Begeleiding afgeschaft

Misschien hebt U ook het wereldwijd verspreide berichtje gelezen, dat ik hier van het Belgische Skynet citeer:

  • Saoediër moet wegens onbegeleide stewardess het vliegtuig uit
    (Belga) Een streng gelovige moslim heeft in Saoedi-Arabië een vliegtuig moeten verlaten, omdat hij niet met onbegeleide vrouwen in het toestel wilde zitten. Terwijl een stewardess de veiligheidsvoorschriften toelichtte, begon de Saoedi van zijn oren te maken omdat ze zonder mannelijke begeleider aan boord was. Volgens de Saoedische krant Okaz van dinsdag zei de passagier: ‘Ik wil niet dat dit vliegtuig opstijgt vooraleer alle vrouwen die zonder een mannelijk familielid reizen zijn uitgestapt’. Volgens het in Saoedi-Arabië geldende islamitisch recht moeten vrouwen onder begeleiding van hun echtgenoot of een mannelijk familielid reizen. Een schriftgeleerde, die koning Abdullah adviseert, heeft vliegreizen echter van die verbodsmaatregel uitgesloten, zolang een familielid de vrouw op de plaats van bestemming afhaalt. De luchtvaartmaatschappij volgde het argument van de boze passagier niet. Hij en zijn zoon werden door veiligheidsagenten met geweld verwijderd uit het toestel, dat dan met twee uur vertraging van Jeddah naar Dammam vloog. (KAV)

Het is niet mijn gewoonte hier berichten uit het gemengde nieuws op te nemen, en zeker niet als de bedoeling van de publicatie is, bij de lezer een ‘Tsss, het is toch wat!’ teweeg te brengen. De lezers zullen half gelachen, half gegriezeld hebben om weer zo’n halve gare moslim, wat vaak de bedoeling is van zulke artikeltjes.

Mij boeide het berichtje juist omdat het weer eens laat zien hoe makkelijk de Saoedische versie van de Sharia buiten werking gesteld wordt als dat gelegen komt.
De boze passagier had in het licht van de Saoedische Sharia gezien namelijk volkomen gelijk: vrouwen mogen niet reizen zonder de begeleiding van een mannelijk familielid, en dat wordt in het koninkrijk behoorlijk serieus genomen. Het bestaan van onbegeleide stewardessen is dus theoretisch onmogelijk. Toch zijn ze te vinden bij zowel Saudi Arabian Airlines als Nas Air, en niet alleen buitenlandse. Eventueel aangemoedigd door de koning zal de betreffende mufti gedacht hebben: stewardessen laten begeleiden is niet praktisch in zo’n vliegtuig, dus dat doen we niet.

Bij het autorijden zit een vrouw vaak alleen met een niet-verwante mannelijke chauffeur in een auto, wat eveneens tegen de regels is. Zolang vrouwen niet zelf mogen rijden zit er echter niets anders op. Een kleine tegemoetkoming aan de zedelijkheid (en zelfs aan de verkeersveiligheid) is dan het verwijderen van de binnenspiegel: dan kan de chauffeur niet flirten met de dame achterin.

Ruim een eeuw geleden viel het verbod op afbeeldingen van levende wezens. De fotografie drong toen net door in de Arabische wereld en die was veel te verleidelijk om te verbieden. Sindsdien staan ook de vroomste predikers op de kiek.

Het is zonder twijfel na te slaan, welke spitsvondige argumenten of drogredenen telkens gebruikt zijn om oude, islamitisch geïnspireerde regels te ontkrachten, maar dat is niet eens zo belangrijk. Hoofdzaak is dat de afschaffing van zulke regels ook in Saoedi-Arabië blijkbaar snel en pijnloos mogelijk is, en dat biedt hoop op een toenemende modernisering van dat nog altijd starre land.

Terug naar Inhoud

Dhimmi (korte definitie)

Een dhimmī was in de vroege islamitische staten een aanhanger van de joodse of christelijke religie, later ook: van iedere andere religie, die de bescherming (dhimma) van de staat en vrijheid van militaire dienst genoot, in ruil voor betaling van een hoofdelijke belasting (djizya).

In het huidige Nederlands komt het woord zo vaak voor dat het bijna Nederlands is geworden. De schrijfster Bat Ye’or heeft het woord nieuw leven ingeblazen voor haar virulente anti-islambetoog, dat in Nederland grif aftrek heeft gevonden. Zij heeft ook het Engelse woord dhimmitude uitgevonden, het dhimmī-zijn of het zich als zodanig gedragen, een bezigheid die zij graag toeschrijft aan regeerders van Europese staten, die bij voorbaat al capituleren voor het kalifaat, de Eurabische islamstaat die volgens haar binnenkort op Europees grondgebied zal ontstaan. Behalve voor blinden is hiervan echter niets te zien; er is geen werkelijkheid die met deze fantasieën overeenkomt.
In de negentiende en twintigste eeuw is het dhimma-deel van de sharia-wetgeving in de islamitische wereld niet toegepast. Hoe het daarvoor was, en wanneer het precies in onbruik raakte zou ik moeten naslaan. In de huidige islamitische wereld is het begrip dhimmī volkomen verouderd. Christenen en joden betalen nergens hoofdelijke belasting, dragen geen onderscheidende kleding en moeten wél in dienst. Hoogstens zijn er enkele halve gare *salafisten die de term dhimmī weer zouden willen invoeren. Niets dan grootheidswaan is dat, want het vooronderstelt de aanwezigheid van een sterke islamitische staat, en die is nergens te bekennen.

Dat neemt niet weg dat in vele islamitische omgevingen christenen en joden als tweederangs burgers worden beschouwd, die vaak ook flink gekoejeneerd of weggepest worden. Dat is nu eenmaal het lot van minderheden; dat hoef ik Nederlanders niet uit te leggen. Met het begrip dhimma of dhimmī heeft dat niets te maken.

NASCHRIFT 20 maart 2015: In Daesh (Islamic State) is het begrip dhimmī weer ingevoerd. Christenen en joden, voor zover nog in leven, moeten nu weer hoofdelijke belasting betalen, zie hier.

Terug naar Inhoud

Sharia: korte definitie

Sharia (Arabisch sharīʿa  شريعة) is: het geheel van alle religieuze en juridische normen, mechanismen om die normen te vinden en interpretatieregels van de islam. Dus bij voorbeeld de voorschriften over het gebed, de vasten, het verbod op bepaalde spijzen en dranken, de bedevaart naar Mekka, maar ook verdrags-, familie- en erfrecht en een beetje strafrecht.1 De sharia is omvattender dan Europees recht: ook geloofsleer, ethiek en goede manieren vallen eronder. Het is een plichtenleer, die alle betrekkingen tussen mens en God én tussen de mensen onderling regelt.

  • In het Oudarabisch betekende sharīʿa ‘open plek aan de oever van een plas of stroom waar de dieren komen drinken’. Veel beschouwingen over de sharia willen die drinkplaats er op een of andere manier in hebben. Dan vind je vertalingen als: ‘weg naar de drinkplaats’ en daar denkt men waarschijnlijk allerlei stichtelijks bij. Dat is niet zinvol. Wat het woord in de Oudarabische poëzie betekende is niet van belang. De huidige betekenis van sharia is in de islam pas betrekkelijk laat gangbaar geworden. In de hele Hadith-literatuur komt het woord slechts één maal in de relevante betekenis voor.

De vertaling van sharia als ‘Islamitische wet’ is fout. Die komt denk ik uit het Engels: ‘Islamic law’. Het Engelse ‘law’ betekent zowel wet als recht. De vertaling ‘islamitisch recht’ is beter, maar is alleen juist als het woord eng wordt opgevat en het inderdaad over recht gaat. Want zoals boven al vermeld: de sharia is méér dan recht: ethiek en geloofsleer zijn er ook in begrepen. Het beste kan het woord onvertaald blijven.

De sharia is niet een gecodificeerde wet. Het is geen boek dat iemand eens en voor altijd neergeschreven heeft en dat opengeslagen kan worden. ‘De sharia zegt …?’ ‘Wat staat er in de sharia?’ ‘Wie heeft de sharia geschreven?’ zijn dus zinloze vragen. De sharia zegt niets, maar moet telkens worden gevonden, in de jurisprudentie en in de rechtsbronnen (koran en hadith). Zij is dus flexibel, al nemen rechtsgeleerden maar al te vaak genoegen met wat hun collega’s van vroeger al hadden gevonden. Dat hoeft echter niet zo te zijn. De omvang, de grote verscheidenheid van de rechtsbronnen en hun vatbaarheid voor verschillende interpretaties maken vernieuwing mogelijk. 

De vraag of men de ouden moet navolgen of over bepaalde onderwerpen opnieuw zelfstandig moet nadenken is sinds een eeuw hét punt van discussie in de hele islamitische wereld. Die discussie wordt echter vertraagd door 1. het optreden van salafisten, ISIS, enzovoort; 2. het voortdurende hitsen van hun bondgenoten: de islamhaters en -foben.

De sharia was overigens nooit ergens het enig geldende recht. Daartoe zou zij ook niet geschikt zijn.

Noot
1. M. Rohe, Das islamische Recht, Geschichte und  Gegenwart, München 2009, 2e uitg., blz. 9.

Terug naar Inhoud

De ‘afzondering van de vrouw’ (hidjab)

De gewoonte om vrouwen een aparte ruimte in tent of huis te geven, waar vreemde mannen niet binnen mogen, bestond in Arabië al voor de Islam. Wanneer een dame haar eigen ruimte verliet deed zij dat idealiter in een van gordijntjes voorziene draagstoel op een kameel of met een alles bedekkend gewaad om zich heen. Deze laatste twee uitvindingen zou je kunnen zien als beweegbare vrouwenvertrekken. Voor vrouwen van lagere stand en slavinnen luisterde het minder nauw.
In de Islam is het afzonderen van de vrouw een instituut geworden. Behalve op de hadith is het gebaseerd op een klein aantal koranverzen, waarvan verschillende interpretaties mogelijk zijn. Eén van die verzen is het “Vers van de Afzondering (ḥidjāb)” (Koran 33:53), dat de gedragsregels bij een bezoek aan de woningen van de profeet regelt. De relevante woorden zijn:

  • Als jullie hen [de vrouwen van de profeet] iets vraagt, vraagt dat dan van achter een afscheiding, dat is reiner voor jullie harten en voor hun harten.

Geen direct contact met de vrouwen van de profeet dus; over andere vrouwen wordt niet gesproken. Hoe die afscheiding eruit zag wordt ook niet uitgelegd; voor de eerste hoorders van het vers zal het duidelijk geweest zijn.

De eeuwenoude islamitische koranuitlegging vertelt vaak met welke aanleiding, bij welke gelegenheid een bepaald koranvers geopenbaard is (sabab al-nuzūl, ‘aanleiding tot de openbaring’). Bij sommige verzen bestaat er meer dan één verhaal over de aanleiding.
Het bekendste verhaal bij Koran 33:53 vertelt hoe feestgangers bij een van de bruiloften van de profeet wat hinderlijk aanwezig waren in zijn privésfeer en na de feestmaaltijd niet weg wilden gaan toen hij aan zijn huwelijksnacht wilde beginnen. Dat heeft vooral betrekking op het hierboven niet geciteerde deel van het koranvers.
Maar er zijn van dit vers nog drie andere “aanleidingen” in omloop, alle uit de negende eeuw. Eén zo’n verhaaltje luidt:

  • De profeet was aan het eten met een paar van zijn gezellen. De hand van één van hen raakte die van [zijn vrouw] Aisha aan. Dat vond de profeet niet prettig en daarop werd het “Vers van de Afzondering ” geopenbaard.1

In een ander verhaal neemt de latere kalief ‘Umar het initiatief:

  • ‘Umar vertelde: Ik zei: “Profeet, jan en alleman loopt maar bij uw vrouwen in en uit; als u hen eens opdroeg, zich af te zonderen?” En daarop werd het “Vers van de Afzondering” geopenbaard.2

In een derde verhaal, dat door Aisha wordt verteld, speelt ‘Umar ook de hoofdrol:

  • De vrouwen van de profeet waren gewoon ’s avonds hun behoefte te gaan doen op rustige plekken met veel frisse lucht. ʿUmar had al tegen de profeet gezegd dat hij zijn vrouwen moest afzonderen, maar die had dat niet gedaan. Dus op een avond ging Sawda, de vrouw van de profeet, naar buiten—het was een lange vrouw—en ʿUmar riep haar toe zo hard hij kon: “We hebben je wel herkend hoor Sawda!” uit verlangen dat God [het Vers van] de Afzondering zou openbaren. Toen openbaarde God [het Vers van] de Afzondering.3

ʿUmar liep daar buiten dus op provocerende wijze opdringerig te doen. Hij was behoorlijk trots op zijn initatief:

  • God en ik waren het eens op drie punten, …4

en dan worden er drie koranverzen genoemd die op ʿUmars instigatie zouden zijn geopenbaard, waaronder dat van de Afzondering.

Secundair is een verhaal dat het motief van Sawda’s gang naar het privaat nogmaals gebruikt.

  • Van Aisha: Sawda ging eens naar buiten om haar behoefte te doen, toen de afzondering al verplicht was gesteld. Sawda was een grote vrouw die een stuk boven de andere vrouwen uitstak. ‘Umar kreeg haar in de gaten en riep: “Hé Sawda, we hebben je heus wel gezien hoor! Kijk toch eens hoe je daar loopt!”
    Zij liep gauw weg en ging terug naar de profeet, die net aan het avondeten zat. Ze vertelde hem wat er gebeurd was en wat ʿUmar tegen haar gezegd had. Toen kwam het zweet in zijn handen en ontving hij een ingeving, met het zweet in zijn handen, namelijk: “Het is jullie toegestaan naar buiten te gaan om je behoefte te doen.” 5

Blijkbaar waren er moslims die vonden dat vrouwen helemaal niet uit mochten gaan; niet om hun behoefte te doen en niet naar de moskee (daarover bestaan vele andere teksten). De laatste tekst hierboven, met het wat onhandig vertelde slot, probeert met profetisch, ja bijna goddelijk gezag door te drukken dat vrouwen wél naar buiten mogen om hun behoefte te doen. De profeet raakt bezweet, zoals dikwijls wanneer hij een openbaring krijgt. Er komt ook iets, alleen is het geen openbaring, geen koranvers maar een ‘ingeving’, die hier brutaalweg wordt voorgesteld als net zo bindend als een koranvers.

Over het verschil in houding tussen de Profeet en ‘Umar, zie de aparte bijdrage.

Noten:
1. Al-Ṭabarī, Tafsīr bij het vers:

حدثني يعقوب، قال ثنا هشيم، عن ليث، عن مجاهد: أن رسول الله ص كان يطعم ومعه بعض أصحابه، فأصابت يد رجل منهم يد عائشة، فكره ذلك رسول الله ص، فنزلت آية الحجاب.

2. Al-Ṭabarī, Tafsīr bij het vers:

حدثنا ابن بشار، قال ثنا ابن أبي عدي، عن حميد، عن أنس بن مالك، قال: فال عمر بن الخطاب: ” قلت لرسول الله ص: لو حجبت عن أمهات المؤمنين، فإنه يدخل عليك البرّ والفاجر، فنرلت آية الحجاب.”

3. Muslim, Salām 18:

حدثنا عبد الملك بن شعيب بن الليث حدثني أبي عن جدي حدثني عقيل بن خالد عن ابن شهاب عنعروة بن الزبير عن عائشة أن أزواج رسول الله ص كن يخرجن بالليل إذا تبرزن إلى المناصع وهو صعيد أفيح وكان عمر بن الخطاب يقول لرسول الله ص احجب نساءك فلم يكن رسول الله ص يفعل فخرجت سودة بنت زمعة زوج النبي ص ليلة من الليالي عشاء وكانت امرأة طويلة فناداها عمر ألا قد عرفناك يا سودة حرصا على أن ينزل الحجاب قالت عائشة فأنزل الله عز وجل الحجاب.

4. Al-Bukhārī, Tafsīr al-qurʾān 2, 9:  وافقت الله في ثلاث أو: وافقني ربّي في ثلاث باب واتخذوا من مقام إبراهيم مصلى …/ مثابة K. 2:125

يثوبون يرجعون
حدثنا مسدد عن يحيى بن سعيد عن حميد عن أنس قال قال عمر: وافقت الله في ثلاث أو وافقني ربي في ثلاث. قلت يا رسول الله لو اتخذت مقام إبراهيم مصلى. وقلت يا رسول الله يدخل عليك البر والفاجر فلو أمرت أمهات المؤمنين بالحجاب فأنزل الله آية الحجاب. قال وبلغني معاتبة النبي ص بعض نسائه فدخلت عليهن قلت إن انتهيتن أو ليبدلن الله رسوله ص خيرا منكن حتى أتيت إحدى نسائه قالت يا عمر أما في رسول الله ص ما يعظ نساءه حتى تعظهن أنت فأنزل الله عسى ربه إن طلقكن أن يبدله أزواجا خيرا منكن مسلمات K. 66:5 الآية وقال ابن أبي مريم أخبرنا يحيى بن أيوب حدثني حميد سمعت أنسا عن عمر.

5. Al-Ṭabarī, Tafsīr bij het vers:

… عن آبن وكيع بن نمير، عن هشام بن عروة عن عروة عن عائشة أم المؤمنين: خرجت سودة لحاجتها بعد ما ضرب علينا الحجاب وكانت امرأة تفرع النساء طولاً فأبصرها عمر فناداها: يا سودة إنك واﷲ ما تخفين علينا فانظري كيف تخرجين أو كيف تصنعين فانكفأت فرجعت الى رسول اﷲ ص وإنّه ليتعشّى فأخبرته بما كانوما قال لها وان في يده لعرقا فأوحى إليه، ثم رفع عنه وان العرق لفي يده. فقال: لقد أذن لكن أن تخرجن لحاجتكن.

Terug naar Inhoud

Nep-fatwa

Wanneer een moslim een rechtsgeleerd advies (fatwa) nodig heeft kan hij zich tot een mufti wenden. Van bekende rechtsgeleerden worden de fatwa’s bewaard. Er zijn van hen echter ook als grap bedoelde nep-fatwa’s in dichtvorm overgeleverd, vaak over de liefde.
Een minnaar wordt soms voorgesteld als jager, maar het ‘wild,’ de geliefde, kon hem ook doden door pijlen af te schieten uit haar/zijn ogen: door blikken namelijk, die zoals bekend kunnen doden. Wanneer zo’n ‘liefde op het eerste gezicht’ tot de dood leidt, en dat is in de Arabische literatuur nooit uit te sluiten, zou je kunnen denken dat het eigenlijk doodslag is, of zelfs moord. Een mufti te vragen of er straf staat op zo’n dodelijke blik ligt dan voor de hand.
Dat heeft de dichter Ibn al-Rūmī (836–896) volgens een anecdote inderdaad gedaan. In dichtvorm zou hij aan Muhammed ibn Dāwūd (± 868–910) een fatwa over dit onderwerp hebben gevraagd:

  • Geef, Ibn Dāwūd, geleerde van Irak,
    een fatwa over dodende ogen:
    Wacht hen voor minnaarsmoord ooit wraak,
    of is hun bloeddorst te gedogen?

De rechtsgeleerde antwoordde per omgaande en eveneens in dichtvorm:

  • Een wrede vraag! Ik weet er antwoord op,
    maar geef het met betraande wangen:
    Op liefdeswurgmoord staat de strop
    waar dader en dode al in hangen!

Noot: Al-Daylamī, Kitāb ‘Atf al-alif al-ma’lūf ‘alā al-lām al-ma‘tūf, uitg. J.C. Vadet, Cairo 1962, 60–61. Uitgebreider in Al-Khatīb al-Baghdādī, Ta’rīkh Baghdād 14 dln., Cairo 1931, v, 257; al-Sarrāj, Masāri‘ al-‘ushshāq, Beirut 1958, ii, 119=213–14   komt nog

Diakritische tekens: Muḥammed ibn Dāwūd, Kitāb ʿAṭf al-alif al-maʾlūf ʿalā al-lām al-maʿṭūf, Al-Khaṭīb al-Baghdādī, Taʾrīkh Baghdād, Maṣāriʿ al-ʿushshāq

Terug naar Inhoud

Paradijs: wijn

Terwijl de koran volgens de gangbaar geworden interpretatie het drinken van wijn verbiedt is deze in het paradijs volop voorhanden. Er zijn daar rivieren van water, melk wijn en honing.1 Bij rivieren van wijn krijg je als sterveling even een associatie met foezel, maar nee, de vromen krijgen uit gesloten kruiken een superieure wijn met bijzondere eigenschappen aangeboden. ‘Hun wordt verzegelde, nobele wijn te drinken gegeven, waarvan het zegel muskus is […], bijgemengd uit Tasnīm, een bron waaruit degenen drinken die in [Gods] nabijheid zijn’.2 Elders wordt gesproken van een ‘zuivere drank’ en ‘[een drank] uit een bron, waarvan zij geen hoofdpijn krijgen en niet beneveld raken’.3
De wijn wordt aangereikt door altijd jong blijvende jongelingen; als je hen ziet denk je dat zij rondgestrooide parels zijn.4
Hoe kan wijn op aarde verboden zijn en in het paradijs geoorloofd? Op deze vraag heeft onder andere de rechtsgeleerde Muhammad ibn Dāwūd al-Isbahānī een antwoord: de wijn in het paradijs heeft duidelijk andere eigenschappen en is dus van een heel andere aard dan die op aarde. Of je daar een jurist voor nodig hebt? Het contrast tussen onze wereld en het paradijs is ook zo wel duidelijk, net als in de bijbel. Maar terwijl de bijbel opsomt welke narigheid daar níet is: ‘geen honger en geen dorst, geen hitte, geen tranen; geen dood, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn,’ 5 is de koran positiever en concentreert zich op wat er wél is: melk, honig, water, *houris, *fruit, gevogelte en kostbaar ingerichte *woningen. In het oude Arabië waren de meeste van deze zaken niet of alleen met veel moeite verkrijgbaar; de wijn was beroerd en zelfs aan melk en water schortte het vaak. De paradijsbewoners kunnen er volop en moeiteloos over beschikken.

NOTEN
1. Koran 47:15.
2. Koran 83:25–28.
3. Koran 56:18–19.
4. Koran 4 56:17; 76:19.
5. Openbaring 7:16–17; 21:4.

Meer lezen: Kathryn Kueny, ‘Wine,’ in EQ
J.D. MacAuliffe, ‘The Wines of Earth and Paradise. Qurʾānic proscriptions and promises,’ in: R.M. Savory and D.A. Agius (uitg.), Logos islamikos. Studia islamica in honorem Georgii Michaelis Wickens, Toronto 1984, 159–74.

Diakritische Zeichen: Muḥammad ibn Dāwūd al-Iṣbahānī

Naar Inhoud

Fatwa: korte definitie

Een fatwa (fatwā, mv. fatāwā فتوى، فتاوى) is een niet bindend geleerd advies op het gebied der Sharia. Een fatwa wordt gegeven door een mufti op aanvraag van rechters, particulieren en (in enkele, zich als islamitisch opvattende staten) ook van overheden. Sharia is islamitisch recht, maar ook méér dan recht: het gevraagde advies kan daarom ook op het gebied van ethiek, goede manieren en geloof liggen.

Wie zich niet persoonlijk tot een mufti (van de rechtsschool van zijn keus) wil wenden, kan ook fatwa-verzamelingen lezen van bekende shariageleerden uit vroegere of latere tijd, of via het internet ergens een fatwa zoeken; zie bij voorbeeld het portaal http://www.cyberfatwa.de.

Sinds de Rushdie-Affäre (1989) is het woord fatwa ook in West-Europa verbreid geraakt, maar het wordt vaak verkeerd begrepen. In de frase: ‘Een fatwa over iemand uitspreken’ klinkt het haast als een doodvonnis. Maar een fatwa is geen vonnis, laat staan een doodvonnis.

Terug naar Inhoud