Russische kruisvaarders

CSprv8SUkAA5cztBREAKING ““Russisch vliegtuig neergehaald en meer dan 220 Russische kruisvaarders aan boord gedood.

De strijdkrachten van het Kalifaat zijn erin geslaagd een Russisch vliegtuig boven de Provincie Sinai neer te halen, dat meer dan 220 Russische kruisvaarders aan boord had. Allen zijn zij gedood, God zij geprezen. Russen en hun bondgenoten, weet goed dat er voor u geen veiligheid bestaat in de landen en luchtruimen van de moslims, en dat het dagelijkse doden van tientallen mensen in Syrië door bombardementen uit uw vliegtuigen u alleen ellende zal brengen en dat u, met Gods permissie, gedood zult worden zoals u zelf doodt. God is de overwinnaar, maar de meeste mensen weten dat niet.””

Terug naar Inhoud

Huwelijkse voorwaarde in ‘Islamic State’

CEjY0RyWoAAgtfV“De echtgenote heeft bedongen dat zij, indien de Vorst der Gelovigen [= de kalief] ermee instemt dat zij een het martelaarschap beogende activiteit verricht, daarin niet door haar echtgenoot mag worden gehinderd.”

Een bizarre stap in de richting van grotere zelfstandigheid van de vrouw. Om een zelfmoordaanslag te plegen is een vrouw dus niet afhankelijk van haar man.
Hopelijk ten overvloede: deze onzin is alleen mogelijk in Daesh (‘Islamic State’).

Terug naar Inhoud

Groeten uit Islamistan

DjizyaIn de Islamitische staat wordt djizya geheven, de hoofdelijke belasting voor getolereerde niet-moslims (dhimmi’s) die al in de koran wordt genoemd en die lang geleden in islamitische landen inderdaad werd geheven. De Armeniër in nevenstaand betalingsbewijs heeft ongeveer 130 Euro moeten betalen, zoiets als een maandsalaris. Is dat voor een jaar? Dat staat er niet bij.
We zien dat er betaald wordt in [min of meer] reëel geld; niet in de vorig jaar aangekondigde valuta van de Islamitische Staat.

.

[VERTALING]
De Islamitische Staat
Ministerie van Justitie
De islamitische rechtbank te: Raqqa
Dossiernummer:

Maandag 16.2.1436, dat is 8.12.2014

BETALINGSBEWIJS nr. 1391

Ontvanger: Faruq
Betaler: Sarkis Nuri Aralkian
Bedrag: 27.200 Syrische Pond

Wegens: Djizyabetaling

Handtekening ontvanger [handtekening]
Handtekening betaler [handtekening]

Terug naar Inhoud

Het zwaard van de islam

Kent U de voorstelling dat Mohammed en na hem de moslims de islam verbreid zouden hebben ‘met het zwaard in de ene hand en de koran in de andere’? Die gaat terug op de Britse historicus Edward Gibbon, die in 1781 schreef:1

  • […] Mahomet, with the sword in one hand and the Koran in the other, erected his throne on the ruins of Christianity and of Rome.

Hier hoeven we het zwaard en het boek niet letterlijk te nemen, evenmin als de ruïnes: het is overdrachtelijk bedoeld. Maar iets verder in hetzelfde hoofdstuk liet Gibbon zich bij een beschrijving van de martelaarsdood van Husayn ibn Alī bij Kerbalā door zijn eigen beeld meeslepen:

  • On the morning of the fatal day, he mounted on horseback, with his sword in one hand and the Koran in the other …

In deze zin klinkt het alsof Husayn op de dag van zijn dood werkelijk met die attributen op zijn paard is gestapt. Het is aan te nemen, dat hij alleen maar een zwaard bij zich had. Er bestonden nog geen handige pocketkorans.
.

dOhssonBlijkbaar was er ook een exemplaar van Gibbons werk in handen geraakt van D’Ohsson, tolk van de Zweedse gezant in het Ottomaanse Rijk en lang in Parijs woonachtig. Diens boek over het Ottomaanse rijk2 heeft in Europa veel informatie en desinformatie over Turkije en de islam verbreid. En ziedaar, op de titelpagina van zijn werk zien we Gibbons voorstelling letterlijk genomen. We zien dan dadelijk hoe onzinnig die is: de koran was nog helemaal niet in boekvorm verschenen en bovendien, zou een moslim die ooit in zijn linkerhand hebben genomen? Het is ook erg lastig vechten zo. Achter de profeet staan dan ook zwaar betulbande muzelmannen, die de functies maar hebben opgedeeld: de helft houdt zich bezig met de schrift, de andere zwaait wat met zwaarden, niet al te competent volgens mij. Links op de ets ziet U de Ka‘ba met daarbovenop de afgodsbeelden die verwoest zouden worden. Volgens de overlevering bevonden deze beelden zich binnen in de Ka‘ba, maar dat toont op een afbeelding niet zo goed.
.
MahomethHeel wat eerder had de Nederlandse graficus Romeyn de Hooghe (1645–1708) Mohammed al op een ets afgebeeld met een zwaard in zijn rechter hand en een schrijfstift in de linker.3 De kunstenaar heeft hem deze attributen in de hand gedrukt op dezelfde wijze als men dat deed bij afbeeldingen van apostelen en heiligen. Het betreft zonder twijfel de pen die genoemd wordt in Koran 96:4. Misschien bedoelde hij daarmee uit te drukken dat Mohammed de koran zelf geschreven heeft, wat men vroeger in Europa geloofde. In de loop van de achttiende eeuw is de pen blijkbaar geëvolueerd tot een boek.
.

Bij een oppervlakkige zoekactie heb ik nog ongeveer tien westerse afbeeldingen van de Profeet gevonden, daarvan twee met alleen een zwaard en éen met een zwaard en een boek. Al te onontbeerlijk lijken de attributen toch niet te zijn.
Iemand heeft mij erop gewezen dat zowel Gibbon als D’Ohsson vrijmetselaars waren. Zou het kunnen zijn dat het een metselaarstraditie was, Mohammed met die attributen af te beelden? Dat is voor mij moeilijk na te gaan.4
.
RegnaultExécutionMaar afgezien van de profeet, het zwaard speelt sinds eeuwen een rol in Europese voorstellingen van moslims en de Oriënt. Europa had meestal een negatieve voorstelling van het Oosten, hoewel men daar wel altijd graag kostbare stoffen en heerlijke specerijen inkocht. De herinnering aan de reële militaire bedreiging door het Ottomaanse Rijk tot 1700 leefde nog voort. In de achttiende eeuw was die bedreiging geweken en werd het oriëntbeeld positiever. In de negentiende eeuw echter, toen het kolonialisme zich uitbreidde over de wereld, werd het weer negatiever. Edward Said heeft in 1978 in zijn geruchtmakende boek Orientalism laten zien dat de Europese voorstellingen zelfs met opzet zijn verdraaid, om het heersen te vergemakkelijken. De Oriënt moest mooi exotisch zijn, maar ook achterlijk en antiek en bovendien onvoorstelbaar wreed. Oriëntaalse despoten hoefden maar met hun vingers te knippen en er werd al iemand zonder vorm van proces onthoofd — natuurlijk schilderachtig met een zwaard, zoals op het schilderij van Regnault.5 De aldus geschapen Oriënt schonk de beschouwer voortdurend een weldadige huivering: Angstlust. Afbeeldingen van Arabieren, die met zwaarden om zich slaan zijn in het Europese geheugen ingebrand.

Natuurlijk gebruikten de oude Arabieren en de vroege moslims zwaarden, net als iedereen; dat waren destijds gangbare wapens. Maar later zijn ook de moslims op modernere middelen overgestapt. In het Ottomaanse Rijk, waarin ook Syrië en Irak lagen, werd er sinds het midden van de negentiende eeuw alleen nog door openbare ophanging terechtgesteld.6 Het Hanafitische recht voorziet evenmin in terechtstelling door onthoofding. Alleen de rechtsboeken van de Hanbalieten, die zowel door Saoedi-Arabië als door de ‘Islamitische Staat’ worden gevolgd, schrijven bij sommige misdrijven het gebruik van het zwaard voor. In Saoedi-Arabië wordt er inderdaad wel met het zwaard terechtgesteld, maar sinds wanneer? Die staat bestaat überhaupt pas sinds 1932. Er zijn in dat koninkrijk maar weinig goede scherprechters; daarom verkiest men daar tegenwoordig een vuurwapen.

reelbadarabsIk vermoed dat men zowel in Saoedi-Arabië als in de ‘Islamic State’ gepoogd heeft gestalte te geven aan hadithen van de profeet, wat neerkomt op een re-invented tradition. Volgens hadithen heeft kalief Umar (634–44) de profeet meermaals voorgesteld, iemand [met het zwaard] het hoofd af te slaan. In die tijd was dat nog niet exotisch.

Maar meer nog dan op hadithen leunt de ‘Islamic State’ bij zijn mise en scène op oriëntalistische afbeeldingen van Arabieren uit het Westen. De strijders daar laten zich graag fotograferen met een zwaard. Misschien gebruiken ze het ook bij hun onthoofdingen, hoewel er met het beeldmateriaal altijd wel iets mis lijkt te zijn. Ik heb de filmpjes van de onthoofdingen niet zo goed bekeken, en al helemaal niet voor een tweede keer. Misschien heb ik hier of daar een zwaard gezien waar alleen maar een slagersmes was. Dat bewijst dan, dat ook ik erop geprogrammeerd ben, moslims met zwaarden te zien zwaaien. Wie van de terroristen heeft er werkelijk iemand met één houw van het zwaard onthoofd? Daarvoor moet je fysiek erg sterk zijn; bovendien vergt het langdurige training en uiterste concentratie voordat het bij lopende camera in één keer goed gaat. Maar de IS wil blijkbaar de beeldende kracht van het zwaard er hoe dan ook in houden, om meer angst aan te jagen. Ze weten dat Arabieren met zwaarden ons sinds eeuwen laten griezelen en daar spelen ze graag op in. Het is weer een voorbeeld van hoe moslims zich presenteren volgens door oriëntalistische westerlingen aangeboden beelden. Het ‘Westen’ krijgt precies de moslims die het zich voorstelt. Natuurlijk is het zwaard maar één aspekt van hun styling. Maar de donkere Middeleeuwen spelen hierbij nauwelijks een rol.

Iemand zou overigens eens moeten nagaan, waarom archaïsche manieren van doden zoals onthoofden, stenigen enz. bij ons ontzetting en radeloosheid veroorzaken, terwijl we weinig moeite hebben met het gebruik van pistolen, machinegeweren, drones en dergelijke.

NOTEN
1. Edward Gibbon, The Decline And Fall Of The Roman Empire, dl. 3, London 1781, hst. 50.
2. Ignatius Mouradgea d’Ohsson, Tableau Général de l’Empire Othoman, 7 dln., Paris 1788-1824.
3. In Gottfried (Godfried) Arnold, Historie der kerken en ketteren van den beginne des Nieuwen Testaments tot aan het jaar onses Heeren 1688, dl.1, Amsterdam 1701. Met dank aan de historicus Martin Hillenga, die mij hierop gewezen heeft.
4. De Hooghe kan nog geen vrijmetselaar geweest zijn, omdat de eerste loge in de Nederlanden pas in 1734 werd geopend.
5. Zo ook weer in de film The Dictator van Sacha Baron Cohen (2012).
6. Adolf Heidborn, Manuel de droit public et administratif de l’Empire Ottoman, 2 dln., Wenen 1909–1912, i, 370.

Diacritische tekens: Ḥusayn ibn ʿAlī Karbalāʾ ʿUmar

Terug naar Inhoud

Kalief, kalifaat: een kort overzicht

Kalief
Arabisch khalīfa, mv. khulafā’  = ‘plaatsvervanger’ of ‘opvolger’. ‘Plaatsvervanger Gods op aarde’ namelijk: khalīfat allāh. Soms ook opgevat als khalīfat rasūl allāh, ‘plaatsvervanger/opvolger van de profeet’.
Een kalief is idealiter het hoofd van een islamitische staat. Ondanks het eenheidsideaal hebben er dikwijls verschillende islamitische staten naast elkaar bestaan, met verschillende kaliefen. Enkele kalifaten waren:

De eerste ‘rechtgeleide’ kaliefen  632–661         Medina (Kūfa)
Umayyaden                                  661–750         Damaskus
Abbasiden                                    750–1258       Baghdad
Umayyaden in Spanje                  756–1031       Córdoba
Fātimiden (sjiietisch)                    909–1171        Mahdīya, Kairo

De opvolging van Mohammed was van meet af aan een heet hangijzer. Het conflict tussen Soennieten en Sjiieten gaat terug op een verschil van inzicht over die opvolging.
.
Zonen van de profeet
Als Mohammed een zoon had gehad, had deze hem opgevolgd. De overlevering vermeldt drie zoontjes van de profeet: Qāsim, ‘Abdallāh en Ibrāhīm, die alle reeds heel jong zouden zijn gestorven. Over Ibrāhīm heet het in een hadith: ‘[Ibrāhīm] stierf als klein kind. Had God beschikt, dat er na Mohammed nog een profeet zou komen, dan was zijn zoon in leven gebleven. Maar na hem is er geen profeet.’ 1 Interessanter voor de oorsprongsmythe was het bestaan van *Zayd [ibn Hāritha], die door Mohammed al voordat hij profeet werd als zoon was geadopteerd. Later is middels een koranvers de adoptie teruggedraaid, maar intussen was Zayd toch vijftien, zo niet twintig jaar lang de zoon en erfgenaam van de profeet geweest. Gelukkig was Zayd al vóór de profeet gestorven, want, aldus het korancommentaar van Muqātil: ‘Was Zayd Mohammeds zoon geweest, dan was hij een profeet geweest.’ 2
.
Opvolger/plaatsvervanger van wie?
De kaliefen lieten zich door de eeuwen heen khalīfat Allāh, ‘plaatsvervanger Gods’ noemen, of nā’ib allāh fī al-ard, ‘vertegenwoordiger Gods op aarde’ e.d. Het idee dat ze alleen wereldse macht hadden en dat de geestelijke macht aanvankelijk bij de gezellen van de profeet en later bij de schriftgeleerden, de ‘ulamā’, berustte is een vroom en niet onbaatzuchtig bedenksel van de laatstgenoemden. Zij zijn ook degenen die hebben bedacht dat de eerste kaliefen zich als khalīfat rasūl allāh, ‘plaatsvervanger/opvolger van de profeet’ betiteld zouden hebben, terwijl hun opvolgers dan weer khalīfat khalīfat rasūl allāh, ‘plaatsvervanger van de plaatsvervanger van de profeet’ heetten, enzovoort. Erg onwaarschijnlijk.
.
Opvolger aangewezen?
De profeet heeft volgens de Soennieten geen opvolger aangewezen. Volgens de Sjiieten heeft hij na de afscheidsbedevaart bij Ghadīr Khumm zijn neef ‘Alī ibn abī Tālib aangewezen met de woorden: ‘Hij wiens mawlā (patroon?) ik ben, diens mawlā is ‘Alī’. De Sjiietische opvatting komt hieronder verder niet aan de orde.
.
Opvolger als wat?
– Meestal zegt men: de profeet kon als profeet niet worden opgevolgd, maar alleen als staatshoofd.
– Waarom eigenlijk niet ook als profeet? Het profeetschap had toch altijd in de familie gezeten? In K 29:27 wordt over Ibrāhīm gezegd:

  • Wij hebben hem Ishāq en Ya‘qūb geschonken en Wij hebben in zijn nageslacht het profeetschap en het boek gebracht.

In K 57:26 wordt Noach erbij betrokken:

  • Wij hebben Nūh en Ibrāhīm gezonden en in hun nageslacht het profeetschap en het Boek gebracht.

– De eerste reëel bestaande kaliefen, tot ± 850, hadden er niet over gepeinsd zich uitsluitend als wereldse heersers te beschouwen. Zij waren plaatsvervanger Gods op aarde, hoogste rechter, hoogste koraninterpreet, hun soenna diende te worden nagevolgd. Over hen zongen de dichters dat zij de oogst lieten gelukken, voor regen zorgden, recht en gerechtigheid vestigden: alles in de beste oudoosterse traditie van divine kingship.
– De latere ‘ulamā’ maakten onderscheid tussen geestelijk gezag en wereldlijke macht. De erfgenamen van het geestelijk gezag waren de gezellen (ashāb) van de profeet, hun volgelingen en dier volgelingen, en later — U raadt het al — de ‘ulamā’. De wereldlijke macht lieten zij over aan de kaliefen. Dat er in de islam geen scheiding tussen ‘kerk en staat’ zou zijn is onzin.
– De Sjiieten beschouwen het kalifaat, of het imamaat zoals zij het liever noemen, als combinatie van wereldse en geestelijke macht.

.
De ‘rechtgeleide kaliefen’
Na Mohammeds dood hebben eerst de facto vier gekozen kaliefen geregeerd, die door de soennieten de ‘rechtgeleide kaliefen’ (al-khulafā’ al-rāshidūn) worden genoemd. Hun hoofdstad was Medina.

Abū Bakr al-siddīq     632–634
‘Umar ibn al-Khattāb  634–644
‘Uthmān ibn ‘Affān     644–656
‘Alī ibn abī Tālib        656–661

– Traditionele soennitische opvatting: Abū Bakr, ‘Umar, ‘Uthmān en ‘Alī, waren de eerste vier opvolgers van de profeet. Zij hadden als hoofdstad Medina, al regeerde ‘Alī feitelijk vanuit Kūfa in Irak. Deze periode was volgens de soennieten de bloeitijd van de islam; beter was alleen de tijd van de profeet zelf. De kaliefen leidden de islamitische staat vroom en stonden dicht bij het volk. Men kon zich op deze kaliefen oriënteren voor het juiste gedrag en hun soenna volgen in geval de profeet geen richtlijn had nagelaten.
– Sjiietische opvatting: Voor de Sjiieten was er maar één rechtgeleide kalief: ‘Alī. De andere drie waren usurpatoren, over wie negatief gesproken werd en wordt.
De traditionele oriëntalistik hield als zo vaak het soennitische basisontwerp aan, maar vermocht het paradijselijke van deze vroege periode niet in te zien, omdat drie van de vier kaliefen vermoord werden en ook de eerste burgeroorlog in deze tijd heeft plaatsgehad.
Moderne geleerden zijn vaak van mening dat er bij de huidige stand van het bronnenonderzoek over deze periode nauwelijks geschiedenis te schrijven valt. Vaak twijfelt men zelfs aan de jaartallen.
Dat Mohammed zijn opvolging niet heeft geregeld komt het duidelijkst naar voren in de verhalen over de saqīfa (→ G. Lecomte), de hal of het afdak van de Banū Sā‘ida in Medina, waar in 632 direct na Mohammeds dood onderhandelingen over de opvolging zouden hebben plaatsgehad. De Helpers (ansār) uit Medina waren tegen de benoeming van een Emigrant (muhādjir) maar wilden een gedeeld leiderschap: zij hebben hun leider, wij de onze. ‘Umar hoorde ervan, drong er binnen en forceerde de benoeming van de oude Abū Bakr. Volgens sommige versies was ‘Ali hierbij ook aanwezig.3
Rechtgeleid (rāshid of rashīd of mahdī) werden overigens alle kaliefen in de eerste eeuwen van de islam genoemd. Denkt U maar aan de beroemde kalief Hārūn al-Rashīd (reg. 786–809). Zijn voorganger werd zelfs bekend onder de naam al-Mahdī (reg. 775–85).4
.
Vroege opvattingen over de opvolging: concurrerende groepen
Na de dood van de profeet waren er verscheidene facties die ideeën hadden over de opvolging en de macht:
– De vroege elite van gelovigen: De vroegste aanhangers van Mohammed, de eerste bekeerlingen, met grote verdiensten voor de nieuwe beweging. Zij wensten telkens in eigen kring te te regelen wie er zou opvolgen. Uit deze groep waren als vanzelf de eerste vier kaliefen voortgekomen, maar daarna gaf zij nog niet dadelijk op; dat gebeurde pas na het kalifaat van ‘Abdallāh ibn al-Zubayr (680–92) in Mekka.
– De voorislamitische elite: de clan Umayya van de stam ‘Abd Shams. Aanvankelijk waren zij tegenstanders van Mohammed; zij sloten zich pas op de valreep bij hem aan. Toen zij de macht hadden overgenomen (als dynastie der Umayyaden) praktiseerden zij erfopvolging binnen hun eigen clan.
– ‘Alī en zijn ‘partij’, de Sjia (shī‘a): Volgens hen was ‘Alī door de profeet tot opvolger aangewezen. Zij waren voorstanders van erfopvolging binnen de familie van de profeet.
– Kharidjieten: geen erfopvolging, geen gekonkel in elite-groepjes, maar telkens vaststellen wie in zedelijk opzicht de beste kandidaat was. De kalief afzetten als hij tegenvalt.
.
De Umayyaden (661–750)
umayyadenkaliefNa de dood van ‘Alī, die overhoop had gelegen met Mu‘āwiya, de feitelijke heerser in Syrië sinds 642, nam deze laatste het kalifaat over in 661. Hij behoorde tot de clan Umayya, dus tot de voorislamitische elite, waartoe ook kalief ‘Uthmān (644–56) al had behoord, evenals diens stadhouders in de provincies. De clan was het gewend, macht uit te oefenen. De kaliefen hadden absolute macht, hun soenna moest worden gevolgd en er was erfopvolging binnen de clan. Hun vormgeving was die van Perzische heersers, hoewel—of misschien juist omdat— hun machtsbasis Syrië een Oostromeinse provincie was geweest.
Onder deze dynastie werd veel tot stand gebracht:
– Veroveringen: Noord-Afrika, Spanje, Centraal-Azië.
– Consolidering van de macht in reeds bezette gebieden.
– Integratie van de oostelijke provincies van het Romeinse Rijk en het Perzische Rijk. Door vrede en schaalvergroting kwam er nu veel energie vrij voor wederopbouw en unifocatie. Vooral kalief ‘Abd al-Malik (685–705) heeft zich daarvoor ingezet.
– Opbouw en Arabisering van het bestuur; vanaf 700 zegetocht der Arabische taal.
– De invoering van een eigen geldstelsel (dubbele standaard). Het rijk ‘stapte uit de Euro’ van die tijd: de Romeinse solidus, die gangbaar was in heel Europa en het Middellandse-Zeegebied. Ook de Perzische drachme had afgedaan.
– Uitgave en verbreiding van de koran; ontwikkeling van een rechtssysteem (nee, nog niet de sharia).
– Opbouw van een (een!) islamitische identiteit. Als symbool gold aanvankelijk de achthoekige Rotskoepel in Jerusalem, gebouwd door kalief ‘Abd al-Malik (691): een statement tegen de christenen.
De Umayyaden vonden drie reeds genoemde groepen tegenover zich:
– de vroege elite van de gelovigen en hun nakomelingen, die na de vernietiging van het rivaliserende kalifaat van ‘Abdallāh ibn al-Zubayr in 692 geen rol meer speelde.
– de Sjiieten, die ze er wel onder wisten te houden.
– de Kharidjieten, waar ze een geduchte vijand aan hadden.
Vanaf ± 700 kwamen er nog twee bij:
– De ‘Mensen van de Soenna en de Gemeente’ (ahl al­-sunna wa ’l-djamā‘a) die in plaats van de soenna van de Umayyadische kaliefen die van de profeet Mohammed wilden stellen, waaraan de kaliefen zich hadden te onderwerpen. Uit deze steeds machtiger wordende oppositiegroep zouden later de schriftgeleerden (‘ulamā’) voortkomen.
– De Abbasiden, die geleidelijk aan machtsovername werkten door middel van een perfide propaganda-oorlog: de Abbasidische revolutie. Als bondgenoten hadden zij de Sjiieten en de ‘ulamā’.
.
In de traditioneel-islamitische opvatting hebben de Umayyaden om religieuze redenen een heel slechte naam. Na de bloeitijd onder de Rechtgeleide Kaliefen werd de islam door hen als het ware gekaapt, zo heette het.
Zij regeerden zelfgenoegzaam, als koningen in plaats van kaliefen. Ze maakten de heerschappij erfelijk. Ze vielen Mekka en Medina aan en schoten de Ka‘ba in brand (tijdens het ‘tegenkalifaat’ van ‘Abdallāh ibn al-Zubayr). Ze verhinderden niet-Arabieren zich tot de islam te bekeren. Ze leefden goddeloos, dronken wijn, vierden orgieën, hadden afbeeldingen. Ze waren tyrannen en buitten hun onderdanen uit. Kortom, ze hielden zich niet aan de soenna van de profeet, zo vond de oppositie, al wist ± 710 nog niemand zo precies hoe die eruit zag.
Voor de Sjiieten waren de Umayyaden nog erger: Mu‘āwiya had immers ‘Alī bestreden en diens zoon had Husayn vermoord!
Kan allemaal wezen, maar regeringen zonder tyrannie en arrogantie bestonden er in de Oudheid niet. Die slechte pers hebben de Umayyaden gekregen omdat de teksten over hen beheerd werden door een klasse die hun vijandig gezind was: de uit de oppositie voortgekomen ‘ulamā’. Met enige moeite zijn er nog oude teksten te vinden die een ander beeld laten zien. Dat hun islam-ontwerp afweek van het latere model van de ‘ulamā’ kun je de Umayyaden moeilijk kwalijk nemen.
.
De Abbasiden (750–1258(–1517)):
– De Abbasiden lieten hun bondgenoten de Sjiieten en de ‘ulamā’ vallen zodra ze de macht hadden gegrepen.
– Ook zij regeerden aanvankelijk als absolute heersers in hun nieuwe, waarlijk keizerlijk aandoende hoofdstad Baghdad.
– Zij werden sinds ± 850 in hun macht beperkt door de ‘ulamā’. Onder de Abbasiden groeide hun invloed zozeer dat de kaliefen voortaan niet meer autocratisch konden regeren. Vanaf ± 800 neemt de sharī‘a vorm aan.
– De kaliefen verloren sinds 945 nog meer macht: zij regeerden alleen nog in naam, terwijl de werkelijke macht berustte bij legerleiders, sultans, vizieren enz.
– Het kalifaat in Baghdad eindigde in 1258 toen de Mongolen die stad verwoestten.
– Eén Abbaside ontkwam naar Cairo in het Mamelukkenrijk, waar een louter ceremonieel kalifaat werd voortgezet. De Mamelukken daar konden wel wat religieuze legitimatie gebruiken.
– Met de Turkse bezetting van Egypte in 1517 eindigde het Abbasidische kalifaat definitief.
.
De Ottomanen. Europese invloed. Het einde (1517–1924)
Toen de Turken in 1517 Egypte veroverden schaften zij het Abbasidenkalifaat af en brachten al-Mutawakkil III, de laatste kalief, naar İstanbul over, waar hij echter geen functie kreeg. Hij heeft nog zesentwintig jaar geleefd, naar ik aanneem in het genot van een pensioentje. De titel ‘kalief’ werd op onduidelijke wijze een van de vele titels van de Turkse sultans, maar zij deden er niets mee. Dat veranderde in de 18e eeuw. Europeanen meenden vaak ten onrechte dat de kalief een soort paus was, met geestelijk gezag over alle moslims ter wereld. De sultans lieten zich dat graag aanleunen, vooral sinds de Vrede van Küçük Kaynarca in 1774. Turkije moest toen o.a. de Krim aan Rusland afstaan, en als kalief kon de sultan toch nog invloed op de daar wonende Krim-Tataren uitoefenen. Het apocriefe verhaal dat de laatste Abbasidische kalief zijn titel aan sultan Selīm I zou hebben overgedragen werd korte tijd later in omloop gebracht.5 Geleidelijk werd de sultan-kalief als geestelijk hoofd opgebouwd. In de 19e eeuw woonden er veel moslims in de Europese koloniën in Azië. Dezen konden een geestelijke ondersteuning vanuit İstanbul goed gebruiken, terwijl de sultan zo zijn diplomatieke invloed kon vergroten. In de Ottomaanse grondwet van 1876 heette het: ‘De sultan is, in zijn hoedanigheid van kalief, de beschermer van de islamitische religie.’ Hij was niet het enige staatshoofd dat gelovigen in het buitenland steunde: Catharina de Grote van Rusland was ermee begonnen de orthodoxe christenen in het Nabije Oosten te ‘beschermen’ en latere tsaren bleven dat doen. Frankrijk nam de katholieken aldaar onder zijn hoede. Het Ottomaanse rijk had echter nauwelijks een marine, dus van daadwerkelijk beschermen kwam niet veel terecht. In Nederlands-Indië waren er huizen waar naast een foto van Koningin Wilhelmina een portret van de Turkse sultan (Soeltan Radja Roem) aan de wand prijkte.
Atatürk schafte in het kader van zijn modernisering van Turkije in 1922 eerst het sultanaat af, twee jaar later ook het geheel uitgeholde kalifaat.
.
Pogingen het kalifaat te doen herleven (1924–2016)
Pogingen om het kalifaat te doen herleven zijn armzalig en ongeloofwaardig gebleven. Husayn ibn ‘Alī, de sharif van Mekka, die zich in 1924 tot kalief uitriep, werd afgezet door de Wahhabieten. De Egyptische Koning Fārūq was graag kalief geworden, maar hij maakte weinig kans en werd in 1952 afgezet. In 1984 noemde al-Numayrī in Soedan zich ‘kalief Gods op aarde’; de Afghaanse Taliban-Molla Muhammad ‘Umar (1996–2001) gebruikte de kaliefentitel ‘vorst der gelovigen’, en ook Duitsland had zijn kalief: de asielzoeker Metin Kaplan, kalief van Keulen. Hij werd in 2004 wegens aanzetten tot moord op een ‘tegenkalief’ uitgeleverd aan Turkije, waar hij levenslang kreeg. In dit knullige gezelschap heeft nu de nieuwste kalief zich begeven, Ibrāhīm ‘Awwād Ibrāhīm (Fallūdja 1971— ), alias Abū Bakr al-Baghdādī, de leider van de Islamic State/al-Dawla al-Islāmīya in Syrië en Irak. Omdat een kalief volgens traditioneel-soennitische opvatting een Arabier uit de stam Quraysh behoort te zijn heeft hij zijn stamboom al bijgewerkt: hij noemt zich nu o.a. al-Husaynī al-Qurashī. Ook geen frisse jongen. 

NOTEN
1. Ibn Mādja, Djanā’iz 27.
2. Muqātil ibn Sulaymān, Tafsīr iii, 498–9, bij Koran 33:40.
3. Ibn Ishaq, Sīra, uitg. Wüstenfeld, 1013–1018; vert. Guilaume, 683–687.
4. Misschien heeft al-Hadjdjādj, de Umayyadische stadhouder in Irak vanaf 694, in een toespraak als eerste het aantal vier gebruikt in verband met de rechtgeleide kaliefen (al-khulafā’ al-rashīdūn al-muhtadūn al-mahdīyūn), hoewel hij (opzettelijk?) vaag bleef over de vraag, wie hij precies bedoelde. (Ibn ‘Abd Rabbihī, al-‘Iqd al-farīd, iv, 122).
5. Lange tijd was d’Ohsson, Tableau voor de Europeanen een belangrijke bron van informatie over het Ottomaanse Rijk. Hij heeft blijkbaar veel misverstanden over het kalifaat in Europa verbreid. Khalīfa en imām vertaalde hij consequent met pontife, dus ‘opperpriester, paus’; de kaliefentroon heet bij hem siège pontifical. Maar daarin zal hij niet de eerste geweest zijn. Het verhaal over de overdracht van het kalifaat is wél voor het eerst door hem in omloop gebracht, o.c. i, 269–70.

BIBLIOGRAFIE NIET AF@
– Arnold@@
– P. Crone und M. Hinds, God’s Caliph. Religious Authority in the First Centuries of Islam, Cambridge 1986.
– Ibn ‘Abd Rabbihī, al-‘Iqd al-farīd @@@
– [Ibn Isḥaq, Sīra] in: Das Leben Muhammed’s nach Muhammed Ibn Ishâk bearbeitet von Abd el-Malik Ibn Hischâm, […] uitg. F. Wüstenfeld, 3 dln., Göttingen 1858–60. In Engelse vertaling: A. Guilaume, The Life of Muhammad, A Translation of Isḥāq’s (zo!) Sīrat Rasūl Allāh, Oxford 1955.
– G. Lecomte, ‘Saḳīfa,’ in EI2.
– M. Lecker, ‘Ṣiffīn,’ in EI2.
– Muqātil ibn Sulaymān, Tafsīr, 5 dln., uitg. A. M. Shiḥāṭa, Cairo 1979.
– I.M. d’Ohsson, Tableau Général de l’Empire Othoman, 7 dln., Parijs 1788-1824.

Diakritische tekens: Fāṭimiden, Zayd ibn Ḥāritha, ʿulamāʾ, nāʾib allāh fī al-arḍ, Abū Bakr al-ṣiddīq, ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb,ʿĀlī ibn abī Ṭālib, Isḥāq, Nūḥ, anṣār, Ḥusayn ibn ʿAlī, al-Ḥadjdjādj, Ibn Isḥaq, Saḳīfa, Ṣiffīn

Terug naar Inhoud

Ibrahim: kalief en vakgenoot?

KaliefIbrahimDe wereld is een kalief rijker. Hij heet Ibrahim, maar is meer bekend als Abu Bakr al-Baghdadi, de leider van ISIS, dat sinds enkele dagen in het Engels The Islamic State heet.
.
ISISfahneDe nieuwe kalief zou aan de universiteit van Baghdad Islamitische Studies (inclusief arabistiek) hebben gestudeerd en zelfs een doctorstitel hebben behaald. Ik betwijfel echter dat de man een groot geleerde is. Een studie islamwetenschap, zo weet ik uit eigen ervaring, qualificeert niet voor rebellenleider, en omgekeerd ook niet. De leus in hanenpoten onderaan zijn dreigende zwarte vlag is niet gangbaar: Allāh rasūl Muhammad, wat moet dat betekenen? “God is de boodschapper van Mohammed?” Een rare tekst, waar een islamwetenschapper niet zomaar op zou komen. Als éen van U weet wat daarmee bedoeld is, schrijf a.u.b. een reactie. Een eventueel proefschrift moet te achterhalen zijn, maar te vrezen is dat het een fraudeur is. Irak is echter niet een land waar je vanwege academisch bedrog hoeft af te treden. Integendeel, hij heeft de vlucht naar voren ingeslagen en zich tot kalief benoemd. Of laten benoemen, maar dat komt op hetzelfde neer. En dat is naïef en toont pas goed dat hij geen vakman is en zich in verkeerd gezelschap begeeft.
.
Het kalifaat is na een eeuwenlange doodsstrijd in 1924 ten grave gedragen door Atatürk, wat toen in een aantal islamitische landen een storm van verontrusting veroorzaakte. Pogingen om het te doen herleven zijn echter zeer mager en ongeloofwaardig gebleven. Husayn ibn ‘Alī, de sharīf van Mekka, die zich in 1924 tot kalief uitriep, werd afgezet door de Wahhabieten. De Egyptische Koning Fārūq was graag kalief geworden, maar hij maakte weinig kans en werd in 1952 afgezet. In 1984 noemde al-Numayrī in Soedan zich ‘kalief Gods op aarde’; de Afghaanse Tālibān-Molla Muhammad ‘Umar (1996–2001) ‘vorst der gelovigen’, en ook Duitsland had zijn kalief: de asielzoeker Metin Kaplan, kalief van Keulen. Hij werd in 2004 wegens aanzetten tot moord op een ‘tegenkalief’ uitgeleverd aan Turkije, waar hij levenslang kreeg.
In dat louche gezelschap begeeft zich nu ook Ibrāhīm; evenmin een frisse jongen. Als ik hem was zou ik maar gauw aan mijn stamboom gaan werken, want een kalief behoort volgens traditioneel-soennitische opvatting een Arabier uit de stam Quraysh te zijn.
De kalief draagt overigens een prachtig horloge. Of zou het nep zijn, een goedkope kopie uit een bazar?

Wat is een kalief eigenlijk? Een historisch overzichtsartikel staat hier.

P.S. 13 oktober 2014: Al in August blijkt de kalief over zich te hebben verspreid dat hij een afstammeling van Husayn, de kleinzoon van de profeet is. Hij noemt zich al-Husayni al-Qurashi, dus alles kits. Niemand zal het ooit willen controleren.

9 december 2014: zie nu ook dit artikel in Newsweek.

Terug naar Inhoud