Hadith en isnad: definities, startpunt

Een hadith (Arabisch ḥadīth, mv. aḥādīth حديث، أحاديث), ook wel genoemd ‘een Traditie’, is een veelal korte overlevering, die woorden van de profeet Mohammed meedeelt of vertelt over een handeling van hem. Ook zijn er hadithen die berichten over wat anderen in het bijzijn van de profeet gezegd of gedaan hebben zonder dat de profeet zijn commentaar gaf. Moslims interpreteren dat als stilzwijgende erkenning door de profeet.

Een hadith heeft meestal de vorm van een ooggetuigenverslag door een tijdgenoot, een ‘metgezel’ (sāhib, mv. ashāb) van de profeet. Hij bestaat uit twee delen: de isnad en de tekst (matn).

De isnad (Arabisch isnād اسناد) is de overleveringsketen waarin de namen van de mondelinge overleveraars van de hadith worden opgesomd. Kenmerkend is het steeds voorkomende woordje ‘an, ‘van’, ‘op gezag van’.1

Voorbeeld van een hadith:

  • Overleveringsketen (isnād): A heeft mij overgeleverd van (an) B, die het gehoord had van (‘anC: mijn vader heeft mij verteld:
    Tekst (matn): ‘De profeet verrichtte het gebed aan het graf na de begrafenis en sprak daarbij vier maal het Allāhu akbar uit.’

Niet door elkaar te halen:

  • De soenna (sunna) van de profeet is diens normatieve gedrag, een abstract begrip.
  • Hadithen zijn de teksten waarin de soenna is neergelegd.

Een hadith is dus één zo’n tekst; ‘de hadith’ staat ook wel samenvattend voor de hele hadith-literatuur, de verzamelde hadithen. Zoals bij voorbeeld hieronder, waar ik schrijf: Besproken onderwerpen uit de hadith.

De hadithen zijn na de koran de belangrijkste teksten van de islam. Des te verwonderlijker is het, dat ze zo zelden  bestudeerd worden. Mede daarom zal ik er in dit Leeswerk wat meer werk van maken.

NOOT
1. Overleveringsketens bestaan tegenwoordig ook nog en zijn niets bijzonders. Bij de Mainzer Beobachter lees ik bij voorbeeld: “Het volgende verhaal speelt eind 1945 (misschien begin 1946), en ik vertel het na zoals het mij is verteld door de conciërge van mijn middelbare school, die het op zijn beurt had van zijn vader, die het weer had gehoord van iemand die erbij was betrokken.” Dat is een isnad, maar niet een zeer waardevolle, want de schakels van de keten blijven vaag. Die conciërge en zijn vader zijn te achterhalen, maar de laatstgenoemde persoon is dat niet

INLEIDENDE LITERATUUR:
– G.H.A. Juynboll, ‘Hadith,’ in: Dictionary of the Middle Ages, New York 1982–89. Hier online: JuynbollHadith

Meer over hadith in het Leeswerk Arabisch:
Hadithcollecties. Hadithen opzoeken en citeren.
Waar gaan hadithen over?

– Islamitische hadiththeorie en -kritiek: De overleveringsketen (isnād). De inhouden (mutūn). ‘Islam is alleen de koran.’
– Niet-islamitische hadiththeorie en -kritiek: De onstaansgeschiedenis van de hadith. De inhouden (mutūn). De overleveringsketen (isnād): De isnad als vertelling.  Ibn Ishāqs onaffe isnads. Datering van hadithen. De Common-Link-Theorie.
– Besproken onderwerpen uit de hadith:
 De profeet als herder. Mohammed en Aisja: getrouwd met een kind? Mohammed, ezelrijder of kameelrijder? De muildieren van de profeet. Katten, honden en de profeet. Het lachen van de profeet. Het tandenstokje (siwak) van de profeet (lang artikel in het Engels). Ibrahim, de zoon van de profeet. Koptische Mariya. Besmetting of predestinatie?  De bestraffing in het graf. Ibn Sayyad (artikel in het Engels). Raar mannetje sloopt de Ka‘ba: Dhu as-Suwayqatain. De Negus van Abessinië (verwijst naar Eng. artikel). De Antichrist op het eiland. Het sperma van de vrouw. Umar en de profeet. Zonsverduistering.
Bovendien kunt U hadith als zoekwoord in het zoekvenster in de rechterkolom intypen.

Terug naar Inhoud

Moderne islamitische biografieën van Mohammed

De auteurs van de oudste biografieën van de profeet (sira: de oudste bronnen) waren uiteraard islamitische auteurs geweest, en de beoefening van het genre was nog eeuwen doorgegaan. Toenemende Europese invloed aan het eind van de negentiende eeuw leidde in de islamitische wereld tot de geleidelijke invoering van literaire biografieën in modern-Europese trant. Tot de kenmerken daarvan behoorden de weergave van het beschreven leven in een doorlopend verhaal, terwijl de oude werken veeleer verzamelingen van vertelfragmenten waren geweest. In moderne biografiën behoorde het tot de goede toon, ook een beoordeling van de behandelde persoon te geven en ook dat namen de moslims over. De europese historische kritiek, die vaak een arrogante of zelfs hatelijke toon aansloeg ten opzichte van islamitisch geloofsgoed, gaf moslims bovendien aanleiding in hun biografiën de profeet te verdedigen en meer respect voor hem te verlangen.
Er verschenen vele moderne werken, onder welke de meest geleerde wellicht zijn die door Sir Sayyid Ahmad → Khan (1817–98), Muhammad → Hamidullah (1908–2002), Martin → Lings (1909–2005), Abdul Hameed Siddiqui en Hishām Dju‘ayt (1935–). Een minder geleerd, maar onder moslims wel hoog aangeschreven werk is dat van → Mubārakpūrī (1942–). Er bestaan ook Arabische literaire werken waarin de profetenbiografie herschreven of verwerkt wordt, door auteurs als Muḥammad Husayn → Haykal (1888–1956), Tāhā → Husayn (1889–1973), Tawfīq → al-Hakīm (1898–1987), ‘Abbās Mahmūd → al-‘Aqqād (1889–1964) and Nagieb → Mahfoez (1911–2006); nog afgezien van talloze populaire en stichtelijke werkjes. Van de Europese oriëntalistische werken namen moderne islamitische biografen veelal het chronologische raamwerk over, terwijl zij moderne literaire biografieën volgden in hun herschepping van de fragmentarische oude teksten tot langere, coherente verhalen, en in hun neiging een schets en beoordeling van het karakter van de profeet te geven. Met uitzondering misschien van Mahfoez hebben zij alles weggelaten wat eventueel twijfel of negatieve gevoelens te weeg zou brengen en hebben zij aldus weinig ruimte gelaten voor de menselijke, soms al te menselijke trekken van de profeet. Zo bangelijk waren de oudste sīra-werken niet geweest.

Biografie en fiqh
Uit islamitisch oogpunt is de sunna (soenna) van de profeet niet alleen te vinden in de hadith-literatuur, maar ook in de sīra. Wel wordt de hadith als de betere bron beschouwd, omdat daar zorg is gedragen voor controle van de bronnen middels overleveringsketens (isnad). Men heeft heel wat sira-materiaal als het ware upgraded en voor de toekomst gered door het in de hadith-verzamelingen onder te brengen. Vaak is het dan wat verkort en toegesneden op de behoeften van de juristen.
In hoeverre de biografie bruikbaar is voor de islamitische fiqh en geloofsleer was onder andere besproken door Ibn Taymīya (1263–1328), die op het standpunt stond dat veel van het biografische materiaal voor het recht niet als argument bruikbaar is, tenzij het onderwerp van groot belang is en de tekst met meerdere overleveringsketens wordt overgeleverd. In zijn geest zijn er in onze tijd boeken verschenen met de titel Fiqh as-sīra, die niet veel meer doen dan de oude bronnen nog eens af te drukken voorzover zij correct zijn overgeleverd, en met stichtelijke gedachten te omspelen (→ Albānī, Ghaḍbān).

Bibliografie:
– ʿAbbās Maḥmūd al-ʿAqqād, ʿAbqarīyat Muḥammad, Cairo 1941.
– Muḥammad Nāṣir al-Dīn al-Albānī, Fiqh al-sīra, bewerkt door Muḥammad al-Ghazālī, Cairo 19888.
– Hishām Djuʿayṭ, Fī al-sīra al-nabawīya, Beirut, 2 vols, 2001, 2007.
– Munīr Muḥammad al-Ghaḍbān, Fiqh al-sīra al-nabawīya, Cairo 1997.
– Tawfīq al-Ḥakīm, Muḥammad, Cairo 1936.
– Muhammad Hamidullah, Muhammad Rasulullah: A concise survey of the life and work of the founder of Islam, Hyderabad 1974.
– idem, Le prophète de l’Islam. 1. Sa vie, 2. Son œuvre, Paris 1959.
– idem, Battlefields of the Prophet Muhammad, Hyderabad 19732.
– idem, The prophet of Islam: Prophet of migration, n.p. 1989.
– idem, The Prophet’s establishing a state and his succession, Islamabad 1988
– Muḥammad Ḥusayn Haykal, Ḥayāt Muḥammad, Cairo 1933 (The life of Muḥammad, vert. Ismāʿīl Rādjī A. al-Fārūqī, [Chicago] 1976).
– Ṭāhā Ḥusayn, ʿAla hāmish as­-sīra, Cairo 1933.
– Sir Sayyid Ahmad Khan, A Series of essays on the life of Muhammad and subjects subsidiary thereto, London 1870.
– Martin Lings, Muhammad. His life based on the earliest sources, London 19832, herziene uitg. Cambridge 1991.
– Nadjīb Maḥfūz, Awlād ḥāratinā, Beirut 1967.
– Mubarakpuri, Safi-ur Rahman al-, Biografie van de Profeet Mohammed (oorspr. titel Al-raḥīq al-makhtūm), vert. H. Bennebas, Uitg. Noer, Rotterdam, z.j.
– Abdul Hameed Siddiqui, The life of Muhammad (PBUH), Lahore 1969, 199310.
– Antonie Wessels, A modern biografie of Muḥammad. A critical study of Muḥammad Ḥusayn Haykal’s “Ḥayāt Muḥammad, Leiden 1972.
– idem, ‘Modern biographies of the life of the Prophet Muhammad in Arabic,’ Islamic Culture 49 (1975), 99-105.

Terug naar Inhoud

Islam

Wat is (de) islam?
Die vraag is mij een paar maten te groot; zeker een theologisch of een religieus antwoord vanuit eigen ervaring kan ik niet geven. Ik kan hoogstens een beetje krabbelen aan de buitenkant. Mijn mini-definitie: het is een monotheïstische godsdienst van het westerse type, verwant met christendom en jodendom, waarin als heilige schrift de Koran centraal staat, die volgens de aanhangers door de ene God aan zijn profeet Mohammed is geopenbaard.

Wat betekent het woord ‘islam’?
Islām is de onbepaalde wijs van het werkwoord aslama, dat vanouds ‘zich onderwerpen, overgeven’ betekent. Islām is dan ‘overgave,’ d.w.z. aan God; zich voegen naar Gods wil’. Muslim is het tegenwoordig deelwoord van hetzelfde werkwoord. Het betekent dus: ‘zich overgevend’. Zoals ieder adjectief kan het gesubstantiveerd worden: ‘iemand, die zich overgeeft …’ enz.
Uiteraard betekent aslama tegenwoordig ook en vooral: ‘moslim worden’. ‘Islam’ duidt ook de welbekende welbekende godsdienst aan, en ‘muslim’, of in de vernederlandste vorm: ‘moslim’ is een belijder of aanhanger daarvan.

  • Islām betekent niet ‘vrede’, zoals soms wordt gezegd. Silm en salām, van dezelfde Arabische wortel, betekenen ‘vrede’. Maar istilām betekent ‘ontvangst’, taslīm ‘overhandiging’, sullam ‘ladder, trap’ en sulāmā ‘vingerkootje’. Al die woorden hebben ook niets met islām te maken. Vrij spelen met de drie wortelmedeklinkers van een Arabisch woord is niet altijd zinvol.

 

Is de islam een godsdienst?
Ja, natuurlijk. Voor de Nederlanders nog even: Enkele mensen, zoals de fundamentalist Sayyid Quṭb (1906–1966), allerlei marxisten-leninisten vroeger en nu weer het Nederlandse kamerlid G. Wilders (1963–) hebben de islam een ideologie of zelfs een filosofie genoemd. Maar een zingevingssysteem waarin de hoofdrol wordt gespeeld door een almachtige god die de wereld geschapen heeft en aan de gang houdt, die vanuit de eeuwigheid een heilige schrift heeft geopenbaard, en nog vele bovennatuurlijke zaken meer, kun je met het volste recht een godsdienst noemen. Als dát geen godsdienst is, wat dan?

Islām in de koran KOMT NOG

Vanaf wanneer is er islām? KOMT NOG    Zie alvast Abd al-Malik  en De Rotskoepel in Jeruzalem


Islam as we know it?
Wat de Arabische veroveraars waren voordat zij moslim waren blijft nog onduidelijk.  De islam had aanvankelijk veel gemeen met het christendom en/of jodendom, maar op een dag kwam er die breuk. Hoe en wat precies weet nog niemand. Er is maar weinig serieus onderzoek naar. Met de resultaten zou je ook niemand blij kunnen maken.

De Umayyaden-kaliefen (661–750) hebben een islam ontworpen. Hun model heeft hen echter niet overleefd. In oppositiekringen, vooral in Iraq, in de studeerkamers van de ahl ­al­-hadīth of ahl as-­sunna wal-djamā‘a enz., later kortweg de ‘ulamā’ (enkelv. ‘ālim), ‘geleerden’ genoemd, werd er aan een nieuw islam-model gewerkt, waarin de sunna van de profeet een veel grotere rol zou spelen dan tevoren. Deze geleerden hebben in de achtste eeuw de quṣṣāṣ (‘vertellers’), de eerste soort islamitische intellectuelen, opgevolgd.

Onder de Abbasiden veroverden de ‘ulamā’ hun definitieve plaats in de maatschappelijke orde pas omstreeks 850. Ze waren daarvoor nog bijna terzijde geschoven tijdens de inquisitie, de miḥna. Het eerdere islam-model van de Umayyaden hebben zij sterk gekritiseerd en de geschiedschrijving daarover vertekend.

Dan ontstaat ‘de islam, zoals wij die kennen,’ zoals men vaak zegt: de mainstream soennitsiche islam die door ʿulamāʾ wordt gedomineerd, die naast de wereldlijke heersers een tweede macht vormden. Deze heeft het tot ver in de twintigste eeuw uitgehouden.
Een groteske oriëntalistische uitdrukking, ‘de islam, zoals wij die kennen,’ die dan ongeveer duizend jaar heeft beslagen. Alsof de islam al die eeuwen hetzelfde bleef; alsof wij hem kennen!

Vanaf ± 900 komt het Sufisme, de islamitische mystiek, erbij, dat tot ± 1900 sterk aanwezig is gebleven. Sindsdien aanzienlijk minder.

Vervolgens is er de ‘moderne islam’, die onder de invloed van het westen is ontstaan: van ± 1850 tot heden.  Het woord ‘modern’ lijkt misschien misplaatst, wanneer men denkt aan de strenge regels, de bedekkende kleding enzovoort, maar het is inderdaad een modernisering. Vooral het letterlijk nemen van oude teksten en het streng uitleggen van allerlei regels die door de eeuwen heen eerder speels werden gehanteerd is toe te schrijven aan de drang van vele moslims in de 19e en 20e eeuw, het toen oppermachtige ‘Westen’ te imiteren, dat immers gesteld was op werkbare en ondubbelzinnige waarheden. Daarbij hebben de moslims hun dubbele moraal verruild voor een simpele moraal met rechtlijnige waarheden. Het ‘Westen’ is achteraf niet gelukkig met deze geslaagde nabootsing, maar het moet niet zeuren. Voor de moslims is het veel erger.

Pas sinds kort lijkt het interpretatie-monopolie van de ‘ulamā’ te wankelen. Tegenwoordig luistert men ook naar figuren als Sayyid Qutb, Usāma ibn Lādin of allerlei anonieme internetmuftis, die nooit tot ‘ālim  (mv. ‘ulamā’) zijn opgeleid.

  • Wie is er ‘ālim  (mv. ‘ulamā’)? Theoretisch bestaat er in de islam geen instantie die bepaalt wie geleerd is en de schrift kan uitleggen en het recht zoeken. In de praktijk bestonden en bestaan er toch hoog aangeschreven inrichtingen die ‘erkende’ geleerden opleiden, bij voorbeeld de islamitische al-­Azhar universiteit in Cairo.

Hierboven zijn enige varianten van islam genoemd die na en naast elkaar bestaan hebben. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de regionale varianten, de shia en de andere richtingen.

De islam is overigens noch een mens, noch een rechtspersoon. Uitspraken die beginnen met: ‘De islam zegt…’ zijn dus niet zinvol, want de islam heeft geen mond. Er zijn moslims, die hebben monden en kunnen praten, maar die zeggen uiteraard niet allemaal hetzelfde.
‘De islam is …’ gaat ook niet. Maar al te vaak voeren dat soort zinnen in doodlopende sloppen als deze: Een aanvaller zegt: ‘De islam is een gewelddadige (vrouwvijandige, of wat dan ook) godsdienst.’ Een verdediger zegt: ‘Niet waar! De islam is juist heel vredelievend (goed voor vrouwen, of wat dan ook). Vaak slaan beide partijen elkaar met koranverzen om de oren, alsof daar te lezen zou staan wat de islam ‘is’. Aan zulk gepraat hebt U niets; dat kunt U beter aan de straat en de televisie overlaten.

Er is geen onveranderlijk ‘wezen van de islam’, laat staan dat het in de koran zou zijn vastgelegd. In verschillende perioden en uiteenlopende landen wordt door personen en groepen personen telkens opnieuw aan een islam vorm gegeven.

Diacritische tekens: Quṭb, quṣṣāṣ, miḥna

Zie ook Islamisering van de islam.      Terug naar Inhoud.

Terugwerkende kracht: Umar en de profeet

Hoe komt het dat de profeet Mohammed en de latere kalief ‘Umar (634-644), over  de afzondering van de vrouw en vele andere juridische en ethische problemen, zulke uiteenlopende meningen hadden?
Mijn antwoord is: dat meningsverschil hadden zij pas 150-200 jaar na hun dood!
Toen de Arabieren in de 7e eeuw grote delen van Voor-Azië en Afrika veroverd hadden kregen zij behoefte aan rechtspraak. De veroverde volkeren hielden eerst gewoon hun eigen rechtspraak; daar bemoeiden zij zich niet mee. Er werden echter mondjesmaat rechters aangesteld, die onder de Arabische minderheid recht spraken en tegelijk ook zaken regelden tussen Arabieren en overheersten. Dit waren vaak slecht betaalde mensen die bijklusten in de handel of ook als ‘verteller’ (qāss). Het waren de eerste intellectuelen van de nieuwe religieuze beweging, die goed bekend waren met de koranteksten, het leven van de profeet en ook met de overleveringen van joden en christenen, die zij in hun verhalen vervlochten. Als vertellers en koranuitleggers kregen zij vrijdags na het gebed het woord in de moskee. Recht spraken zij op basis van de koran en hun gezonde verstand. Oudere koranuitlegging of jurisprudentie bestond immers nog niet.
Honderd jaar later was er wel iets veranderd. In Baghdad was er een nieuwe hoofdstad gesticht en de Abbasidische kaliefen deden hun best om eenheid te scheppen in hun enorme rijk. In het islamitische recht was het gezag en de praktijk van bepaalde gezaghebbende personen uit het verleden belangrijk geworden. Er bestond in het rijk aanvankelijk geen uniform recht; de verschillende stedelijke centra hadden alle hun eigen opvattingen en jurisprudentie. In die steden leefden nog herinneringen aan en overleveringen van vroegere rechtsgeleerden, en bovendien beriep men zich op religieuze autoriteiten uit het verleden. In Medina was dat bij voorbeeld ‘Umar, in de Iraakse stad Kūfa was het ‘Alī. Was het nu de werkelijke ‘Umar, de echte ‘Alī die daar werd nagevolgd? Natuurlijk niet; het betrof een teruggeprojecteerd beeld van deze grote voorgangers. Wie een mening had schreef deze graag aan ‘Umar enz. toe: deze had immers meer gezag dan de hedendaagse rechtsgeleerde X of Z. Intussen was er in de achtste eeuw ook een groep mensen opgekomen die niet tevreden waren met de islam zoals die nog onder de vorige dynastie vorm had gekregen. Voor hen was de soenna of sunna (‘de gewoonte, het goede gebruik’) van de profeet Mohammed veel belangrijker dan die van een heerser, of de mening van een rechtsgeleerde in overheidsdienst. Aanvankelijk was het niet goed bekend wat die sunna was, maar in de zogeheten hadith– of Traditieliteratuur werden steeds meer uitspraken van de profeet en berichten over hem in woorden neergelegd. En de soenna van de profeet claimde steeds duidelijk als enige te gelden, meer waard te zijn dan de eigenmachtige sunna’s van kaliefen, maar ook dan die van gezaghebbende tijdgenoten van de profeet. Omstreeks 800 kwam er een homogeniserende tendens. Het grote rijk der Abbasiden wenste eenheid in de rechtspreking, niet allerlei locaal gerommel in de verschillende steden. De rechtsgeleerde ash-Shāfi‘ī (gest. 820) deed de geniale zet. In zijn rechtssysteem golden voortaan als rechtsbron naast de koran alleen nog hadith, dus berichten over de soenna van de profeet en uitspraken van hem. Daarmee was met terugwerkende kracht het gezag van de profeet gevestigd, én de grondslagen waren gelegd voor een uniformering van het recht in alle delen des rijks. Het gevolg was dat het aantal uitspraken van de profeet nogmaals sterk toenam: waren het er omstreeks 730 nog 2200 geweest, anderhalve eeuw later waren er tienduizenden. Het gezag van de profeet is dus met terugwerkende kracht opgebouwd en terug geprojecteerd, zoals dit tevoren met dat van vroege moslims als ‘Umar en ‘Alī was gedaan. In godsdienstige systemen is dit niet ongewoon: denk maar aan Mozes, die (een onbekend aantal) eeuwen na zijn optreden op aarde tot wetgever van het jodendom werd. De niet-profetische teksten, die herleid werden tot bijv. ‘Umar, werden niet weggegooid. Er zijn er een heleboel van bewaard gebleven. Wanneer we die lezen naast de teksten van en over de profeet vinden we dus verschillende meningen en standpunten. De oude moslims hebben dit ook opgemerkt. Om uniformiteit en harmonie te scheppen brachten zij de conflictstof in nieuwere teksten onder, waarin het meningsverschil zelf werd geënsceneerd. Dat bedoelde ik toen ik zei dat de meningsverschillen tussen Umar en de profeet pas zeer lang na hun beider dood plaats hadden. Het was telkens een strijd tussen twee teksten die een prestigieus verleden reconstrueerden. Vanzelfsprekend ‘won’ de profeet voortaan altijd het debat, en ‘Umars mening is als een eervol, maar toch minder waardevol alternatief bewaard gebleven.
Stereotyp is bij voorbeeld de volgende interactie, in een situatie waarin een rechtsbesluit verlangd wordt. ‘Umar vraagt de profeet: ‘Zal ik hem zijn hoofd afslaan?’ ‘Nee,’ zegt de profeet dan, en komt met een mildere, meer pragmatische oplossing. De opvattingen van de profeet zijn in de loop der eeuwen natuurlijk gezaghebbend geworden en gebleven. Enige minder milde, aan ‘Umar toegeschreven opvattingen uit Medina hebben zich echter in de islam weten door te zetten, daaronder die over de bedekking van de vrouw.

Zie ook: Avraham Hakim, ‘Conflicting images of Lawgivers: the Caliph and the Prophet Sunnat ‘Umar and Sunnat Muhammad,’ in: Herbert Berg (uitg.): Method and Theory in the Study of Islamic Origins, Leiden 2003, 159–177.

Diakritische tekens: qāṣṣ

Terug naar Inhoud

Soenna: korte definitie

Soenna (sunna) betekent: gebruik, handelwijze, overgeleverde norm. Het begrip heeft een lange geschiedenis, die hier nog vaker ter sprake zal komen. Voor moderne moslims en allen die met hen te maken krijgen betekent het vrijwel uitsluitend: de na te volgen soenna van de profeet Mohammed, d.w.z. alles wat hij gezegd, gedaan, stilzwijgend goedgekeurd of bewust nagelaten heeft.

Over de soenna van de profeet wordt bericht in teksten, vooral in hadith-teksten, maar ook wel in de sira.
De soenna is zelf geen boek of tekst of verzameling teksten. Frasen als: ‘In de soenna staat …’ of ‘De soenna zegt …’ zijn dus niet zinvol.

Terug naar Inhoud