden van rechtsregels te zoeken. Met andere woorden: ze willen aantonen dat God gelijk had toen hij het een of andere gebod of verbod instelde. Dan hoor je bij voorbeeld dat varkensvlees verboden is omdat het ziektekiemen bevat, of dat alcohol wangedrag en alcoholisme veroorzaakt. Alsof God zulke hulp nodig had; alsof Gods redenen ons wat aangaan! Wie aan God gelooft heeft toch aan zijn geboden genoeg, of niet soms? Echt belachelijk worden deze geleerden als ze bij deze argumentatie de wetenschap te hulp roepen. Ze hebben natuurlijk geen idee van wat dat is, want ze hebben niet eens een athenaeum-diploma, laat staan een wetenschappelijke opleiding. Maar hun publiek lacht hen niet uit, want dat is nog slechter opgeleid. Zo las ik in Over wat geoorloofd en verboden is in de Islam (Halal en haram), een jeugdwerk van de beroemde media-mufti Yūsuf al-Qaradāwī uit Qatar een ‘wetenschappelijke’ onderbouwing van het islamitische hondenverbod (ja, honden zijn op grond van de Traditie verboden, behalve waak- en jachthonden). Hij wijst op de ‘onlangs ontdekte’ hondenlintworm, door besmetting waarmee bij de mens afschuwelijke abcessen en ongeneeslijke ontstekingen kunnen ontstaan. Dan vervolgt hij:

  • Prof. Noeller heeft bij sectie op menselijke lichamen in Duitsland bevonden, dat het voorkomen van infectie met hondenwormen tenminste 1% bedraagt. In sommige streken, zoals Dalmatië, IJsland, Zuidoost-Australië en Nederland, waar honden worden gebruikt om sleden te trekken, is het voorkomen van de hondenlintworm 12%. In IJsland is het ziektecijfer van mensen, die onder de door deze worm veroorzaakte ontsteking lijden 43%. Als we dan ook nog denken aan het menselijke leed, het verlies aan vlees door de infectie van vee en het voortdurende gevaar voor de volksgezondheid door de aanwezigheid van lintwormen, kunnen we dit probleem zeker niet licht opvatten.

Dit geval is helaas geen uitzondering: heel vaak ziet de wetenschap die door zulke heren geciteerd wordt er zo uit. Nooit een bronvermelding, altijd regelrechte flauwekul. Alleen al daarom moeten imams in Europa opgeleid worden. Geen theologiestudie zonder middelbare schooldiploma. (In Iran is het niveau overigens hoger.)

Zie ook Lichtgelovig          Terug naar Inhoud