Enkele correcties over de islam

🇩🇪 In de hetze die nu al vijftien jaar aan de gang is tegen de islam worden massa’s desinformatie verbreid. Rare pruiken en varkensmutsen zijn niet toegankelijk voor informatie van buiten, maar aan de vooravond van de fascistische machtsovername kan het misschien geen kwaad, wél denkende mensen wat correcties mee te geven voor de donkere jaren.
Wie hier vaker leest, weet dat een aantal onderwerpen al eerder uitgebreider aan de orde was geweest. Ik verwijs met een link naar die bladzijden.

‘De islam zegt … .’
‘De islam’ is geen persoon en geen rechtspersoon. Hij kan niet praten, hij kan niet doen. Zinnen als: De islam is oorlogszuchtig, de islam is vrede, de islam onderdrukt vrouwen, de islam is heel goed voor vrouwen, de islam zegt … zijn onzin.
De islam wil/kan/verbiedt/beveelt niets, is geen vrede en geen oorlog; het zijn altijd moslims die iets doen of laten, en daarvan zijn er meer dan een miljard, die niet allemaal hetzelfde willen of doen.

‘De islam is geen godsdienst, maar een ideologie’
Als je de islam tot ideologie verklaart, zou hij misschien in sommige landen verboden kunnen worden. Een godsdienst verbieden gaat meestal moeilijker; in de meeste grondwetten staat wel iets over vrijheid van godsdienst.
Maar in de islam is er een hoofrol weggelegd voor een God, die de wereld heeft geschapen en haar in stand houdt, die van eeuwigheid een heilige schrift bij zich had, deze aan profeten heeft geopenbaard en aan het einde der tijden de mensheid zal richten. Zo’n stelsel noemen wij godsdienst, per definitie. Als de islam geen godsdienst is, bestaat er helemaal geen.

‘Maar de koran zegt toch …?’
Wat staat er in de koran? Zoals alle heilige schriften ‘zegt’ de koran ongeveer alles, maar ook zijn tegendeel. Boodschappen van liefde en haat; meedogenloosheid en ontferming. Het heeft dus geen zin in de stijl van Jehova-getuigen allerlei discussies te voeren op basis van enkele eenzijdig gekozen koranverzen.
Bovendien staat ook heel veel niet in de koran. Het boek is slechts goed voor een deel van de geloofsopvattingen van moslims en van het islamitisch recht (sharia). Niet in de koran staan, om maar ergens te beginnen: sharia, kalifaat, de bestraffing in het graf, martelaren direct naar het paradijs, 72 maagden, honden en katten, het verbod op afbeeldingen van levende wezens, vijf maal per dag bidden, steniging. Een kwestie van interpretatie zijn: de sluiering van vrouwen, verbod op alcohol e.v.a.
Let wel: als iets niet in de koran staat, is het daarom niet onislamitisch.

‘Mohammed was …’
Duizenden pagina’s tekst berichten over het handelen van Mohammed, maar die hebben geen waarde als bron voor wetenschappelijke geschiedschrijving. Met behulp van die teksten kan iedereen de profeet knutselen die hem/haar aanstaat: een strenge rechter, een milde rechter, oorlogszuchtig, een vredestichter, vrouwvriendelijk of juist niet, een vaderlijke figuur, meedogenloos, zedelijk hoogstaand of veeleer bedacht op zijn eigen belang, een held, een kinderschender, menselijk-zwak, altijd bereid tot een compromis of juist onbuigzaam, kiest u maar!
Over de historische Mohammed is heel weinig bekend. Enkele vroege teksten over hem dateren van zestig(!) jaar na zijn dood, de meeste zijn aanzienlijk jonger. We weten dus bij voorbeeld in geen velden of wegen of hij getrouwd was met een klein meisje. Daarover bestaat slechts één oud tekstje, dat niet zo heilig is dat moslims het beslist voor waar moeten houden, en niet-moslims hoeven dat zeker niet. Een ander voorbeeld: de verhalen over de uitroeiing van joodse stammen door Mohammed zijn al in 2008 ontmaskerd als fictie.

‘De Koran is het werk van Mohammed.’
Nee hoor. Het is niet aantoonbaar dat de Koran door God in afleveringen gedurende twaalf, dertien jaar aan de profeet Mohammed is geopenbaard, zoals Moslims geloven. Maar hij is ook niet geschreven door Mohammed, zoals in Europa lang is aangenomen. Heel vroeger heette het al: de koran kon niet van God stammen want die was de God van de bijbel; Mohammed had het boek met kwaadaardige bedoelingen zelf verzonnen. Later geloofde men dat God niet bestaat en dat Mohammed de auteur moest zijn omdat die het dichtst bij het ontstaan van de tekst zat. Hij heeft de koran zelf geschreven, daarbij zwaar leunend op de joodse en christelijke traditie.
Met de openbaring door God kunnen moderne onderzoekers niets beginnen, maar met het auteurschap van Mohammed ook steeds minder. De meesten van hen zien in de koran een anonieme tekst, of veeleer een verzameling van verschillende soorten tekst, die mogelijk ook verschillende herkomsten hebben.
De bundeling van al die teksten in één boek vond plaats tussen ± 650 en 700. Zonder twijfel waren er tevoren al losse gedeelten in omloop. Deze zijn van groot belang geweest voor de snelle maatschappelijke veranderingen in Arabië, de vereniging van de Arabische stammen en de enorme Arabische veroveringen vanaf 632. Meer lezen? Hier.

‘De islam is in de Middeleeuwen blijven hangen.’
Het Nabije Oosten heeft nooit Middeleeuwen gekend. Toen in Europa de vroege, ook wel ‘donkere’ Middeleeuwen aanbraken, ging daarginds de Oudheid gewoon door. Daarna brak er een uitgesproken bloeitijd aan, waarin het Europa verre vooruit was: in industrie, handel en economie, in het bankwezen, de wetenschap, de inrichting van de maatschappij en zelfs in de theologie. Wel raakte de islamitische wereld omstreeks 1800 in verval, doordat handelsroutes veranderd waren (Amerika!), door achterblijvende bewapening en door koloniale machtsuitoefening vanuit Europa. Maar het zou onjuist zijn om de tijd daarvóór middeleeuws te noemen, een begrip dat met Europese geschiedschrijving te maken heeft en misschien ook daar misplaatst is.

‘De islam is een woestijngeloof.’
Het ontstaansgebied en de westhelft van het verspreidingsgebied van de islam is een aride en semi-aride gordel waar inderdaad veel woestijnen zijn. Maar daar woont niemand permanent; men vestigt zich wijselijk in de vruchtbare gebieden die er ook zijn, in de rivierdalen en -delta’s, en in steden. De nomadische woestijnbewoners, de bedoeïenen, zijn vanouds meestal weinig tot religie geneigd; daarover wordt in de koran al geklaagd.
De islam is voor een deel ontstaan in de stad Mekka en de oase Medina, heeft omstreeks 700 pas goed vorm gekregen in Syrië en is een eeuw later nog weer eens grondig omgewerkt in Irak. Later kreeg iedere periode en iedere streek zijn eigen vorm van islam.

‘Stenigen is een middeleeuwse straf.’
Nee, stenigen op basis van een vonnis van een bevoegde rechtbank wordt pas sinds de twintigste eeuw, vooral na 1979, in enkele landen gedaan en is alweer op zijn retour, waarschijnlijk omdat het een erg onpraktische manier van terechtstelling bleek. Vóór de twintigste eeuw werd er niet op grond van een vonnis gestenigd. Weliswaar wordt steniging in geval van overspel in enkele oude rechtsbronnen duidelijk voorgeschreven, maar de juristen wisten zich daar met behulp van andere rechtsbronnen en redeneertrucs handig onderuit te draaien: leven en laten leven was altijd het devies. Bij onderzoek is er slechts één geval van steniging in het Ottomaanse Rijk gevonden: omstreeks 1670. De rechter die dat vonnis wees werd onmiddellijk ontslagen; tijdgenoten waren verontwaardigd over het geval.

‘De Islam heeft een Verlichting nodig.’
Je hoort soms dat het met ‘de islam’ zonder een proces van Verlichting nooit meer goed komt. Maar in de negentiende eeuw waren het de rechtlijnigheid van de Verlichting met zijn ondubbelzinnigheid, zijn klare taal en zijn gecodificeerde wetten (Code Napoléon) en de invloed van Europa (dat men in het Nabije Oosten toen nog graag nabootste) die moslims ertoe hebben gebracht hun soepele omgang met oude teksten overboord te gooien en ze voortaan allemaal letterlijk te willen nemen, zonder oog voor alternatieve interpretaties. De ambiguïteitstolerantie, die vanouds een kenmerk was van de islamitische beschaving, is in de negentiende en twintigste eeuw door de Verlichting grotendeels verloren gegaan. Het Nabije Oosten werd een platte en tweederangs imitatie van Europa.
Moslims hebben de Verlichting dus wel degelijk leren kennen, maar die is hun slecht bekomen.

‘De islam is het werk van Mohammed’
Gelooft U het zelf? De arme man zou verbijsterd zijn geweest als hij gezien wat moslims er na zijn dood van bakten. De islam is natuurlijk niet kant en klaar uit de hemel gevallen, maar heeft zich ontwikkeld. Mohammed heeft niet meegemaakt hoe Arabieren vrijwel onmiddellijk na zijn dood de halve wereld veroverden en daardoor al spoedig de koranische vrees voor het Jongste Gericht vergaten. Evenmin hoe verschillende groepen van zijn aanhangers met elkaar slaags raakten in burgeroorlogen. En hoe kalief ‘Abd al-Malik in ± 695 zijn eigen islamontwerp de wereld in stuurde, door zich te distantiëren van de christenen en de vroege islamitische geschiedenis te laten opschrijven. En hoe weer honderd jaar later schriftgeleerden hun plaats in de staat hadden veroverd, ten koste van het gezag van de kaliefen. Ook van de Sjiïeten en van de opkomst van de sufi-mystiek, die meer dan duizend jaar gezichtsbepalend zou blijven voor de islam, had de profeet geen enkele notie.

‘De sharia is de wet van de islam’
Nee, de sharia is islamitisch recht; dat is wat anders. Zij regelt alle betrekkingen tussen de mens en God én tussen de mensen onderling en is dus omvattender dan Europees recht: ook geloofsleer, ethiek en goede manieren vallen eronder.
De sharia is niet een gecodificeerde wet. Het is geen boek dat iemand eens en voor altijd neergeschreven heeft en dat opengeslagen kan worden. ‘De sharia zegt …?’ ‘Wat staat er in de sharia?’ ‘Wie heeft de sharia geschreven?’ zijn dus zinloze vragen. De sharia zegt niets, maar moet telkens worden gevonden, in de jurisprudentie en in de rechtsbronnen (koran en hadith). Zij is dus flexibel, al nemen rechtsgeleerden maar al te vaak genoegen met wat hun collega’s van vroeger al hadden gevonden. Dat hoeft echter niet zo te zijn. De omvang, de grote verscheidenheid van de rechtsbronnen en hun vatbaarheid voor verschillende interpretaties maken vernieuwing mogelijk.
De vraag of men de ouden moet navolgen of over bepaalde onderwerpen opnieuw zelfstandig moet nadenken is sinds een eeuw hét punt van discussie in de hele islamitische wereld. Die discussie wordt echter vertraagd door 1. het optreden van salafisten, ISIS, enzovoort; 2. de voortdurende hetze van hun bondgenoten: de islamhaters en islamofoben.
De sharia was overigens nooit ergens het enig geldende recht. Daartoe zou zij ook niet geschikt zijn.

‘Een fatwa is een doodvonnis’
Nee. Een fatwa is een niet-bindend geleerd advies op het gebied der Sharia. Een fatwa wordt gegeven door een mufti op aanvraag van rechters, particulieren en soms van overheden. De aanvrager kan desgewenst de fatwa naast zich neer leggen. Sharia is islamitisch recht, maar ook méér dan recht: het gevraagde advies kan daarom ook op het gebied van ethiek, goede manieren en geloof liggen.
Wie zich niet persoonlijk tot een mufti wil wenden, kan ook fatwa-verzamelingen lezen van bekende shariageleerden uit vroegere of latere tijd, of via het internet ergens een fatwa zoeken; zie bij voorbeeld hier.
Sinds de Rushdie-Affaire (1989) is het woord fatwa ook in West-Europea verbreid geraakt, maar het wordt vaak verkeerd begrepen. In de frase: ‘Een fatwa over iemand uitspreken’ klinkt het haast als een doodvonnis. Maar nogmaals: een fatwa is geen vonnis, laat staan een doodvonnis.

‘De islam kent geen scheiding tussen kerk en staat’
Bij Mohammed zelf was de staat nog weinig ontwikkeld, maar aan te nemen is dat zo een scheiding er inderdaad niet was, evenmin als bij de eerste, gekozen kaliefen (632–661).
Tijdens de Umayyadenkaliefen (661–750) blijkbaar ook nog niet. Hun soenna (= gebruik, handelwijze, overgeleverde norm) diende immers zonder meer gevolgd te worden; daarvan hing je zielenheil af. Over hen zongen de dichters dat zij de oogst lieten gelukken, voor regen zorgden, recht en gerechtigheid vestigden — alles in de beste oudoosterse traditie van de god-koning.
Verzet tegen de Umayyaden kwam vanaf ± 700 o.a. van de ‘Mensen van de soenna en de gemeenschap,’ die de eigenmachtige soenna’s van de verfoeide kaliefen vervangen wilden zien door die van de profeet. Eerst wist niemand hoe diens soenna eruit zag, maar daar werd aan gewerkt: in de loop van de eeuw kwamen er steeds meer schriftgeleerden (‘ulamā’) en het aantal overleveringen ‘van de profeet’ (hadithen) groeide gestaag, tot er een profetisch alternatief was voor de soenna van de kaliefen. Na 750 gingen de eerste Abbasidenkaliefen nog een tijdje door met god-koning spelen, maar omstreeks 850 moesten zij zich gewonnen geven. Tegen de soenna van de profeet, hoe fictief ook, konden zij niet op: de nu overal aanwezige geleerden namen de geestelijke macht over. Sindsdien bestaat er wel degelijk een scheiding tussen wereldse en geestelijke macht.
Behalve bij de Sjiïeten, maar die hadden meestal helemaal geen staat, dus dat viel niet zo op.

‘Martelaren krijgen in het paradijs tweeënzeventig maagden.’
Werkelijk? Er is welgeteld één wat obscure hadith waarin dat terloops wordt vermeld. Steviger verankerd in de islamitische traditie is deze:
‘De grond is nog niet droog van het bloed van een martelaar of daar komen zijn beide echtgenotes al aangesneld; het lijken wel kamelinnen die hun jong in een kale vlakte waren kwijtgeraakt… .’
Hier is slechts sprake van twee vrouwen, wier verlangen naar de martelaren wordt vergeleken met het moederinstinct (!) van kamelinnen. Nog vaker vind je teksten als deze:
‘Toen jullie broeders in Uhud gesneuveld waren deed God hun zielen in de buiken van groene vogels, die drinken uit de rivieren van het paradijs, eten van de vruchten daarvan en nestelen in gouden lampen die zijn opgehangen in de schaduw van Gods troon… .’
Hun verblijfplaats is dus heel dicht bij God, maar maagden vinden ze daar niet. In hun toestand zouden ze daar ook niets mee kunnen beginnen.

‘De islam is anti-homo’
Wie die islam is weet ik nog steeds niet. In boeken van islamitische rechtsgeleerden werd homoseksueel gedrag altijd wel scherp veroordeeld. Gedrag, wel te verstaan. Homoseksualiteit als ziekte resp. geaardheid zijn Europese vondsten uit de negentiende en twintigste eeuw.
In het werkelijke leven daarentegen was er in de islamitische wereld een enorme tolerantie. Tot aan het hof van de kalief of sultan aan toe; kunt u zich dat bij ons vorstenhuis voorstellen? Die strenge boeken lieten ze gewoon dicht. De omvangrijke Arabische liefdespoëzie handelt grotendeels over mannenliefde. Vrouwen waren voor het huwelijk en de voortplanting; diepe gevoelens had je voor mannelijke vrienden, seks ook met jongens.
In de negentiende eeuw veranderde dat, toen men daar het Westen ging imiteren. Het Victoriaanse Engeland was mordicus tegen homoseksualiteit. Waar mogelijk voerden Britse autoriteiten strenge wetgeving in; ook waar dat niet gebeurde sloeg de houding van welwillende tolerantie om in afkeuring. Nog iets later ging men die oude juridische teksten letterlijk nemen; ondubbelzinnigheid was immers modern? Dat leidde tot harde straffen voor wat vroeger niets bijzonders was geweest.
Het was gewoon pech voor de islamitische wereld, en voor India, China en Afrika ook, dat uitgerekend het meest bigotte en seksueel onhandigste deel van de wereld de toon ging aangeven. Dat heeft diepe sporen nagelaten.

Terug naar Inhoud

2 thoughts on “Enkele correcties over de islam

  1. Pingback: Wat islamrelativering – kort | Niet Naar Santiago en Weer Terug

  2. Pingback: Tapijtbombardementje? | Apoftegma

Reacties zijn gesloten.